De stem of zoiets
(Deel 1)

De eerste column van grafisch ontwerper Paul Elliman gaat over de stem, in een vergelijking van een wereldberoemde rapper en een minstens zo beroemde castraat.

Wat hebben Farinelli, superster van de achttiende-eeuwse Italiaanse opera, en eenentwintigste-eeuwse gangsta rapper 50 Cent met elkaar gemeen? Tuurlijk, ze zijn allebei, in hun eigen tijd, beroemde zangers. Maar ik doel meer op de eigenaardige aard van hun vocale vermogens. Als jongeling liet Farinelli (geboren in 1705 onder de naam Carlo Broschi) zijn lichaam op pijnlijke wijze veranderen om zodoende het ongelooflijke vocale bereik van de castraat te verkrijgen. Au!
Een paar eeuwen later, op 24 mei 2000 om precies te zijn, werd de vijfentwintigjarige 50 Cent (destijds bekend als Curtis Jackson) negen keer in zijn lijf geschoten. Later beschreef hij hoe een kogel door zijn kaak een gat in zijn tand had gemaakt waardoor zijn stem die kenmerkende fluitende klank heeft gekregen. Au, en nog eens au!

Eerder dit jaar werden Farinelli’s overblijfselen opgegraven uit een begraafplaats in Bologna. Een team van wetenschappers en akoestische deskundigen aan de Universiteit van Bologna bestudeert momenteel de restanten van het strottenhoofd en de stembanden, in de hoop beter inzicht te krijgen in de werking van de mysterieuze stem van castraten.

De enige opname van een stem van een werkelijke castraat is afkomstig van Alessandro Moreschi. Begeleid door het koor van de Sixtijnse Kapel, werden Moreschi’s eerste opnames gemaakt in Rome in 1902 voor de Gramophone and Typewriter Company. Een van de opnameleiders, Fred Gaisburg, beschreef de historische sessie in het Vaticaan als volgt: ‘We selecteerden een prachtige salon met muren vol met Titiaans, Raphaels en Tintoretto’s en plaatsten onze groezelige machine precies in het midden van de zaal.’

1902 was ook het jaar waarin Enrico Caruso zijn eerste opnames maakte, eveneens voor de Gramophone and Typewriter Company. Vijf jaar later, in 1907, werd Caruso’s opname van Vesti la giubba (van Leoncavallo’s Pagliacci) de eerste grammofoonplaat ter wereld waarvan een miljoen exemplaren werd verkocht en waarmee een geheel nieuw paradigma voor de stem en haar aanwezigheid in de moderne wereld werd gevestigd.

Eenmaal opgenomen, of zelfs maar gewoon versterkt, wordt de stem het product van de technologie. Ze is in staat zich op magische wijze door de lucht te verplaatsen, via vinyl, tape, compact disc of mp3-bestanden. Vanaf het midden van de twintigste eeuw beginnen we de verbetering van de stem door deze nieuwe traditie van technische manipulatie als vanzelfsprekend te beschouwen.

Wat begon met de twee sporenopname, in de jaren zestig door The Beatles tot standaard gemaakt in de platenindustrie, eindigt met het alomtegenwoordig gebruik van auto-tune in de hedendaagse popmuziek – als eenvoudige manier om vlakke of scherpe noten te corrigeren. Door deze ontwikkelingen wordt zoiets menselijks als de stem getransformeerd tot een technisch detail. Een traditie die misschien wel begon met de pijnlijke mechanische aanpassingen aan het menselijk lichaam.

Maar wat hebben Farinelli en zijn hip-hopera tegenhanger 50 Cent dan niet met elkaar gemeen - afgezien van het feit dat Farinelli er nooit in is geslaagd om een eigen kledingmerk op te zetten?

Terwijl 50 Cent op de radiogolven naar de top van alle ranglijsten ter wereld is gezeild, zijn de castraten (met één uitzondering, maar die was destijds al te oud om echt een goed bewijs van zijn vocale kracht te kunnen leveren) nooit op plaat vastgelegd omdat de traditie stopte voordat de technologie beschikbaar kwam.

De Farinelli die wij op plaat kunnen beluisteren, is afkomstig van de soundtrack van een Belgische film over zijn leven, geregisseerd door Gérard Corbiau in 1994. De stem van Farinelli werd gecreëerd door IRCAM (het Franse Institute de Recherche et Coordination Acoustique/Musique) op basis van een computersynthese van twee hedendaagse zangers, de vrouwelijke Poolse sopraan Ewa Malas-Godlewska en de Amerikaanse countertenor Derek Lee Ragin. Met andere woorden: terwijl 50 Cent, ondanks dat hij miljoenen platen verkoopt en op zijn minst negen levens heeft, nog altijd vasthoudt aan de vleselijke, fysieke gesteldheid van zijn aardse bestaan, daar is Farinelli, de virtuele castraat, al doorgeschoven naar het volgende niveau. Een posthumane stem die bestaat in een soort spookachtig lichaamloos vocaal Utopia.

Ondertussen, terug in de gewelddadige wereld van het lichaam, gaat de popmuziek gewoon door met het verwoorden van de menselijke onderhandeling tussen emotie en robotics. Nog altijd pijnlijk, hoe perfect ook op toon gezet.


Now If I give you all of me
What you gone give me back?
Your body is callin’ me

(Mary J. Blige aan 50 Cent, All of Me)

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop