'What is Bare Life?'
Twee commentaren van Jennifer Allen en Paul Groot

De komende documenta heeft drie leidmotieven. Het tweede is gewijd aan de vraag: Wat is het naakte leven? Roger M. Buergel heeft het als volgt beschreven:

‘Wat is het naakte leven? Deze tweede vraag onderstreept de absolute kwetsbaarheid en complete blootstelling van het zijn. Het naakte leven betreft dat deel van ons bestaan waarvoor geen enkele veiligheidsmaatregel ons kan behoeden. Maar zoals in seksualiteit hangt absolute blootstelling nauw samen met eindeloos genot. Het naakte leven heeft een apocalyptische en duidelijk politieke dimensie (zoals martelingen en concentratiekampen dat staven). Maar ook een lyrische of zelfs extatische dimensie – een vrijheid om nieuwe en onverwachte mogelijkheden te beleven (in menselijke relaties, maar ook in onze relatie met de natuur of, meer algemeen, met de wereld waarin we leven). Hier en daar lost kunst de radicale scheiding tussen pijnlijke onderwerping en blijde verlossing op. Maar wat betekent dat voor haar publiek?’

METROPOLIS M vroeg twee critici om een eerste commentaar.

I - Jennifer Allen
Naakt leven?
Nauwelijks

Het valt niet mee om te reageren op Roger M. Buergels bespiegelingen over ‘het naakte leven’. Oorspronkelijk geïntroduceerd door Walter Benjamin in zijn essay over geweld, wordt de term het naakte leven in Giorgio Agambens Homo Sacer: Il potere sovrano e la nuda vita (1995) gerelateerd aan de soevereiniteit van de wet. Agamben definieert soevereiniteit als de macht om iets tot een ‘state of exception’ (uitzonderingstoestand) te kunnen verklaren, waar het naakte leven tot stand komt, om straffeloos te kunnen worden vernietigd. Zijn studie omvat verschillende historische voorbeelden van mensen die op deze manier gedood kunnen worden: de homo sacer van de antieke Romeinse wet (een man die niet ritueel geofferd kan worden, maar wel gedood); de joden in de concentratiekampen van de nazi’s (geen gevangenen, maar niet-burgers wier dood niet als moord werd beschouwd) en de comapatiënt die hersendood is (de apparatuur waarmee de patiënten in leven blijven kan legaal worden uitgezet, de organen kunnen geschonken worden aan levende patiënten). Recentelijk is het de van terrorisme verdachte crimineel – met de nadruk op ‘verdachte’ – die in de uitzonderingspositie van het naakte leven wordt gedrukt, waarbij er sprake is van straffeloosheid als gevolg van de ‘war on terror’.

Wat mist in Buergels tekst, is dat er geen naakt leven bestaat zonder een wetgevende macht (vorst, staatsman) die de uitzonderingspositie in de wet bepalen waarin het naakte leven ontstaat. Het totaal uitgeleverd zijn aan het naakte leven is onlosmakelijk verbonden aan totale rechtenloosheid. Door het verband tussen het naakte leven en de wet niet te leggen, is Buergels beschrijving verwarrend ten aanzien van de huidige situatie. Het voorval met Jean Charles de Menezes, de elektricien die werd aangezien voor zelfmoordterrorist en is doodgeschoten door de Londense politie, toont aan dat we allemaal homo sacer kunnen zijn in de wereldwijde oorlog tegen terrorisme. Buergel schrijft het naakte leven toe aan dat gedeelte van ons bestaan waar ‘geen enkele veiligheidsmaatregel ons kan beschermen’. Maar het zijn juist deze veiligheidsmaatregelen zelf die een dominante, nieuwe vorm van naakt leven hebben doen ontstaan. De Libanezen die per ongeluk zijn gedood in de oorlog die Israël tegen Hezbollah ontketende, laten zien dat het voorval van Menezes kan escaleren tot iets op nationale schaal, immers Israël had niet de oorlog niet verklaard aan de staat Libanon. Net zo zorgwekkend zijn de naakte levens van de vluchtelingen die zonder pardon uit de weg geruimd kunnen worden omdat hun verdwijning moeilijk te traceren valt.

