Het juk van het grote niets

So you come to find that – increasingly as we head into a soulless millennium – all that soul from the past just rings louder and heavier.’ (Chuck D, Public Enemy)

Alle macht aan de bureaucraten! De holle strijdkreet van het crisismanagement weerklinkt in Den Haag. Ooit leefde het idee om de verbeelding aan de macht te krijgen, nu vindt exact het tegenovergestelde plaats. Een twintigtal commissies van grijze ambtenaren gaat met de kaasschaaf over de staatsuitgaven. Zelfs de heilige huisjes zijn niet langer een taboe: hypotheekrenteaftrek, huurliberalisatie, AOW. De boodschap is duidelijk, er zijn geen illusies meer, vanaf nu regeert het realisme. Zijn taal is de objectieve en efficiënte rapportage-newspeak van de technocraten en het ambtenarendom, uitgespreid over metersdikke papierstapels. Welkom bij het politieke eindstation, gelieve hier uit te stappen en al uw ideologische bagage achter te laten.

Wat zowel het neoliberale kapitalisme als het ‘reëel bestaande socialisme’ met elkaar gemeen hadden, was een ongebreideld geloof in de toekomst, waar een groei in het bruto nationaal product eenzelfde groei van het bruto nationaal geluk veronderstelde. Opofferingen in het heden werden altijd gelegitimeerd met het oog op een betere toekomst. En nu? De socialistische toekomst is formeel dood verklaard sinds de val van de Berlijnse muur en wij leefden in een wereld waar alleen een neoliberale, kapitalistische toekomst in de aanbieding was. Maar nu heeft ook deze toekomst haar glans verloren. Het neoliberalisme is dood verklaard, allerhande doemscenario’s zijn het gesprek van de dag. We zijn aangekomen bij het einde van ‘het einde van de geschiedenis’, dat Francis Fukuyama ooit proclameerde. Het is de toekomst zelf die nu in crisis is – ons voorstellingsvermogen van die toekomst – als gevolg van deze dubbele ideologische implosie.

Je zou verwachten dat het verzamelde politieke drama van de ergste financiële implosie sinds de Tweede Wereldoorlog, een dreigende klimaatcrisis, stijgende voedsel- en grondstoffenprijzen, op rakende olievoorraden en een voorziene post-Amerikaanse wereldorde, enig stof tot reflectie en innovatie zou geven. Het is een bekende veronderstelling: in een crisis sterft het oude af en ontstaat er ruimte voor radicale vernieuwing. Kunnen wij ons een andere toekomst voorstellen naar aanleiding van deze flux waarin alles verkeert? Maar nee, het complexe raderwerk van de Nederlandse maatschappij lijkt perfect in staat te zijn om stug door te draaien zonder enig idee te hebben waar het eigenlijk naar op weg is. Het doet denken aan Ballards apocalyptische Voices of Time, waar het menselijke ras als een slaapwandelend leger zich verzamelt voor een laatste mars. Onder het juk van het grote niets is er geen utopische horizon meer, slechts een conflict tussen aanhangers van technieken van soft control en hard control. Een politiek van rampbestrijding, damagecontrol en crisismanagement.

De crisis van de toekomst wordt misschien nog het meest duidelijk uit de gestegen populariteit van het verleden in de politiek. Wilders en nieuwrechts willen een enkeltje naar een blank Land van Ooit, toen er nog geen moslims of hoofddoekjes bestonden, de CDA wil terug naar de spruitjescultuur van voor het normverval van de jaren zeventig, de PvdA kijkt nog immer met heimwee terug naar de tijd van Den Uyl, toen ze nog idealen hadden, D66 en Groenlinks willen terug naar de tolerantie, en de SP wil een revival van de linkse verzorgingsstaat van de jaren zeventig. Zelfs het straatbeeld en de media staan in het teken van het recyclen van retro en het herhalen van herinnering. De postmoderne pastiche van voorbije tijden heeft een zekere verzadiging bereikt, we dansen en kleden ons in een mix van sixties, seventies en de eighties, tijden die op een of andere manier meer ‘rauw’, meer ‘vintage’ en simpelweg authentieker waren dan het heden. ‘Wanneer niets meer echt is, neemt de nostalgie haar ware gedaante aan’, stelde Baudrillard ooit. ‘Ervaringsarmoede’ was de benaming van de klassieke moderne ervaring: een soort narcotische toestand van een mens die te veel prikkels, te veel sensaties uit zijn omgeving te verduren krijgt om deze nog te kunnen ordenen en duiden. In de tegenwoordige multimediale wereld lijkt het tot een ware condition humaine te zijn geworden.

Het is de kunst die altijd een bevoorrechte bemiddelaar is geweest tussen heden en toekomst. Kunst als spiegel, als het bevragen of ondergraven van het heden, als vruchtbare vooruitzicht op de dingen die komen gaan. Zij lijkt echter te leven onder dezelfde aandoening, een overdadig terugvallen op zichzelf, de eindeloze reproductie van wat ooit symbolische kracht had. Hier is het herkauwen van verlopen avant gardes en de nostalgische terugkeer naar ambachtelijkheid tekenend voor een algehele crisis in authenticiteit en zeggingskracht. We leven in eenzelfde situatie als toen de Maximalen ooit met het Juk van het Grote Niets, de in zich zelf gekeerde wereld van de kleinburgerlijke dichters aanklaagden, maar dan in het groot. Tijd voor vernieuwing.
Sterft, gij oude vormen en gedachten!

Merijn Oudenampsen is onderzoeker en criticus, Amsterdam

Deze column is onderdeel van 'Urgent' de themakatern van METROPOLIS M no 6 2009, waarin 13 kunstenaars, curatoren en critici ingaan op de vraag: 'Welke kwestie van binnen of buiten de kunst gaat jullie zeer aan het hart?'

Reacties

Bestel dit nummer

Bestel het nummer waarin dit artikel is verschenen:

Bestel nu
Neem een abonnement op METROPOLIS M

Word nu lid en krijg het eerste jaar 40% korting op de winkelprijs

Bestel nu
METROPOLIS M Webshop

Koop abonnementen, nummers, boeken en edities in de webshop

Ga naar de webshop