Ze werd berucht met een handtas gemaakt van de huid van haar poes, die ze eigenhandig om zeep had geholpen. Een storm van protest was haar deel, inclusief de tegenwoordig gebruikelijke hatemail. Tinkebell slaat terug door de schrijvers van de honderden hatemails te onthullen. Wat is haar motief?
Katinka Simonse, beter bekend als TINKEBELL., verwierf in 2004 in razend tempo bekendheid met haar afstudeerwerk My Dearest Cat Pinkeltje, de handtas die zij had gemaakt van haar eigenhandig gewurgde en gevilde kat met dezelfde naam. Het werk bracht een storm van protest op gang waarin TINKEBELL. alles werd toegewenst dat zij haar eigen kat had aangedaan - en meer. Sindsdien duikt Simonse met regelmaat op in de media, van Villa Achterwerk tot De Wereld Draait Door en van FOK.nl tot De Telegraaf.
De aanleiding is telkens dezelfde: TINKEBELL. maakt steeds opnieuw het leven van dieren tot onderwerp van haar werk. Op afstand bestuurbare cavia’s, een omkeerbare hond-kat knuffel, hanenkuikens die voor €15,- per stuk van de shredder gered konden worden of honderd hamsters die in een hamsterbal rondtolden door een galerie - TINKEBELL. wil er de hypocrisie van onze maatschappij mee aan de kaak stellen waar het onze omgang met dieren betreft. Voor velen zit de pijn hem in het feit dat Tinkebell dierenlevens op het spel zet of zelfs opoffert om haar punt te maken. In de publieke opinie heet dat al snel dierenmishandeling. Zelf ziet ze het wurgen van haar depressieve kat als een vorm van medelijden.
Simonse houdt er een romantische visie op het kunstenaarschap op na: ze legt zichzelf geen beperkingen op voor haar werk, noch ethisch, noch juridisch. Een opvatting die stoelt op het idee van de geniale kunstenaar, die een buitengewone opmerkzaamheid bezit, waaraan buitengewone rechten gekoppeld kunnen worden. Maar de artistieke vrijheden die Tinkebell zichzelf permitteerde, conflicteren niettemin gewoon met de wet en brachten haar al verscheidene keren met de politie in aanraking. Tot een veroordeling is het tot op heden niet gekomen, omdat ook de politie op een klaarblijkelijk juridisch grijs gebied stuit.
De ethische vragen die haar werken oproepen, zijn uiteindelijk terug te voeren op een centrale vraag: hoe dienen dieren gecategoriseerd te worden ten opzichte van de mens? Hoewel Simonse als zelfverklaard discussieontwerper deze filosofische kwesties wel inzet in haar werk, blijft het innemen van een gedegen inhoudelijk standpunt - laat staan het afleggen van gedegen morele verantwoording - achterwege. Telkens volgt ze hetzelfde stramien: een dier (dood of levend) vormt het basismateriaal om mediagenieke shock art mee te maken, waarna recalcitrant alter ego TINKEBELL. de media voorziet van wat pakkende citaten. Discussie aangezwengeld, op naar het volgende project. Met een dergelijke aanpak is het niet vreemd dat er steeds weer commotie rond haar werk ontstaat. Sterker nog, zonder media-aandacht is het werk maar half af.
Bij het ontwerpen van haar ‘discussies’ wordt Simonse geholpen door blogosfeer: want op internet is het onvervreemdbare recht op meningsuiting in rap tempo aan het veranderen in een plicht. Elke persoonlijke mening - al dan niet geïnformeerd - dient publiekelijk gedeeld te worden. Naast vele hatelijke posts op internetfora leverde deze ontwikkeling Tinkebell een kleine duizend, veelal anonieme hatemails op, die in haar jongste project, het boek Dearest TINKEBELL., een centrale plaats innemen.
Dearest TINKEBELL. biedt een uitputtend overzicht van alle hatemails die Simonse tot op heden heeft ontvangen, maar wie denkt dat het slechts een prozaïsch scheldwoordenboek is geworden, zit ernaast. Researcher Coralie Vogelaar achterhaalde voor het boek de persoonlijke gegevens van vele honderden, ineens niet meer zo anonieme schrijvers. Het resultaat is zowel geruststellend als ontluisterend: het merendeel blijkt afkomstig van Amerikaanse tieners die door hun obligate puberale pro-dierenfase gaan. Via sociale netwerksites en persoonlijke webpagina’s vond Vogelaar foto’s, filmpjes, dagboekfragmenten, vrienden en huisdieren, en alle gevonden informatie is integraal in het achthonderd pagina’s tellende boek gepubliceerd.
Met het boek doet Simonse een stap opzij: niet dieren maar mensen vormen het ‘materiaal’ waaruit haar werk tot stand is gekomen. Maatschappelijke hypocrisie is het thema gebleven. Naast het aan de kaak stellen van de, zeker in Nederland actuele cultuur van de anonieme dreigementen aan het adres van publieke personen, toont het boek ook aan hoe laconiek er tegenwoordig omgesprongen wordt met de eigen privacy op internet. De ‘eigen’ privacy inderdaad, want Vogelaar hoefde geen illegale handelingen te verrichten om de informatie te verkrijgen die in het boek staat: alle informatie is door de bedreigers zelf openbaar gemaakt.
Omdat er doelbewust géén toestemming is gevraagd voor het publiceren van de gebruikte materialen (noch overwogen is om de bedreigers op de hoogte te stellen van de publicatie), ligt het in de lijn der verwachting dat er - nu eindelijk wel – rechtzaken van zullen komen. Simonse houdt er alvast rekening mee: ‘Misschien is het boek maar een paar dagen verkrijgbaar, er komt in ieder geval een stickervel bij waarmee aanbieders de boeken waar nodig kunnen censureren’. Mensen die een aanklacht indienen, wegens smaad, schending van privacy of – waarschijnlijker – copyright, kunnen op hun beurt een aanklacht voor bedreiging verwachten.
En de ongeveer driehonderd positieve reacties die zij ontving? Die staan niet in het boek. Als discussieontwerper kiest Simonse voor de aanval. Het aanzwengelen van de discussie is belangrijker dan het werkelijk voeren ervan. Dat is jammer, want zo blijft er veel ruimte voor inhoudelijke discussie onbenut, zowel op het gebied van de dierenrechten als op het gebied van internetprivacy en de nieuwe ‘cultuur van het dreigen’. Om die discussies daadwerkelijk zin te laten hebben, is niet alleen een initiator nodig maar ook een moderator, iemand die de verschillende partijen tot een dialoog kan aanzetten. Simonse's aanpak schoot hierin in het verleden vaak te kort. Het is te hopen dat een project als Dearest TINKEBELL. wel de inhoudelijke nazorg krijgt die verdient, anders blijft het toch hangen in een wraakactie.
Erik van Tuijn is webredacteur van METROPOLIS M
Red. Katinka Simonse, Coralie Vogelaar,
UITGEVERIJ TINKEBELL.,
2009, ISBM 978-90-8910129-7,
Prijs 24,95 euro.












