België na Hoet
Wim Peeters en Ann Demeester in gesprek

De rel rond Doroshenko lijkt de laatste stuiptrekking van een generatie die het lang voor het zeggen heeft gehad in de Belgische kunst. Een nieuwe generatie heeft zich gemeld en is inmiddels aan de slag in eigen kunstcentra. Ze proberen zich niet te veel aan te trekken van het gekrakeel.

Donkere wolken stapelen zich op boven het Belgische kunstlandschap, nu de Raad van Bestuur van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent al na één jaar besloot om directeur Peter Doroshenko te ontslaan. De officiële reden is een verschil van inzicht in de te volgen koers tussen Doroshenko en de Raad van Bestuur. Maar het gerucht gaat dat Jan Hoet, lid van het bestuur, erachter zit. Het lijkt er op alsof de nieuwe generatie in de persoon van Doroshenko door de oude garde is gedwarsboomd.

Het ontslag leidde tot veel onbegrip en kritiek in de Belgische kunstwereld; een zeventigtal kunstenaars, curatoren en verzamelaars onderschreven een petitie die vooral de vorm van het ontslagproces aanklaagde. Helaas werd het ondertekenen veelal gezien als een aanval op Jan Hoet, waarmee de oude splitsing tussen het kamp van Hoets aanhangers en dat van zijn afvalligen weer terug is in de Belgische kunstwereld. Een fictieve tweekamp, waarvan menigeen in België hoopt eindelijk verlost te zijn.

Op uitnodiging van METROPOLIS M spreken twee vertegenwoordigers van een nieuwe generatie Belgische curatoren (beiden ondertekenaars van de petitie) elkaar: Wim Peeters (1973) en Ann Demeester (1975). Peeters is een belangrijke pion in het huidige Belgische kunstlandschap. De voormalig assistent van Zeno X Gallery en artistiek-directeur van het Antwerpse Nieuw Internationaal Cultureel Centrum (N.I.C.C.) opereert nu als (stichtend) directeur van het net geopende, onafhankelijke centrum voor hedendaagse kunst Extra City. Demeester heeft als directeur van W139 in Amsterdam van een afstand zicht op de Belgische kunstwereld, waar ze tot 2002 als curator nauw samenwerkte met Jan Hoet (onder meer de Poëziezomers van Watou in 2000 en 2001, solo’s van Luc Tuymans en Raoul De Keyser in het SMAK en tentoonstellingen in het nieuwe Marta Herford Museum in Herford in Duitsland).

Roos Gortzak:
Kun je me in het kort vertellen wat Extra City is?
Wim Peeters:
‘Extra City is een nieuw centrum voor hedendaagse kunst in een voormalig graansilocomplex op ’t Eilandje, de oude havenbuurt in het Noorden van Antwerpen. We proberen de dynamiek van Antwerpen met dit havengebied verbinden. Momenteel is dit het belangrijkste stadsvernieuwingsgebied en er zijn wilde plannen van verschillende projectontwikkelaars om het tot het nieuwe culturele centrum van Antwerpen te maken. Dit is echter vooral gedacht vanuit een zakelijke optiek en gaat voorbij aan de specifieke realiteit van de periferie waarin Antwerpen zich bevindt ten opzichte van de driehoek Londen, Parijs en Nordrein-Westfalen. Extra City probeert iets aan die situatie te veranderen vanuit een soort post-corporate mentaliteit. Samenwerking moet specifiek zijn en kan niet enkel dienen voor het vergroten van marktaandelen of macht. Daarom tracht Extra City met een aantal bestaande organisaties samen te werken en een plaats in te nemen naast het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen.’
Roos Gortzak:
In een programma-aankondiging van de radiozender Klara (die ter gelegenheid van jullie opening op 20 november ter plekke een live radioprogramma maakte) heb ik gelezen dat Extra City vanaf de eerste tentoonstelling ‘een radicaal internationale koers’ wil varen. En dat dit een noodzakelijke piste is, als men de hedendaagse kunst in Vlaanderen op de internationale kaart wil zetten. Gebeurt dat niet al genoeg in musea als SMAK en MUHKA?
Wim Peeters:
‘In België waren er tot het begin van de jaren negentig geen subsidies voor hedendaagse kunstinstellingen. Met als gevolg dat de artistieke leiders van de paar instellingen (SMAK en MuHKA) die er wel waren het verloop van de Belgische kunst bepaalden. Er is door die groep (met onder anderen Jan Hoet) veel opbouwwerk verricht, maar ook in hun schaduw werd gebouwd. Neem Bart de Baeres tentoonstelling This is the show and the show is many things, Laboratorium van Barbara Vanderlinden en Hans Ulrich Obrist, Troublespot Painting van Luc Tuymans en Narcisse Tordoir, of Cathy Dezeghers Invisible the visible. Pas nu realiseren we het belang van deze alternatieve tentoonstellingsgeschiedenis voor de ontwikkeling van hedendaagse kunst in België.’
Ann Demeester:
‘Het is de paradox van België dat het altijd heel provinciaal is geweest op het vlak van organisatiestructuren, maar dat de kunstscene tegelijkertijd ook een internationale uitstraling en oriëntatie had. Het is nooit puur lokaal geweest.’
Wim Peeters:
‘Ja, maar dat internationale karakter staat wel op de tocht als belangrijke Belgische curatoren uit financiële of inhoudelijke noodzaak naar het buitenland migreren. Het vertrek van mensen als Barbara Vanderlinden, Chris Dercon, Cathy de Zegher, Dirk Snauwaert en Jan Debbaut deed toch geloven dat de kunstwereld in België een provinciale aangelegenheid is, die je wel moet verlaten om te groeien. Het bracht bovendien een soort leegte in het Belgische kunstlandschap. Extra City is een poging het autonome verhaal van Hoet met het tegenovergestelde verhaal van iemand als Barbara Vanderlinden te combineren. Ik vind het belangrijk dat de relatie tussen kunst en de wereld wordt onderzocht en dat er vandaar uit een discours kan ontwikkeld worden, niet over kunst, maar naar aanleiding van kunst. Vandaar dat ik in Extra City’s openingstentoonstelling Dedicated to a Proposition een brug sla naar de internationale politieke situatie vandaag. De tentoonstellingstitel is ontleend aan een toespraak van Abraham Lincoln uit 1863, die een utopische horizon beschrijft in de politiek onrustige era van de Amerikaanse burgeroorlog.’
Ann Demeester:
‘Het is een interessant moment om bij de instellingen voor hedendaagse kunst in België stil te staan, nu Doroshenko net is ontslagen. Zijn ontslag heeft een soort loopgravenoorlog tot gevolg tussen twee kampen: een voor en een tegen Jan Hoet. Die schijntegenstelling tussen twee groepen is een probleem. Het is de hoogste tijd dat een instelling losgekoppeld wordt van de persoon. In België is dit onmogelijk, omdat de instellingen voor hedendaagse kunst vaak nog zulke particuliere initiatieven zijn en louter drijven op het persoonlijke engagement van een handvol individuen. Het is goed dat er nu een dynamische institutionalisering plaatsheeft, dat er naast de musea voor hedendaagse kunst ook instellingen komen zoals Extra City en Wiels in Brussel (dat in 2005 onder leiding van Dirk Snauwaert zal openen). Maar ook Extra City blijft een particulier initiatief, verbonden aan jouw persoon, Wim.’
Wim Peeters:
‘Ik zie dat anders. Elke startsituatie is persoonlijk, maar dat blijft niet altijd zo. MoMA is ook als particulier initiatief begonnen, maar heeft een abstract niveau – los van haar oprichter – bereikt. Dat kan ook hier. Alleen hebben we nog niet voldoende historische afstand om dat in te zien. We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling, omdat ons eerste museum voor hedendaagse kunst pas in 1987 opende.’
Ann Demeester:
‘In Nederland is er geen gebrek aan onafhankelijke tentoonstellingsplekken, zodat je als kunstenaar wel echt een loser moet zijn om geen platform voor je werk te vinden. Zo was W139 een tijdlang de antichambre van de rest van het Nederlandse kunstcircuit. Een laagdrempelig krakersinitiatief waar alles kon met het gevolg dat de kwaliteit van de tentoonstellingen nogal eens onder de maat was. Ik wil W139 tot een plek maken tussen instellingen als De Appel en Witte de With met hun strakke tentoonstellingsplanning, en de meer vrijblijvend opererende kunstenaarsinitiatieven in. Een plek die flexibel genoeg is om ruimte te creëren voor interessante plannen, maar met een gelimiteerde vrijheid. Ik presenteer een veelzijdig tentoonstellingsprogramma, dat niet vanuit een theoretisch kader vertrekt maar vanuit het individuele oeuvre van de kunstenaar, of die nu net afgestudeerd is of zich op een ander punt in zijn of haar carrière bevindt. Door een intensief gesprek met de uitgenodigde kunstenaars aan te gaan, hoop ik hen tot interessante, nieuwe werken te stimuleren. Ik wil dat W139 een plek is waar kunstenaars risico’s kunnen nemen, waar wordt gevallen en weer wordt opgestaan, maar waar niet langer maar wat wordt aangerommeld onder het motto anything goes.’
Wim Peeters:
‘Ook Extra City heeft geen vastomlijnd theoretisch programma. Na deze eerste groepstentoonstelling, waarin de relatie van kunst tot politiek wordt onderzocht, volgt een tentoonstelling rondom het werk van Narcisse Tordoir. Ik wil het werk van kunstenaars in een nieuwe context plaatsen, zoals nu met Guy Mees bijvoorbeeld. Door zijn werk nu eens niet in een formele tentoonstelling te plaatsen, krijgt het heel andere connotaties.’
Ann Demeester:
‘Dat is een mooi streven. Voor mij kenmerkt Extra City zich door een soort positieve megalomanie, vergelijkbaar met die van kunstenaars als Luc Tuymans en Jan de Cock – als je op het persbericht afgaat in ieder geval. Ik begrijp dat het een slimme retorische zet is om je te plaatsen tussen grote kunstcentra in Londen, Parijs en Keulen in, maar het duurt vaak wel een aantal jaar voordat je zulke vergelijkingen waar kunt maken. Hoe dan ook is het van groot belang dat Extra City er is, als onafhankelijk instituut dat ook een platform voor Belgische kunstenaars kan zijn. Nederland en België zouden beter naar elkaars beleid voor hedendaagse kunst moeten kijken.’

Extra City, Dedicated to a proposition, 20 november t/m 20 februari, www.extracity.be

W139, Maze de Boer, Tijdelijke halte Post CS, wachten op het moment van vertrek, 5 februari t/m 6 maart www.w139.nl