Jota Castro

Den Bosch
SM's (Stedelijk Museum 's Hertogenbosch)
24/09/05 - 04/12/05

Een opgezet varken met afgesneden kop dat een oranje voetbalshirt draagt met het nummer veertien en de naam Van Gogh - het is niet het eerste wat je van een oud-diplomaat mag verwachten. Jota Castro (Peru, 1965), ooit werkzaam voor de Verenigde Naties en de Europese Unie, verwerkt de actualiteit tot confronterende, beeldende kunst. Castro houdt ervan te irriteren, choqueren, beledigen zelfs. Het Europese immigratiebeleid, Guantanamo Bay, de oorlog in Irak, de macht van Berlusconi: de toestand in de wereld wordt dwars en kritisch onder de loep genomen. Castro’s strategie en bevlogenheid lijken daarbij op die van de natuurlijke vijand van de diplomaat - de demonstrerende antiglobalist. In plaats van de barricades op te gaan beperkt Castro zich echter tot het vocabulaire van de beeldende kunst.

Castro’s eerste museale solotentoonstelling in Nederland in het vernieuwde Stedelijk Museum ‘s Hertogenbosch (voorheen Het Kruithuis) omvat tien directe, maar ook vrij nette werken. Zijn beelden, installaties en video’s bekritiseren wellicht de politieke werkelijkheid, maar voegen zich ook wonderwel in de context van het museum en krijgen daardoor iets onschadelijks. Thema van de expositie Taking Part is de Europese grondwet. Door zijn vroegere carrière weet Castro als geen ander wat de dagelijkse werkelijkheid van Europa inhoudt. En het mag duidelijk zijn, hij is geen groot fan. In Breaking Flags zijn de lijsten om een serie vlaggen van (toekomstige) Europese lidstaten stukgeslagen. In de video Doing it to death wordt een met de EU-vlag beschilderde kont op monotone wijze sufgeneukt. Op de Euroseat kan je ‘typisch Europees’ lekker navelstaarderig in de spiegel kijken. En in Constitution is alvast een voorschot genomen op het versnipperen van de grondwet. Hoe kritisch dit ook allemaal mag lijken, wat Castro ermee beoogt is niet helemaal duidelijk. Benadrukt hij nationale ijdelheid en het streven naar een kapitalistische eenheidsworst? Bekritiseert hij de EU als onpersoonlijke politieke of juridische entiteit? Of is het louter een subversief commentaar op de gecorrumpeerde staat van de macht?

Uit de catalogus van de tentoonstelling, die in een andere samenstelling eerder al te zien was in het Palais de Tokyo in Parijs, blijkt dat Castro helemaal niet uit is op een dergelijke stellingname. Hij vertaalt de werkelijkheid weliswaar in politiekgeëngageerde termen maar wil met zijn werken geen manifesten of ideologieën verspreiden. ‘I’m trying to conceptualise and simplify in a funny and light way the opinion of a large majority of people worldwide.’ Als een soort kunstactivist, cartoonist bijna, probeert hij een vertaling of verklaring te geven van wat er om ons heen gebeurt. Hij ziet het daarbij als een belangrijke taak om de aanwezige informatie te ‘zuiveren’. De burger is volgens hem niet in staat de werkelijkheid goed te interpreteren omdat de voorlichting hierover onbetrouwbaar is. Particuliere eigenaren en geldschieters van kranten en tv-kanalen garanderen immers geen onafhankelijke informatievoorziening.

Het werk Torino Junknews geeft een samenvatting van dit standpunt. De verzameling doorzichtige vuilniszakken gevuld met recente kranten is eerder een droog dan ‘funny and light’ statement over de vluchtigheid van het nieuws en de kwaliteit van de media. Van hieruit is het een kleine stap naar Silvio Berlusconi. In de film Presidenzia Italiana is de ruzie die volgde nadat Berlusconi de socialistische Europarlementariër Martin Schultz quasi-serieus had uitgemaakt voor een ‘kapo’ in de concentratiekampen, verwerkt tot een lyrische opera. Een zangeres zingt de exacte dialoog tussen de twee politici na, waardoor de affaire een tragikomisch karakter krijgt. Castro giet het voorval in een andere vorm dan die van de media en vertaalt het naar een andere context met de bedoeling de misplaatste humor van Berlusconi te ontmaskeren als een opzetje om stemmen te winnen van ‘rechts’.

Het zuiveren (een vervelend woord in dit verband) van informatie betekent voor Castro het zichtbaar maken van de duistere machinaties achter de macht. Berlusconi streeft naar aandacht in de media, waarna hij altijd nog zijn uitglijder als een verkeerd begrepen grapje kan afdoen. Maar het kwaad is dan al geschied en de grenzen zijn weer een klein stukje opgeschoven, aldus Castro. Eigenlijk volgt Castro met zijn werk dezelfde tactiek (if you can’t beat them…). Zijn beelden, uitspraken of symbolen zijn net zozeer gericht op het schokeffect, worden ook als een soort soundbite de wereld ingezonden in afwachting van een reactie. In de beste gevallen leidt het tot woedende besprekingen in lokale kranten of een verhit debat in het parlement, maar werkelijk betrokken is het niet en dus ook niet werkelijk effectief. Je kunt je afvragen of Castro niet eerder een journalist is dan een kunstenaar. Hij controleert de politiek en vertaalt wat daar gaande is in directe, eenduidige en toegankelijke beeldbijdragen. Wantrouwend als hij is ten aanzien van de media heeft hij daarvoor een alternatief, autonoom medium gevonden: de kunst. En het werk lijkt ook op kunst, verhoudt zich in allerlei citaten tot kunst. Maar het laat tegelijkertijd zo weinig ruimte om zelf conclusies te trekken; het commentaar of protest is zo overduidelijk documentair dat er eerder sprake is van een karikatuur van kunst.

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop