Vroeger was het nog eenvoudig. Je had natuur, die als vanzelf groeide en bloeide, en je had cultuur, waar de mens de hand in had. In de huidige tijd van genetische manipulatie en klimatologische veranderingen als gevolg van het broeikaseffect liggen de zaken stukken ingewikkelder. Een knappe kop die de twee nog uit elkaar weet te houden.
Hoe wordt Nederlandse kunst in het buitenland ontvangen? Rein Wolfs, directeur van het Migros Museum in Zürich en warm pleitbezorger van de kunst uit Nederland, laat er geen twijfel over bestaan. Veel Nederlandse kunst is te eigenwijs om internationaal door te breken.
Elk zichzelf respecterend westers kunstland wil aanwezig zijn op de Biënnale van Venetië. Zo ook Nederland. Maar waarom eigenlijk? Wat is het doel van de promotie van de Nederlandse kunst in deze kunstcarrousel?
De term medialandschap werd voor het eerst gebruikt door J.G. Ballard, de Engelse schrijver die al in een vroeg stadium had ingezien hoe de ‘telecommunicatieparaplu’ de media in staat stelt om de werkelijkheid te herdefiniëren naar haar eigen gelijkenis. Destijds werd het medialandschap nog slechts gevormd door radio en televisie met hun keurige scheiding tussen producent en publiek. Sinds de opkomst van het internet, is dat landschap drastisch veranderd. Het publiek is zelf producent geworden.
Hoewel het internet nog in zijn kinderschoenen staat, is er in enkele jaren al heel veel gebeurd. Ook waar het kunst op het net betreft. In de kunstwereld heeft netkunst nog niet echt haar plek gevonden, maar Josephine Bosma voorspelt dat dat niet lang meer duurt.
In het vorige nummer reageerden Max Bruinsma en goodwill op 10 kritische stellingen over grafische cultuur van Hugues C. Boekraad. Ontwerper Daniël van der Velden mengt zich in het debat met een pleidooi voor het informatieoverschot.
Hoe kun je je heden ten dage kritisch verhouden tot het kapitalisme? Is er nog een uitweg of zijn we tot in lengte van dagen veroordeeld tot een stil en slaafs consumeren? Omar Muñoz-Cremers ziet nog ruimte voor ontsnapping aan deze afstompende dagelijkse routine. De jaren zestig dienen als model.
Van profiteur is kunst steeds meer een commentator van de economie geworden. Veel hedendaagse economen zien in haar zelfs een leermeester. De kunst heeft ruime ervaring in datgene waar het in de economie op aankomt: symbolische productie. Wat iets is, doet er tegenwoordig niet toe, het gaat om welke betekenis je aan iets geeft.
Het stelen, kopiëren dan wel voortborduren op bestaande ideeën is dagelijkse praktijk geworden in de hedendaagse kunst, zonder al te veel juridische consequenties. We leven onder het regime van de postproductie. Het voor de hand liggende doel is natuurlijk de herinterpretatie en herprogrammering van de bestaande cultuur, maar het dient ook een weerbarstiger debat: de uitbuiting van het intellectueel eigendom.