Precieze tijdelijkheid
Ensceneringen van Ulla von Brandenburg

Met een zelfgecreëerde bühne en performance in Tate Modern en een installatie en performance in Docking Station in het Stedelijk Museum in Amsterdam staat het werk van Ulla von Brandenburg (Karlsruhe, 1974, woont en werkt in Hamburg en Parijs) momenteel volop in de belangstelling. Het werk van Ulla von Brandenburg gaat over de betekenis van het gebaar, over beweging, stilstand en herhaling. Het is door en door theatraal. Een gesprek met de kunstenaar in haar studio in Parijs.

I Gebaren

Christophe Gallois:
Een belangrijk aspect in je werk lijkt je specifieke benadering van het gebaar te zijn. Jouw films bestaan uit nauwkeurige scènes waarin een aantal figuren als bevroren wordt neergezet in wisselende houdingen. In je recente film Schlüssel (2007) zien we bijvoorbeeld een groep van tien bewegingsloze mensen die verschillende dingen ‘doen’. Een vrouw overhandigt een sleutel aan een andere vrouw, een man leest een boek, een meisje laat ons een foto zien, et cetera. En al maakt de monochrome zwarte achtergrond het tafereel tot een eenheid, toch blijft het onduidelijk wat die verschillende houdingen met elkaar verbindt. Het is alsof de personages elkaar begrijpen via een onbekend vocabulaire. Waar komen die gebaren vandaan?
Ulla von Brandenburg:
‘In mijn werk vertrek ik altijd vanuit beelden die ik verzamel. Zo’n beeld kan een gedachte zijn, of iets wat ik heb gezien, gelezen of gehoord. Alles begint vanuit dat gevarieerde archief. Dat archief fungeert als een verzameling van gebaren uit verschillende contexten. Dat ga ik dan stapsgewijs filteren: er komen tekeningen en muurschilderingen uit voort, en uiteindelijk kom ik dan uit op film. In mijn nieuwste film 8 (2007) worden verschillende houdingen verbeeld: een vrouw die uit een raam kijkt;een man die een Möbiusband vasthoudt; een andere man die het Franse gebaar “mon œil” maakt, wat zoveel betekent als “geloof je het zelf?”; weer een andere houding verwijst naar een Griekse muze. Al die gebaren komen uit verschillende contexten en verschillende eeuwen, het is een soort collage. Maar hoewel ze niet met elkaar in verband staan, zijn ze toch in één vertelling bijeengebracht. In die zin speelt het toeval een belangrijke rol in mijn werk. In mijn werk probeer ik te laten zien dat uiteindelijk alles betekenis heeft, ongeacht de situering in de tijd.’
Christophe Gallois:
In deze tableaux vivants ontstaat ook een spanning tussen het stilstaande en het bewegende beeld. De uitgebeelde gebaren worden door kleine details verstoord. Het trillen van een arm of been, het knipperen van een oog of een ademhaling. Is dat een bewust effect?
Ulla von Brandenburg:
‘Ja, door één moment in de tijd uit te rekken, probeer ik die spanning tussen het fotografische beeld en het tijdelijke karakter van het werk erin te houden en uit te bouwen. Hiermee verwijs ik terug naar de begin-dagen van de fotografie, toen het nemen van een foto erop neerkwam dat je een tableau vivant maakte. Omdat fotografische platen nog niet erg lichtgevoelig waren, moesten mensen wel vijftien of twintig minuten poseren. Deze werken worden ook gekenmerkt door een spanning tussen beheersing – het exact opzetten van de scène – en al die toevalligheden die zich aan de enscenering onttrekken, waardoor het werk open blijft.’

II Toneel

Christophe Gallois:
Er zijn ook andere theatrale aspecten te herkennen in je werk. De tableaux vivants zijn bij-voorbeeld duidelijk gebaseerd op het centrale gezichtspunt dat we uit het theater kennen. Je installatie Karo Sieben (2007) bestaat letterlijk uit een toneel met een motief dat doet denken aan een schaakbord en een aantal objecten – een zwart touw en twee wandelstokken – die als rekwisieten fungeren. En in je muurschildering Stage II (2006) roep je een universum op dat op de grens van magie, toneel en een circusact ligt. Om preciezer te zijn, het lijkt alsof jouw werken onderzoeken wat er gebeurt op de scheidslijn tussen toneel en publiek, tussen theater en wereld;ze vormen een ‘theatrum mundi’.
Ulla von Brandenburg:
‘Ik ben geïnteresseerd in het theater als constructie. Zo is Karo Sieben gebaseerd op een element uit de architectuur van het baroktheater, namelijk het feit dat alles was opgezet rond één enkel perspectief, dat van de vorst, die altijd op dezelfde plek zat. Alle scènes werden vanuit zijn gezichtspunt opgebouwd, waardoor je op andere plekken in de zaal een vertekend perspectief kreeg. De duidelijke grens tussen publiek en toneel is een andere fascinatie van mij. Die grens wordt gematerialiseerd door het doek: als het doek dicht is, is er geen theater, als het opengaat wel. Het doek markeert een begin en een eind, het definieert een zeer precieze tijdelijkheid. Dat is vooral in mijn performances een belangrijk gegeven. In de performance die ik onlangs heb gedaan bij Tate Modern gaat het om een groep personages rond een man die op sterven ligt. Als toeschouwer kun je jezelf in een van deze personages verplaatsen, maar door die grens kun je ook bepalen hoeveel afstand je wilt bewaren.’
Christophe Gallois:
In jouw werk gaat het niet om een poging de grens tussen kunst en leven, tussen toneel en publiek op te heffen. Integendeel, je positioneert je praktijk juist op die grens, maakt hem bijna tastbaar, als een manier om vragen te stellen over wat er aan weerszijden gebeurt.
Ulla von Brandenburg:
‘In een scène in Buñuels Le Charme discret de la bourgeoisie (1972) zit een aantal mensen aan de eettafel. Dat schijnbaar huiselijke tafereel stort ineen als een van de muren, waarvoor een doek hing, opeens openschuift. Aan de andere kant zitten toeschouwers naar de mensen te kijken die net nog zo veilig bijeen leken te zitten. Het stuk dat ik heb gemaakt voor de tentoonstelling The World as a Stage in Tate Modern verwijst naar dit doek. Je ziet dat indrukwekkende doek voor je, maar je weet niet aan welke kant je je bevindt. Zit je op het toneel of in het publiek? Wat zou er gebeuren als het doek opengaat?’

III Herhaling

Christophe Gallois:
Een ander aspect van je werk is je belangstelling voor geschiedenis, met name voor een periode als het negentiende-eeuwse fin de siècle, en de alternatieve geschiedenissen rond zo’n overgangsperiode: occultisme, esoterie, de vroege psychoanalyse en alternatieve geloofssystemen. Het verband tussen deze historische benadering en de toneelmatige invalshoek van je werk zou kunnen worden gevormd door het begrip her-haling of ‘repetitie’: een term die zowel kan slaan op de repetitie van een toneelstuk als op het feit dat iets zichzelf herhaalt.
Ulla von Brandenburg:
‘Alles wat belangrijk is, herhaalt zichzelf op den duur. Er zijn natuurlijk wel veranderingen, maar gevoelens veranderen niet. Daarom schakel ik graag tussen tijden, van de Griekse Oudheid, via de middeleeuwen en de negentiende eeuw naar de actualiteit. Elk werk is een mengeling van verschillende tijdsbeelden. Ik heb een speciale belangstelling voor de negentiende eeuw omdat die eeuw een overgangsperiode markeerde, vlak voor de moderne tijd, toen mensen nog geloofden in dingen die ze niet konden zien. De herhaling zit ook in de manier waarop ik mijn films maak en vertoon. De meeste vormen een lus, waarbij het laatste beeld hetzelfde is als het eerste. Daardoor ontstaat er een soort cirkelvormige of eeuwige tijd.’
Christophe Gallois:
Je laat in je werk een aantal elementen meerdere keren terugkeren: een voorwerp uit een tekening kan later opnieuw opduiken in een film, een performance of een andere tekening. Welke betekenis ken je daaraan toe?
Ulla von Brandenburg:
‘Zulke elementen functioneren als motief. Dingen als maskers, wandelstokken, geesten, of verschillende gebaren. Ik streef naar een soort vocabulaire dat bestaat uit verschillende motieven die steeds weer terugkeren. Dat vocabulaire is noodzakelijkerwijs onvolledig, in de zin dat er altijd verborgen of onbekende betekenissen zijn. Je kunt niet alles begrijpen; er is altijd een geheim “genootschap”.’

