PARIJS
Musée d'Art moderne de la Ville de Paris
27/10/06 -
07/01/07
Wie op zoek is naar eenduidigheid of een rode draad kan het wel vergeten bij Karen Kilimnik (1962, Philadelphia, woont in New York). De wereld van deze Amerikaanse kunstenaar met Oost-Europese roots is er een van 1001 sferen, referenties en associaties. De tentoonstelling in het Musée d’Art moderne is vol en grillig. In de langwerpige zaal volgen de schilderijen elkaar snel op. Hun formaat is klein, de onderwerpen uiteenlopend (portretten, paarden, villa’s). Soms tref je een sprekend doek aan, maar meestal is de stijl betrekkelijk amateuristisch. Op een academie zou dit best wel eens niet door de beugel kunnen. Sommige doeken zijn gewoon te onhandig om waar te zijn. Maar tussen de eindeloze beeldenstroom zitten echter ook sterk geschilderde taferelen en die compenseren een heleboel.
Voor iemand van begin veertig heeft Kilimnik merkwaardig jonge, girly interesses. Haar beeldtaal lijkt ontsnapt uit de slaapkamer van een meisje van veertien. Er zijn de paardenschilderijen, de balletscènes, een portret van Paris Hilton en een van Leonardo di Caprio als ‘Prince Desiré on a Break from Sleeping Beauty’. De celebraties zijn geschilderd in een gouden gloed; roze, lieftallig en blauwogig als waren het de favoriete neefjes en nichtjes van een puberende Kilimnik. Wie niet beter wist, zou geloven dat dit de vruchten waren van een tienerfan met artistieke neigingen. Vreemd voor een volwassen kunstenaar, maar op die meisjesachtige sprookjeswereld lijkt Kilimnik sowieso een patent te hebben. Mary Calling up a Storm (1996) is een donker, maar elegant olieverfdoekje. Een meisje met lang haar en een ‘Sneeuwwitjesgezicht’ kijkt je strak aan. Achter haar zie je wat zwarte takken tegen een donkerblauwe achtergrond, waardoor haar verontrustende, bleke poppenhoofdje extra uit de verf komt.
Romantisch en gothic zijn termen die je in verband met Kilimnik wel vaker aantreft. Erg diep gaat dit volgens mij niet, eerder stuit je bij Kilimnik op een grote hoeveelheid hints, een collage van geschilderde beelden, die zowel frivool als een beetje duister zijn. Uit dat alles vloeit een sfeer voort die bevreemdend en veelkleurig is, maar waar je verder niet al te veel in moet zoeken. My Tres Jolie House in France Taken over by Satan Worshippers (2004) luidt de titel van een behoorlijk geschilderde, statige boerderij. Van die satanaanbidders merk je niet veel, maar het zit hem dan ook in de suggestie en in de verbeelding die bij Kilimnik boven alles uit torent.
Naast schilderijen zijn er in het Musée d’Art moderne ook installaties te zien. Ze hebben dezelfde, vreemde wispelturigheid als de schilderijen: de ene keer onhandig en bijna ongeloofwaardig als museale bijdrage, de andere keer overtuigend, inhoudelijk gelaagd en eigenzinnig. Antechambers (2005) bijvoorbeeld is een stelsel van betreedbare, weelderig gestoffeerde, classicistische kamers. In andere installaties doen stukjes van kamers denken aan de gefragmenteerde, maar aangeklede interieurs zoals je ze ziet in winkels voor behang en gordijnen. Je zou er Mozart in aan kunnen treffen, maar net zo goed een eigentijds gezin dat het niet zo op minimalistische architectuur heeft. Erg burgerlijk is het trouwens ook, dit poppenhuis voor volwassenen en erg theaterachtig, alsof tegen elke aangeklede wand een echtelijk drama zou kunnen plaatsvinden. The Grotto (2006) is een setting die ontsnapt lijkt uit een kasteeltuin. Overwoekerende klimop, zuiltjes en maskers van leeuwen en tijgers scheppen een Beauty and the Beast-sfeertje, dat wordt versterkt door een artificiële, beetje onhandige aankleding. Blacklights beschijnen de nagemaakte tuin en zorgen voor een heel ander licht op de schilderijen, en zo breekt de tentoonstelling met een al te rechtlijnige presentatie.
Saai is anders, toch valt het niet mee om overtuigd van het werk naar buiten te stappen. Hoewel Kilimnik haar eigen dromerige wereld creëert en daar vrij compromisloos op doorgaat, mis ik een vorm van coherentie. De schilderijen zijn vaak, maar lang niet altijd interessant en als je de tentoonstelling beschouwt als één grote installatie kom je uit bij ‘de geheimen van een meisjeskamer’, waarin graag gekoketteerd wordt met geschiedenis en glamour, maar waarin je het eerder moet doen met sfeer dan met diepgang. Misschien is het me net iets te zorgeloos: een tienerfantasie als een greep uit Great Expectations, maar dan zonder de emotionele complexiteit.












