
Gevaar, van buiten én van binnen: Philip Vermeulen over zijn eerste museale solo-expositie in Rijksmuseum Twenthe
Philip Vermeulen (1986) verkent in zijn kinetische installaties grenzen, onder meer tussen gevaar en aantrekking. Chasing the Dot is zijn eerste museale solotentoonstelling. Zijn zes kunstwerken vullen hele zalen. Hoe fysiek overweldigend ook, een groot deel van wat je ziet speelt zich toch echt in je hoofd af. ‘Je moet leren aanvoelen wat de installatie wil.’
Philip Vermeulen wil eerst graag iets van míj́ weten: of er kunstwerken in zijn tentoonstelling waren die ik eng vond. Ik biecht op dat de aan een snoer rondvliegende ventilators Flying (2024) me toch niet helemaal lekker zaten. Maar vooral het titelkunstwerk (2021-doorlopend) vond ik aantrekkelijk én verontrustend. Op een groot scherm, dat zich deels om je heen kromt, krijg je flitsende patronen te zien van gekleurd licht, waardoor er op gezette tijden een stip verschijnt die alleen in je hoofd bestaat.
Maarten Buser
Bij het bekijken van de installatie Chasing the Dot was ik vooral bang voor het mentaal gevaar: wat als ik te lang naar die patronen kijk?
Philip Vermeulen
‘Er zit een soort gekte in de tentoonstelling. Eerst zit die in het object zelf, en daarna slaat ze over naar je eigen kop. Ook daar begint dan waanzin te ontstaan. Wat is je “ik” nog als je zó overspoeld wordt en de werkelijkheid afbrokkelt?’
Maarten Buser
Niet iedereen ziet hetzelfde. Toen ik bij Chasing the Dot binnenkwam, was dat op een moment dat er volgens mij geen stip te zien was. Ik wilde bijna de kerel die naast me stond aanstoten: waar moet ik kijken?
Philip Vermeulen
‘Het is een individuele ervaring, die je toch ook collectief beleeft. Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van flikkeringen van licht. 98% van de mensen blijkt ongeveer hetzelfde te zien.’
Maarten Buser
Maar hoe praat je daarover? Ik vond het als kind heel leuk om mijn ogen dicht te knijpen, mijn polsen daar tegen te drukken en dan te kijken naar de patronen die ik zag.
Philip Vermeulen
(Roept instemmend:) ‘Jaaa!’
Maarten Buser
Maar ik heb ze nooit echt kunnen omschrijven.
Philip Vermeulen
‘Dat maakt die patronen juist zo aantrekkelijk. Er is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar het is leuker om er zelf woorden aan proberen te geven. Mijn installaties zijn een soort grensverkenningen van een wereld waarin je toch niet helemaal kunt binnendringen.’
Maarten Buser
Het Rijksmuseum Twenthe zet erg in op programmalijnen rondom filosofische thema’s. Zit er ook zo’n laag in jouw werk?
Philip Vermeulen
‘Vragen die me bezighouden zijn onder meer: hoe is het om mens te zijn, wat is de werkelijkheid, wat is angst precies, kan ik mezelf wel vertrouwen? Mijn kunst speelt heel erg met het sublieme in relatie tot waanzin, met aantrekkingskracht en afstoting.’
Maarten Buser
Zijn zulke thema’s een uitgangspunt voor je?
Philip Vermeulen
‘Die thematiek ontstaat zonder dat ik me er bewust van ben. Vaak maak ik eerst veel werk en ga ik er daarna pas over nadenken. Dat vind ik fijner; dan komt het denk ik meer uit mijzelf. Op de een of andere manier blijken de meeste installaties dan toch op dat snijpunt te zitten van aantrekkingskracht en overdondering; tussen iets leuk vinden en er klaar mee zijn. De ervaring van mijn werk kan alle kanten opschieten. Als toeschouwer kun je allerlei rare emoties vlak na elkaar voelen; misschien wel zoals het steeds en snel veranderende humeur van Donald Duck.’
Maarten Buser
Hoe heb je zo’n grote tentoonstelling gecomponeerd?
Philip Vermeulen
‘Ik kwam op het idee om de tentoonstelling van het licht naar het donker te laten gaan; van het object naar het binnenste van de bezoeker. Er zit een transformatie in. Het eerste kunstwerk, Flying, gaat over de aantrekkingskracht van gevaar. De ventilatoren roepen bepaalde patronen op en dat zie je ook in de volgende zaal, bij Fanfanfan (2021-doorlopend). De laatste zaal is voor een groot deel helemaal donker. Daar hangt Pulse (2021): een groot, pulserend doek van plastic. In de lijst zitten allemaal ouderwetse halogeenlampen die kunnen dimmen. Dat was belangrijk, want ik wilde echt van niets naar iets kunnen gaan. Op sommige momenten zie je dat er sprake is van een doek; op andere momenten zie je alleen nog maar ronddansend licht. De hoeveelheid licht hangt af van het moment dat je binnenstapt. Aan het begin zie je nauwelijks iets, zo donker is het. Het is alsof je net wakker wordt en dan langzaam weer een idee krijgt van hoe groot de ruimte om je heen is.’
Maarten Buser
Je noemt je installaties ‘hypersculpturen’. Wat betekent die term voor je?
Philip Vermeulen
‘Mijn installaties zijn een soort sculpturen die in beweging zijn. Je zou ze dus “kinetische beelden” kunnen noemen. Maar het zijn ook een soort muziekinstrumenten. Er zit een wisselwerking in tussen beeld en geluid. De installaties kunnen bovendien transformeren. De kleuren van Fanfanfan bijvoorbeeld hangen af van de snelheid. Het zijn dus een soort organismen, die zich hyper kunnen gedragen.’
Maarten Buser
Vierdimensionale sculpturen dus?
Philip Vermeulen
‘Precies!’
Maarten Buser
Heb je uitgebreide kennis nodig van het menselijk brein om jouw kunstwerken hun effect te laten sorteren?
Philip Vermeulen
‘Daar begint het werk niet mee. Het vraagt vooral om veel aankloten en spelen. Om veel uitproberen, op jezelf en anderen. In de compositie van Chasing the Dot zit een blokje dat Roodkrans heet, waarin het scherm eerst intens rood en dan blauw wordt. Ik zie dan een donut, maar niet iedereen. Het is erg interessant hoe zoiets werkt. Dan is het eigenlijk het leukst: om daar zelf woorden voor te verzinnen. Pas in een later stadium ga ik die bevindingen toetsen aan de harde wetenschap. Dan blijken er heel specifieke termen voor die effecten te zijn. Aan elke installatie gingen verschillende onderzoekjes vooraf. Spelenderwijs ontdek ik bijvoorbeeld hoe ik bepaalde elementen beter kan aansturen, of dat je met licht een stip kunt oproepen. Met zoiets ga ik dan verder spelen en onderzoeken of ik er een choreografie mee kan maken? Sommige dingen werken als een natuurkracht en dat is gewoon heel lekker. Een goede zeilers is technisch begaafd, maar heeft vooral veel gevoel voor de wind.’
Maarten Buser
Wat is in jouw geval de wind die je voortstuwt?
Philip Vermeulen
‘Dat verschilt per werk, maar meestal een soort onderliggende logica in het werk zelf, waar je veel tijd aan moet besteden. Dan voel je aan wat het kunstwerk kan en wil. Met Fanfanfan was ik rond 2018 al bezig. De eerste versie daarvan ontplofte omdat die zo hard ging. Ik ontdekte dat hoe sneller de ventilators gaan, hoe voluptueuzer de kleuren werden. Hier in het museum staan ze vrij zacht te draaien, omdat ze anders te snel zouden slijten. Maar ze kunnen vier keer zo snel. Dan voel je echt de wind en de energie ervan; alsof je voor een straaljager staat. Je moet leren aanvoelen wat de installatie wil.’
Maarten Buser
Sommige van je installaties hebben muziek en andere niet. Hoe bepaal je of je een werk een soundtrack geeft?
Philip Vermeulen
‘Dat hangt van meerdere factoren af. In elke ruimte krijgt elk kunstwerk een andere audiovisuele compositie en de akoestiek speelt daarin mee. Bij Chasing the Dot zou de ervaring te kaal en te direct zijn zonder geluid, omdat je niet weet wat eraan komt. Het licht en het geluid zijn één in die installatie. We hebben met speciale geluidsapparatuur opnames gemaakt van de gebruikte lamp en dat geluid gemanipuleerd, waarna dat vertaald is naar kleuren. Daardoor ontstaat er een bepaalde logica, of onlogica, waardoor je veel meer gaat zien. Het geluid stuurt je ervaring en moet daarom ondersteunend zijn.’
Maarten Buser
Eerder een filmsoundtrack dan een videoclip dus?
Philip Vermeulen
‘Ja, precies. Het geluid dient het fenomeen. Bij Ocular Drift (2022) verschuift het beeld en weet je nooit of je wel goed voor de installatie staat. Wanneer het mechaniek versnelt, hoor je de motortjes. Ik heb ze bewust in klankkasten geplaatst, zodat je ze op die momenten goed hoort. Het kan heel lekker zijn om geluid nét niet synchroon te laten lopen en dat op andere momenten tóch weer wel te doen. Dan gaan je zintuigen beter met elkaar communiceren.’
Chasing the Dot is t/m 5 januari 2024 te zien in Rijksmuseum Twenthe (Enschede). Ook is zijn installatie 10 Meters of Sound (2016) te zien in de collectiepresentatie Ars longa, vita brevis van het museum
Maarten Buser
is dichter en kunstcriticus






