Waar porno banaal, smakeloos en geestdodend is, toont het werk van deze Zwitsers-Griekse kunstenaar, choreograaf en danser zich verbluffend gelaagd en veelzijdig. Alexandra Bachzetsis’ dansperformances, die veelvuldig in tentoonstellingsruimtes worden opgevoerd, zijn speels en uitdagend, maar nooit obsceen.
Het publiek betreedt een verduisterde ruimte, waarvan de muren alleen verlicht worden door de weerkaatsing van een discobal. Mannen in smoking begeleiden de mensen naar binnen en serveren champagne. Als de muziek begint, wordt een heldere lichtcirkel zichtbaar op het podium. Een meisje in een zwarte jurk en op zwarte hakjes komt op en begint te dansen, met haar rug naar het publiek toe. Ze wiegt langzaam met haar heupen, terwijl ze omlaag en omhoog kronkelt. Soms draait ze even haar hoofd opzij, om naar het publiek te kijken. Dan verlaat ze het podium en komt een ander meisje op. Ook zij begint te dansen, maar op een andere manier. Haar bewegingen zijn theatraler, beter afgestemd op de muziek. Ze concentreert zich op haar armen, die heel wit zijn en afsteken tegen de achtergrond van al het zwart. Twee minuten later wordt het scenario herhaald: een derde meisje komt op, de muziek verandert weer, nu in jazz. Ze heeft kort haar en begint met haar achterwerk te schudden, terwijl ze zich speels en energiek naar beneden beweegt. In totaal presenteren zich veertien meisjes. Allemaal laten ze trots zien hoe ze bewegen op hun eigen muziek. Slechts op één moment tijdens Show Dance staan ze tegelijkertijd op het podium, wedijveren om onze aandacht, om daarna weer uit elkaar te gaan als individuen.
Met performances als Show Dance, Gold, Handwerk, Act, en meest recentelijk Mainstream, tergt Alexandra Bachzetsis (Zürich 1974) haar publiek met geoliede huid en gouden bikini, een paaldansact, een striptease en een gespeelde liefdesaffaire. Vanuit een achtergrond op het gebied van dans en choreografie, betrad Bachzetsis na haar opleiding aan DasArts in Amsterdam de arena van de beeldende kunst. Haar ervaring op het gebied van theater breidt ze nu uit in de richting van performance en tentoonstellingen, zonder echter haar achtergrond als danser en dramaturg uit het oog te verliezen. Het is juist haar vakmanschap dat het plezier van de amateur-toeschouwer waarborgt. Ze is niet bang en het publiek weet dat. Ze heeft de touwtjes stevig in handen, ze domineert.
Welke instructies kregen de meisjes in Show Dance?
‘Er is hun gevraagd om “een solodans te maken voor een publiek dat champagne drinkt. En baseer dit op een situatie waarin je in je eigen huiskamer bent en naar je eigen favoriete muziek aan het luisteren bent.” Eerst werkte ik ieder afzonderlijk met hen in mijn eigen huiskamer. Ik gaf ze allemaal dezelfde hoge hakken en vroeg hen om in hun eigen, zwarte chique kleding te komen. Ik zette muziek op en zei dat ze moesten dansen. Ik kende hen, ik wist van sommigen hoe ze dansten, had hen gezien op een feest of in een club, dus ik kon hen vragen om specifieke dingen te doen, dingen waarvan ik wist dat ze typerend waren.’
Zocht je naar een ritme in een geheel?
‘Ja. Ik stelde een dramaturgische lijn vast, het kiezen van acteurs is daar een belangrijk onderdeel van. Choreografie en casting gaan wat dat betreft samen voor mij, zijn één geheel. Ik selecteer dus types of leeftijden, verschillende ontvankelijkheden. Elk mens heeft zijn eigen bijzonderheden. Ik wilde een anticlimaxshow maken waarin iedere handeling een climax is. Met ieder meisje krijg je het gevoel dat zij de enige echte is en allemaal zijn ze fantastisch. Maar uiteindelijk is ieders keuze subjectief en houdt iedereen van iemand anders.’
Hoe komt een optreden tot stand? Met een beweging, een concept, een verhaal?
‘In het geval van Mainstream begon het met mijn fascinatie voor intimiteit in Hollywoodfilms. Ik vind het interessant om te zien hoe dat soort films gevoelens oproepen bij het publiek en ze gedwongen worden zich met de personages te identificeren. De kijker vraagt erom gemanipuleerd te worden, gaat precies met die verwachting naar een film. Bij het theater raakt het publiek niet op dezelfde, intensieve manier betrokken. Daar wordt met een grotere, emotionele afstand gekeken. Ik vroeg me af of het mogelijk zou zijn om bij een publiek dat naar een live-optreden kijkt, vergelijkbare emoties teweeg te brengen, als bij mainstreamfilm.’
Je zei onlangs dat je werk beter wordt ontvangen in een kunstcontext. Hoe komt dat?
‘Dat weet ik niet precies. Ik denk dat mensen het vanuit een ander perspectief bekijken. In een kunstcontext verwachten ze geen “dans” als zodanig, en dus zien ze beter het verband met andere factoren buiten de dans. Maar mijn werk is binnen de context van dans of theater juist weer niet “dansachtig” of “theaterachtig” genoeg. Bepaalde conventies die van toepassing zijn in die gebieden, ontbreken in mijn werk. Ik werk met de taal van de dans, maar niet noodzakelijkerwijs met de vorm ervan.’
>Wat bedoel je daarmee?
‘Met “taal” bedoel ik de verschillende soorten dansgenres die er zijn. Zoals de paaldansact, die zich bedient van een bepaalde, lichamelijke taal. Ik neem een bepaalde stijl en zet die in andere omgeving, zoals in Gold, waarin ik hiphop naar een andere context verplaatste en daarmee de taal van het genre “herformuleerde”. Met Musical ging het net zo. Een musical vindt gewoonlijk plaats op een podium en dus componeerde ik mijn musical voor een podium. Maar of het nu om paaldansen, hiphop of een musical gaat, uiteindelijk zijn die genres allemaal gedeconstrueerd en opnieuw in elkaar gezet. Ik lever commentaar op een bestaande beeldtaal, maar zonder de vorm ervan te reproduceren.’
Voor Musical danst een groep van twaalf professioneel geklede dansers op jazzy wijze op big band-deuntjes van muziek uit de jaren dertig tot de jaren negentig. Ze voeren een aantal solo’s op en doen zelfs karaoke. Twee ontzettend charmante, in smoking geklede presentatrices leiden het optreden in en treden op als gastvrouwen. De 60 minuten van Musical geven de indruk dat hier sprake is van een kwalitatief hoogwaardige, ironische parodie op de musical uit de twintigste eeuw. Tegelijkertijd is het zelf ook een serieuze ‘musical’, afgekeken van zijn voorgangers, maar opnieuw in elkaar gezet. Is al jouw werk gebaseerd op ‘deconstructie en opnieuw in elkaar zetten’?
‘Het meeste wel. Ik kijk graag naar hoe codes functioneren. Ik ben gefascineerd door sociale conventies en codes en probeer die nader te beschouwen, eigenlijk om ze te misbruiken. Tegelijkertijd creëer ik ze opnieuw. Het is echt een haat-liefdeverhouding. Maar volledige destructie is niet mijn doelstelling. Het publiek moet zich kunnen ertoe kunnen verhouden en verbanden kunnen leggen. De bestaande codes of clichés worden volgehouden of blijven herkenbaar, maar ze veranderen als ze in een andere context worden geplaatst. Als je jezelf een bepaald genre of een specifieke conventie toe-eigent, geef je er commentaar op, maar je laat het ook voortbestaan.’
Handwerk bestaat uit een liveoptreden, een ‘hoe-moet-ik-tekenen-instructie’, een juridisch contract en een theoretische tekst. Het werk gaat kort gezegd over feminisme en dans. De performance, een paaldansact, is te koop, met andere woorden: het lichaam en de letterlijke manier waarop het tot handelswaar wordt gemaakt verwijst naar de status van het kunstobject. Wat zou er gebeuren als je Handwerk in een nachtclub zou opvoeren?
‘Dat zou geen enkele zin hebben. Het is echt gemaakt voor een kunstgalerie en daar verhoudt het zich ook toe. Het gaat over hoe je je lichaam verkoopt als danser, omdat je voor dansen altijd je lichaam gebruikt. Dat is bij kunst natuurlijk niet het geval. Ik zou Handwerk ook niet in een theater uitvoeren, het heeft alleen betekenis als kunstwerk. Het gaat over vragen als: waarom moet een kunstenaar kunst maken die verkoopt, en anderzijds hoe kun je een performance tot een verkoopbaar product maken?’
Waaruit blijkt jouw kritiek?
‘De kritiek zit hem in de keuze van het cliché.’
Wat is dan je standpunt over paaldansen?
‘In zekere zin is het een goedkope manier om met dans, of het verkopen van het lichaam, om te gaan. Maar wat er fascinerend aan is, is dat het heel populair geworden is, een ware hausse: iedere huisvrouw wil haar eigen paal thuis. In onze “oversexed and under-fucked society” is de aanwezigheid hiervan iets nieuws. Hoe dan ook is er sprake van een overdaad aan pikante lingerie, zelfs bij gewone kleding wordt dit benadrukt en in de reclame en de media als geheel. Het is allemaal heel suggestief. Steden krioelen van de tieners die rondlopen als miniprostituees, maar geen seks willen hebben omdat ze bang zijn om een SOA op te lopen. Ik heb nichtjes van 18 en 19 die zich kleden als seksgodinnen, maar “het” eenvoudigweg niet doen.’
Doe je gedetailleerd onderzoek voor een project?
‘Ik ben gefascineerd door vrouwelijkheid en de representatie ervan in de media. Daar ben ik eigenlijk altijd mee bezig. Ik sta niet stil om me op één specifiek aspect te richten. Ik word voortdurend gevoed door wat ik zie en tegenkom.’
In hoeverre is je persoonlijke ervaring van belang voor je werk?
‘Ik wordt wel eens gereduceerd tot wat mijn lichaam op het eerste gezicht vertelt: krullen, tieten en kont, een beetje exotisch omdat ik van gemengd Spaanse en Zwitsers-Duitse afkomst ben. Voordat je omschreven wordt als een individu met een eigen taal of stijl, ben je alleen maar een onderdeel van deze externe codes. Mensen brengen dingen graag onder in categorieën, of datgene wat ze al weten vanwege algemene classificatie als scholing, uiterlijke verschijning, waar iemand vandaan komt. Maar niet al mijn werk gaat over het vrouwelijke. Ik heb werk gemaakt dat zich expliciet met dit onderwerp bezighoudt zoals Gold of Act, maar wat me in bredere zin interesseert is het thema van het model, het archetypische, of, in termen van genres, het klassieke. Zoals in Secret Instructions, waarmee ik wilde kijken naar wat een klassieker tot een klassieker maakt, door zes ‘klassieke’ toneelstukken te nemen en daarvan alleen de visuele regieaanwijzingen te gebruiken om een nieuw stuk te creëren. Ik vraag me altijd af wat een archetype tot een archetype maakt. Ik wil het cliché reduceren tot de kern: wanneer wordt het een cliché en waar wordt het “klassiek”? In Mainstream kijk ik echt naar het gedrag, naar verhoudingen tussen paren onderling, mannen en vrouwen, en dat door middel van algemeen geldende opvattingen over film.’
In Musical gebruik je een videoprojectie als achtergrond, met opnamen van dezelfde mensen als op het podium, die hetzelfde doen als wat ze live aan het doen zijn. Was dit de eerste keer dat je van film gebruik maakte in een performance, en is het iets dat je verder wilt onderzoeken?
‘Nee. In Murder Mysteries en Gold komt ook video voor, maar op een andere manier. En het gaat dan ook niet zozeer over het medium, maar over de invloed ervan. Ik gebruik vaak films en verhalen. Mainstream is bijvoorbeeld gebaseerd op de dvd Syd Field’s Screenwriting Workshop. Die dvd gaat over hoe een plot voor een Hollywoodfilms wordt opgebouwd en gestructureerd. Het is eigenlijk heel grappig en saai tegelijkertijd. Ik onderzoek in Mainstream ook op welke manier een verhaal opgebouwd is om succes te hebben, om, met andere woorden, emoties op te roepen. Het is net een film op een podium, zonder dat er gefilmd wordt, met de strategie van hoe mainstreamfilm in elkaar wordt gezet. Ik werk heel direct met de onderliggende structuren van entertainment en de media.’
Je hebt in Beijing in China opgetreden in 2006. Ik zag dat zelfs vermeld in de Weekly Guide to Beijing’s Best Entertainment! Gold, en dat geldt ook voor andere werken, is behoorlijk cultuurgebonden; kan alles naar ieder willekeurig publiek worden vertaald of was je ervaring in Beijing juist een ‘aardverschuiving’?
‘China was fascinerend en er was inderdaad sprake van een totaal verschillende culturele context. In China mag je geen tepels laten zien door de stof heen en je kunt niet naakt op het podium staan. R&B is verboden. Wat in onze omgeving dagelijkse cultuur is, is daar pornografie. Ik bevond me in een omgeving die eigenlijk geen hiphopcultuur kent. Ze begrijpen het, maar tegelijkertijd ook niet. Er zat een vrouw in het publiek met wie ik na de voorstelling praatte en die aan een stuk door bedankte. Voor haar is een performance als Gold echt bevrijdend. Ze legde uit dat wanneer je in een politieke context werkt die zo gesloten is, je gedwongen wordt op een abstract niveau te werken. Men kan daar geen conceptuele discussie hebben zoals hier. Dat zou gevaarlijk zijn. Ik had een vergelijkbare ervaring met de opvoering van Gold in Singapore. Ik ben vooral geïnteresseerd in kleine verschuivingen binnen de sociale codificatie, niet in grote thema’s zoals “Afrika” of “Azië”. Maar dat gezegd hebbende, helpt het wel om naar diverse plekken toe te gaan en grote veranderingen op het gebied van conventies mee te maken.’
Ben je niet bang dat je een keer te ver zult gaan en dat het alleen bij “vermaak” blijft?
‘Het is op het randje. Sommigen zullen misschien niet begrijpen dat mijn werk kritisch bedoeld is en een doel dient, maar dat vind ik leuk. Ik geniet er zelf van. Ik ben niet geïnteresseerd in alleen kritiek leveren en op een afstandelijke manier werken. Ik flirt graag met het gevaar.’
Performances van Alexandra Bachzetsis:
Act Mediamatic, Amsterdam, 6 mei;
Centre Culturel Suisse, Parijs, 14/15/16 mei
Mainstream De Brakke Grond, Amsterdam, 4/5 mei;
Theaterhaus Gessnerallee, Zürich, 10 t/m 16 mei
Mainstream (i.s.m. Yan Duyvendak; 1e uitvoering mei 2007);
Murder Mysteries (i.s.m. Danai Anesiadou; 1e uitvoering mei 2004);
Secret Instructions (i.s.m. Julia Born; 1e uitvoering februari 2005)
Act (i.s.m. Lies Vanborm en Tina Bleuler; 1e uitvoering november 2006)












