Dante Gabriel Rossetti
Een negentiende-eeuwse Von Trier

Amsterdam
Van Goghmuseum
27/02/04 - 06/06/04


Van alle negentiende-eeuwse schilderkunst hoort die van de Prerafaëlieten stellig tot de merkwaardigste en binnen deze groep was Dante Gabriel Rossetti de meest kleurrijke verschijning. In 1848 opgericht als een soort geheim genootschap stond de Pre-Raphaelite Brotherhood midden in de industriële revolutie een soort retrograde ideaal voor ogen: er moest weer zuiverheid in de schilderkunst terugkeren, want in de hoog-Renaissance en met name met Raphael was de zaak begonnen mis te lopen.

Terug naar de vermeende eenvoud en eerlijkheid van voor de vijftiende eeuw, was het devies. Dat de leden van de groep die werken nog nooit in het echt hadden gezien maar alleen kenden via reproducties in de vorm van zwart-wit gravures van zeer wisselende kwaliteit, vormde voor niemand een beletsel. Ook niet voor John Ruskin (1819-1900) die zich met dubbele kracht achter het merkwaardige nostalgisch realisme van de Prerafaëlieten opstelde.

Enkele decennia eerder had een Duitse groep, de Nazareners, een gelijksoortig programma nagestreefd maar zij waren wel degelijk naar Italië gegaan om de voorbeelden te bestuderen en dat is aan hun werken ook te zien. Dat de Prerafaëlieten dat niet nodig vonden is natuurlijk innerlijk tegenstrijdig, maar heeft ook een andere betekenis die hun activiteiten een andere dimensie verschafte. De Nazareners gingen als het ware in de negentiende eeuw de vijftiende nog eens overdoen terwijl de Prerafaëlieten dat wel zeiden te doen maar hun werk had, op een enkele uitzondering na, niets gemeen met die oudere schilderkunst, ook niet in iconografisch opzicht.

Dat, en het feit dat zij de eerste groep kunstenaars waren die een manifest uitgaf waarin hun schijnbaar tegen de heersende tijdgeest ingaande uitgangspunten werden geformuleerd, maakt hun project eerder tot een moderne onderneming. In zekere zin waren de Prerafaëlieten de eerste moderne kunstenaars. Ze zetten zich af tegen het schrikbewind van de conservatieve Royal Academy, in die tijd een zeer invloedrijk bolwerk van inderdaad academische schilderkunst. Dat een van de Prerafaëlieten van het eerste uur, John Everett Millais, er later nog directeur werd, was een bedrijfsongeval zoals bij latere avant-gardistische groeperingen ook wel eens voorkwam.

Ook is opmerkelijk dat de thematiek die de Prerafaëlieten hanteerden over het algemeen behoorlijk eigentijds was en tegelijkertijd mythomaan. Ford Maddox Brown schilderde emigranten die zich inscheepten om richting Australië te varen, Watts schilderde de dood van de dichter Chesterton op een manier die in de verte aan Caspar David Friedrich doet denken, Holman Hunt maakte zich druk over de Victoriaanse seksuele moraal en kwam op de proppen met wonderlijke en zwaar symbolisch geladen schilderijen van christelijke snit.

Daarbij werd het steeds aanwezige symbolisme, waarbij de kleur van een klein bloempje nog tot heftige discussie kon leiden, gecombineerd met een soort plein air schilderkunst die, in een andere en geheel onafhankelijke ontwikkeling, tezelfdertijd in Barbizon opgeld begon te doen. Het meest krankzinnige, kitscherige én aangrijpende schilderij dat uit deze wonderlijke mix ontstond is zonder twijfel Hunts Scapegoat, een bok die hij naar de natuur ter plekke bij de Dode Zee geschilderd had.

Rossetti’s werk sluit in zoverre bij dat van de anderen aan dat ook hij voor alles op zoek was naar betekenis door middel van letterlijke afbeelding, maar van allemaal was hij toch de voornaamste mythomaan. Hij dweepte met Koning Arthur en met Dante (zelf de drager van diens naam en de zoon van een Dante-vertaler). Hij gaf zijn eigen leven haast vorm naar het voorbeeld van Dante met eerst zijn vriendin Lizzie Siddall en later Jane Burden (de vrouw van William Morris) in de rol van Beatrice. Zij werd afgebeeld als Ophelia, als Beatrice, als ‘gevallen vrouw’ en als femme fatale, La Belle Dame sans Merci en meestal als alles door elkaar heen. Het hele archetypische panopticum uit Praz’ The Romantic Agony is hier terug te vinden. Bij Rossetti liepen leven en mythologie, kunst en leven, aardig door elkaar, wat in de kunst vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw een groot thema zou worden.

Ik denk dat de Prerafaëlieten – en Rossetti als hun meest radicale vertegenwoordiger – een actuele betekenis kunnen hebben. Of dat de reden is waarom het Van Gogh Museum een tentoonstelling aan zijn werk heeft gewijd weet ik niet maar in ieder geval werd het tijd dat Rossetti’s werk eens van het stof ontdaan werd. Een groot schilder was hij in technisch opzicht niet. Hij stelde bewust betekenis boven techniek.

Het sentiment zoals Rossetti dat nog schaamteloos kon verbeelden heeft in onze tijd meestal het alibi van een zich distantiërende retorische figuur – de ironie – nodig om zich te manifesteren. Maar er zijn ook uitzonderingen, misschien tekenen van een omslag. In de schilderkunst lijkt Jan Knap mij een verre verwant. Knap serveert weliswaar zijn schilderijen met een laagje ironie, maar dat moet meer als een soort hors d’oeuvre worden beschouwd, waarna het hoofdgerecht wel degelijk een onversneden en meditatief sentiment aanbiedt in een moment van serene rust. Bij de nerveuze en obsessieve Rossetti is die rust ver te zoeken, je zou het gezien de kenmerken van de tijd eerder omgekeerd verwachten.

Als Rossetti in deze tijd had geleefd was hij volgens mij een Lars von Trier geweest. Zowel in Breaking the Waves als in Dancer in the Dark voert deze cineast obsessieve vrouwelijke personages ten tonele die zich als een soort omgekeerde femmes fatales wegcijferen, vernederen en zelfs de dood lijken op te zoeken ten behoeve van een geliefde of van een soort noodlot. In ieder geval stijgen die personages ver uit boven de dagelijkse omstandigheden waarin hun leven zich afspeelt, waardoor ze zich buiten ruimte en tijd komen te bevinden. Ze komen terecht in een dweepzieke, mythologische ruimte waar ze de allure krijgen van een Ophelia in een danteske omgeving.

Of misschien was hij Bill Viola geworden wiens vertraagd bewegende beelden eigenlijk de dramatische stilstand van het schilderij zoeken en waarin opnieuw thema’s als de Man van Smarten ten tonele worden gevoerd. De eigentijdse context en historische referentie doen daarbij dienst als voertuigen om de mens te tillen naar een transcendente, mythologische hoogte.

Ik denk dat dit soort kunst in onze tijd opnieuw gestalte zal krijgen, waarbij steeds andere beeldmiddelen gehanteerd zullen worden. In het werk van Rossetti zijn de conflicten tussen relevantie en escapisme, techniek en betekenis, documentatie en sentiment, reactie en progressie terug te vinden die op dit moment in het debat over kunst aan de orde zijn.

Philip Peters

Dante Gabriel Rossetti
Van Goghmuseum, Amsterdam
27 februari tot en met 6 juni 2004