Op Manifesta 5 was jouw dvd-installatie Projection 1.2. te zien, waarin je historische, Tsjechische nieuwsfeiten combineert met fragmenten uit homevideo’s uit de stalinistische periode van de jaren zestig en zeventig. In de catalogus zeg je: ‘Het is net als bij een archeoloog die min of meer toevallig de lagen aarde verwijdert en sporen vindt van het verleden’ en ‘elke afbeelding is onderdeel van ons verleden en onze herinnering, zelfs als het geen historisch feit is’. Wat bedoel je daarmee?
‘Aan het einde van mijn studie ontdekte ik bij toeval de 8mm-filmpjes van mijn familie uit 1965. Ik besefte dat er een soort onontdekte, parallelle geschiedenis bestaat in dit soort films, waarin het verleden vanuit verschillende invalshoeken wordt getoond. Maar ik had het gevoel dat mijn afstand tot en kennis van het verleden, me er op de een of andere manier van weerhield om er op een onbevooroordeelde manier naar te kijken. Ik wilde deze gebeurtenissen, die plaatsvonden voordat ik ter wereld kwam, langzaam dichterbij brengen. Ik gebruikte met opzet de vergelijking met archeologie, omdat de beschrijvingen en verklaringen van de methodiek me helpen grip te krijgen op hoe naar historische beelden gekeken kan worden. Dat wil zeggen, ik zoek deze films niet in publieke archieven met een onuitputtelijke voorraad documentair materiaal. In plaats daarvan gebruik ik advertenties om filmmateriaal te verzamelen afkomstig van verschillende personen. Dit zijn getuigenissen van een specifiek gebied van de geschiedenis. Elke film heeft zijn eigen verhaal, bijvoorbeeld de reden waarom het werd bewaard. Dit beschouw ik als een onderdeel van wat ze voorstellen. Ik probeer relaties te vinden tussen de films die wij begrijpen en die een gevoel van “bij de geschiedenis horen” in ons oproepen, maar nog meer: die ons helpen de verbanden te leggen met het heden.’
Wat bedoel je met ‘zelfs als het geen historisch feit is’?
‘Elk van de gevonden films is, nadat ze door ons is geïnterpreteerd, "besmet" met onze ervaringen, onze kennis over datgene wat is afgebeeld. Oude films lijken gefilmde, echte gebeurtenissen waarheidsgetrouw te portretteren. Maar het tegendeel is het geval. Deze films laten een combinatie van motivaties en redenen zien waarom ze zijn gemaakt, wat ze moesten laten zien en welke indruk ze moesten achterlaten in hun tijd. Het patina, de zwart-wit kleuren, de krasjes en andere imperfecties, spelen een rol bij hoe wij ze nu zien. In die zin is het beeld dat er uit komt steeds weer anders.’
Hoe selecteerde je de verschillende fragmenten voor Projection 1.2.?
‘Voor dit project heb ik over een periode van een half jaar filmfragmenten verzameld via kennissen en met behulp van advertenties. Dit materiaal heb ik teruggebracht tot ongeveer veertien uur film. Ik heb er passages uitgehaald en herschikte de fragmenten, met als enig criterium de herkomst in de tijd. Daarna voegde ik er muziek uit die tijd aan toe, die ik tegelijkertijd met de filmfragmenten verzameld had. Dertien korte films werden hiermee samengesteld, elke behorend bij een bepaalde tijdsperiode. De oudste was uit de jaren dertig en de meest recente uit de jaren tachtig.’
De relatie tussen de verschillende fragmenten lijkt nogal arbitrair?
‘Ik beschouw de losse fragmenten samen als een onderzoek. Het was zeker niet mijn intentie om verbanden te leggen die meteen duidelijk zouden zijn, want dan zou het een onderdeel worden van de perceptie van een bepaalde periode. Er moeten verschillende interpretaties mogelijk zijn gebaseerd op een zekere ambiguïteit. Het beeld van het verleden zoals ik dat presenteer is, dankzij mijn persoonlijke redenen om dit materiaal op te sporen, mijn beeld van het verleden. Maar ik hoop dat de manier van werken die ik heb gekozen, de mogelijkheid openlaat voor de toeschouwer om te participeren en de films te zien vanuit zijn/haar eigen projectie’.
Jouw werk schijnt het westerse clichéverhaal van de Oost-Europese nostalgische ziel te bevestigen. Waarin ligt voor jou de noodzaak voor deze ‘kunst van de historische reflectie’?
‘Een vergelijkbaar cliché bestaat in Tsjechië over de Russen. Het is maar vanuit welke invalshoek je het bekijkt. Vanuit mijn optiek lijdt Europa aan een vorm van nostalgie verbonden aan de reconstructie van utopia, van een rechtvaardigere samenleving wat een bedrieglijk avant-garde project. Bij het kijken naar een groot voorgefabriceerd blok gebouwen en de overblijfselen van de sociale structuur van Oost-Europa, krijgt iedere linkse intellectueel tranen in de ogen vanwege het oprakelen van de in duigen gevallen dromen. De reconstructie van het verleden is voor mij niet hetzelfde als nostalgie. Reflectie op het verleden is voor mij de basis voor het begrijpen van de toekomst. Helaas is in mijn land het verleden wel degelijk een onderwerp van nostalgie en niet van reflectie. Maar als een toeschouwer mijn werk bekijkt vanuit een gevoel van nostalgie, zal hij niets speciaals zien, behalve zijn eigen emotie’.












