Elixer: het video-orgasme van Pipilotti Rist

ROTTERDAM
Museum Boijmans Van Beuningen
7 maart t/m 10 mei 2009


Menig bezoeker die het video-organisme van Pipilotti Rist (1962) in het Museum Boijmans van Beuningen betreedt, komt er kotsmisselijk weer uit. Elixer is een aaneenschakeling van vier reusachtige en vijf kleinere audiovisuele installaties, die vrijwel allemaal recentelijk zijn gemaakt als zelfstandige werken voor andere locaties. Het Boijmans Van Beuningen presenteert de werken voor het eerst bij elkaar, als een all-you-can-eat Pipilotti Rist buffet.

Sinds Rist begin jaren negentig de museumwereld binnenkwam, experimenteert ze met de projectie van haar werk. Ze projecteert nu eens ruimtevullend, dan weer klein en nietig, bijvoorbeeld uit een gat in de grond, op een Martinifles, in een hoek, op de tegels van een toiletruimte of op doorschijnende gordijnen. Haar intentie is steeds om het beeld te bevrijden, de architectuur en de dingen te verzachten en om te spelen met de verhouding met de kijker. In interviews geeft Rist aan de beschouwer te willen verleiden, ‘om hem te helpen te concentreren’, en vervolgens te zorgen dat hij de projectie ervaart als zijn eigen gewichtsloze wereld en blik. Het is een geraffineerd spel met referenties waarvan ze weet dat het niet altijd lukt.

In het Museum Boijmans van Beuningen leidt Rist de bezoeker binnen in haar drie zalen groot video-organisme, waarbij in- en uitgang één zijn: ongeveer zoals ze dertien jaar geleden in de video Mutaflor (1996) de kijker meenam via haar mond haar lichaam in, om je pas via haar anus weer je eigen blik terug te geven. In het videolichaam in Rotterdam kom je terecht in een duister en desoriënterend weefsel van half doorschijnende gordijnen, lopend op hoogpolig tapijt waarmee Rist ook de zenuwuiteinden in je voeten beroert. Zo dwaal je dan van ligplaats naar ligplaats, terwijl ze je steeds weer haar ‘elixir’ toedient.

De enorme projecties op plafond, wand en vloer, verborgen in het web van reusachtige onderjurken, tonen stuk voor stuk dezelfde naakte, drijvende, vleiende, kruipende vrouwenlichamen, veel mos en hoogrijp fruit en bloembladeren, tongen en voetzolen. Ook loop je kans om ergens diep in het organisme te stuiten op een koperen bol die geluidloos een vagina projecteert (Gina’s Mobile, 2007). Het zou alles tegengif moeten zijn voor een cultuur die ons van ons lichaam vervreemdt. Maar hoe overdonderend de installatie ook is, het is weinig overtuigend wat de winst is van al dit theater.

Wellicht heeft de moderne mens het contact met zijn lichaam verloren, maar het videolichaam van Rist met zijn verhullende gordijnen biedt geen alternatief. Sterker nog, de totaalinstallatie benadrukt op een onprettige, bijna knullige manier allerlei contradicties. De desillusionerend harde museummuren om het videolichaam, de groen oplichtende UIT-bordjes die door de onderjurken heen schemeren en de monotonie van de gezapige thematiek van haar recente werk, geven het videolichaam iets tragisch.

Onbedoeld wordt het weeïge geheel een metafoor voor het opdrogen van Rists beruchte vitale bronnen en verwijst de bombastische aanpak naar de destructieve effecten van roem en professionalisering. Waar Rist in het verleden niet terugdeinsde voor confronterende, prangende kwesties, daar lijkt ze nu vooral wegtrekkende bewegingen te maken: door niet meer zelf maar louter Pepperminta in haar films te laten figureren, door alle verhullende doeken en door het verbannen naar twee kleine monitoren buiten de installatie van de bevrijdende, geestuitdrijvende hysterie uit haar vroegere videowerk. Slechts in één werk is er sprake van enige zelfrelativering. In Kleines Vorstadthirn von Rotterdam (1999-2009), een video op klein formaat bij binnenkomst van de tentoonstelling, orakelt de kunstenaar in Rist-isms tot ze plotseling de twijfel direct durft te adresseren als ze zegt ‘eigenlijk zou ik al weg willen zijn, nu ben ik hier en ik ben blij dat ik er nog ben’.

Het is jammer dat niet gekozen is voor een wat gewoner retrospectief, dat meer recht zou doen aan het veel bredere panorama van Rists decennialange geknaag aan technologie, sekserollen, macht en schuld. Of anders had Rist, die toch claimt taboes te willen opschudden, in haar mierzoete Elixer ten minste plaats kunnen maken voor het taboe van het oude lichaam. Nu kan je de tentoonstelling op zijn best als een bijzonder geval van tragische schoonheid zien: een grandioos teken van onmacht; een grootse knieval aan diezelfde cultuur die jong en bloot dicteert; aan een kunstsector die onder druk staat en entertainment verlangt; en aan Rists eigen bedrijf met personeel waarvoor ze zich verantwoordelijk voelt. Het lijkt nu erop dat de revolutionaire energie waarmee ze ooit zingend autoruiten insloeg, alleen bestond bij de gratie van haar mooie benen.


Sabien Teulings is beeldend kunstenaar en kunstcriticus, Leiden

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop