Hier spreekt uw broeder Sint Paulus
Artur Zmijewski in gesprek met Pawel Althamer

Als een kind verwonderd over het leven. Dat is wat Pawel Althamer nastreeft, zo nodig met behulp van drugs. Artur Zmijewksi sprak met de winnaar van de Vincent 2004 over zijn leven als geest.

Artur Zmijewski:
Laten we beginnen met de wezens op je ramen.

Pawel Althamer:
‘Wezens? Oh ja, de wezens…dat waren nachtmerries, typisch een kinderding. Ik herinner me een recent geval van een dochter van een vriendin. Mijn vriendin ging er niet mee naar een reguliere arts, maar naar een zogenaamde alternatief genezer, zeg maar tussen een gewone dokter en een toverdokter in. En deze…sjamaan vertelde haar dat kinderen van die leeftijd geesten konden zien. De wezens die ik zag zagen er fantastisch uit en tegelijkertijd heel realistisch. Ik was ervan overtuigd dat ze echt waren.’
Artur Zmijewski:
En bestonden ze?
Pawel Althamer:
‘Voor mij wel. Ik herinner me een vogel die op het raamkozijn zat. Soms was het een raaf met een enorme snavel, en soms een uil. Het feit dat ik hun aanwezigheid niet kon verklaren was beangstigend. Ik was dat ik drie was. Mijn moeder heeft nog enkele nachten geprobeerd weg te jagen. Er waren ook andere nachtmerries, naar aanleiding van bijvoorbeeld oorlogsverhalen van mijn oom die door de bossen ging als een boodschapper voor de partizanen. Hij had echt reden om bang te zijn. Niet vanwege wezens of beesten, maar vanwege gewapende soldaten. Dit heeft zo’n indruk op mij gemaakt dat ik zelf begonnen ben in het bos te slapen. Deels als oefening, deels omdat ik gefascineerd was door wat er gebeurde als ik wakker werd en er een vleug wildernis op mij neerdaalde vanuit het groen.’
Artur Zmijewski:
Hoe voelt dat, zo’n vleug wildernis?
Pawel Althamer:
‘Als een siddering. Als ik psilocybin heb geslikt herinner ik me soms de tijd dat ik halfnaakt rondrende, met alleen een dierenhuid om me heen. Dit alles is ergens in mij geregistreerd, in een black box – tezamen met een complete geschiedenis, de gehele menselijke evolutie. Instincten als boegeroep, schreeuwen, hard praten, als iemand zichzelf moed wil inpraten, zijn allemaal primitieve vormen van gedrag.’
Artur Zmijewski:
Wat herinner je je verder van je kindertijd? Wat heeft je gefascineerd?
Pawel Althamer:
‘Simpele dingen: fascinatie met licht, met vormen. Alles was fascinerend. Als ik geweten had hoe te praten, zou ik mensen gezegd hebben: “Zie waar ik geland ben, wat een vreemde huizen, hoe vreemd alles is..."’
Artur Zmijewski:
Je zegt geland. Was je dan een astronaut?
Pawel Althamer:
‘Wis en waarachtig. Toen al wist ik dat ik ergens vandaan kwam, van een plek, maar ik wist niet wat voor plek. Ik zag heel duidelijk dat continuïteit bestaat, historische continuïteit, al kan ik niet zeggen wat er met mij gebeurd is. Ik weet alleen zeker dat mijn bestaan niet is begonnen met mijn aankomst op deze wereld.’
Artur Zmijewski:
Wanneer heb je dit inzicht?
Pawel Althamer:
‘Deze flitsen heb ik als ik hallucinerende paddestoelen gebruik. Op zulke momenten ervaar ik een grote continuïteit met de tijden als beschreven in geschiedenisboeken, beginnend met de mensen die wandschilderingen in grotten maakten. De eerste keer dat ik paddo’s had geslikt heb ik mijn kleren afgeworpen en ben in mijn nakie door het bos gehold, luid schreeuwend, als een wildeman die voor het eerst ontdekt armen en benen te hebben. Op de top van een heuvel heb ik uitgerust, terwijl ik het licht op de takken bewonderde. Ik was hevig geïntrigeerd door een blad waaraan een spinnenweb zat en vervuld van een diep gevoel van wildernis, van primitiviteit, wat me een enorme kracht bezorgde. Maar na een uur begon ik me te schamen, ik was er zeker van dat alle mensen in de wereld zouden weten wat voor idioot ik van mezelf had gemaakt. En dat op een onbewust niveau, wat betekent dat ik in het collectieve onderbewuste voorbesta als iemand die een schaamteloze daad had verricht. Ik zag letterlijk overal ogen en oren. Noem het een prelude voor Big Brother, maar dan big, big, big.’
Artur Zmijewski:
Ben je in staat om al deze onzichtbare verhalen via kunst over te brengen?
Pawel Althamer:
‘Ik geef er de voorkeur aan een specifieke ruimte te ontdekken, hier en nu. Ik ben er veel mee bezig hoe ik die hier en nu ervaring die ik zo sterk heb, kan vertalen voor het publiek. Ik had ooit een boek De kunst van het vergeten. Het ging niet zozeer over vergeten maar over hoe het bewustzijn leeg te maken van overtollige dingen, van de barokke laag van onnodige decoraties. Het ging over het zien van dingen zoals ze zijn. Ik verloor dat boek kort na het lezen van het voorwoord, wat ook wel weer mooi klopt bij zo’n titel. Maar zijn de strekking ervan is me altijd bijgebleven: Het herstellen van de gevoeligheid die kinderen vaak bezitten en die maakt dat ze met verwondering naar alles kijken. Kinderen zijn volkomen onkritisch, hun hele wereld is prachtig, zijzelf zijn prachtig, alles wat ze doen is prachtig. Ze hebben geen enkel probleem met iets maken, want alles wat ze tekenen of schilderen is perfect. Hoe die verwondering vast te houden? Of hoe haar te verwerven?
Artur Zmijewski:
Je had een handleiding, maar die verloor je?
Pawel Althamer:
Als mensen eens in staat waren helder te zien…misschien dat dat wel tot een gevaarlijke, idiote situatie zou leiden, enige gekte. Want ineens zou het wel eens zo kunnen zijn dat iedereen een artistiek genie is. Stel je voor: het probleem van onsuccesvolle exposities zou niet langer bestaan, mensen zouden alles even fantastisch vinden. Slecht meubilair zou fantastisch slecht zijn, fantastisch oncomfortabel; lelijke huizen zouden superieur lelijk zijn, artistieke uitgeput, of uiteindelijk verwoest. Wij zouden raken aan oneindige schoonheid.’
Artur Zmijewski:
Lukt het je die verwondering te realiseren met gebruik van psilocybin?
Pawel Althamer:
‘Ja, hallucinerende paddestoelen zijn mijn leermiddelen. Alles wordt fenomenaal prachtig, eenvoudigweg omdat ik alle uitdrukkingen van de natuur zie, het hele bereik, het hele spectrum. Natuurlijk, laten we niet alles aan deze paddestoelen toedichten. Dergelijke visie is ook mogelijk met meer traditionele middelen. Misschien richt mijn hele techniek zich wel hierop, misschien heb ik daarom dit beroep gekozen.’
Artur Zmijewski:
Beroep? Je bedoelt sjamanisme?
Pawel Althamer:
‘Het is sjamanisme. Hoe anders kun je het betitelen dat ik naar een nieuwe plek kom en daar een duiventil bouw of alle dingen uit een galerie gooi, of dat mijn blik meer getrokken wordt door het open raam dan door de schilderijen ertussen? Dit zijn dingen die ik niet rationeel kan verklaren. Mijn werk bestaat uit een sequentie van vrij irrationele acties – ik noem het werken met intuïtie. Op zulke momenten ben ik me niet bewust van wat ik doe. Het rationalisme houdt er geen gelijke tred mee. Alleen achteraf vind ik soms wat analogieën, contexten en bevestigen de intuïties zichzelf.’
Artur Zmijewski:
Het leegmaken van iemands hoofd, het buitenlichamelijke reizen, praten met geesten – dergelijke intuïties laten zich toch niet gemakkelijk bevestigen?
Pawel Althamer:

De geest van Pawel Althamer, gematerialiseerd in het lichaam, zal nu tot u spreken en zegt: “Geest bestaat!” Mijn oma heeft erover verteld, maar ik heb ze nooit gezien; je kunt ze niet zien als je dat wilt, alleen op het juiste moment en de juiste plek. Wat ik wel heb gezien en ervaren kan beschreven worden als “geestelijk zien”. Het waren niet mijn fysieke ogen, maar mijn spirituele ogen die zagen. En ik zag een wereld die niet de wereld was die ik kende. Het was een onbekende, niet erkende wereld. En misschien was het ook een vergeten wereld. Ik was buiten mijn fysieke lichaam, ik was, zou je kunnen zeggen, op twee plekken tegelijkertijd.

Denk aan Robert Monroe’s boek Exteriorisation. Gebruik makend van oefeningen die daarin beschreven werden, ging ik door met mijn eerste, zeer korte en niet erg succesvolle trip door te dringen tot parallelle realiteiten. Ik beloofde mijn vriendin Joanna Mytkowska dat ik zodra ik meer ervaren zou hebben in het buitenlichamelijke reizen, ik haar zou bezoeken om hallo te zeggen. Joanna, wees niet bang. Niet alle geesten zijn boosaardig. De meeste zijn gewoon idioot, jagen rond in de materiële wereld, weten niet hoe ze eruit moeten raken. Dit is ook waar het Monroe Instituut toe dient – om toekomstige geesten te leren te leven in hun fysieke lichamen, hoe te bewegen door nieuwe werelden en nieuwe niveaus van realiteit te duiden.

Wat betreft mijn grootmoeder, Ik zag haar na haar dood op weg naar Afrika, in Parijs, slapend in een truck. Het lukte me toen uit mijn lichaam te geraken en daar was ze, in de stoel naast me. Dit waren sterke fysieke ervaringen en zeker geen dromen, want dat had ik geweten. Ze waren dood noch leven, dat zweer ik. Het was, zoals ik wel eens met een paddenstoel ervaren heb, een soort gemaskerd bal. Alle geesten gingen verhuld in lichamen, en de lichamen op hun beurt droegen kostuums en begaven zich op een prachtig vormgegeven podium. Het podium was de fysieke wereld en de kostuums zijn de fysieke lichamen - want we leven nu eenmaal in een wereld van geesten. Simpel zat. Ik was ooit een Indiaan, een Japanse strijder, een joodse jongen met de naam Abraham, opgejaagd door de nazi's. En ik was ridder. Wat zal ik nog worden?’
Artur Zmijewski:
Mag ik je danken voor dit gesprek en je bekentenis.
Pawel Althamer:
‘Er zijn maar weinig mensen die ervoor uitkomen geest te zijn. Dergelijke dingen hou je privé, want mensen slijten je al snel voor gek. En niemand wil gek genoemd worden, nietwaar. Iedereen wil slim, verlicht en normaal zijn, mens van vlees en bloed. Weet je, mensen zijn als de vingers van een hand, hoewel we gescheiden zijn. Maar er is een gemeenschappelijk bewustzijn, een HIJ. Ik heb deze onderlinge band vele malen gevoeld. Als het mag wil ik daarom ten slotte bij deze graag mijn ouders bedanken en de Heilige Vader zelf. Ik maak een grapje, uiteraard, maar wel een die mijn band met HEM uitdrukt. En als het mag zou ik graag een liedje willen zingen: “Dank je heer, oh dank u, U Almachtige in de Hemel.” Vader, ik dank u. Moeder, ik dank U. En jullie, broeders en zusters, laat me jullie allemaal danken. Tot u sprak uw broeder Sint Paulus, beter bekend als Petrus, geboren AD 1967 in een ziekenhuis in Karowastraat.’

Dit is een bewerkte vertaling van een interview dat verscheen in de catalogus Pawel Althamer Artur Zmijewski, So genannte Wellen und Phänomene des Geistes, Kunstverein für Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf , 2003, uitgever Revolver, Frankfurt a/Main.