OOSTENDE
Mu.ZEE en locaties
langs de Belgische kust
28 maart t/m 4 oktober 2009
Voor de derde editie van het tentoonstellingsproject Beaufort heeft organisator Mu.ZEE, het Kunstmuseum aan zee in Oostende, opnieuw voor een dubbele aanpak gekozen: een inside tentoonstelling in het museum zelf en een outside deel met een reeks installaties en ingrepen in de verschillende badplaatsen langs de Belgische kust. De organisatoren zien dit project idealiter als een uit de kluiten gewassen zomerse daguitstap met cultureel cachet.
De tentoonstelling Beaufort Inside gaat in op de relatie tussen de kust en de kunst in de periode 1830-1958 (het jaar van de wereldtentoonstelling in Brussel). In verschillende kleine thematische clusters wordt de aandacht gevestigd op belangrijke passages in de kunstgeschiedenis van de Belgische kust, zoals het werk van Ensor in Oostende, de impressionistische Knokse School (met onder meer Théo Van Rysselberghe, Félicien Rops, Henry Van de Velde en Constantin Meunier), de kunstenaarskring rond verzamelaar Henri Van Cutsem, het werk van Paul Delvaux en de passage van internationale grootheden als Stefan Zweig en Egon Erwin Kisch in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Bij Beaufort Inside hangen veel foto’s, teksten en publicaties naast de kunstwerken, zodat het meer een historische dan een kunsthistorische tentoonstelling lijkt. Het komt allemaal een beetje muf over. Het Mu.ZEE presenteert wederom de usual suspects: James Ensor, Edgard Tytgat, Spilliaert, Floris Jespers, Jean Brusselmans, Frits Van den Berghe. Dat zijn allemaal kunstenaars die keer op keer centraal staan in tentoonstellingen in het Mu.ZEE, waarmee deze nieuwste Beaufort precies het soort werken toont dat je in het Oostendse museum verwacht.
Toch zijn er enkele lichtpunten. Grootste verrassing is Paul Delvaux, die vertegenwoordigd is met drie prachtige aquarellen van zichten op kustgemeentes uit de periode 1940-48. Deze fraaie werken, op groot formaat, zijn verrukkelijk vrij van de irritante maniërismen die we spontaan met Delvaux associëren. Andere topstukken zijn enkele bijna fotografische etsen van karakterkoppen van de hand van Karl Mediz, die hier worden geconfronteerd met etsen van Rops (die zich in Mediz’ gezelschap niet overeind weet te houden). Matt Mullicans Untitled (Anatomy) (1991) is een van de zeer schaarse jongere werken in de tentoonstelling. Bijgevolg ligt zijn ijzeren installatie er wat verweesd hedendaags te wezen.
Het gebrek aan dynamiek in Beaufort Inside is symptomatisch voor de onzekerheid rond het zelfbeeld van het Mu.ZEE, dat zich maar niet weet waar te maken als artistieke trekpleister. Het Mu.ZEE ging vroeger als PMMK (Provinciaal Museum voor Moderne Kunst) door het leven en het ziet ernaar uit dat de recente facelift zijn doel heeft gemist. Meer dan ooit lijkt het museum vastgeroest in een provinciale aanpak die weigert los te komen van de zee, gewoon omdat die in de buurt is. Stel je voor dat het MuHKA morgen enkel nog tentoonstellingen over de Schelde organiseert? Een decennium geleden leek het PMMK met tentoonstellingen als Between Earth and Heaven (2001) op weg een relevant museum te worden. Vandaag blijft het een vitrine voor de eigen Oostendse collecties, zonder ook maar de minste zin voor avontuur. Beaufort Inside is bovendien beperkt tot de gelijkvloerse verdieping, waar vaalgeel kunstlicht ieder potentieel kijkgenot vergalt en de koptelefoons zijn opgehangen aan armoedige plastic kapstokjes die doorgaans openbare toiletdeuren sieren. Op de bovenste etages, waar de vaste collectie wordt getoond, maakt natuurlijk invallend daglicht alle verschil (onder meer voor een sublieme presentatie van grafisch werk van Spilliaert, Rops en Khnopff: de eigenlijke reden om het Mu.ZEE te bezoeken).
Wat Beaufort Outside betreft, kunt u beter thuisblijven. Een aantal werken ziet er op zich goed uit, maar wordt volledig naar de verdoemenis geholpen door de locatie. De Belgische kust is dermate doordrongen van platte commercialiteit dat ze onmogelijk een thuishaven kan zijn voor kunst. Bredene heeft met Sterling Ruby’s Unhabitat 1, Louis De Cordiers indrukwekkende Metatron (waarvan de inside tentoonstelling een schaalmodel toont) en Niek Kemps’ Albedo (een labyrintisch zomerhuisje dat ongetwijfeld trimmende homo’s zal aantrekken) drie sterke werken naar de vaantjes geholpen door ze plompverloren in het zand te dumpen. Vooral Unhabitat 1 is deprimerend tussen de achteloze toeristen gedropt die eromheen liggen te zonnen. Triest. Daarnaast lijkt Zeebrugge de grote winnaar met Giuseppe Gabellones intieme installatie van een reeks foto’s in de vervallen en met glasscherven bezaaide ruïne van het oud gemeentehuis. Orbino/Orban Space van architect Luc Deleu is een in vijf onheilspellend overhellende containers verpakt onderzoeksproject dat bezoekers met hoogtevrees discrimineert. De meeste werken, zelfs de video-installatie van Lili Dujourie in het Fort Napoleon, zijn een bezoek echter niet waard omdat ze er niet in slagen een relevante relatie aan te gaan met de sowieso al iconografisch overladen context van drukke en luidruchtige badplaatsen.
Beaufort is een project dat zich te pletter is gelopen op zijn eigen ambities, waarvan het geen enkele waarmaakt. De tentoonstelling wil een spannend historisch panorama bieden, maar raakt niet verder dan wat vitrines met een muffe geschiedenisles. Het buitenproject is in zijn geheel een misrekening. Men vraagt zich af welk publiek men met dit ratjetoe aan werken op het oog had. Het lijkt in elk geval hoog tijd dat het Mu.ZEE de blik van de eigen navel en het tentoonstellingsbeleid van de eigen Oostendse collecties wegrukt om opnieuw naar de ruimere wereld te kijken. Als het museum volhardt in zijn roeping om al zijn projecten op één of andere manier met de zee te verbinden, zal het in het zog van zijn afbrokkelende gevel langzaam wegkwijnen tot een provinciaal tentoonstellingshuis voor maritieme folklore. Met Beaufort heeft u in elk geval alweer een reden om deze zomer de Belgische kust te mijden.
Christophe Van Eecke is filosoof, Brugge











