Hun demonstratieve vertrek bij de Design Academy stond in alle kranten. De afdelingshoofden Louise Schouwenberg, Jan Boelen en Joost Grootens over de crisis op hun school, hun terugkeer - onder voorwaarden - en de vraag hoe het nu verder moet.
Die uitspraken geven inderdaad de indruk van woordbreuk. We gaan er vooralsnog van uit dat het een misverstand betreft, want wij hebben heldere afspraken gemaakt. In het komende jaar verandert er niets aan de functie-omschrijvingen zoals die tot nu toe golden en in de loop van het jaar bespreken we de toekomstige invulling van het master onderwijs. Overigens reageerde de voorzitter van de Raad van Toezicht vrijwel uitsluitend op de vermeende knelpunten in het bachelor onderwijs.
Wij hebben begin juli ontslag genomen nadat we een jaar lang regelmatig met de directie hadden gesproken over de op handen zijnde onderwijsvernieuwingen en uiteindelijk op alle punten nul op request kregen (de directie van Design Academy Eindhoven wordt aangeduid als het College van Bestuur en bestaat uit een voorzitter en een zakelijk directeur, waarbij de voorzitter primair verantwoordelijk is voor het onderwijs en de vernieuwingsplannen). Wat de plannen precies gingen inhouden kon men gedurende dat jaar nooit vertellen, maar men verzekerde ons keer op keer dat er in tegenstelling tot de bachelors weinig zou veranderen bij de masters. Die toezeggingen bleken weinig waard te zijn, ze werden vrijwel allemaal herroepen. Ons langzaam groeiende wantrouwen werd volledig bevestigd toen we eind mei het definitieve plan ontvingen per mail. Het is een beroerde poging om organisatorische problemen bij de bachelors op te lossen, terwijl en passant de infrastructuur van de hele school om zeep wordt geholpen. Het getuigt van een bedroevend gebrek aan inzicht in de wijze waarop creatieve processen plaatsvinden, hét onderwerp waar het om moet draaien binnen een creatieve opleiding. Het onderwijs wordt gekneveld in vergader- en overlegstructuren die een 'nine-to-five' mentaliteit zullen bevorderen maar de passie van inhoudelijk gedreven mensen ongetwijfeld vernietigen. Wij kunnen in de plannen niets anders zien dan de bedenksels van kleine geesten die vooral blij worden van hiërarchisch georganiseerde structuren, bureaucratische procedures, gestandaardiseerde en geformaliseerde methodes en beoordelingscriteria. Iedere professional beseft dat creatief onderwijs impliceert dat er gewerkt wordt met intersubjectieve criteria en niet exact meetbare resultaten. Iedere professional weet dat de creatieven open vragen stellen over de wereld waarin we leven en de kans moeten krijgen zo vrij mogelijk te antwoorden. Maar die professional zou in de nieuwe plannen geen stem van belang meer hebben.
Na lezing van de plannen deden wij een laatste poging om het tij te keren, althans voor de masters, en eisten autonomie in het bedenken van programma's en het samenstellen van docententeams. Na de laatste afwijzende antwoorden van de directie restte ons geen andere mogelijkheid dan vertrekken. Onze kritiek geldt vooral de voorzitter van het CvB; zij is samen met een kleine groep medewerkers verantwoordelijk voor de inhoud van de onderwijsvernieuwing, die in onze ogen desastreus is voor het onderwijs.
Tot onze grote verrassing kreeg onze ontslagbrief veel respons. De (inter)nationale media doken er op en diverse experts, oud-bestuurders en oud-studenten, schaarden zich achter ons. Zie bijvoorbeeld het artikel van Ewald Engelen (NRC Next 18 juli 2012), die de problematiek van 'professionals contra managers' in een grotere context plaatst. De studenten kwamen in opstand en, op een enkele uitzondering na, verklaarden alle docenten zich solidair. Wij moesten snel schakelen, besloten om publiekelijk onze motieven toe te lichten, hetgeen de school ons niet in dank afnam; er werd diverse malen gedreigd met juridische stappen. Toen gebeurde waar wij geen moment op hadden gerekend: de Raad van Toezicht, die tot dat moment nooit was ingegaan op diverse verzoeken om te praten, liet weten dat de school ons terug wilde. Er is hard onderhandeld en ongetwijfeld met tegenzin heeft men ingestemd met onze eisen. Maar soit, we spreken nu met een intelligente intermediair en hopen dat de rede kan terugkeren op deze school. Uiteraard is de strijd nog niet gestreden. Maar onder de hoofden van de bachelor afdelingen, de docenten en het personeel, groeit de kritiek op de onderwijsplannen en kritiek op de voorzitter van het CvB. Die groep is domweg te groot om te negeren.Bij de afdeling Contextual Design hadden we tijdens het examen een klein voorproefje van wat ons te wachten stond als de plannen zouden doorgaan. Een pinnige juffrouw van de examencommissie liep mee, gewapend met een dikke map vol procedureregels. Die regels wilde ze te pas en te onpas bespreken, terwijl ze de presentatie van de meest avontuurlijke student (die een anti-design manifest presenteerde) met regelmaat onderbrak omdat ze geen 'design' herkende. Zoals gezegd: de onderwijsvernieuwingsplannen dienen hen die houden van geformaliseerde categorieën en gestandaardiseerde beoordelingscriteria, waaraan echte creativiteit doorgaans ontsnapt.
Sinds Edelkoort's vertrek is de bureaucratie toegeslagen. In haar tijd kon je met goede plannen aankloppen bij de directie, die in principe enthousiast reageerde op initiatieven. Nu worden beslissingen eindeloos uitgesteld en moet ieder plan door velen binnen de organisatie worden goedgekeurd, van het College van Bestuur tot de mensen van het Beleidsbureau, de Examencommissie, de Onderwijsvernieuwingscommissie en noem ze maar op. In de praktijk sterft daarmee ieder idee een langzame dood. Bovendien is er een ongezonde verdeel-en-heers cultuur ontstaan. De baantjesjagers schurken tegen de voorzitter van het CvB aan en hopen op nieuwe posities (mee vergaderen over onderwijsvernieuwing helpt enorm); aan de andere kant van het spectrum zijn veel mensen bang hun banen te verliezen en slikken daarom hun kritiek in.Is er ook iets beter gegaan sinds Edelkoort vertrok?
Louise Schouwenberg, Jan Boelen en Joost Grootens zijn ieder Head of Master Programme aan de Design Academy in Eindhoven
Dit gesprek is gevoerd per e-mail, eind juli/begin augustus 2012













