Mark Manders gaat voor goud

Zonet is het Nederlandse paviljoen geopend op de Biënnale van Venetië. Na een net niet helemaal prettige speech van Bussemaker gaat de deur open. Binnen vergeet je onmiddellijk buiten. Je had er wel ideeën over, dingen gehoord, een voorstelling van gemaakt. Maar dit had je je niet kunnen voorstellen. Mark Manders is meesterlijk geslaagd. Nederland gaat voor goud. De combinatie kunstenaar-curator moet zeer goed geweest zijn want er is een evenwicht bereikt, een samenspel tussen werk en paviljoen zoals je dat niet vaak meemaakt.

Toen Bussemaker in haar speech vertelde dat Manders zijn tentoonstelling een explosie in slow-motion had genoemd, had ik me een vol en warrig geheel voorgesteld. Maar niets is minder waar. Het is ingehouden, op bepaalde punten zelfs bijna leeg. Er is tijd en ruimte voor twee grote werken en dan zijn er een aantal kleinere werken. Met plastic folie wordt het licht gebroken en gestuurd. Een aantal werken staat achter dat plastic waardoor ze wazige sculpturen worden, alsof je door je wimpers kijkt. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar omdat ik niet de enige was doe ik het toch, het werk ontroerde me immens.

 

Persbericht van het Mondriaan Fonds, met wat meer beeld

Reacties