Twitteren vanuit het perspectief van de plant
Ine Gevers over Ja Natuurlijk

Den Haag
GEM
16/03/13 - 16/08/13


Olafur Eliasson

Ze is een curator van het grote gebaar. Na het grootschalige Niet Normaal (Amsterdam, 2009-10) over gezondheidsethiek, stort Ine Gevers zich op het thema ecologie met de kunstmanifestatie Ja Natuurlijk in Den Haag. Een gesprek over de voordelen van grote manifestaties, én de nadelen.


Keith Edmier

Raul Ortega Ayala

Anselm Kiefer

Minerva Cuevas

Phyllida Barlow

Zeger Reyers
Domeniek Ruyters:
Je lijkt een voorkeur te hebben voor groots opgezette projecten, waar allerlei maatschappelijke organisaties bij betrokken worden. Waarom?
Ine Gevers:
‘De meeste van mijn projecten hebben de omvang en ambitie van een biënnale. Om de relatie tussen kunst en samenleving zichtbaar te maken en tegelijk de noodzakelijke nuances aan te brengen, heb je een zekere focus en massa nodig. Mijn belangstelling gaat uit naar het maken van verbindingen tussen kunstwerken, het creëren van contexten en het bereiken van een breed publiek. Kunstmatige laboratoriumsituaties zijn niet mijn ding. Samenwerking met maatschappelijke organisaties levert context en draagvlak. Mijn ervaring is dat veel kunstenaars dezelfde interesses hebben. Ze wensen gezamenlijk te onderzoeken in wat voor wereld we leven en willen hun bevindingen met het publiek delen.’
Domeniek Ruyters:
Kun je uitleggen hoe je op deze werkwijze gekomen bent?
Ine Gevers:
‘Als hoofd van het Studium Generale-programma aan de Jan van Eyck Academie in de periode 1989-2000, organiseerde ik breed opgezette, ervaringsgerichte symposia, zoals Cultural Identity: Fiction or Necessity (1991) en Place, Position, Presentation, Public (1992). Ik zag geen onderscheid tussen het samenbrengen van kunstenaars en denkers en het organiseren van tentoonstellingen. Voor het grote publiek maakte ik in 1994 in samenwerking met het Rode Kruis Ik + de Ander voor de Beurs van Berlage in Amsterdam. Dat was de voorloper van de tentoonstellingen Niet Normaal en Ja Natuurlijk.'
Domeniek Ruyters:
Zijn er anderen die op een vergelijkbare manier werken?
Ine Gevers:
‘Harald Szeemann was mijn grote voorbeeld. Hij gaf een blijk van goedkeuring aan Ik + de Ander, daar was ik heel trots op. Verder vond ik de Wittgenstein-tentoonstelling van Joseph Kosuth (1989-90) zeer inspirerend, en Lotte, or the Transformation of the Object van Clémentine Deliss (1989). Meer recent: Making Things Public: Atmospheres of Democracy van Bruno Latour en Peter Weibel (2005), The Potosí Principle (2010-11) en dOCUMENTA (13).’
Domeniek Ruyters:
Wat zijn de voordelen van grootschalige kunstprojecten, en de nadelen?
Ine Gevers:
‘Je kunt je langer in een onderwerp en de kunstenaars verdiepen. Grootschaligheid schept de mogelijkheid om naast de bezoekers aan de tentoonstelling ook in bredere kring mensen te inspireren. Als artistiek leider krijg je bovendien met verschillende facetten te maken. Alles draait om samenwerking. Een nadeel zijn de grote risico's: je moet flink achter geld aan en bent afhankelijk van anderen. Een stevig bestuur is dan ook een voorwaarde. Als organisatie zijn we heel flexibel, maar ook kwetsbaar.’
Domeniek Ruyters:
Waarom richt je je nu op natuur, nadat je eerder met gezondheidszorg en bijpassende vraagstukken van sociale ethiek in de weer bent geweest?
Ine Gevers:
‘Omdat ik het een urgent onderwerp vindt, dat ons allemaal raakt. Het viel mij ook meteen op dat kunstenaars hier voorlopers zijn. Ze zijn ons kompas. Niet Normaal ging over tegenstellingen als ziek-gezond en valide-invalide, die binnen een medische setting werken maar die je niet zomaar kunt overzetten naar de samenleving. Met Niet Normaal zocht ik aansluiting met het discours dat verder reikt dan identiteitspolitiek. Donna Haraway is iemand bij wie veel samenkomt. Met begrippen als “natureculture” en “new materiality” is zij voor Ja Natuurlijk opnieuw een bron van inspiratie. Het onderscheid tussen natuur en cultuur, tussen object en subject en tussen mens en technologie is aan vervanging toe. In Ja Natuurlijk zal de onderlinge afhankelijkheid tussen menselijke en niet-menselijke spelers een centrale rol spelen, met kunstenaars die dit veld soms al decennia lang exploreren, zoals Pierre Huyghe, Tue Greenfort, Natalie Jeremijenko, Adam Zaretsky, Zeger Reyers en Otobong Nkanga.’
Domeniek Ruyters:
Kun je kort weergeven wat je met het project beoogt?
Ine Gevers:
Ja Natuurlijk beschouwt het concept “natuur” als een van de grootste mythen. Het idee dat natuur een “ding” is waar mensen part nog deel van uitmaken, wordt in de tentoonstelling en publicatie onder vuur genomen. Het hardnekkige onderscheid tussen natuur en cultuur is een obstakel dat ons ervan weerhoudt ecologische intelligentie te ontwikkelen. En zo’n intelligentie, dat is het doel van Ja Natuurlijk. Kunstenaars bewandelen verschillende routes die aanzetten tot een andere waarneming, van nieuwe materialiteit of “dingpolitiek” (waarbij objecten daadkracht bezitten), tot de donkere kant van ecologie, van geo-engineering tot synthetische biologie en van autonome beeldende kunst tot co-creatie. Verleiding en verwondering zijn de wegbereiders van actief handelen. Ervaring is een belangrijk instrument om ook tot bredere lagen van de samenleving door te dringen. Ja Natuurlijk zal daarom uitpakken met educatie en communicatie. Met partners als Stroom Den Haag, Casco, Next Nature, V2 en het tijdschrift Volume vormen wij de Coalitie voor Ecologische Intelligentie, waarmee we bouwen aan een ecologisch en sociaal rechtvaardiger wereld.’
Domeniek Ruyters:
Waarom speelt Ja Natuurlijk zich af in het Gemeentemuseum Den Haag? Het museum is toch niet echt de logische habitat voor iemand met bredere maatschappelijke ambities.
Ine Gevers:
‘Sinds Benno Tempel er directeur is, is het Gemeentemuseum de plek waar in Nederland bijzondere dingen gebeuren. Hij rekt de grenzen van de kunst op. Het is belangrijk om je in deze tijd steeds af te vragen waar we naar toe gaan. Visionaire kunstenaars als Mondriaan en Constant deden niet anders. Daarin vinden wij elkaar. Ja Natuurlijk is daarbij wel degelijk een kunstmanifestatie buiten de gebaande paden. We begeven ons ook buiten GEM en het Gemeentemuseum, in de tuinen, het duinbos, de stad. Bovendien bevinden musea zich momenteel in een interessante fase. Willen zij overleven, dan dienen ze zichzelf opnieuw uit te vinden. Ook daar is niet langer sprake van een vanzelfsprekende autonomie.’
Domeniek Ruyters:
Hoe zou je de geselecteerde kunst omschrijven?
Ine Gevers:
‘Als een verassende combinatie van hightech en lowtech, waarbij de rollen regelmatig zijn omgedraaid. Hightech natuur is een bron van inspiratie, en soms maken kunstenaars bewust gebruik van bricolage om processen zichtbaar te maken. Technologie wordt overigens niet geschuwd. Ze vervult juist een belangrijke brugfunctie om relaties zichtbaar te maken of om nieuwe partnerschappen te bouwen. In diverse projecten speelt ook co-creatie een belangrijke rol. Er wordt samengewerkt met buurtbewoners, met bezoekers en ook met niet-menselijke spelers. Voorbeelden zijn het Plants Liberation Forest van kunstenaar/architect Ton Matton en het sociale-mediaproject Fora & Fauna van Sjaak Langenberg en Rosé de Beer, waarvoor achttien schrijvers en biologen twitteren en facebooken vanuit het perspectief van planten, dieren en objecten.’

Domeniek Ruyters is hoofdredacteur van Metropolis M

Dit artikel is gepubliceerd in Metropolis M Nr 1-2013

Ja Natuurlijk: Hoe kunst de wereld redt
GEM, Fotomuseum en Gemeentemuseum Den Haag
vanaf 16 maart
www.ja-natuurlijk.com

beeld Edmier: courtesy Ja Natuurlijk