Parijs extra muros
Kunstcentra openen in de buitenwijken

In 2004 maakte de Zwitserse kunstenaar Thomas Hirschhorn op een stukje braakliggend terrein een tijdelijk museum tegenover een gesubsidieerd woningbouwproject in Aubervilliers, een stadje aan de noordgrens van Parijs. Twee maanden lang toonde dit Musée Précaire Albinet werk van belangrijke kunstenaars uit de twintigste eeuw, afkomstig uit de collectie van het Centre Pompidou, onder wie Duchamp, Mondriaan, Beuys, Warhol, Malevich, Le Corbusier, Dalí en Léger.

Het tijdelijke museum was een installatie, opgebouwd uit de voor Hirschhorn bekende materialen: tweedehands hout en meubels, karton, tape, et cetera. De installatie functioneerde in veel opzichten als een soort antimuseum: vanwege zijn tijdelijke karakter, de locatie in een achtergesteld gebied, het feit dat de buurt betrokken was bij de bouw en het functioneren ervan en de onconventionele manier van tentoonstellen. Het ‘kwetsbare museum’ contrasteerde sterk met de Parijse kunstinstellingen en stond symbool voor de tegenstelling tussen het centrum van Parijs, wat de Parijzenaren ‘intra-muros’ noemen, en de buitenwijken. In vergelijking tot andere Europese steden als Londen is de Franse hoofdstad klein en gecentraliseerd. Wat er aan de andere kant van de périphérique, de ringweg om de stad, gebeurt, wordt vaak genegeerd.

Laboratoria


Thomas Hirschhorn, Musée Précaire Albinet

Het ambitieuze, bijna utopische project van Hirschhorn werd geïnitieerd door het kunstcentrum Les Laboratoires d’Aubervilliers. Uit het feit dat aan de realisatie ervan jaren van onderhandelen voorafgingen en dat het ongelooflijk veel inzet vergde, blijkt de vitaliteit van de kunstscene buiten het centrum van Parijs. Hoewel de buitenwijken van Parijs verschillende interessante kunstinstellingen telt, worden deze vaak veronachtzaamd vanwege het belang dat de stad aan zichzelf toekent. Het experimentele, innovatieve karakter van veel van deze instellingen staat in schril contrast met de vaak overdreven voorzichtige aanpak in de officiële, Parijse kunstinstellingen. Het feit dat de Franse kunstscene door de internationale kunstkritiek steeds vaker wordt bekritiseerd vanwege zijn conservatisme zou dus deels kunnen komen door het gebrek aan aandacht voor kunstinstellingen als Les Laboratoires d’Aubervilliers, CAC Brétigny, Credac in Ivry-sur-Seine, Cneai in Chatou en La Galerie in Noisy-le-Sec.

Kenmerkend voor deze instellingen is hun betrokkenheid bij de kunstenaars, die vaak speciale, op de instellingen toegemeten projecten produceren. Zoals de naam al aangeeft is Les Laboratoires opgezet als een ‘laboratorium’. Het legt de nadruk op de productie van ambitieuze projecten met kunstenaars vanuit verschillende disciplines. Periodes van onderzoek en productie worden afgewisseld met presentaties, Ouvertures genaamd, waarin de resultaten aan het publiek worden getoond. De presentaties krijgen de vorm van buitenprojecten, performances, films, concerten, lezingen en publicaties.

Er wordt op deze plekken buiten het centrum ook aandacht gegeven aan residency-programma’s voor kunstenaars en curatoren. La Galerie, een hedendaags kunstcentrum gelegen in Noisy-le-Sec, in het oosten van Parijs, nodigt vaak internationaal werkende curatoren uit om een tentoonstelling te maken. In 2006 lanceerde Cneai – een kunstinstelling die ligt op een eiland in de Seine in het westen van Parijs – de Maison Flottante. Dit drijvende huis, ontworpen door de ontwerpers Ronan en Erwan Bouroullec, kan gebruikt worden voor overnachtingen en studioruimte.

Experimenteren met de ruimte

De meeste kunstcentra in de buitenwijken zijn gevestigd in gebouwen die niet zijn ontworpen voor tentoonstellingen. Dat wordt echter niet als obstakel beschouwd. Het fungeert als uitgangspunt om de traditionele tentoonstellingsmodellen te ondervragen. Credac bijvoorbeeld, gelegen in Ivry-sur Seine in het zuiden van Parijs, bevindt in een gebouw dat ooit was bedoeld als een bioscoop in het woningbouwproject Cité Jean Hachette van de architect Jean Renaudie. De tentoonstellingsruimte bestaat uit drie lange aflopende ruimten zonder ramen: een ongebruikelijke context voor kunstenaars om in te werken.

Het CAC Brétigny geeft sinds 2000 kunstenaars de opdracht een werk te maken in wisselwerking met de architectonische ruimte. David Lamelas’ Projection (l’effet écran) is een extensie van de ingang van het kunstcentrum. Het werk, een betonnen ‘tunnel’, is gebaseerd op Lamelas 16mm-installatie Projection (1967), bestaande uit twee projectoren met de achterkanten tegen elkaar. Terwijl de ene projector een vierkant van licht projecteerde op de muur van de galerieruimte, scheen de andere een diffuus licht richting de ingang. Voor de permanente installatie Fosse commune (2005), vernietigde de Mexicaanse kunstenaar Teresa Margolles de vloer van de galerie en verving deze door een vloer gemaakt van cement, aangemaakt met water waarmee lichamen werden gewassen in een Mexicaans mortuarium. Met hetzelfde materiaal maakte ze de buiteninstallatie Table et deux bancs (2005), bestaande uit een betonnen picknicktafel en twee banken.

Zowel CAC Brétigny als Les Laboratoires hanteren een uitgesproken multi-disciplinaire benadering. Les Laboratoires wordt geleid door een team, afkomstig uit verschillende disciplines, onder wie dansers, dramaturgen en curatoren. In 2006 organiseerde CAC Brétigny La Monnaie Vivante, een drie dagen durend project, gepresenteerd in een dansstudio, waarbij de relatie tussen lichaam, ruimte en tijd werd onderzocht. De meeste werken waren performances die tijdens de tentoonstelling op onregelmatige tijden werden opgevoerd. Het project liet ook bestaande performances opvoeren zoals Roman Ondáks Teaching to Walk, met een moeder en een kind van één jaar oud als acteurs, en Santiago Sierra’s performance Person facing into a corner, die werd uitgevoerd door iemand die was betaald om elke dag twee uur in een hoek van de ruimte te gaan staan. La Monnaie Vivante gebruikte de karakteristieken van een dansstudio, een ruimte voor try-outs en repetities, als een manier om traditionele tentoonstellingsmodellen ter discussie te stellen en te experimenteren met onverwachte overeenkomsten tussen verschillende werken.

Overdracht

Sinds haar ontstaan in 1997 richt het Cneai zich op het produceren van publicaties van kunstenaars, zoals kunstenaarsboeken, tijdschriften, kranten en lp’s. Recente projecten zijn een tentoonstelling en ambitieuze publicatie door het New Yorkse collectief Continuous Project en een presentatie van Yona Friedmans architectuurmaquettes, die wordt begeleid door verschillende handleidingen en animaties. In 2006 organiseerde het Cneai in samenwerking met Villa Arson en het tijdschrift Multitudes een tentoonstelling en symposium over het concept van overdracht, met als onderwerp de circulatie van kunst buiten de traditionele circuits.

Het vermogen van kunst om te bestaan buiten de reguliere tentoonstellingsruimten om, is een centraal gegeven bij de meeste kunstinstellingen in de Parijse buitenwijken. De sociale en politieke context van de Parijse buitenwijken heeft verschillende kunstinstellingen aangezet te experimenteren met onconventionele relaties tussen kunst en publiek. In plaats van het publiek een eindproduct aan te bieden ter contemplatie, werken de artists-in-residence in Les Laboratoires vaak samen met het publiek aan producties, zoals bij Hirschhorns Musée Précaire Albinet. Een nog steeds lopend project van de kunstenaars Patrick Bernier en Olive Martin illustreert goed wat er bij dergelijke projecten op het spel staat. Het Projet pour une jurisprudence (Project for Creating a Legal Precedent) gaat over mensen die in Frankrijk leven, met name in de Parijse buitenwijken, zonder geldige verblijfsvergunning.

Het duo heeft verschillende kunstenaars uitgenodigd samen te werken aan een op taal gebaseerd kunstwerk, terwijl twee advocaten deze werkzaamheden vastleggen in een contract. Als een van de mensen die meewerkt aan het project dreigt het land te worden uitgezet, kunnen zij zich beroepen op het recht om het land te blijven als ‘coauteur, begeleider en vertaler’ van een kunstwerk. Dit project laat artistiek en politiek engagement samengaan, en biedt een vorm van betrokkenheid die ook tal van andere kunstcentra tot voorbeeld kan strekken.

Order This Issue Now

Order the issue that this article appeared in:

Order now
Subscribe to METROPOLIS M

Take a yearly subscription and receive METROPOLIS M every two months to your door

Order now
METROPOLIS M Webshop

Buy subscriptions, issues, books & limited editions at our webshop

Visit webshop