Ik weet niet waarom Langers werk zo goed als vergeten is, maar ik weet wel dat als je het leest, alle theoretische verwarring van de afgelopen veertig jaar van je afvalt.
Kunst begrijpen houdt in dat je snapt wat het virtuele object van het betreffende kunstgenre is.
"Feeling becomes clear and conscious only through symbols."
De bestaansreden van kunst is dat mensen vol ervaringen en gevoelens zitten die zich niet volledig laten vertalen in taal, het gebruikelijke wetenschappelijke en filosofische reflectie-instrument. Schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, muziek, dans, theater, ja zelfs poëzie, romans en essays gaan over andere dingen dan met logisch, consistent redeneren zijn uit te drukken. Datzelfde geldt voor de technische kunsten die met fotografie, film, video, animatie, computers, machines, robots, microfoons, versterkers, synthesizers, sensoren en andere apparaten worden gemaakt. Kunst is uit op ‘presentationele kennis’, terwijl het de filosofie en wetenschap gaat om ‘discursieve kennis’. Discursieve kennis kan worden verwoord, opgeschreven, geanalyseerd, geabstraheerd, beredeneerd, bekritiseerd. Presentationele kennis kan niet onmiddellijk in begrippen worden gevangen en beschreven, daarom wordt ze omschreven of aangeduid met behulp van beelden of metaforen: ze toont zich. Een metafoor ofwel presentationeel beeld drukt haar betekenis uitsluitend uit met behulp van dat ene beeld. ‘Beeld’ dient hier zo ruim mogelijk opgevat te worden. Een beeld kan ook bestaan uit een melodie, een dans, een gebouw, een gedicht, een essay, et cetera.
Elke type kunst onderscheidt zich van andere kunstvormen en van alle niet-artistieke vormen doordat ze een specifieke illusie oproept die door het publiek als echt wordt ervaren. Deze definiërende illusie is datgene wat authentiek is aan kunst, datgene wat het bestaan van de betreffende kunstvorm legitimeert. Het is datgene in de kunst wat uitnodigt tot reflectie op het leven, want elke door kunst opgeroepen illusie is een symbolische verschijningsvorm van een aspect van ons biologische bestaan dat alleen via deze symbolische route aan reflectie kan worden onderworpen. Het woord reflectie betekent hier noch het zwijgzame verzinken in een kunstwerk om deelgenoot te worden aan het onzegbare - waar het modernisme op uit was -, noch de kunstkritische positionering en gelijktijdige decontextualisering van een kunstwerk, waar het in het postmodernisme om draaide. Reflectie is een bewustwordingsproces waarin alle menselijke vermogens worden aangesproken om die vermogens een ruimer bereik te geven. Reflectie houdt in dat je enerzijds je innerlijk verruimt door iets uiterlijks te bekijken (beluisteren, bespelen, et cetera), en anderzijds je kijk op de wereld verdiept door je innerlijk te beschouwen.
In haar onovertroffen Feeling and Form (1953) heeft Susanne K. Langer de illusie die door de verschillende vormen van kunst wordt opgeroepen benoemd als het ‘virtuele object’ dat in de betreffende kunstwerken aanwezig is. Binnen haar kunsttheorie wordt dit virtuele object actueel in de ervaring van de kijkers, luisteraars en gebruikers van die kunst, dat wil zeggen: in hen komt het tot leven. Bijzonder is echter dat Langer van alle haar bekende kunstvormen geprobeerd heeft te beschrijven wat het virtuele object is, niet alleen van de beeldende kunsten, maar ook van literatuur, theater en muziek. Terwijl Langer zelf haar filosofie ontwikkelde in de hoogtijdagen van het modernisme, is haar werk daar geen onderbouwing of apologie van: ze beschouwt het modernisme als een manier om in de diverse vormen van kunst datgene op te roepen waar het in alle kunst om gaat, namelijk ‘virtueel leven’. Virtueel leven is leven dat door de kunstbeschouwer actueel wordt gemaakt met behulp van de levende ervaringen die hij of zij in zich draagt. Virtueel leven heeft vele aspecten, zowel ruimtelijke als temporele, en alle kunsten hebben zich zo'n aspect toegeëigend. Elke kunstvorm symboliseert een kant van virtueel leven. Alle kunsten roepen de illusie op precies datgene te zijn wat ze zelf niet zijn, en die illusie is het virtuele object van de betreffende vorm van kunst.
