Als in een groot netwerk van beelden en teksten, feiten en gedachten. De films en diaseries van Pablo Pijnappels laten zich niet eenvoudig ontrafelen. Elk werk is opgedragen aan een familielid of vriend, waarmee hij grip probeert te krijgen op zijn eigen afkomst.
Het is onduidelijk in welke taal we zullen spreken. De oer-Hollandse achternaam van de in Parijs geboren Pablo Pijnappel suggereert dat Nederlands de voertaal zal zijn. We kiezen voor het kosmopolitische Engels. ‘Waarin je altijd de nuance mist’, is Pijnappels spijtige commentaar.
De familie van immigranten waaruit Pijnappel afkomstig is - sommige verwanten leiden nog altijd een nomadisch bestaan - vormt het uitgangspunt van zijn werk. In films en diaprojecties tekent Pijnappel hier als het ware een plattegrond van. Hij zoekt niet naar een waarheid, niet naar een oorsprong. Stel je er de kaart van een metronet bij voor, waarop elke halte waar hij stopt een nieuw gezichtspunt impliceert. Het verhaal wordt verteld via persoonlijke ontmoetingen, die in de grote lijnen van de geschiedenis onopgemerkt blijven. Pijnappel vertaalt naar labyrintische, soms dynamische, dan weer extreem contemplatieve films.
Het contrast tussen de stilstaande camera en het vliedende leven is groot in zijn werk. Hij registreert, documenteert zonder een eventueel onderscheid te maken tussen feit en fictie. De scheidslijn tussen het bewuste en onbewuste, tussen werkelijkheid en droom blijft diffuus in zijn werk. Pijnappel refereert aan psychoanalytische methoden en technieken en aan de mechanismen van het menselijke geheugen, om zijn werkwijze te verklaren. De aan tijd gebonden film is volgens hem bij uitstek het medium dat in staat is de menselijke herinnering te visualiseren.
Tot nu toe stond in elk werk een lid van de familie of een dierbare centraal. In zijn eerste 16mm-film 1921-1977 1979- (2002) werd het portret geschetst van zijn grootvader van moeders zijde, in Andrew Reid van zijn stiefvader. Voor Felicitas (2005) ontrafelde Pijnappel de geschiedenis van een goede vriendin van de familie. In een van zijn laatste werken, Walderedo (2006), staat zijn grootvader van vaders kant centraal, die hij in omtrekkende bewegingen portretteert. Grootvader is een pionier van de psychoanalyse in Brazilië. Met deze film probeert Pijnappel de beweegredenen van zijn opa te achterhalen. Wat heeft hem tot één van de pioniers op het gebied van de psychoanalyse in Brazilië gemaakt? Pijnappel ondervraagt oud-collega’s, maakt hun gedachten zichtbaar, en citeert zijn grootvader: ‘Psychoanalyse is niet eindeloos, immers ze is menselijk. Maar psychoanalyse kent geen tijd: psychoanalyse duurt je leven lang.’ In Walderedo wordt eveneens het beeld geschetst van de in Tokio woonachtige vader van Pijnappel. IWalderedo smael de Oliveira is kunstenaar, maar tekent nauwelijks meer. Hij lijkt met zijn ziel onder zijn arm te lopen. Zou psychoanalyse soelaas kunnen bieden? Het is niet helemaal duidelijk over wie de film nu eigenlijk gaat: over gootvader zijn vader of misschien hijzelf?
Ilse van Rijn:
Je legt sterk de nadruk op het belang van het medium film voor jouw werk. Toch lijk je als toeschouwer, al kijkend naar een film als 1921-1977 1979-, te bladeren in een fotoalbum. Oude familiefoto’s worden afgewisseld met archiefmateriaal, found footage met nieuw geschoten beeld. Verleden en heden lopen op die manier in elkaar over. Hoe verhouden fotografie en film zich tot elkaar in jouw werk?
Pablo Pijnappel:
‘Ik werk graag met wat ik tijdloosheid (timelessness) noem, een utopisch idee, daar waar “tijd” feitelijk ophoudt te bestaan. Tegelijkertijd is een bepaald punt in de tijd (timepoint) belangrijk voor mij: hoe ben ik gekomen waar ik nu ben? Waar liggen mijn wortels? Wat is mijn verleden? Dat zijn de vragen die ik me daarbij stel. Het materiaal dat het uitgangspunt vormde voor de film 1921-1977 1979-, vond ik bij toeval op de zolder van mijn oma in Rio de Janeiro. Ik zat op dat moment op de Gerrit Rietveld Academie. Mijn Nederlandse opa bleek een film te hebben gemaakt waarmee hij zijn persoonlijke levensverhaal wilde reconstrueren. Bij het zien van de locaties die een belangrijke rol hadden gespeeld in zijn leven wist ik dat het vertellen van zijn verhaal het doel van zijn film was geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Nederland en vervolgens bouwde hij zijn leven weer in Brazilië op. De film is opgenomen in de jaren zestig, wat de nodige nostalgische gevoelens oproept. In de film 1921-1977 1979- reconstrueerde ik tegelijkertijd zijn én mijn leven. Omdat ik mijn carrière begonnen ben als fotograaf, vind je een fotografische blik terug in die beelden. Maar mijn interesse in narrativiteit bracht me uiteindelijk naar film.’
Ilse van Rijn:
Tekst en ondertitels nemen een speciale plaats in in je films. In Andrew Reid (2003) wordt de gesproken tekst beeld. Schreefloze letters tegen een zwarte achtergrond maken leesbaar wat je hoort. Het op deze wijze verbeelde telefoongesprek, wordt doorkruist door verstilde, al dan niet panoramische uitzichten. In Walderedo horen we juist oud-collega’s van je grootvader over hem praten, zonder dat we beelden van hem, of de geïnterviewden zien. Wat probeer je te bereiken met de gespannen wijze waartoe tekst en beeld zich in je films tot elkaar verhouden?
Pablo Pijnappel:
‘Veel van mijn werk beschouw ik als collages. Ik maak gebruik van de standaardinstrumenten voor film, tekst en beeld, maar speel ze liever tegen elkaar uit, dan dat ik ze van elkaar afhankelijk maak. Waar in 1921-1977 1979- sprake is van ondertiteling in traditionele zin, daar is in Felicitas de tekst, in plaats van het beeld, de leidraad geworden. Felicitas stelt de structuur van film ter discussie. Het aspect “collage” is ook van toepassing op de manier waarop ik mijn werk presenteer. Mijn films zijn nooit “af”. Om het verhalende aspect van Felicitas te benadrukken, presenteer ik dit werk in De Hallen in Haarlem in combinatie met zogenaamde “satellietwerken”. Rio is zo’n nevenwerk. Het klampt zich aan Felicitas vast, zou je kunnen zeggen, heeft nauwelijks bestaansrecht zonder het hoofdwerk, waar het bij hoort. Tegelijkertijd functioneert de protagoniste van de film als verbindend element. Zij smeedt de afzonderlijke verhalen die over haar circuleren, aaneen. Rio is één van die verhalen, een ontmoetingspunt, in letterlijke zin de stad waar immigranten elkaar weerzien.’
Ilse van Rijn:
In Walderedo zien we je vader tekenen. Dia’s gemaakt van zijn tekeningen worden in de tentoonstelling in Haarlem geprojecteerd. De 16mm-film Walderedo wordt naast de super-8-film Caiçara getoond. Eerder sprak je over je verlangen naar het oprekken van tijd en ruimte. Welke rol speelt herinnering volgens jou bij onze ervaring van ruimte en tijd? Hoe verhouden de verschillende media die jij gebruikt zich hiertoe?
Pablo Pijnappel:
‘Je neemt tijd telkens op een andere manier waar. De verschillende media visualiseren deze beleving. De geprojecteerde tekeningen van mijn vader zie ik als een extra laag in het werk. Ze vullen de leemten op in de 16mm-film waarin je mijn vader ziet tekenen. Een dynamische super-8-film refereert voor mij aan de werking van flashbacks in het menselijke denken en het geheugen. Je krijgt in korte tijd een grote hoeveelheid informatie. Bij het zien van de lange, fotografische shots van de 16mm-film ervaar je tijd juist als eindeloos. Die shots functioneren als readymades in de film. Zij dienen als constructief element in de film. Daarom noem ik mijn werk collages. Tekenen is voor mij op een andere manier verbonden met de herinnering. Je herinnert je altijd grove lijnen en contouren, silhouetten of verstilde figuren. Hoewel je meent dat je alles nog weet, ben je de details vergeten. Dat zie je terug in een tekening. De schetsen en studies die mijn vader heeft gemaakt, symboliseren dit. Herinnering speelt een prominente rol in mijn werk. We gebruiken elk boek dat we hebben gelezen, elke film die we hebben gezien en vertalen de flarden en fragmenten naar een bewegend beeld of een fotoroman. Om er een coherent verhaal van te maken, vullen we de gaten op, nog voordat de waargenomen informatie, bewust is gemaakt. Freud noemde deze menselijke neiging secondary revision.’
Ilse van Rijn:
In Felicitas zien we een beeld van een pier en de havens van Rio de Janeiro. In visueel en thematisch opzicht lijkt je werk sterk verwant aan de films van de cineast Chris Marker. Zijn film La Jetée (1962) is bijna volledig opgebouwd uit foto’s. Marker introduceert La Jetée als een ‘photo-roman’. Het verleden schiet het heden te hulp, aldus Marker in La Jetée.
Pablo Pijnappel:
‘Chris Marker is een grote inspiratiebron. In Walderedo citeer ik mijn grootvader wanneer hij zegt dat het menselijke on- en onderbewuste, tijd noch plaats kent. In herinneringen is geen sprake van een chronologische of hiërarchische orde. Zij komen naar boven als iets wat je vandaag initieert, de energie van destijds raakt. De geschiedenis herhaalt zichzelf bovendien, er is dus niet echt sprake van tijd, eerder van een eeuwige vorm van vertrek en aankomst, van gelukzalig genot en wederkeer. Daarom houd ik van het tijdloze. De preoccupaties met tijd en herinnering worden door Marker schitterend verbeeld.’
Ilse van Rijn:
Dat brengt me op de vaderfiguur die herhaaldelijk in jouw werk terugkomt. De vaderfiguur is het thematische verband tussen 1921-1977 1979-, Andrew Reid en Walderedo. In Walderedo tekent je vader jouw portret. Zie je je grootvaders en vader in je films als een substituut voor jou? Verbeelden hun queestes jouw zoektocht?
Pablo Pijnappel:
‘Zo heb ik het nooit gezien. De psychoanalyse doorbreekt de lijn van persoonlijke geschiedenissen. Ze stelt je ter discussie en wijst je op waar je vandaan komt. De vragende wijs van de psychoanalyse is een perfecte manier om je verdrongen probleem in het nauw te drijven en klem te zetten. In Walderedo hoor je de verschillende stemmen van de collega’s van mijn opa en van de huidige vrouw van mijn vader. Niemand is objectief. Hoe registrerend ook, zelfs de camera is het verlengstuk van het subjectieve oog. Maar waar een foto of film directer is, daar laat, zoals ik al zei, een tekening bij uitstek zien dát je inderdaad nooit objectief kunt zijn.’
Ilse van Rijn:
Je lijkt heel wat familieleden een onderdak te bieden in je werk. Hoe groot is je familie?
Pablo Pijnappel:
‘Mijn onderzoek naar visuele narrativiteit maakt inhoudelijk een overgang door van de persoonlijke geschiedenis van mijn familie, naar een meer universele geschiedenis. We zijn allemaal met elkaar verbonden door middel van beelden. Wat Freud op microniveau formuleerde is wellicht ook van kracht op macroniveau. Daarbij komt dat de herhaling van tijd van invloed is op onze perceptie van ruimte. Denk aan de manier waarop de menselijke geest zich in slapende toestand niet druk maakt om een lineaire en hiërarchische indeling van tijd, en dus van ruimte. Heden ten dage bestaan verschillende tijden naast elkaar, je bent in “no time” in Berlijn, Londen of New York. Morgen vertrek ik naar Alaska. De genealogie van mijn familie verbeeldt het leven in de huidige global village.’
Ilse van Rijn:
De mens is een nomade?
Pablo Pijnappel:
‘Inderdaad.’
Bestel dit nummer
Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:
Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M
Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs
Bestel nu