X of Y

‘Waarheen? Daarheen’, zegt Jonathan Meese tegen zijn moeder met resoluut gebaar. Het is een mooie weergave van de manier waarop de oudere generatie op een gegeven moment de macht over haar leven in handen legt van een jongere legt.

Ook in sociale verbanden is er de nieuwsgierigheid, de honger naar een koersverandering, waar de ouder wordende generatie zich op een gegeven moment zelf niet helemaal meer toe in staat acht. Tot de meest gretige generatiedenkers behoren niet voor niets enerzijds de late tieners en twintigers, die zichzelf een plek in de wereld willen bezorgen, en anderzijds de veertigers, die met de midlifecrisis op de hielen, amechtig pogen aansluiting te vinden bij wat hun eigen begrip inmiddels een beetje te boven gaat: het wel en wee van de twintiger. Dit vanuit het besef dat zij binnenkort de dienst gaan uitmaken.

De veertigers zoeken die aansluiting overigens meestal in negatieve zin, met neerbuigende blik jegens de productie van de twintigers, en de kwalificatie dat wat deze nieuwe generatie doet de wereld tot nog toe niet veel goeds heeft opgeleverd. Veertigers mogen er dan wel langzaam van doordrongen raken dat de grote creativiteit henzelf langzaam ontvalt, dat wat de nieuwe generatie presteert mag volgens hen evengoed geen naam hebben. Aan de dertigers ondertussen de edele taak om te bemiddelen en het al te hard op de leeftijd gespeelde generatiedenken ietwat te relativeren, zoals ook in dit gebeurt door de dertiger Willem Schinkel.

Veertigers van nu zijn met een sterk generatiebesef opgegroeid. Vooral door de economische crisis uit de jaren zeventig en tachtig, en alle reacties daarop, met name tijdens de punk. Generation X worden ze genoemd (geboren in de periode 1955-1970), ofwel de verloren generatie, die onafhankelijk in haar denken is, allergisch voor autoriteit en, zo wordt beweerd, uitermate multicultureel. Erg veel moeten de X-ers niet hebben van hun opvolger, de zogeheten Generation Y, ook wel Millennium Generation genoemd (geboren tussen 1977-1998). Met verbazing stellen X-ers vast hoe conventioneel de Y-ers zijn, en hoe verwend, vertroeteld, onidealistisch en consumptief.

X-ers vinden ook dat het sociale profiel van de Y-ers en hun alomtegenwoordige netwerkgedrag, een soort deken van middelmatigheid over de cultuur legt, waarin werkelijke uitzonderlijkheid, beter bekend onder de naam excellentie, nauwelijks wordt gewaardeerd. Het is hun generatie die nu maatregelen neemt tegen deze afvlakkende middelmatigheid en excellentie meer wil stimuleren. Excentriciteit moet in ere worden hersteld, tegen alle sociale aangepastheid en nivellering in.

Toegepast op de kunst valt die cultuur van middelmatigheid terug te zien in een conventioneel soort van kunst die tegenwoordig veelvuldig op biënnales te zien is. Het is een kunstvorm die zich het liefst voegt in de traditie, en daar in bewondering van getuigd, zonder enige ironie. Y-ers willen leren, zo lijkt de teneur, waar X-ers liever protesteren.

De interesse in geschiedenis, geeft de Y-ers de mogelijkheid van een toekomst – dit in tegenstelling tot de veertigers die ook bekend staan als de no-future generatie die liefst alles niet te serieus nam. In een wereld van overdaad, waarin alles, maar dan ook alles tegelijk en in overvloed beschikbaar is, staat een vondst (of inzicht) gelijk aan een daad of actie – zie de hoge waardering van het discours. Leren waarderen is de steeds weer herhaalde opdracht, aan de eigen leeftijdsgenoten die het consumeren zo gewend zijn geraakt, dat het tot een vrijwel gedachteloze handeling geworden is - bijna zo vanzelfsprekend als lopen en eten. Reden waarom er in de kunst nog nooit zoveel leesgroepen actief waren, die wekelijks met elkaar in discussie gaan, in een oefening zich te leren verwonderen over de dingen, in een wereld die opnieuw betoverd raakt en niet meer als ordinair vrijelijk consumeerbaar krediet wordt gezien.

Natuurlijk, op de keper beschouwd is het gewaagd een dergelijk generaliserend portret aan een of meer generaties X of Y op te hangen, wat dan ook niet het uiteindelijke doel van dit nummer is. Deze Special wil de nieuwste generatie kunstenaars niet bestempelen, X of Y, met de daarbij horende kunst en karaktereigenschappen. In deze Special wordt de interesse in de nieuwe generatie eerder opgeworpen als vraag. Waar staat de in de cultuur voortdurend opspelende vraag naar de eigenschappen van een nieuwe generatie eigenlijk voor, en hoe verhoudt de jongste generatie zich zelf tot die voortdurende opspelende behoefte in de samenleving?

De socioloog Willem Schinkel prikkelt het debat met een grondige analyse van het generatiedenken, twee jonge talentvolle schrijvers (een kunstenaar en een kunstcriticus) laten zich uit over de vraag wat de eigen generatie wil, we portretteren een typische tendens binnen de hedendaagse cultuur en Aaron Schuster beantwoord de vraag wat tienerfilms ons te zeggen hebben over de Amerikaanse samenleving.

Domeniek Ruyters (1962) is hoofdredacteur van METROPOLIS M

Order This Issue Now

Order the issue that this article appeared in:

Order now
Subscribe to METROPOLIS M

Take a yearly subscription and receive METROPOLIS M every two months to your door

Order now
METROPOLIS M Webshop

Buy subscriptions, issues, books & limited editions at our webshop

Visit webshop