Nog problematischer is de wijze waarop Buergels beschrijving zich tot het verleden verhoudt, met name de geschiedenis van Duitsland, waar documenta 12 plaatsvindt. Volgens Agamben realiseerden de nazi’s een vorm van naakt leven waarbij het leven (bios) en de politiek volkomen samenvielen. Het concentratiekamp en niet de stad (polis) is het biopolitieke paradigma van het westen, zelfs in verzorgingsstaten. Wanneer Buergel zowel het concentratiekamp als mishandeling beschrijft als manifestaties van ‘het apocalyptische’ en ‘de politieke dimensie’ van het naakte leven, onderkent hij niet de uitzonderlijke situatie ten tijde van het nazisme en de invloed daarvan op de biopolitiek van democratische staten.

Sterker nog, volgens Agamben markeert het concept van het naakte leven zowel een falen van de politiek als een grens die de politiek niet kan passeren. De nazi’s ontnamen de joden hun burgerschap en op dit moment kunnen ook de gevangenen van Guantánamo Bay niet door de politiek bereikt worden, zelfs niet door de Hoge Raad. Buergel’s korte tekst geeft hieraan een triviale uitleg door te stellen dat het naakte leven ook een ‘lyrische’ en ‘extatische’ kant heeft. Buergel zinspeelt op seksualiteit en verbindt het naakte leven met ‘absolute blootstelling’, ‘oneindig plezier’, ‘een vrijheid’ in menselijke relaties, de natuur en de wereld. Op deze manier kan het naakte leven zo’n beetje alles betekenen, van een concentratiekamp tot een boswandelingetje. Het naakte leven wordt lifestyle.

Buergel gelooft dat kunst het ‘onoverbrugbare onderscheid’ kan opheffen dat het apocalyptische van het lyrische, onderwerping van bevrijding en de gevangene van de exhibitionist scheidt. Met deze bewering suggereert hij niet alleen dat kunst en kunstenaars autonomer functioneren dan de heersende machten, maar ook dat ze in staat zijn om grenzen te slechten. Kunstenaars genieten binnen een democratie een bepaalde mate van autonomie, maar het is moeilijk om de artistieke autonomie in een democratische staat gelijk te stellen aan het naakte leven in een uitzonderingstoestand. Er zijn wel veel kunstwerken waarmee men probeert het naakte leven te visualiseren, met name dat van de vluchteling. In zoverre dat je deze werken ‘politiek’ zou kunnen noemen verliezen ze hun grip op wat ze aan de kaak zouden willen stellen. Kunstwerken waarin het principe van het naakte leven echt aan bod komt in relatie tot de uitzonderingstoestand zijn zeldzaam.

Een voorbeeld is Atelier van Lieshouts Constitution (2001). Opgetekend ten behoeve van AVL-ville, bood Constitution een democratisch contract, met een verschil: de wetten van AVL-Ville waren absoluut en zonder uitzondering geldig. AVL-Ville vergrootte elke element van een staat uit – van de munteenheid tot de afvalverwerking - maar er bestond geen wetgeving buiten Constitution, noch politie of rechterlijke macht om de wetgeving op te leggen. Artikel 11 reclameert dat individuen binnen AVL-Ville hun conflicten op moeten lossen of vertrekken.

AVL-Ville was dus geen vrijstaat die brak met Nederland en ook geen parallelle ministaat, maar zag zichzelf als een uitzonderingstoestand binnen Nederland. Alleen binnen AVL-Ville waren er geen uitzonderingen mogelijk, de uitzondering werd regel, alles was mogelijk. Daardoor elimineerde AVL-Ville ook het recht van de heersende macht om een uitzonderingstoestand uit te roepen. AVL-Ville gaf gestalte aan een vorm van het naakte leven omdat er geen middelen waren om het lichaam te beschermen of te controleren. Volgens Agamben wordt in De Sade’s biopolitieke pamflet Francais, encore un effort si vous voulez être républicains (1785) de fysiologische functies van het menselijke lichaam gepresenteerd als pure politiek. Juist dat is een cruciaal onderdeel van AVL-Ville. Van de open Compostoilet (2001) tot Modular Multi-Women Bed (1997), de installaties van AVL coderen en veralgemeniseren de meest intieme functies van het lichaam: poepen, eten, slapen, seks. Net als De Sade presenteert AVL-Ville een collectieve organisatie van het menselijke leven gebaseerd op het naakte bestaan.