IV Dualiteit

Christophe Gallois:
In jouw werk doen zich op meerdere niveaus paradoxale verschuivingen van tijd voor. In je tableaux vivants bijvoorbeeld, worden de historische momenten die je uitbeeldt gespeeld door mensen die hedendaagse kleding dragen. Daarnaast is er de spanning tussen fotografie en film. In beide gevallen lijkt deze combinatie van verschillende tijden de vertaling van een wens om een soort dualiteit, een zekere besluiteloosheid, te behouden. Goethes ginkgobladeren zouden hier een mooie metafoor voor zijn;je hebt in meerdere werken gebruik gemaakt van dat motief, dat voor Goethe het symbool van dualiteit was: ‘Leeft het als een enkel wezen, innerlijk in twee gedeeld? Of een paar dat uitgelezen herkenbaar is als één beeld?’
Ulla von Brandenburg:
‘In mijn film Schlüssel geeft een vrouw een sleutel aan een andere vrouw. Dat gebaar roept allerlei symbolische betekenissen op. Het zou de sleutel van de doos van Pandora kunnen zijn, of de symbolische sleutel die een burgemeester draagt. Of in het collectieve geheugen, de sleutel tot een geheim. De betekenis blijft vaak onduidelijk of dubbelzinnig. Er wordt geen verhaal verteld, er is alleen maar het begin van een verhaal. Die tweeslachtigheid zie je ook in een muurschildering die ik in 2006 heb gemaakt voor de tentoonstelling Again for Tomorrow in het Londense Royal College of Art. Die werkt net als een rorschachtest: je maakt een inktvlek en door het papier dubbel te vrouwen krijg je een spiegelbeeld. Mijn schildering heeft als uitgangspunt het motief van een bos en omdat dat gespiegeld is, wordt het een metafoor voor het onbewuste. Het ginkgoblad zie je ook op een jasje dat ik in een aantal films heb gebruikt. Wat mij boeit, is dat je het kunt dubbelvouwen. Het is symmetrisch, en tegelijkertijd dubbelzinnig.’

V 8

Christophe Gallois:
Het project dat je vanaf half januari onder de titel 8 (2007) presenteert in Docking Station in het Stedelijk Museum Amsterdam, lijkt een aantal zaken samen te vatten dat al in eerdere werken speelt, zoals het gebruik van de symbolische motieven, je belangstelling voor vergeten historische momenten en de vorm van het tableau vivant. Een nieuw element daarin is dat je nu ook beweging gebruikt. Waar plaats je zelf deze installatie in je ontwikkeling?
Ulla von Brandenburg:
‘Dat idee van beweging zat ook al in Schlüssel, waarin ik een langzaam “panning shot” maak langs een groep mensen die een tableau vivant vormen. De film 8 is opgenomen in een Frans kasteel, het Domaine de Chamarande, en vormt een reis door een reeks van tableaux vivants. De camera beweegt langs de verschillende scènes, zwenkt door de kamers van het kasteel. Het is wel een belangrijk aspect dat de film deel uitmaakt van een installatie. De opzet daarvan is gebaseerd op de plattegrond van het kasteel. Er zijn acht kleuren, die verwijzen naar de kleurexperimenten van de Zwitserse psycholoog Lüger. In 8 hoop ik dat de bezoeker rondgaat en zich bij iedere kleur anders voelt. De installatie speelt ook met het contrast tussen de kleuren van de installatie en het zwart-wit van de film. Er is dus eerst een abstracte constructie, en daarna zie je het verhaal in de film. Die bestaat uit één enkel ‘panning shot’ van negen minuten, gebaseerd op het patroon van een Möbiusband, het symbool van de eeuwigheid. Ook de structuur van de film zelf is cirkelvormig omdat het eerste en het laatste beeld hetzelfde zijn: het begint en eindigt met een close-up van een schilderij van de omgeving van het kasteel.’

Ulla von Brandenburg – 8
Docking Station, Stedelijk Museum Amsterdam
18 januari t/m 24 februari

Ulla von Brandenburg – Where there’s a network of
red over the green

Kunstverein für die Rheinlande und Westfalen,
Düsseldorf
16 februari t/m 20 april

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop