Sanctus lijkt indirect naar de zeventiende-eeuwse schilderkunst te verwijzen, maar niet alleen op dit niveau, ook in andere opzichten geeft de film je een prettige kortsluiting in je hoofd. Wie is dat die Pärts religieuze koormuziek zo treffend in beeld weet te brengen, vraag je ja af? Je zou bijna gaan denken dat het een toevalstreffer betrof. Daarvoor overtuigt de technische perfectie van Sanctus echter tezeer. Het moet een strakke regie hebben vereist om het koor van de Amsterdamse Cantorij zo in beeld te krijgen. En ook in een tweede, korte film Inland (5’20”) laat Groenhart zien dat ze grote thema’s uit de kunst niet schuwt. Inland is een kruising tussen een pastoraal landschap en een schilderij van Caspar David Friedrich. Je ziet een doorkijkje in een prachtig, groen stukje landschap uit een bos. De belichting en het geluid is ook hier zo fenomenaal dat het groen ‘knettert’ en je het gevoel krijgt dat je het bos bijna kunt ruiken. De film is opgenomen in één lange camerabeweging. Het lijkt alsof een camera zich verschanst heeft in een grot en een blik werpt op het landschap daarbuiten, maar zich vervolgens langzaam weer in de grot terugtrekt. Er komt een meisje in beeld. Ze kijkt even onbewogen voor zich uit.
De films van Groenhart doen denken aan het grote Deense talent van de korte film: Jesper Just, die videokunst weet te verzoenen met de grote cinema. Het mag hoopvol heten dat Groenhart zich al tijdens haar eindexamen op de Rietveld Academie een evenknie van Just toont en films maakt met een perfect gevoel voor scenografie en suspens.














