Soevereine atlas
Over het Semantic Web

Het Semantic Web is een intelligente uitbreiding van het World Wide Web die functioneert als een volautomatische zoekmachine die niet alleen zoekt, maar de gevonden gegevens ook rangschikt en uitlegt. Doel is een alternatieve en automatische classificatie van allerlei aspecten van het leven, op een manier zoals alleen de computer kan. Jamie King typeert deze ingenieuze ‘taalmachine’ als een technologie die ertoe dient de mens, zijn denken en doen, nu en in de toekomst te onderwerpen. Voor hem is het Semantic Web geen creatief instrument, maar een apparaat met een ongekende macht.

De hedendaagse politiek is dit vernietigende experimentum lingae dat over de hele wereld tradities en geloven, ideologieën en religies, identiteiten en gemeenschappen uit evenwicht brengt en uitput. Alleen zij die erin slagen dit project te volvoeren (...) zullen de eerste burgers zijn van een gemeenschap zonder vooroordelen en zonder Staat...1

Let be be finale of seem. The only emperor is the emperor of ice-cream. 2


We dragen allemaal het teken van het beest. Niet als een demonische barcode op onze voorhoofden en polsen, maar als een watermerk dat dwars door de essentie van taal loopt, ons vermogen tot communicatie. Bij deze omstandigheden is het sociale leven niet anders te kwalificeren dan als een vorm van intellectueel eigendom. Wat gemeenschappelijk is, is in feite al ingepalmd. De golf aan uitdijende copyrightwetten die de informatisering van de maatschappij3 hebben vergezeld, zijn de formalisering van de heerschappij over het teken, het gesproken woord, het semantische. Elke uitspraak is een positiebepaling van de eigenaar, een bewijs van kapitaal.

De verstrengeling van de staat en de economie, in de taal van het dagelijks leven vindt plaats binnen het kader dat Guy Debord in 1967 identificeerde als de spektakelmaatschappij. Sinds 1967 heeft dat spektakel zich uitgezaaid. Het is er niet alleen in geslaagd de geleefde ervaring op het Noordelijk halfrond volledig in bezit te nemen, het is nu ook zelf sociale verhouding geworden, aangezien het bepalend is voor het menselijk leven dat door de media is onteigend en van zichzelf vervreemd. ‘De echte wereld’, zoals Giorgio Agamben hem nog noemt, ‘wordt getransformeerd tot een beeld en beelden worden reëel, de praktische kracht van mensen wordt van hen gescheiden en als een wereld buiten hen gepresenteerd’, als ‘een losgezongen wereld georganiseerd door de media’.4

Het werk van Peter Drahos en John Braithwaite op het gebied van ‘informatiefeodalisme’ dient als toelichting. ‘Vrijheid van meningsuiting’ is een belangrijk uitgangspunt van de Amerikaanse handelsagenda, zoals onder meer blijkt uit het gedrag van de Motion Picture Association of America. Het grondrecht wordt gebruikt om te lobbyen voor het opheffen van elke beperking op de circulatie van Amerikaanse films, televisieprogramma’s en andere, onder copyright vallende werken: ‘(...) zoals we al lang weten is film handel. Het praktische gevolg van de vrijhandelsargumenten en argumenten met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting is dat Hollywood alle projectieschermen, op elk moment en op iedere plek van de wereld, volledig domineert. De Verenigde Staten baseren hun standaarden voor intellectueel eigendom, die ze aan de hele wereld opleggen, op hun eigen economische instituties. Daardoor breiden ze hun soevereiniteit uit en verkrijgen en behouden de wereldmacht gebaseerd op hun bezit van kennismiddelen.’ Hier heerst een hedendaagse Soeverein, met een slimme strategie van onderdrukking: het inzetten van ons vermogen tot communicatie zelf. ‘Communicatie belemmert is de communiceerbaarheid zelf, mensen worden gescheiden door wat hen bindt.’5


Meerdere taxonomieën

In dit essay stel ik stel voor de Soeverein voor te stellen als een taalmachine die het mogelijk maakt dat het menselijk leven zichzelf kan beheersen. Er is geen betere manier om het functioneren van deze taalmachine uit te leggen dan aan de hand van het Semantic Web. Dit is een technologie die ‘natuurlijke taalverwerking’ en representatie van machinale kennis biedt.

Het Total Information Awareness Project van het Information Awareness Office is een Amerikaans programma om de bewaking van haar burgers te verbeteren. De gerechtelijke instellingen en de opsporingsdiensten verzamelen data en proberen die te analyseren op patronen die op een bedreiging duiden. De opsporingsdiensten beschikken inmiddels over een grote hoeveelheid data, maar het vermogen om ze te interpreteren ontbreekt grotendeels. Het Semantic Web probeert hierbij behulpzaam te zijn door een voor dit soort machines leesbare codering van alle menselijke taal tot stand te brengen. Daarmee kan bijvoorbeeld de data uit het Information Awareness Project omgezet worden in bruikbare ‘intelligence’.

De hiërarchische taxonomieën waarvan het Semantic Web gebruik maakt om de menselijke taal vast te leggen als dataobjecten worden wel ‘ontology’ genoemd. Deze variëren van basale beschrijvingen van de dagelijkse woordenschat tot specialistische vocabulaires zoals ‘Fugitive Ontology’, ‘Political Territory’, ‘Weapons of Mass Destruction’, ‘Juridical Branch’, et cetera. In het artikel Towards an Ontology for Intelligence and Collection Management’6 leggen Robert Desimone en David Charles van QinetiQ (de geprivatiseerde onderzoeksafdeling van het ministerie van defensie van het Verenigd Koninkrijk) de ontwikkeling uit van een opsporingsontologie die bestaat uit ‘taxonomieën van termen om objecten en activiteiten te beschrijven die in de gaten gehouden en geanalyseerd worden’.

Momenteel wordt er geprobeerd uit een netwerk van taxonomieën, een enkele, allesomvattende ontologie te produceren die als semantische basis dient voor de ‘interoperabiliteit’ van de computers die de menselijke activiteit verwerken. Dit project, dat te zien is als een voorbeeld van Semantisch Web, vindt plaats onder de vlag van de Standard Upper (Merged) Ontology (SUMO).

SUMO is een poging om de syntaxis van het sociale, al haar klassen en relaties, te coderen, om communicatieve relaties zelf tot data te maken. Het is een descriptieve ontologie die een netwerkachtige taxonomie van entiteiten construeert en beschrijvingen levert van hiërarchische klassen van dingen. Het heeft zichzelf verbonden met WordNet, een online lexicon waarvan het ontwerp geïnspireerd is door de huidige psycholinguïstische theorieën met betrekking tot de het menselijk geheugen voor lexicale termen.7

Uiteindelijk zal het zonder twijfel ook de wetenschap van het beschrijven en de theorie van de classificatie in zich opnemen. Maar SUMO is ook een normatieve ontologie die beslissingen neemt en bepaalde regels voorschrijft, omdat basale kenmerken van onze leefwereld worden opgevat als technische standaarden. SUMO omvat een prescriptieve ethiek, een esthetiek, een politiek, logica en grammatica die het machinematig ontleden van gedrag, waarde, regering, denken en taalgebruik richting zal geven.8

De mogelijkheden van een gerealiseerd Semantisch Web onthullen wat Debord al voorzag: een vorm van marktkapitalisme dat de totale syntaxis van het dagelijks leven absorbeert en erdoor geabsorbeerd wordt. De taxonomie van al het bekende dat in het Semantic Web wordt opgenomen als door machines leesbare objecten wijst op de ambitie van de taalmachine om alle menselijke vermogens tot expressie in beheer te krijgen. Deze machine bezit het vermogen om de levende veelvormigheid te vermorzelen door de articulatie van een normatieve ontologie die functioneert als een oneindige uitbreiding van zijn soevereine wil.

Wanneer in een toekomstig leven alles wat je maar kunt bedenken is benoemd in de Standard Upper Ontology, alles wat je doet is opgenomen in de vertakkingen van het taxonomieën van het Semantic Web, dan is de hele leefwereld volledig gebrandmerkt door deze biopolitieke soeverein, deze taalmachine. Alles is bekend, er zullen geen geheimen meer zijn. Het menselijk vermogen heeft zichzelf gedegradeerd tot een term in een hiërarchische classificatie van abstracte, uitgeputte, non-mogelijkheden.

Het staat niet op de kaart, echte plaatsen staan er nooit op.
Herman Melville, Moby Dick 9

Als de Politica van Aristoteles het politieke grondvest in taal, in de bios van de menselijke gemeenschap10, dan kan de huidige kaping van het taalvermogen gezien worden als de meest ingrijpende onderwerping door het politieke die maar mogelijk is, een totale verstoring van het menselijke bestaan. Zelfs terwijl we het punt naderen waar spreken gelijk staat aan het uitspreken van een wet11, wordt een finale en fatale idiotie van de spektakelmaatschappij opnieuw onthuld, een idiotie die zichzelf uitdrukt in de onophoudelijke vermenigvuldigingen van de taalmachine.

Een taalmachine als het Semantic Web, moet in staat zijn om elke identiteit te coderen, waaronder die van de tegenmacht of de statenloze terroristische actor. Maar de taalmachine faalt in haar taak als er een identiteit is die zij niet in zich kan opnemen. Elke andersheid kan zich verbinden aan een non-identiteit en zo ontsnappen aan het verblindende zoeklicht van de taalmachine.

Maar is het niet tegelijkertijd de taalmachine zelf, de Soeverein, die deze non-identiteit, dit elders, niet alleen voorstelbaar maar ook mogelijk maakt? In de uitspraak van Melville is de echte plaats niet de plek die niet in kaart is gebracht, maar de plek die nooit in kaart gebracht kan worden. Hier verwijst de taalmachine niet alleen naar een elders, in de poging om alles te beschrijven, het brengt als het ware de mogelijkheid van het elders voort, de wording van het elders buiten de Soeverein. De taalmachine laat het elders gebeuren door te onthullen wat hem ontsnapt, wat nooit in haar macht kan liggen. (Deze modaliteit toont dat de taalmachine werkelijk soeverein is: want ze ligt buiten de macht van de staat die haar financiert, buiten de macht van de groepen die de ontologieën ontwikkelen).

Er is een misdaad die niet geclassificeerd kan worden, een terrorist die een onbekende tactiek gebruikt, een dichter die geen woord schrijft en een liefde die geen naam heeft. Als de Total Information Awareness de continue classificatie van levensvormen is, dan blijft over wat aan de aandacht van de machine ontsnapt, wat niet leesbaar is, een voortvluchtige ontologie. De voortvluchtige die weigert zichzelf over te geven aan een van de oneindige profielen van de soevereine taal, toont zichzelf in de afwijzing van benoeming, de afwijzing van de classificatie. Deze non-identiteit kent geen plek onder de Staat of de Soeverein en Staat noch Soeverein kunnen haar bestaan tolereren. Alleen een non-identiteit kan het circuit van coöptatie doorbreken en de dialectische strijd tussen Staat en niet-Staat herstellen. Uiteindelijk zal de voortvluchtige ontologie het elders, de utopie, doen ontstaan en er zitting nemen.

In deze slotetappes van de onteigening van het gemeenschappelijke leven wordt een mogelijk leven opnieuw onthuld. De Soeverein installeert het elders, de niet-plaats, utopia, en omdat de Soeverein voor zichzelf alle namen claimt die wij voor het elders hebben bedacht, ontstaat een elders zonder naam. Dit is de dienst die het spektakel ons verleent. We moeten de naam van het elders doorstrepen, want het is onnoembaar. ‘Maar met het verval van het Rijk begint deze kaart langzamerhand te rafelen en valt uit elkaar, waarbij alleen nog in de woestijn enige flarden herkenbaar zijn – er schuilt een metafysische schoonheid in deze geruïneerde abstractie, getuigend van een hoogmoed zo groot als het Rijk zelf, rottend als een kreng dat tot stof wederkeert.’12

J.J. King

Noten

  1. Giorgio Agamben, The Coming Community, University of Minneapolis Press, Minnesota, Londen 1993, p. 83. (Alle vertalingen van citaten, AA, tenzij anders aangegeven).
  2. Wallace Stevens, ‘The Emperor of Ice Cream’ in Collected Poetry and Prose, red. Frank Kermode en Joan Richardson, p. 50, vertaling: Laat zijn de finale van lijken zijn. De enige keizer is de keizer van de ijsco’s.
  3. Het epicentrum daarvan zijn de TRIPS, the Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights.
  4. Giorgio Agamben, opus cit. p. 79.
  5. Giorgio Agamben, opus cit. p. 82.
  6. Robert Desimone en David Charles, Towards an Ontology for Intelligence and Collection Management.
  7. Zie www.cogsci.princeton.edu/~wn/index.shtml
  8. A. Sh. Abdoullaev, A Standard Universal Ontology (suo): Science, AI, And The Semantic Web, zie www.eis.com.cy/.
  9. Herman Melville, Moby Dick, or The Whale, zie etext.library.adelaide.edu.au/m/m53m/chap12.html.
  10. Aristotle, Politics, p. 1253a, 4.
  11. Giorgio Agamben, Homo Sacer, Sovereign Power and Bare Life, Stanford University Press 1998, p. 21.
  12. Jean Baudrillard, Simulacra and Simulation, Michigan, Ann Arbor Press, 1994, p.1. Vertaling, Jean Baudrillard, In de schaduw van de zwijgende meerderheden, Amsterdam, SUA 1986, p.63.

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop