De trein tussen Washington en New York zit overvol. In vergelijking tot de kosten van Europese treinreizen, is het nogal een dure trein (met Groot-Brittannië als de geprivatiseerde uitzondering met zijn chaotische prijssysteem en competitive system). De meeste passagiers lijken zich bezig te houden met een of ander bedrijf of regering, de enkelen in de trein die geen driedelig pak dragen, of Blackberries gebruiken, zijn rechtgeaarde studenten die zich verplaatsen op de hoofdroute van Washington naar Boston. De meeste zitplaatsen in de trein zijn face to face, twee paar stoelen tegenover elkaar, met een tafel ertussen. Elke stoel is dicht genoeg bij een stopcontact om ervoor te zorgen dat er genoeg mogelijkheden zijn om de laptops van stroom te voorzien. Die worden dan ook meteen opengeklapt wanneer de trein vol loopt. Het interieur is gebaseerd op de standaard Europese stijl voor hogesnelheidstreinen met enkele aangepaste culturele elementen. Met name het overdreven strakke toilet van roestvrij staal ziet eruit alsof het, wanneer nodig, elk moment schoongespoten kan worden. Het richt zich statig op alsof het een orkaan moet overwinnen. Beeldschermpjes aan het eind van elke wagon kondigen aan dat je kunt luisteren naar ‘licht klassiek’ op zender 1, ‘lichte jazz’ op zender 2 en ‘licht hedendaags’ op zender 3. Maar niemand luistert, bang om zachtjes weg te doezelen bij de muziek. Er is ook een stille wagon waar de stilte streng wordt opgelegd door een treinmedewerker die de reizigers er regelmatig en luidruchtig op wijst dat ze stil moeten zijn als ze daar willen blijven zitten. De trein beweegt zich door een landschap met aan de rand van elke stad dichtgespijkerde huizen. Er passeert een overdaad aan roestige en bouwvallige, voormalige fabrieken in een eindeloze keten van verlatenheid. De energie van de treinreizigers en het voortdurende gezoem van hun gepraat staat in direct contrast tot de verpauperde wijken en falende industrie, aan de andere kant van het venster. Een man praat hard in zijn telefoon, we krijgen een eenzijdig gesprek te horen waarin hij er iemand van probeert te overtuigen dat ze twintig keer zoveel dan het voorgenomen budget moeten besteden aan de een of andere data processing software. Hiermee probeert hij de overdaad aan analyses, die hebben geleid tot een excessieve groei van het management, nog eens aan te wakkeren in een toch al verpeste omgeving. Hij klinkt overtuigend. Aan het einde van het gesprek belt hij zijn baas op om te melden dat hij zich stom heeft gedragen en hen wellicht ergens in heeft geluisd en dat ze allemaal zo snel mogelijk een keer moeten gaan jagen. Er is geen kik van ongenoegen te horen en wordt niet met dempende stem gesproken in de wagon tijdens dit openlijke exposé van corruptie.
Rondom de centrale toren van de hoofdkwartieren van de Verenigde Naties zijn een aantal gebouwen met platte daken te vinden. Het zijn verfijnde structuren die het complex echt ‘af’ maken en contrasteren met de puurheid van de toren. Deze lage gebouwen vormen een reeks van platformen die worden gebruikt als posities voor scherpschutters en uitkijkposten tijdens belangrijke vergaderingen van de VN. De scherpschutters blijken allemaal mannen te zijn. Ze luieren, drinken en gapen, wrijven in hun ogen, ze trekken hun riemen aan en hun jassen recht. Op elk moment scant een aantal van hen de omgeving af met verrekijkers. Zoals met mensen die op grote hijskranen werken, moet je heel goed opletten om het moment te zien waarop hun dienst erop zit. De voortdurende bewegingen en interacties van de mannen vermengen zich langzaam met de voortdurende cadans van veranderende locaties en aandachtspunten die bijna ontspannend werkt en je aandacht afleidt naar elke andere onregelmatigheid of detail. Pas als ze weg zijn merk je dat je het moment gemist hebt. Je kijkt en ze zijn er niet meer. Het is onduidelijk of het deze mensen zijn die het middelpunt vormen van de bescherming en observatie. Misschien zijn ze slechts de zichtbare vorm van surveillance, fungeren ze gewoon als een afleiding en worden zij weer door anderen die compleet uit het zicht blijven, in de gaten gehouden.
Voorgefabriceerde, betonnen barricades worden aan elkaar geregen met haken aan de bovenkant van elke unit, zodat de onderdelen op hun plaats kunnen worden gebracht met gestandaardiseerde, mechanische graafmachines met een haak in plaats van met een schep. Een graafmachine kan zo eenvoudig elk onderdeel van de barricade optillen en op zijn plaats zetten, de lengte van elke unit is zodanig uitgekiend dat het precies dat gewicht bevat dat een standaard machine, die al in deze wereld bestaat, aan kan. Elke afzonderlijk onderdeel van de betonnen barricade krult op vanaf de basis van zijn lange zijde. Deze vorm verzekert stabiliteit maar zorgt er ook voor dat als je op de barrière afrijdt in een hoek van negentig graden, je wordt opgetild en dat de auto of vrachtauto van het beton weg wordt gedraaid en gerold, weg van het te bereiken doel. Op snelwegen en kruispunten gebruiken ze dezelfde betonnen mallen.
Er is een park in een zijstraat die met zorg is ontworpen. Dichtbij staat een nieuw type barrière. Deze herhalen de vorm van de betonnen varianten die zich over de stad hebben verspreid, maar ze zijn gemaakt van plastic. De plastic vormen kunnen door een paar mensen op hun plaats worden gebracht in plaats van dat er een aangepaste graafmachine voor nodig is, ze worden met water gevuld om ze gewicht te geven. Het park zelf ligt op een betonnen plateau. De betonnen basis komt uit op een watermuur aan de achterkant van de toegewezen ruimte, die voor variatie zorgt door het gebruik van een gebrokkeld, stenen oppervlak. De stenen blokkeren het water, doen het water van richting veranderen dat dan weer wordt teruggepompt naar een klein stroompje water dat langs een kant van het park loopt en uiteindelijk weer uitkomt aan de bovenkant van de watermuur. Het park bestaat uit twee niveau’s. Er is een hoog terras dat gedeeltelijk beschermd wordt door de regelmatige vorm van een overkapping bestaande uit horizontale aluminium buizen, die aan elke kant worden omzoomd door sfeervolle lichtelementen. Verspreid rond het middenplein van het park en bovenop het hoge terras staan een groot aantal groengeschilderde Bertioa stoelen of overtuigende replica’s ervan en kleine, ronde tafels die lijken op iets dat Arne Jacobsen zou hebben kunnen ontwerpen. Het is niet toegestaan om te roken in het park, maar je kunt er eten, drinken, uitrusten of een boek of tijdschrift lezen. Als je probeert om een sigaar, pijp of sigaret op te steken, vraagt een van de leden van de onderhoudsdienst je nadrukkelijk om het park te verlaten.
Het boek Relational Aesthetics van Nicolas Bourriaud heeft veel aandacht getrokken, met name binnen de Angelsaksische cultuur. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten was het boek aanleiding om de min of meer succesvolle pogingen opvattingen over de sociale functie en potentie van kunst nieuw leven in te blazen, dan wel ze te bekritiseren. De belangrijkste thema’s in het boek worden eruit gelicht en letterlijk geïnterpreteerd, in relatie tot een verkeerde interpretatie van de meeste kunstwerken van de kunstenaars waarnaar verwezen wordt. De meeste werken worden gereduceerd tot afbeeldingen of de opvatting dat het artistieke, autoritaire primaat aan de basis van elke handeling overheerst, wanneer het werk van een kunstenaar als Rirkrit Tiravanija in overweging genomen wordt. Kunstenaars wier werk met een complex geheel van verwijzingen, daadwerkelijk de opvattingen in het boek illustreren, worden in de kritiek op het boek over het hoofd gezien.
Een van de belangrijkste punten waar zo aan wordt voorbijgegaan is de gecompliceerdheid van de dynamiek van de tentoonstellingspraktijk in relatie tot wat kunstenaars nu doen. De sleutel tot veel recent werk is een verzameling van nieuwe samenwerkingsverbanden die tussen verschillende kunstenaars en curatoren worden ontwikkeld. Het is niet bij alle tentoonstellingen en producties mogelijk om het auteurschap aan kunstenaars toe te wijzen.Net zo min als het mogelijk is om elk verschil op te heffen. De verandering in de relaties is echter niet alleen beperkt tot een diffuse relatie tussen de kunstenaar en het denkbeeldige publiek.
Ik sta in het park naast de ingang. Er is een grote, betonnen muur die naar een kant uitloopt. De muur loopt aan een kant naar beneden totdat het de grond ingaat. De andere is hoog en wordt gekruist door een andere betonnen barrière. Deze tweede barrière wordt onderbroken door een gat. Het gat is groot genoeg voor twee volwassenen om tegelijkertijd in te kruipen. De breedte van de betonnen muur is een twintigste van zijn lengte in dit tweede deel en een veertigste van zijn lengte in het eerste deel. De randen van de onderbreking zijn licht afgekant en het hele oppervlakte van het beton is glad, het is met de hand geschuurd nadat het gegoten is met gebruik van een gladde bekisting. Nabij de betonnen structuur is een element van een wegbewijzeringproject waar ze twintig jaar geleden aan zijn begonnen. Op verschillende plaatsen in de stad zijn nieuwe wegwijzers geïnstalleerd met vreemde instructies. Men dacht dat het misschien noodzakelijk was om vage informatie te geven die refereerde aan tijdelijke condities. Indicaties die onder bepaalde omstandigheden waarin alle dingen gelijk zijn aan elkaar, het soms mogelijk maken om A of B of 1 of 3 te zien.












