2012 No2
april / mei
Je kon er op wachten bij het beroerde politieke klimaat in ons land: buitenlandse kunstenaars vertrekken uit Nederland. Vooral jonge kunstenaars en ontwerpers, die jaren geleden hierheen kwamen vanwege de hoog aangeschreven postacademische instituten en het gunstige startersklimaat, houden het voor gezien. Ze verhuizen naar landen waar het respect voor cultuur onaangetast is en de cultuurbudgetten niet onevenredig worden gekort. Voor Nederland dreigt een artistieke braindrain, met alle mogelijke gevolgen voor het niveau van de jonge kunst van over een paar jaar.
De vertrekkers kiezen vaak voor Berlijn als vestigingsplaats. Ook Brussel blijkt opvallend populair. De hoofdstad van Europa is een wereldstad in opkomst, ook in cultureel opzicht. De ene na de andere aansprekende tentoonstelling opent er in de grote instituten. Daarnaast zijn er steeds meer interessante kleine initiatieven, naast de al bekende grote galeries en belangrijke verzamelaars.
In heel België, met name in Vlaanderen, zit kunst in een groeispurt. Was het een paar decennia geleden nog een karig schouwspel, met Jan Hoet als eenzame dappere strijder in een weerbarstig cultuurland, sinds enkele jaren spat het elan ervan af. In dit nummer nemen we het succes van onze zuiderburen onder de loep. We proberen te begrijpen wat er speelt, omdat we ervan overtuigd zijn dat er iets van te leren valt.
We kijken in dit nummer niet alleen naar België. Ook New York staat centraal, naar aanleiding van de Whitney Biennial en The Ungovernables in het New Museum, die opvallend politiek van aard zijn. Verzet is een van de verborgen lijnen in dit nummer. Wereldwijd komt de kunstenaar in opstand. Hij wil zich niet meer voegen naar de heersende normen, of die nu maatschappelijk, economisch of cultureel van aard zijn, en is ‘onregeerbaar’. Sommige kunstenaars verzetten zich zelfs tegen het dictaat van hun eigen oeuvre, zoals het item ‘laat werk’ laat zien. Daaraan ontsnappen blijkt niet altijd mogelijk.
-Domeniek Ruyters