Een ander voorbeeld is Carsten Höllers Het Baudouin/Boudewijn Experiment (2001), een groepsexperiment dat op van 27 september tot 28 september plaatsvond in het Atomium in Brussel. Ten behoeve van het experiment stapten honderd vrijwilligers voor één dag uit de routine van hun ‘gebruikelijke productieve levens’. Behalve het minimaal aanwezige comfort was er voor hen niets gepland. Het Baudouin/Boudewijn Experiment is geïnspireerd op Boudewijn, wijlen koning van België. Op 4 april 1990 werd hij 24 uur uit zijn functie ontheven, omdat hij om religieuze redenen weigerde een wet te tekenen voor de legalisering van abortus. De regering vond een uitweg uit het probleem toen zij in de grondwet een paragraaf ontdekte dat de handtekening van de koning niet nodig is om een wet geldig te verklaren als hij ziek is.

Het Baudouin/Boudewijn Experiment is een voorbeeld van een complexe manifestatie van naakt leven. Op de eerste plaats creëert de Belgische abortuswet een vorm van naakt leven: een foetus kan op een vergelijkbare, straffeloze wijze van het leven beroofd worden als de comapatiënt. Ten tweede wordt er een uitzonderingstoestand in het leven geroepen door de Belgische regering, waarbij de koning tijdelijk zijn gewijde ceremoniële status als vorst verliest. Ten derde was er het speciale compromis tussen regering en vorst, waarbij men deed alsof hij geestelijk ziek was. In het experiment simuleren de vrijwilligers deze uitzonderingstoestand, met dat verschil dat ze eigenmachtig gekozen is. Omdat niets wat in het Atomium gebeurde voor de geschiedenis is vastgelegd, eert het experiment de afwezigheid van de bemiddeling, datgene wat het naakte leven onderscheidt van de rest.


II - Paul Groot
Agamben, Heidegger of Pirandello?

Kunst is, behalve veel andere dingen, ook de stilzwijgende afspraak alles uiteindelijk netjes te houden. Kunst is eropuit de Schepping als een betrekkelijk pijnloos verlopen proces te laten zien. Daarom klinkt de wens van documenta-leider Roger M. Buergel om zijn tentoonstelling in het licht te stellen van bare life, verrassend revolutionair. Buergel onleent bare life (het naakte leven of, oorspronkelijk in het Italiaans la nuda vita) aan Agambens boek Homo Sacer; de soevereine macht en het naakte leven (2002). De Italiaanse filosoof en estheticus Agamben bestudeert in dit boek het zuiver en pure lijden van de mens, het naakte leven in concentratiekampen, de condition humaine in zijn meest perverse verschijningen. Geen makkelijk onderwerp, maar gelukkig, zou je haast zeggen, is er bij Agamben een uitweg naar de canon van de filosofie. In dit geval Hannah Arendt en haar studies van het ultieme voorbeeld van bare life/nuda vita, de holocaust en Auschwitz.

Agamben is een laatste bastion van een compromisloze esthetica die zich nog in rechtstreeks contact waant met de klassieke filosofie. Zijn filosofische opstelling is nooit losgeraakt van Martin Heidegger, de meest omstreden filosoof uit de vorige eeuw, waar Agamben sterk door beïnvloed is en op wie hij zijn eerste studies baseerde. Heidegger, bijna een clichébeeld van de in zichzelf gekeerde filosoof, was een estheet die zich nogal in de bedoelingen van de nazi’s vergiste. Een politieke inschattingsfout waarvan de receptie van zijn werk zich nooit heeft hersteld. Bij de eerste edities van de documenta, die waren opgezet om het Duitse publiek met internationale kunst te confronteren, vooral het modernisme, stond Heideggers filosofie in een kwaad daglicht. Velen beschouwden de tentoonstellingen als een welkom tegengif tegen Heideggers aandacht voor de lokale sfeer van het Duitse land, die soms wel heel dicht tegen de Blut und Boden-theorie van de nazi’s leek aan te schurken. Ik zelf lees Heidegger graag, maar het is wel vreemd om deze controversiële denker nu ineens, zij het indirect, als schutspatroon voor de documenta op te zien duiken.

