No1 2004
Februari/ Maart



Onder ons

Onder beleidsmakers bij de verschillende overheden schijnt de populariteit van kunst nog een onderwerp van discussie te zijn. Zij spreken nog over participatie, omdat hun democratische gevoel dat zo ingeeft en een beetje populistische retoriek in het postpimtijdperk altijd welkom is. De kunstwereld zelf weet wel beter. Daar haalt men opgelucht adem. Voorbij is de hysterie rond cultureel ondernemerschap, marketing en beeldcultuur, de disneyficatie van het museum en de stimulering van de culturele interesse bij de allochtoon die toch al weinig op had met de beeldende kunst. Kom op zondagmiddag in een museum en iedereen weet hoe de vork in de steel zit: wij zijn onder ons.

‘Ons’ is de hoger opgeleide witte Hollander, iets vaker vrouw dan man, inkomen gemiddeld twee keer modaal en dus rijk genoeg om de verhoogde toegangsprijzen van de musea - museumjaarkaart niet geldig - te betalen. Het is weer stil in de kunst. Keurige tentoonstellingen en keurig publiek dat zich weet te kleden en te gedragen. Geen herrie of simpel vermaak, geen museumnachten, geen pseudo-jeugdcultuur die toch al geen schim was van die van buiten de kunst. Stilte en aandacht zijn gewenst, want kunst is weer helemaal dat wat we ons herinneren uit de jaren zeventig en tachtig: onbegrijpelijk, pedant en volstrekt ondemocratisch. Het elitarisme is voor ons geen enkel probleem, want ons kent ons en ‘ons’ weet alles al. Wij hebben geen zaaltekst meer nodig: ‘been everywhere, seen everything’. Hier lopen louter ingewijden die je niets kunt wijsmaken. Mondige burgers, deskundige kijkers. In het restaurant wordt het geziene onder het genot van een cappuccino deskundig geëvalueerd.

De kunst, de popularisering zat, zorgt voor blikken van herkenning. De enige revolutie die gepredikt wordt is die van de paradigmaverschuiving. Wij weten wel wat dat betekent: de verandering van het denkkader, waardoor hetzelfde ding ineens als iets nieuws gezien kan worden, wat weer tot gevolg heeft dat er tal van andere dingen mogelijk worden. Voor sommigen komt die paradigmawisseling onverwacht, maar wij hebben haar van verre aan zien komen. Als kundige surfers glijden wij op de golf mee, wat voor label die ook krijgt.

De revival van de echte kunst gaat gepaard met een eerherstel van de white cube. Het Manifesta Journal, een nieuw tijdschrift van de Manifesta-organisatie, sprak een half jaar geleden zelfs van een ‘revenge’ van de white cube, enige frustratie suggererend. Na jaren van ontkenning, waarin het licht uit het witte huis van de kunst verborgen was achter zwart landbouwplastic, eist de white cube aandacht voor de beelden die het daglicht wel kunnen verdragen. Hier geen leugen die regeert, hier geen achterbaks gemanipuleer en computergedoe, zoals in al die foto’s en video’s van de laatste jaren. Echte kunst gaat volledig met de billen bloot, mits bezien met verstand van zaken. Het is niet voor niets dat elke white cube enkele treden boven straatniveau ligt. Verheffing vergt energie en enige natuurlijke selectie. Alleen de gezonden van lichaam en geest hebben vrij toegang.

Intussen keert de beeldcultuur terug naar de plekken waar ze al die jaren toch al het best tot haar recht kwam: de stad, de straat, het televisie/computerscherm en de bioscoop. Laat de kunst maar met rust, bijzonder als ze is. Want alleen echte kunst is in staat het verleden te overwinnen en de toekomst onder ogen te komen. Alleen echte kunst laat de gemoederen sidderen van het werkelijk nieuwe inzicht, sprekend in een taal die nu en dan elke duiding te boven gaat. Alleen echte kunst legt al het andere het zwijgen op. Althans dat zeggen wij en wij kunnen het weten, geletterde liefhebbers die wij zijn. Tevreden slaan wij het tijdschrift er op na, in de verwachting ons oordeel bevestigd te krijgen. Eindelijk is alles weer zoals het was. Toch?

Domeniek Ruyters

Stevens wijdt zijn kunstenaarschap al meer dan dertig jaar aan de prangende vraag wat het inhoudt om gewóón jezelf te zijn, gewóón anders te zijn.

Het ‘gewoon anders’ handelen vergt een welhaast aristotelische afweging van het juiste, het deugdzame midden.

Soms lukt het een kunstenaar aan te tonen dat kunst en moraal samen kunnen gaan.

De Nederlandse kunstenaar Wally Walter Stevens wist financiële steun te krijgen van het Fonds voor de Beeldende Kunsten voor zijn voorstel om elke dag een antiperformance te doen. Hij schrijft zelf: ‘Het unieke van dit project is dat ik er NIETS voor hoef te doen, NIETS hoef te maken, alleen maar MEZELF hoef te zijn.’

De werkelijkheid werd pas schrijfbaar toen de mens ging schrijven.

De vraag wordt dan hoe ingrijpend nieuwe schriften onze waarneming, ervaring en communicatie zullen veranderen.

De kracht van het elektronische, digitale schrift ligt naast zijn gemakkelijke en verreikende verspreiding, in zijn kneedbaarheid.


In de serie over favoriete actuele theorie, waarvan de vorige afleveringen gewijd waren aan Giorgio Agamben en Michel de Certeau, buigt Jouke Kleerebezem zich over Die Schrift van de filosoof en mediatheoreticus Vilém Flusser.

De Balkan is een met vooroordelen, ressentimenten en racisme ideologisch besmet gebied.

De Balkan is in werkelijkheid niets anders dan de verdrongen keerzijde van de eigen Europese identiteit.

Hoe kan de Balkan opnieuw uitgevonden worden?


Er is waarschijnlijk geen gebied in Europa waar zoveel vooroordelen over bestaan als de Balkan. Met het oog op de nabije toetreding van landen uit de regio tot de Europese Gemeenschap wordt het tijd voor een culturele bijscholing. Een drietal grote tentoonstellingen doen een poging de regio in een ander daglicht te stellen.

Wie dacht dat de Belgische kunst in het teken staat van Jan Hoet en een handvol gevestigde kunstenaars heeft het mis.

Na jaren van beleefde en tot vervelens toe gematigde commentaren op de Belgische kunst, leek het deze zomer ineens alsof de poorten van de hel werden opengegooid.

Frank Vande Veire hield een pleidooi voor meer ernst, minder cynisme en vooral minder kletskoek. Waarna hij er zelf een lading kletskoek tegenaan gooide, maar dat vonden we persoonlijk wel sportief van de man.

Een overzicht van jonge Belgische kunst in het M HKA wordt door Els Fiers aangegrepen om een roerig jaar te bespreken. Een nieuwe generatie Belgische kunst dient zich aan, maar dat gaat niet helemaal zonder slag of stoot.

‘De politiek van het alledaagse’ is een van de radicalere elementen van wat inmiddels muffig ‘de erfenis van de jaren zestig’ wordt genoemd. Deze slogan betekent, zoals in de vorige column al aan de orde kwam, dat niet zozeer politieke instituties, maar het huishouden, de reclame, het onderwijs, de gevangenis, architectuur, het ziekenhuis, et cetera, de plaatsen zijn waar het sociale leven wordt vormgegeven.

1 2 3 4 5 »