Ruim €45.000 ontvangt de winnaar van de Prix de Rome. Vijfenveertig mille! Dat is veel geld voor een kunstenaar van onder de dertig (en ook voor die van daarboven). De Prix de Rome nieuwe stijl beseft dat het in het hedendaagse prijzencircus in de kunst vooral om de knikkers draait. En om goede PR. De prijs heeft inmiddels een eigen televisieprogramma, een eigen artikelenreeks in een kunstblad en exposities in De Appel en Witte de With.
Aan vaardigheid geen gebrek onder de kandidaten van de PRIX DE ROME.NL 2007. De vier uitverkoren kunstenaars tonen zich begenadigde kunstenaars, die in staat zijn om met speels gemak het werk naar hun hand te zetten. Nergens is er gepiep of geknars, nergens ongemakkelijke blokkades of kortsluiting, de kunst uit de Prix de Rome biedt een beeld van artistieke coolness.
Natuurlijk, de sculpturen van Maartje Korstanje ontstaan niet vanzelf; Sung Hwam Kim werkt doorgaans negen maanden aan zijn projecten met video en performance alvorens met iets naar buiten te treden; Vivianne Sassen zwerft maanden door Afrika op zoek naar goede foto’s en Claire Harvey zit inmiddels al negen weken te schuiven met plankjes en knipsels in een gesloten ruimte op de Rijksakademie. Maar ondanks al dat gezweet, de twijfel en het gedoe, biedt het werk de indruk van visuele finesse. Het lijkt alsof de kunstenaars erop geselecteerd zijn, door een jury die wil laten zien dat het in de jongste kunst weer eerst en vooral over artisticiteit gaat.
Vernieuwd
De Prix is sinds een jaar of twee de oude Prix niet meer. In prijsbedrag verdubbeld is het van een staatsprijs een jaarsalaris geworden. Geld is de nieuwe drijfveer, de roem wordt op de koop toe genomen. In het verlengde van de prijsverhoging heeft het ietwat archaïsche negentiende-eeuwse instituut dat de Prix de Rome was, haar regels herzien. De prijs wordt niet meer om de vier jaar toegekend aan kunstenaars die werken in disciplines als schilderkunst, tekenkunst, beeldhouwkunst en fotografie, maar is opengesteld voor om het even wat voor vorm van kunst, inclusief die van postmediale kunstenaars, zolang ze jonger zijn dan vijfendertig.
Net als voorheen ademt de Prix de Rome belofte. Zeker nu een sponsor de staatsprijs heeft ingepast in een opgewekt marketingdiscours, klinkt alom de blijmoedigheid van de komende tijd. De vier genomineerden van de Prix zijn niet geselecteerd om wie ze zijn, maar om wie ze zouden kunnen worden. Het is een talentenjacht, die in feite niet veel verschilt van die van Idols op televisie. Niet het bestaande werk, het prille oeuvre of een voorbije prestatie worden beoordeeld, maar het werk dat dit voorjaar in drie maanden tijd is gemaakt. De Prix is een proeve van bekwaamheid, een prijs voor de beste performance.
De Prix is trots op die unieke formule, die daarom bij de recente herziening is gehandhaafd. De belangrijkste vernieuwing is het feit dat de staatsprijs gesponsord wordt door een private partij, het SNS Reaal Fonds, dat er een kleine ton in pompt. De sponsor wenst veel publiciteit en mede daarom is de toekenning, die zich voorheen in stilte voltrok, een publieke aangelegenheid geworden. De jury, bestaande uit Jean Marc Bustamente, David Bade, Germaine Kruip, onder leiding van gastvoorzitter Chris Dercon, zal de eindpresentaties in Witte de With en De Appel bezoeken en in het openbaar een winnaar aanwijzen. Een tweetal mediapartners (AVRO en Kunstbeeld) wordt geacht voordien voor de nodige buzz te zorgen.
Genomineerden
Veel samenhang valt er niet te ontdekken in de eindselectie, zoals gekozen door de jury. Twee Nederlanders, een Koreaan en een Brit, moeten het onderling uitmaken. Het is een keuze tussen een ‘fantastische’ beeldhouwer, een ‘esthetische’ fotograaf, een ‘intellectuele’ performer/videomaker en een ‘poëtische’ tekenaar. Waarmee de selectie variabelen biedt op ongeveer elk vlak: nationaliteit, medium, discipline en concept, alsof de scheiding van disciplines, die de Prix jarenlang karakter gaf, na de vernieuwing nog niet helemaal overboord is gezet.
