Het tijdschrift Pages van Nasrin Tabatabai en Babak Afrassiabi is een tweetalige uitgave (Engels en Farsi) dat wil functioneren als een platform voor uitwisseling en samenwerking tussen kunstenaars, schrijvers en architecten in Iran en daarbuiten. Tot dusver verschenen drie nummers met de thema’s Public & Private, Play & Locations en Desire & Change. De bijdragen zijn zowel qua inhoud als invalshoek divers; een portret van de Iraanse kunstenaarsgroep Arta, een interview met Steven McQueen of een studie naar aspecten van de openbare ruimte in een stad als Teheran. De brede aandacht voor kunst, cultuur, architectuur en openbare ruimte doet denken aan een blad als Open. Toch is de inzet ervan heel anders.
Ingrid Commandeur:
Kun je iets vertellen over de motivatie van jou en Babak Afrassiabi om een tijdschrift als Pages op te zetten?
Nasrin Tabatabai:
‘Het idee ontstond in de zomer van 2003. Ik was toen in Iran voor onderzoek en we hadden al een tijdje een project in gedachten dat zou moeten gaan over hoe je een andere cultuur kunt representeren, over hoe je de diversiteit in betekenis en productie binnen een cultuur kunt laten zien. We hadden behoefte aan een uitwisseling van ideeën buiten de gangbare wegen om. Een tijdschrift leek ons daar het meest geschikte medium voor. Maar een blad maken en distribueren betekent in de ene context iets anders dan in de andere. In Iran speelt het nieuws en de pers een belangrijke rol in de sociaal-politieke ontwikkeling van het land. Dus een van de belangrijkste vragen die we onszelf stelden was: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de manier waarop wij een nieuwe circulatie van ideeën willen bevorderen, niet wordt gereduceerd tot het louter bevestigen van de uitgemergelde metaforen van de culturele, sociale en politieke verschillen in een zogenaamde globale wereld? We zien Pages als een artistiek project, waarbij het leerproces en het onderzoek naar hoe het werkt om van buitenaf binnen een ander cultureel systeem te kunnen functioneren centraal staat.’
Ingrid Commandeur:
Kun je in het kort vertellen welke onderwerpen tot dusver in Pages aan bod zijn gekomen?
Nasrin Tabatabai:
‘In Pages #1 hebben we aandacht besteed aan verschillende verschijningsvormen van publiek en privé in film, fotografie, theater en architectuur in Iran. Deze keuze werd gemotiveerd door de rol die dit onderwerp speelt in het dagelijkse leven van Iran en de culturele producties, waar de grote tegenstellingen zowel de ruimte van het private als het publieke regeert. Een onderwerp dat tevens interessant is te bekijken vanuit een globale context, bijvoorbeeld binnen de context van andere Europese steden waar verschillende culturen en religies samenleven. In elk nummer proberen we te onderzoeken hoe bepaalde lokale gespreksonderwerpen en artistieke producties de omstandigheden laten zien waarin ze gemaakt zijn. Vanaf het tweede nummer van Pages hebben we ook auteurs van buiten Iran uitgenodigd. Die samenwerking is belangrijk.’
Ingrid Commandeur:
Hoe wordt de distributie van Pages in Iran nu georganiseerd?
Nasrin Tabatabai:
‘Dat is het moeilijkste gedeelte van het project. We kunnen Pages in Iran niet via officiële kanalen verspreiden en we hebben dat ook niet geprobeerd, overigens. Maar we zijn geen underground tijdschrift, we zijn niet gecensureerd. Het is onze eigen beslissing om Pages vrij te verspreiden, via een persoonlijk netwerk van professionele contacten. Het doel is niet om Pages in heel Iran te distribueren, maar onder een geïnteresseerde groep van schrijvers, denkers, filmmakers, architecten, kunstenaars, et cetera.’
Ingrid Commandeur:
Hoe reageert men op Pages in Iran?
Nasrin Tabatabai:
‘We onderscheiden ons in inhoud en vorm duidelijk van al bestaande, meer politiek getinte bladen. En men ziet ons helemaal niet zozeer als buitenstaanders. Waarschijnlijk ook omdat wij bewust zoeken naar een netwerk waarbinnen je gelijksoortige ideeën en manieren van werken kunt delen. Het is een proces van wederzijds vertrouwen dat steeds meer groeit.
Dat geldt trouwens ook voor de interesse in ons project buiten Iran. Het is voor iedereen meteen duidelijk dat het een blad is dat niet gefixeerd is op één culturele dimensie.’
Ingrid Commandeur:
Pages is opgezet vanuit Nederland. Zouden jullie hetzelfde project hebben kunnen opzetten vanuit Iran?
Nasrin Tabatabai:
‘Dat had wel gekund, maar dan zou het niet hetzelfde betekenen als nu. Wat het voor ons interessant maakt is de afstand die we hebben ten opzichte van het land. De afstandelijke blik verandert je perceptie en vormt het uitgangspunt voor een interessante dialoog tussen in een cultuur staan of juist erbuiten staan. Als ik zelf in Iran zou wonen, denk ik niet dat het zo’n uitdaging voor me zou zijn geweest als het nu is.’
Ingrid Commandeur:
En in praktische zin?
Nasrin Tabatabai:
‘In Iran kun je alleen iets publiceren of distribueren met officiële toestemming. Informatie wordt gereguleerd en gefilterd in informatiecentra. Als de inhoud van een publicatie te kritisch of politiek van toon is, kan dat problemen opleveren, maar als je binnen bepaalde grenzen blijft niet. Maar ik zou dat geen censuur noemen, restrictie is een beter woord.’
Ingrid Commandeur:
Waar ligt voor jou het verschil tussen censuur en restrictie?
Nasrin Tabatabai:
‘Mensen leren steeds nieuwe strategieën om met vormen van culturele regulering om te gaan. Dat is juist wat Babak en mij fascineert: strategieën van culturele productie en distributie. Hoe men in Iran nieuwe strategieën vindt. Om een voorbeeld te geven, in Iran worden veel tamelijk kritische films, met name documentaires, geproduceerd, soms zelfs met geld van officiële kanalen. Op de één of andere manier weten de filmmakers de restricties te omzeilen. Publieke vertoning van dergelijke films in Iran is meestal verboden en problematisch, maar de films komen wel terecht op festivals buiten Iran, omdat het niet verboden is een film in digitale vorm, naar een privé-persoon buiten Iran te sturen. Dat is een vreemde contradictie, waarmee duidelijk wordt dat de regering dit soort informatiestromen niet kán reguleren of stopzetten, daarvoor is de inzet van de makers eenvoudigweg te groot.
Een ander markant voorbeeld is de enorme populariteit van weblogs onder jongeren. Weblogs zijn voor hen een nieuwe, belangrijke publieke ruimte van uitwisseling en communicatie geworden. Ik ken een voorbeeld van een weblogger wiens informatie gefilterd werd. Uit protest namen een groot aantal webloggers de volgende dag zijn naam aan waardoor het systeem plat lag en het verbod niet meer mogelijk was. Schrijvers in Iran hebben een speciale manier van schrijven geleerd waarbinnen ze de eigenlijke betekenis van een tekst verstoppen, waardoor ze toch een kritische tekst kunnen publiceren en een boodschap over brengen. Censuur zoals we dat twintig jaar geleden kenden, bestaat nu niet meer, mensen vinden links of rechts hun eigen weg.’
Ingrid Commandeur:
Heb je dan nooit zelf een vorm van zelfcensuur ondervonden?
Nasrin Tabatabai:
‘Ja, natuurlijk wel, ook in het geval van Pages. Maar ook hier zou ik het in ons geval liever bewuste strategie dan zelfcensuur noemen. Het gaat ons, zoals ik eerder zei, om het geleidelijke leerproces.Voor ons is het belangrijkst dat het project groeit, we zijn er niet bij gebaat dat we vanwege een verkeerd woord verbannen worden. We zijn niet geïnteresseerd in politiek maar in kunst, maar we zijn ons er wel van bewust dat alles in Iran indirect een politieke handeling is. Provocatie is voor mij geen manier om een dialoog of een proces van uitwisseling te starten, zeker niet in deze tijden waarin alles zo gecompliceerd en gefragmenteerd is geworden. Eigenlijk gaat dit niet alleen op voor de kunst, bij alle aspecten van het leven vraag je je af hoe je je wilt of kunt uiten.’
Bestel dit nummer
Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:
Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M
Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs
Bestel nu