N° 4 2004
Augustus/September



Kunst is oorlog

Medy heeft een luizenbaantje. Geen doorgeladen pistolen, geen hoongelach bij publieke optredens, valse verwensingen, kwaardaardige rap of ketchup, zelfs geen actie met tomaat. De staatssecretaris wordt gespaard. Zegt de staatssecretaris: de slechte economie noopt tot bezuinigingen. Zegt de de kunstwereld: okay, pech gehad, niks aan te doen.

Op een bijeenkomst in De Appel waar Catherine David haar definitieve vertrek uit Rotterdam bekend maakte, werd er door prominente cultuurvertegenwoordigers geklaagd dat er geen publiek debat was losgebarsten in reactie op de bezuinigingen in de cultuur. In andere landen zouden de kranten wekenlang hebben volgestaan met vlammende betogen, er zouden publieke debatten zijn georganiseerd, demonstraties, blokkades, nationaal protest. Niet in Nederland. Daar berust men in zijn lot. Een enkele ingezonden brief van wat musici, een protesterende academiedirecteur tijdens een prijsuitreiking, steunbetuigingen op een website, persberichten van Kunsten '92 en we hebben het wel weer gehad wat betreft het publieke protest.

Sommigen zien in die alomtegenwoordige lamlendigheid het bewijs van het failliet van het subsidiesysteem. Het jarenlang voeden van staatswege vanheeft een stelletje culturele moederskindjes opgeleverd die wereldvreemd en apatisch in de wereld staan. Moeder weg, kindje reddeloos verloren. Vermaarde subsidiehaters als Riki Simons en Hans Abbing zitten zich achter hun tekstverwerkers te verkneukelen. Beweren zij niet al jaren dat de Nederlanse subsidiecultuur elke vitaliteit en weerbaarheid uit de cultuur heeft weggezogen? Is het niet de subsidiezucht die de Nederlandse kunst tot de minst competetieve van de westerse wereld maakt?

Simons en Abbing mochten willen. De tijd dat musea bezet werden, mag dan voorbij zijn, maar dit soort strijdbaarheid is evenmin aanwezig in de door Simons en Abbing geprezen rest van de wereld, opererend onder de wetten van de door hun bezongen vrije markt. Overal in de westerse democratieën heeft apathie de plek ingenomen van actiegezindheid. Van pure armoe is de vakbond maar begonnen met het houden van enquêtes, omdat de leden voor geen loonmaatregel de straat nog opkomen. Democratie, je stem laten horen, is iets wat je in het stemhokje doet, liefst niet vaker dan eens in de vier jaar. De reset van de tijd zoekt iedereen het lekker zelf maar uit.

Men zegt dat het debat zich verplaatst heeft van de straat naar de media. Daar zijn nieuwe fora van belang heet het in de mediocratie. In 2004 richten wij onze proteststem niet tot Weisglas in de Tweede Kamer, maar tot Witteman in het Lagerhuis. We zingen niet meer in koor op het Malieveld of Museumplein, maar verkiezen liever het strijdlied op de voetbaltribune. In het boek Ensichtert (Keulen 2002) beschrijven Tom Holert en Mark Terkessidis hoezeer de oorlog in het Westen een vorm van massacultuur is geworden. Het vredige bestaan in de westerse democratieën, waar elk conflict genegeerd of verdoezeld wordt en elk schijnincident buitenproportioneel opgeblazen, wordt opgesierd met oorlog als lifestyle. Zie de vele oorlogsoutfits in de mode, de games en de terreinwagens. Ook in de kunst is het conflict in gelijke mate gesublimeerd. er wordt gestreden als nooit tevoren, zolang het maar niet te echt wordt, want het is maar kunst, weet je wel. Als de werkelijkheid vervolgens ingrijpt, maatregelen neemt, staat iedereen met de mond vol tanden en weet even niet meer wat te doen.

In het licht van deze westerse apathie, krijgt een nummer over performativiteit iets romantisch. Een oefening in betekenis en interactie. Blijft de vraag hoe performatief deze kunst eigenlijk is, in het licht van de huidige werkelijkheid?

Tadeusz Kantor, Sea Happening, 1967. Uit: Happening & Fluxus, Keulen 1970. Courtesy Anka Ptaszkowska

Amsterdam
Ketelhuis
30/06/04 - 04/07/04

I
Leontine invited me

II
Death to Everyone

III
De erfenis van Bourriaud

IV
Een vrouw die alleen scrabbelt

In de krant wordt de volgende dag de vis verpakt en in een boek niet; een boek moet langer mee en stelt dus andere eisen.

Bij Emmerik wint de passie, bij Wesseling de degelijkheid maar in beide gevallen blijft de kunst verloren achter.

Een boek is een boek en daar mag je wat van verwachten.

Ik weet niet waarom Langers werk zo goed als vergeten is, maar ik weet wel dat als je het leest, alle theoretische verwarring van de afgelopen veertig jaar van je afvalt.

Kunst begrijpen houdt in dat je snapt wat het virtuele object van het betreffende kunstgenre is.

"Feeling becomes clear and conscious only through symbols."

Thinking Forward

01/08/04  Geert van de Wetering

Het gevaar van een kwalificatie als ‘Oost-Europees’ is dat mensen direct onder een bepaalde noemer worden gebracht, met alle verwachtingen en vooroordelen van dien.

Hoe noem je de staten die nu voor het eerst deel van de Europese Unie worden? Voormalig Oost-Europees? Postcommunistisch? Als je naar de kaart van Europa kijkt, dan liggen de nieuwe lidstaten eerder in Centraal- en Noord-Europa, dan in het oosten.

Het is van belang om kennis te nemen van de kwesties die de inwoners van de nieuwe lidstaten in het algemeen en de kunstenaars in het bijzonder bezighouden, omdat deze ontwikkelingen ons namelijk net zo goed aangaan.

Gabriel Tarde leed aan chronische halfblindheid, een extreme vorm van bijziendheid die zijn academische werk ernstig beïnvloedde, maar desondanks het veelbelovende thema van een vrijwel vergeten, niettemin belangrijk werk, niet in de weg heeft gestaan.

1 2 3 4 5 »