Op zichzelf werd het tijd dat de filosoof die zo dicht bij Kassel zijn leven sleet, eens werd binnengehaald. Maar de vraag blijft: waarom nu? Zijn de inspiratiebronnen van de vorige documenta’s - veel buitenlandse modernismen, met op de achtergrond nogal wat moraal van Kant en massage van Hegel - nu definitief uitgeput, zodat Heidegger, opgepoetst met Agambens zuidelijke föhn, Kassel nieuw elan moet geven? En kan een controversiële, mystieke filosoof, tegen wiens denkbeelden de documenta min of meer oorspronkelijk is opgezet, de kunstproductie van vandaag de dag gezaghebbend en geloofwaardig doorlichten? Natuurlijk kent Buergel dit soort twijfels ook, maar kennelijk zet Agambens naakte waarheid de ruwe werkelijkheid in een kader dat voldoende afstand schept tot deze zo lang verguisde mystieke bron.

Buergel hanteert twee andere thema’s, de actualiteit van het modernisme en educatie, maar lijkt die te reserveren voor het geval de kunst de ruwe aanpak van het naakte leven niet aankan. Want van het artistieke sprookje, dat je het leven letterlijk in kunst kunt vertalen, is hij niet echt overtuigd. En hij heeft gelijk. Verklaren de in ballpointblauw gesmoorde kevers van Jan Fabre werkelijk het ultieme raadsel van het leven zelf? En kun je de rauwe kreten van de gemartelden uit Guantánamo Bay ooit artistiek letterlijk nemen? Buergel weet best dat het symbool altijd zal blijven functioneren als de bepalende factor in de kunst. Hij wil het naakte leven, maar weet als geen ander dat ook de symbolische stilte van het witte canvas wel degelijk de bloedige realiteit van het echte leven uit kan drukken.

Buergel doet voorkomen alsof het te lang gesloten, zelfreflecterende beeld van de kunst en de kunstgeschiedenis geen toekomst heeft en toe is aan een radicale ontmanteling. De artistieke canon zou te doorzichtig zijn geworden, de annexatiepogingen van andere culturele verschijnselen die zich van de kunst meester lijken te maken, hebben hem verontrust. Vandaar dat hij zich terugtrekt op de klassieke esthetica van Agamben en Heidegger. Daar weet hij de kunst gered, zonder dat de zenuwen naar de buitenwereld zijn doorgesneden. Ook Heidegger heeft door ‘Het Zijn’ tot ‘de zijnden’ te verklaren de filosofie teruggekoppeld naar het leven zelf, zonder daarbij de echte confrontatie aan te gaan. Dat geldt ook voor Buergel. Natuurlijk, experimenten zijn vooralsnog mogelijk, maar dat hij echt heldhaftig te werk zal gaan lijkt me niet voor de hand liggen.

Ondertussen liggen er kansen genoeg. Lees maar eens die ooit spraakmakende studies van metableticus J.H. van den Berg over het geopende (1959) en het verlaten lichaam (1961). Dat zouden prachtige discussiestukken voor de documenta zijn. Net als trouwens George Batailles teksten over het lichaam, niet als een anatomisch begrip, maar vooral als een lichaam dat gemarteld en gepijnigd wordt. En wat te denken van een masterclass waarin aan de hand van teksten van Markies de Sade levende toepassingen van de nieuwste chirurgische technieken worden toegelicht?

Mochten deze beelden toch te gruwelijk zijn voor de documenta-chef, dan kan hij wellicht verder uit de voeten met Agambens nuda vita zelf. Want hoe geëngageerd hij het menselijk leed ook met open vizier benadert, de term is tevens een toespeling op Luigi Pirandello’s novelle La vita nuda, met die onsterfelijke eerste zin: ‘Un morto, che pure e un morto, caro mio, vuole anche lui la sua casa.’ De naakte waarheid van het leven niet in bloedige beelden uit de media, maar in de afstandelijke ironie van een meesterlijk schrijver, in een rechtstreekse confrontatie met de absurditeit van Kunst en Leven. Pirandello, en natuurlijk in zijn schaduw Ionesco en Beckett, hebben de onbegrijpelijke gruwelen van het naakte leven vertaald in de absurditeit van de kunst. De waarheid van het geopende lichaam, die het naakte leven zelf is, in een gesloten kunstvorm verwerkt. Het afwisselend gesloten, geopende en verlaten lichaam opereert dan als een komisch trio dat zich met vreselijke grappen de gruwelijke waarheid afmaakt. Kijken of Buergel ook die kant van Agambes naakte waarheid aandurft.

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop