Waar is het Museum van de 21ste eeuw?

Het laatste decennium van de vorige eeuw is er uitgebreid gesproken over het museum van de eenentwintigste eeuw. Nu de eeuw alweer enkele jaren oud is, lijkt er opvallend weinig veranderd. De indruk is dat alles en iedereen weer terug bij af is, na wat experimenten in de marge zoals Palais de Tokyo, de informele 24-uurs productieplaats in Parijs die even de sleutel naar de toekomst leek te bieden, maar alweer in razende vaart verworden is tot een stille en amechtige white cube.

Wat niet wil zeggen dat complete status quo heerst. Sinds een jaar neemt de onrust rondom musea weer toe. Vorig jaar was er al een rel tussen een aantal directeuren van grote musea en de jongere garde die op hun positie ter discussie stelt. Er verschijnen steeds meer stukken over het museumbeleid in de (vak)pers (in METROPOLIS M 1/2007 Sale, bijvoorbeeld, en onlangs De Witte Raaf, nr. 128). En nu doen twee kleine kunstinstellingen een duit in het zakje met twee speciaal uitgegeven essays. Rutger Wolfson, directeur van De Vleeshal in Middelburg, publiceert bij Valiz Het museum als plek voor ideeën, en bij Casco verscheen in juli Luca Frei’s vertaling van het klassieke essay The so-called utopia of the centre beaubourg, dat de socioloog Albert Meister dertig jaar geleden schreef naar aanleiding van veruit de grootste museumvernieuwing uit de tweede helft van de twintigste eeuw: Centre Pompidou.

Over Wolfsons essay kan ik kort zijn. Dat is een reprise van zijn standpunten in zijn beroemde uitgave, de essaybundel Kunst in Crisis uit 2002, maar dan uitgelegd aan de hand van zijn eigen tentoonstellingsprogramma in De Vleeshal. Net als toen pleit hij voor een museum dat zich meer richt op vraagstukken uit de samenleving dan op, en hij trekt er een vies gezicht bij, ‘de kunstgeschiedenis’. Het essay leest als trein maar is uiteindelijk niet veel meer dan een keurige verantwoording van het eigen beleid. Wolfson had er beter aan gedaan zijn verhaal te onderbouwen met voorbeelden van buiten de eigen praktijk. Dat had de tekst heel wat geloofwaardiger gemaakt.

Dan liever het visioen van Meister, dat zelfs in de opzettelijk particuliere vertaling van kunstenaar Frei overeind blijft. Meister vertelt over de gebeurtenissen in een bizar complex van 27 verdiepingen, onder het Centre Pompidou. Deze tegenwereld van de officiële culturele wereld biedt alles waar Wolfson van droomt, maar dan in verhevigde mate: een samenballing van letterlijk alle mogelijke culturen en subculturen in een complexe,oneindig inspirerende kritische mix.

Meister beschrijft fijntjes de beperkingen van de op een overheid leunende cultuur (de bovenwereld) en haar ambitie verder te reiken, tot in de regionen van de ‘andere’ kant (een ambitie van de cultuurfabriek Pompidou waar alle kunst en cultuur onderdak zou krijgen). Het uiterst onderhoudende en geestige boekje van Meister is misschien een goede leestip voor de Nederlandse museumdirecteuren (en curatoren), die ervan dromen het ultieme museum van de 21ste eeuw te stichten.

Rutger Wolfson, Het museum als plek voor ideeën, Valiz, Amsterdam 2007. ISBN 978-90-78088-13-4

Luca Frei, The so-called utopia of the centre beaubourg: An interpretation,
Book Works, Londen en Casco, Utrecht 2007. ISBN 978-781870-699-99-0
Order This Issue Now

Order the issue that this article appeared in:

Order now
Subscribe to METROPOLIS M

Take a yearly subscription and receive METROPOLIS M every two months to your door

Order now
METROPOLIS M Webshop

Buy subscriptions, issues, books & limited editions at our webshop

Visit webshop