Zelfhulp
Boeken over kunstsponsoring

Door de bezuinigingen is de kunstwereld naarstig op zoek naar alternatieve financiering. Wat hebben boeken over sponsoring en het mecenaat te bieden?

Cultureel ondernemerschap is de nieuwe mantra van de snijdende overheid. Het gevolg: een enorme honger naar alternatieve financieringsmodellen en bijpassende achtergrondliteratuur. De boekenplanken beginnen zich al aardig te vullen met boekjes vol tips van de professionele fondsenwerver. Wat een goede reden is er eens een paar tegen het licht te houden: het Nederlandse Pak Aan. 100 en 1 ideeën voor alternatieve financiering van kunst en cultuur, een initiatief van de economen Arjo Klamer en Cees Langeveld, en The Zen of Fundraising: 89 Timeless Ideas to Strengthen and Develop Your Donor Relationships. Deze laatste is een soort bijbeltje voor nonprofit-instellingen van de hand van de Britse fondsenwervingexpert Ken Burnett.

Burnett maakt duidelijk dat de sponsormarkt een krimpende is, terwijl de vraag stijgt. Na die constatering volgt niettemin een lawine aan aanwijzingen, aanmoedigingen, lessen en power speak, de ene nog aantrekkelijker en bemoedigender dan de andere. The Zen of Fundraising is zo’n boekje dat binnen elke kunstinstelling door elke medewerker gelezen zou moeten worden, al was het maar omdat een van de eerste lessen luidt dat iedereen binnen een non-profitorganisatie minstens 10% van de werktijd zou moeten besteden aan het nadenken over het behalen, vergroten en met frisse ideeën voor de toekomst bestendigen van de inkomsten van sponsoren, donateurs en fondsen. Elk hoofdstuk ramt de boodschap erin: kruip in de huid van je sponsoren! Denk als hen! Zorg dat je alles wat je produceert, voorstelt alsof je het voor hen doet! Stilzitten hoort er duidelijk niet bij. Sterker nog, wie The Zen in de praktijk wil brengen, zou moeten beginnen met het inhuren van extra medewerkers.

En dan moet eerst nog al dat onwillige geversvolk worden overgehaald, terwijl het geven in Nederland niet bepaald door overheid of fiscus wordt gestimuleerd. Dat maakt althans het dunne boekje Pak Aan wel duidelijk op de paar pagina’s waar harde cijfers worden genoemd. Pak Aan is verder vooral een opsomming van ideeën van tips van mensen die reageerden op een oproep daartoe in NRC Handelsblad en van mensen uit de cultuursector en het bedrijfsleven, aan elkaar gepraat door redacteuren/hoogleraren Arjo Klamer en Cees Langeveld. Meer dan The Zen of Fundraising is het gericht op de kunstenaar zelf, en de manier waarop die aan geld voor zijn projecten kan komen.

Soms geeft het boekje een goed voorbeeld, zoals dat van een groep vermogenden die een aandeel neemt in de productie van kunstwerken. Maar in het boekje staat ook de obligate en onnodige suggestie dat kunstenaars een bijbaan moeten nemen, alsof dat geen bestaande praktijk zou zijn. Pak Aan gaat wat dat betreft wel erg kritiekloos uit van de PVV-beeldvorming van kunst aan het ‘subsidie-infuus’. In werkelijkheid beroept menig kunstenaar zich op een galerie of andere vorm van bemiddeling voor zijn werk, en niet op de overheid – de overheid die maar een zeer beperkt deel van de markt bepaalt. De projecten die in Pak Aan de revue passeren zijn dan ook nogal dorps. Er komt werkelijk geen enkele kunstenaar aan het woord die gewoon een goede galerie heeft, en de voorbeelden van cultureel ondernemerschap met enige internationale allure zijn op de vingers van één hand te tellen.

In de Nederlandse beeldvorming is kunstsubsidie een taboeterm geworden, maar het doel ervan sinds de hervormingen in de jaren tachtig was (en blijft) om er kunst mee te stimuleren waarmee het land zich internationaal kan profileren. Dus eigenlijk een vorm van slim ondernemen op mondiaal niveau, een soort natiemarketing. Dat in deze tijden van culturele profilering hierover geen enkele discussie wordt gevoerd, is tekenend voor het schizofrene landsbestuur van neoliberalen en nationaal-populisten. Het culturele ondernemen volgens Pak Aan brengt daarin geen verlichting of opheldering. The Zen of Fundraising ziet het allemaal wat grootser, maar is feitelijk alleen handig voor de grote instellingen. Het brede veld van internationaal opererende hedendaagse kunstenaars, kunstinstellingen en productiehuizen schiet weinig op met beide publicaties.

De oplossing ligt mogelijk bij bestaande kunstfondsen, die door schaalgrootte wél in staat zijn de werving onder particulieren en bedrijven professioneel aan te pakken, zoals het Prins Bernhard Cultuurfonds en in de toekomst wellicht het nieuwe Mondriaan Fonds. Of op lokaal niveau, zoals bijvoorbeeld het nieuwe initiatief Capital A dat particulieren, ondernemers en overheid schaart achter het gezamenlijk doel om de hedendaagse kunst in Amsterdam een grotere internationale uitstraling te geven. Dat lijkt wat realistischer dan uit gebrek aan visie het cultureel ondernemen maar tot kunst te verheffen.

Jelle Bouwhuis is curator van Stedelijk Museum Bureau Amsterdam

- Arjo Klamer & Cees Langeveld, Pak Aan. 100 en 1 ideeën voor alternatieve financiering van kunst en cultuur, Langeveld Consultancy, Breda 2011. ISBN 978-90-808489-0-0

- Ken Burnett, The Zen of Fundraising: 89 Timeless Ideas to Strengthen and Develop Your Donor Relationships, Jossey-Bass, 2006. ISBN 978-0-7879-8314-7
Order This Issue Now

Order the issue that this article appeared in:

Order now
Subscribe to METROPOLIS M

Take a yearly subscription and receive METROPOLIS M every two months to your door

Order now
METROPOLIS M Webshop

Buy subscriptions, issues, books & limited editions at our webshop

Visit webshop