Maartje Korstanje is de grootste verrassing onder genomineerden, een instant hit, afkomstig van het Sandberg Instituut. Ze maakt wezens van karton, stof en schuim, die neigen naar abstracte sculptuur maar toch dierlijk van karakter blijven. Korstanje is met een opvallende carrièresprong bezig. Nog niet zo lang geleden maakte ze ietwat onbeholpen objecten van papier-maché, inmiddels heeft ze zich een aantal vernieuwende technieken eigen gemaakt, waarin ze direct weet te excelleren.
Even perfect, maar iets minder onschuldig is het werk van Vivianne Sassen, de succesfotograaf die bezig is zich te los te weken uit de modewereld waar ze internationaal gevierd is. De objectiverende eigenschappen van de modefotografie (mens-is-kledingpop) heeft ze verplaatst naar Afrika en past ze toe op ‘onschuldige’ passanten, die tot monddode ‘ander’ worden gemaakt in formeel geperfectioneerde, maar niettemin quasi-documentaire fotografische composities. Van de blanke modellen in de modefotografie is iedereen gewend dat ze worden geobjectiveerd, maar bij zwarten uit Afrika roept deze behandeling enige vervreemding, zo niet verontwaardiging op. Het blijkt precies Sassens bedoeling, lees ik in een interview. Met haar licht provocerende volmaakt esthetische blik op Afrika probeert ze de westerse benauwd politiekcorrecte blik op Afrika, die evenzo geregisseerd is en Afrika steevast voorstelt als hongerend en oorlogsvoerend, te bekritiseren.
Tegenover Korstanje en Sassens werk vallen Sung Hwan Kims existentiële video/performances/installaties enigszins rauw op de maag. Sung is een nomade die in de tweede helft van de jaren negentig is vertrokken uit Korea en via Amerika op de Rijksakademie is aanbeland. Hij maakt werk dat doortrokken is van een zekere melancholie, die echter meer analytisch dan sentimenteel van aard is. Sung levert complexe gelaagde narratieve kunst in beeldtekst combinaties, verpakt in installaties, die de voortgaande vervreemding van het moderne leven in de geglobaliseerde samenleving lijken te representeren. Een Babylonische spraakverwarring zorgt voor existentiële twijfel over ons bestaan dat zozeer afhankelijk is van taal.
De kunst van kandidaat nummer vier, Claire Harvey, sluit enigszins aan op Sungs filosofisch getoonzette interesse in het leven in taal. Subtiel speelt de tekenaar met de omstandigheden en reflecteert op de status van de tekening in de ‘echte’ wereld, waarbij ze handig verbindingen legt en vervolgens weer opheft. De ‘sprong’ van de tekening uit haar kader naar de echte wereld is nooit definitief. Een lijntje met de kunst, c.q. de verbeelding blijft bestaan en ondermijnt de status van het getoonde.
Uitslag
Wat voor uitspraak zou de jury van de Prix willen doen over de jonge kunst van nu? Gaat men kiezen voor virtuoze, fantastische sculptuur, voor even gelikte als provocerende fotografie, intellectuele Godardachtige raamvertellingen of de intieme zelfreflectie van een tekenaar pur sang?
Korstanje lijkt nog een graadje te licht voor de hoofdprijs, hoewel ze misschien wel het best van allemaal de geest van een nieuwe generatie weet te vertalen, met werk dat vrolijk knipoogt naar Folkert de Jong, Thomas Hirschhorn en David Bade. Hoe sympathiek Sassens poging een ‘ander’ Afrika in beeld te brengen ook is, ze raakt enigszins verstrikt in haar poging onze blik op Afrika te bekritiseren, met werk dat zich bijna demonstratief amoreel toont. Sungs werk is begaafd, maar ook ietwat te geconstrueerd, waardoor de bezieling verloren raakt in een doolhof van diepzinnigheid.
Blijft over Claire Harvey, voor mij de gedoodverfde winnaar. Harvey verenigt het beste van belangrijke tendensen van dit moment, en biedt kunst met een eigen metier en traditie, zonder de buitenwereld de rug toe te keren. Harvey reikt dieper dan de meer intuïtief opererende Korstanje en Sassen, en anders dan Sung, die met haar een zekere filosofische interesse in taal deelt, weet ze die interesse met gevoel voor poëzie te vertalen. Harvey is een echte experimentator, die in haar werk zaken op scherp stelt en ondervraagt, zonder zich te verliezen in vooringenomen conceptuele hoogstandjes. Het enige nadeel is dat haar repertoire beperkt is. Als je het een paar keer gezien hebt, beginnen de kleine getekende mannetjes en vrouwtjes, die met de rug naar het publiek de stand-in van de kijker spelen, een beetje te vervelen. Het zal daarom van de inventiviteit en vernieuwingsdrift van de presentatie afhangen of Harvey daadwerkelijk op 29 juni tot winnaar uitgeroepen wordt.
Witte de With, Rotterdam
De Appel, Amsterdam
20 mei t/m 1 juli