In de schilderkunst wordt een ruimte-illusie opgebouwd door de rangschikking van vormen en kleuren op een plat vlak. Die ruimte is het virtuele object van de schilderkunst: op een schilderij zit het leven in de diepte, de schijnbare ruimte op het doek. Het virtuele object van de beeldhouwkunst is het ‘kinetische volume’ rond de sculptuur: de lege ruimte waarin de sculptuur zich als het ware lijkt te bewegen. De architectuur roept een virtueel ‘etnisch domein’ op: het maakt van een willekeurige locatie een plek waar een volk of bedrijf of huishouden is gevestigd. Beeldhouwkunst en architectuur zijn complementair. Het virtuele kinetische volume is een symbolische weergave van de persoonlijke ruimte rond ieder individu, en het virtuele etnische domein is een symbolische weergave van de gedeelde, maatschappelijke omgeving waarvan iedereen deel is. Dans bevat virtuele krachten: krachten waardoor de dansers elkaar lijken aan te trekken en af te stoten, terwijl zij zich in werkelijkheid vrij alle kanten op kunnen bewegen. Het virtuele object van muziek is het gecontroleerde, geïntensiveerde verloop van het heden, van de tijd die ritmisch en melodisch tot leven lijkt te komen, ook al tikt ze even levenloos door als altijd.
Romans geven de lezer de illusie echte mensen te leren kennen uit een levend verleden. Een roman is een met woorden geconstrueerd virtueel geheugen. In theater draait het om de virtuele toekomst: de kijker is niet geïnteresseerd in wat de personages vroeger hebben gedaan, zoals bij een roman, maar willen uitsluitend weten hoe het met ze afloopt. Dat kan twee kanten op gaan. De tragedie werkt de algemeen menselijke ervaring uit van de groei naar een hoogtepunt of naar rijpheid, waarna het verval inzet en de dood onvermijdelijk naderbij komt. In de komedie daarentegen, draait het om het gegeven dat in het leven nooit iets voorbij gaat en in eenzaamheid tot grote hoogte stijgt: altijd gebeurt er wel weer wat anders, treedt er een onvoorziene complicatie op, ontstaat er een vreemde samenloop van omstandigheden of toevallige ontmoeting die te zot voor woorden is.
Elke vorm van kunst roept, kortom, op eigen wijze een illusie van leven, van doorleefdheid, van aanwezigheid op, waardoor telkens een aspect van het bestaan toegankelijk wordt gemaakt voor reflectie. Nu is Feeling and Form geschreven voordat fotografie, film, video, interactieve installaties en dergelijke, als potentiële kunstvormen werden erkend of zelfs maar bestonden. Het boek stelt daarom aan de lezer de uitdaging te ontdekken wat het virtuele object is van de technische kunsten. Susanne Langer geeft in een appendix wel wat observaties over film, maar het virtuele object van film als kunst benoemt ze niet. Mijn stelling zou zijn (voorlopig): fotografie bevat virtuele stilstand, film bevat virtuele beweging en video bevat virtuele transformatie. Anders gezegd: stilstand is de definiërende illusie van de fotografie, beweging die van de film en transformatie die van de video. Bij het bekijken van foto's, actualiseert de stilstand zich in de kijker als de ervaring dat de tijd soms oneindig lang stilstaat. Bij het bekijken van films wordt de ervaring actueel gemaakt dat er alleen maar beweging bestaat, lichamen in beweging, zoals je dat soms in een droom ervaart en een enkele keer op straat of in een ruimte. Bij het zien van videokunst actualiseert zich de ervaring dat alles altijd eindeloos transformeert en dat het enige bestendige in onze wereld de metamorfose is. Zo lokken interactieve installaties virtueel gedrag uit: door te interacteren met het kunstwerk actualiseert dat gedrag zich in de bezoeker. Het gevoel dat je aan het interacteren bent met een levend systeem, is de definiërende illusie van interactieve kunst.
Kunst begrijpen houdt in dat je snapt wat het virtuele object van het betreffende kunstgenre is en welke vorm dit object aanneemt in een specifiek kunstwerk. Ik weet niet waarom Langers werk zo goed als vergeten is, maar ik weet wel dat als je het leest, alle theoretische verwarring van de afgelopen veertig jaar van je afvalt. Er bestaat een degelijk fundament voor het denken over kunst, ook over de nieuwste vormen ervan. En dit is het.
Susanne K. Langer, Feeling and Form. A theory of art developed from philosophy in a New Key, New York: Charles Scribner’s Sons, 1953.










