Gianni Motti, Luke Fowler

Gianni Motti Collateral Damage

Gianni Motti (Sondrio, 1958) is een expert in het produceren van goed geënsceneerde, verwarrende beelden. Als performancekunstenaar heeft hij rollen aangenomen zo gevarieerd als ambassadeur bij de Verenigde Naties en twaalfde speler in een voetbalelftal, die live op televisie een spel spelen. Maar de beelden die gepresenteerd worden in de serie Collatoral Damage zijn niet het resultaat van een performatief avontuur als zodanig. Niettemin hebben ze een vergelijkbaar effect van het verstoren van de context waarin ze geacht geplaatst te worden. Een van die contexten is landschapsfotografie, de andere oorlogsfotografie. De verwarring is een vrij stil statement, een non-event. Dit is waar het vermogen van de beelden om te fascineren opkomt – hoe stiller ze zijn, des te spectaculairder ze worden. Ze beschrijven een crisis die heel bekend is en vaak bediscussieerd in verschillende vormen, maar die onoplosbaar blijft.

Voor Collateral Damage nam Motti contact op met Agence France-Presse en verzocht om beelden van het Balkanconflict die het agentschap niet verkocht kreeg. Onder de verschillende categorieën, vond hij een serie foto’s die als ‘te esthetisch’ omschreven werd. Hij kocht voor een symbolisch bedrag het copyright van de serie en voorzag de foto’s van lijsten die passen bij klassieke landschapfotografie. (…). De foto’s missen de conventionele narratieve structuur van de meeste fotojournalistiek. Hun elegant compositorische vormen – kersenbloesem op de voorgrond, naast een rookwolk, geven nauwelijks de indruk van de catastrofe die oorlog is. De kracht van deze beelden vindt haar oorsprong in hun esthetiek. Zij tonen tragedie noch banaliteit, en praten alleen maar over zichzelf.

Anselm Franke, geciteerd uit Cabinet, nummer 12, 2004


Luke Fowler Het is oorlog jongen

Totaal verknipt is het leven van Xentos Jones, postpunker, muzikant, medeoprichter van de in kleine kring fameuze band The Homosexuals, althans in de film THE WAY OUT, A Portrait of Xento Jones van Luke Fowler en Kosten Koper. Hun pseudo-rockumentary, onlangs vertoond in Casco projects in Utrecht, biedt een chaotisch amalgaam van filmfragmenten, echte en nagespeelde scenes, interviews, found footage en home movies. Er valt geen touw aan vast te knopen.

De versnippering is geheel in lijn met het chaotische en mysterieuze leven van de muzikant zelf. Xentos is een meester van de omkering, vrijwillig gekozen full time drop-out, de puberale recalcitrantie zelf. Jij daarheen, dan ik hier, luidt min of meer zijn levensmotto.

De Glasgowse cultheld presenteerde in 1979 onder de naam L Voag het soloproject The Way Out, een soort compleet versneden DIY-conceptalbum dat zijn muzikale context situeerde in een parallel universum waar popmuziek gemaakt wordt door seriële muziek producerende modernistische componisten en de avant-garde toebehoort aan hen die zich op de rand van het acceptabele begeven, zeg maar de anarcho´s in deze maatschappij. Heel slim zo´n omkering en geef hem eens ongelijk.

Later produceerde hij onder de naam Amos nog tal van mysterieuze tapes op het eigen label met de veelzeggende naam It's War Boy. Dat komt aardig in de buurt van de status quo in het leven van Xentos. Een leven in oorlog. En zoals wij allen weten gelden er in oorlogstijd heel andere normen en waarden.

Bij de première vertelde Fowler over de samenwerking met Xentos, die er in feite niet was. Wat Xentos ervan vond dat er zowaar een echte documentaire over zijn leven gemaakt werd? Ehhh, geen idee, zei Fowler. Hij was niet geïnteresseerd. Nogal logisch.

Domeniek Ruyters, informatie deels ontleend aan persbericht Cubiit Gallery, Londen, 2001.