Nederland 1

GOUDA
museumgoudA
05/03/06 - 05/06/06

In het historische centrum van Gouda achter de monumentale St. Janskerk, ligt het Catherina Gasthuis, ooit gebouwd als stadshospitaal en inmiddels in gebruik als huisvesting voor een zestiende- en zeventiende-eeuwse collectie schilderkunst en de collectie kunstnijverheid van het museumgoudA.

Aan weerszijden van de poort van het museum staan twee kleine, verweerde sculpturen van schilddragende leeuwen. Maar in plaats van het roodwit gestreepte wapen van de stad, staat op het schild van de linker leeuw de tekst ‘Tua Patria non existat’ en rechts de Nederlandse vertaling ‘Jouw land bestaat niet’. Het is een interventie van kunstenaarsduo Libia Peréz de Siles de Castro & Ólafur Árni Ólafsson. Zij is afkomstig uit Spanje, hij uit IJsland, maar beiden zijn tegenwoordig woonachtig in Rotterdam. De tekst op de schilden refereert niet alleen aan het culturele limboland waarin migranten zich soms bevinden, het lijkt ook te verwijzen naar de keerzijde van onze geglobaliseerde wereld: de wereld van de staatlozen en illegalen, zij die verkeren in een niemandsland aan de poort van wat men hoopt op een dag zal uitgroeien tot een nieuw thuis.

Peréz de Siles de Castro & Ólafsson zijn twee van de meer dan veertig kunstenaars die op uitnodiging van kunstenaar Tiong Ang deelnemen aan de tentoonstelling Nederland 1 in het museumgoudA. ‘Wij hebben sterk de indruk dat Nederland aan het veranderen is’, stellen Ang en museumdirecteur Ranti Tjan in een tekst, te lezen op de muur bij binnenkomst. ‘De verdeling van de samenleving in allochtonen en autochtonen, de zichtbare aanwezigheid van moslims in de steden, en de moeizame omgang met nieuwe generaties migranten doet Nederland zoeken naar een nieuwe identiteit…’ De veranderende tijdgeest en de impact van recente gebeurtenissen en processen zoals de uitbreiding van de Europese Unie, de economische recessie, de terroristische aanslagen en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, vormden de aanleiding voor het project. ‘Nederland 1 bevraagt onze versplinterde nationale identiteit en gehavende imago en stelt de waarde van “het Nederlandse eigene” aan de orde…’, aldus Ang in de begeleidende folder.

Waaruit bestaat dit ‘Nederlandse eigene’ vandaag de dag volgens deze tentoonstelling? In Nederland 1 leidt deze zoektocht onder andere langs de oer-Hollandse polders en dijken, zoals gefotografeerd door Jan Koster, de wolkenlucht van JCJ Vanderheyden, de typische geur van agrarisch Mastenbroek, door Birthe Leemeijer gedestilleerd in een parfum, en Arnoud Hollemans melancholische herinnering aan de bijna buitenwereldlijke eenvoud en onschuld van de in traditionele klederdracht gehulde meiden die door stichtelijk Staphorst fietsen. Het beeld dat in deze werken geschetst wordt, is inmiddels verre van volledig. Vandaar dat er in Nederland 1 ook meer up-to-date visies op het hedendaagse Nederland opgenomen zijn, zoals bijvoorbeeld Fendry Ekels serie foto’s van de flatgebouwen in de Akhbarstraat, waar door ieder raam het licht van de televisie naar buiten straalt. Ook Ronald Ophuis’ studies en schilderij over Srebrenica worden getoond, opdat wij ook die ongemakkelijke kant van het ‘Nederlandse eigene’ niet vergeten.

Nederland 1 laat zien dat er vele versies van Nederland mogelijk zijn. Volgens Ang is ‘nationale identiteit een culturele en historische constructie, niet zozeer een onveranderlijke vorm als wel een meanderende identificatie met de ander en het andere’. Dit blijkt het meest duidelijk uit het centraal getoonde werk Beginnings (2005) van Roy Villevoye. De video laat op ontwapenende wijze zien hoe sterk culturen van elkaar kunnen verschillen en hoe bepalend deze verschillen vaak zijn voor ons oordeel over elkaar. Een zwart en een blank stel ‘spelen’ het begin van alle beschaving, waarbij ze naakt rondlopen in een bos. Het blanke paar oogt in zijn naaktheid vreemd en onnatuurlijk, gecultiveerd zelfs. En terwijl naaktheid door een westerling wordt gezien als teken van de onontwikkeldheid of achtergesteldheid van een cultuur, is naakt zijn voor de leden van de Asmat stam, die in Villevoye’s video figureren, juist eigen aan hun traditie en beschaving.

Ongeveer de helft van de deelnemende kunstenaars in Nederland 1 heeft een ‘dubbele’ nationaliteit, of zijn volgens de huidige immigratiewetgeving allochtoon. Evenals Ang, die op zijn vijfde met zijn Chinese ouders uit Indonesië naar Nederland kwam, bevinden zij zich vaak in de positie van zowel insider als outsider. Bijvoorbeeld de uit India afkomstige Monali Meher, die in haar kunst deze dubbele verhouding tot haar omgeving centraal stelt. Haar werk in de tentoonstelling is subtiel geïntegreerd in de collectie van het museum. Zo bestaat Golden Paithani on Chaise Longue uit een volgens de Indiaase traditie, vijf meter lange, hemelsblauwe sari, gedrapeerd over een negentiende-eeuwse witgeel gestreepte Louis Philip chaise longue uit de collectie. Met een simpele ingreep toont de kunstenaar hoe ‘het vreemde’ harmonisch kan samengaan met, of zoals in dit geval zelfs een verrijking kan zijn van, het vertrouwde. Voor wie wil kan het werk begrepen worden als een metafoor voor het optimistische potentieel van een multiculturele samenleving.

In een van de stijlkamers hangt een schilderij met daarop de voorstelling van een bezorgd kijkende vrouw met twee jongens onder haar hoede, die elkaar argwanend in de gaten houden. Het paneel is geschilderd in de zestiende eeuw; de onzekere tijd van de reformatie, beeldenstorm, contrareformatie, een periode van verdeeldheid, maatschappelijke en politieke onrust. De op de lijst geschilderde boodschap is duidelijk: ‘Eendracht – Maeckt Macht’. Het paneel is één van de vele aanknopingspunten in de rijke, historische collectie en geschiedenis van het Catherina Gasthuis die de samenstellers hadden kunnen gebruiken voor hun tentoonstelling. Helaas is Mehers interventie een van de weinige geslaagde voorbeelden hiervan.

Ondanks het ambitieuze sociaal-politieke uitgangspunt, zijn in Nederland 1 werken met een duidelijk geëngageerde stellingname schaars. De tentoonstelling documenteert voornamelijk persoonlijke posities. ‘Beeldend kunstenaars zijn niet zo uitgesproken zoals we gewend zijn van politici, columnisten en cabaretiers. De meeste zijn meer ingetogen, subtieler en houden van nuances. Sommige kunstenaars gaan voorbij aan de waan van de dag en refereren aan andere thema’s die eerder artistiek te noemen zijn, dan politiek of maatschappelijk’, zo verdedigen Ang en Tjan hun keuze. Het gevolg is dat de tentoonstelling blijft steken in een verzameling persoonlijke observaties zonder een overtuigend kritisch of analytisch kader.

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop