metropolis m

De recente emancipatorische opstand van vrouwen door #MeToo roept vragen op over hoe we kunst zouden kunnen of moeten beoordelen in relatie tot de ethiek van haar maker. Dat gaat in tegen de algemene perceptie dat kunst recht heeft op een eigen bestaan, los van de kunstenaar.

Het sneeuwbaleffect bij de beschuldigingen van Harvey Weinstein op het gebied van seksuele intimidatie hebben geleid tot de ontmaskering van ‘seksuele roofdieren’ in verschillende bedrijfstakken, niet in de laatste plaats die van de beeldende kunst. De nu voormalige co-uitgever van Artforum, Knight Landesman, wordt wel de Harvey Weinstein van de kunstwereld genoemd. Hij wordt door negen vrouwen beschuldigd van seksueel wangedrag. Curator Jens Hoffmann is geschorst door het Jewish Museum in New York, terwijl de beschuldigingen van seksuele intimidatie worden onderzocht. Benjamin Genocchio is vervangen als directeur van de Armory Show nadat vijf vrouwen melding maakten van ongewenste intimiteiten. Er liggen ook kunstenaars onder vuur, zoals de fotograaf Terry Richardson, die verbannen werd door Condé Nast International Publications nadat hij door twee vrouwen werd beschuldigd van aanranding. Richardson werd al jaren in verband gebracht met geruchten over seksueel wangedrag.

De website Not Surprised heeft onlangs een uitgebreide lijst gepubliceerd, ondertekend door kunstenaars, academici, schrijvers, curatoren, regisseurs en bestuurders die seksuele intimidatie hebben ervaren en ‘hun monden dicht hebben gehouden, bedreigd door de macht die op hen werd uitgeoefend’. Ze stellen dat ‘ze niet langer meer zullen zwijgen’. Ze verwerpen seksueel misbruik en de afwijzing die het vaak met zich meebrengt. Ik ben één van de mensen die de lijst heeft ondertekend. Door een voormalige werkgever werd me in een zakelijke bijeenkomst gevraagd of ik seks heb gehad met de kunstenaar die ik voorstelde voor het programma. Het was een schokkende en vernederende ervaring.

Bepaalde mensen die leiding gaven aan topinstellingen uit de kunstwereld zijn geschorst of ontslagen en figuren uit de entertainmentindustrie zijn uit films en tv-programma’s verwijderd. Hun persoonlijke leven en gedrag hebben een directe impact op hun professionele bezigheden gehad en beïnvloedden hoe ze worden beoordeeld en hoe hun carrière zich ontwikkelt. Maar hoe om te gaan met kunstenaars die zich naar verluidt seksueel misdragen hebben? Moet het moreel verwerpelijke gedrag invloed uitoefenen op het oordeel van hun werk?

In haar recente essay voor frieze, ‘No More Excuses’, is schrijver Elvia Wilk er duidelijk over. Verwijzend naar relational aesthetics stelt ze dat alle esthetische productie sociaal ingebed is en daarom ‘het werk niet goed kan zijn als de maker seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoont’. Maar poststructuralisten zoals Roland Barthes hebben ons geleerd dat elk kunstwerk meerdere betekenissen heeft en dat de maker niet de voornaamste bron is voor de semantische inhoud van een werk, aangezien de lezer een interpretatief kader met zich meedraagt waarbinnen de betekenis ontstaat. Een kunstobject bestaat dus ook onafhankelijk van zijn maker en heeft een eigen bestaan. Moeten we kunst daarom, ondanks #MeToo, niet gewoon blijven beoordelen op haar eigen voorwaarden, ook al geeft het geven van tijd en ruimte aan het werk van mensen die zich onethisch gedragen een ongemakkelijk gevoel?

Hoe onafhankelijk is kunst?

Het principe van acquaintance, ontwikkeld door onder anderen filosoof Richard Wollheim, slaat op het idee dat esthetisch oordelen enkel mogelijk is vanuit de individuele ervaring met het kunstwerk. Zij is gekoppeld aan de kenmerken van het kunstwerk, niet de opinies van de maker, en is daarom niet overdraagbaar van persoon tot persoon. Het ethisch oordelen verloopt fundamenteel anders dan het esthetisch oordeel, omdat gedrag juist wel wordt beoordeeld op basis van informatie van anderen. In het licht van #MeToo rijst de vraag of die twee criteria op een goede manier samen te brengen zijn. Sterker nog; moet ethiek een zwaarwegende invloed hebben op onze esthetische ervaring van een kunstwerk? Is het correct om moreel wangedrag van een kunstenaar uit te leggen als esthetisch falen?

We zijn gewend dat de biografie van de kunstenaar vaak wordt losgeknipt van het werk, ook als de kunstenaar in diskrediet is gebracht. Meest bekend is Roman Polanski, die in 1977 werd gearresteerd in Los Angeles en werd beschuldigd van vijf zedendelicten met een dertienjarig meisje. Net voor zijn officiële veroordeling vluchtte hij naar Frankrijk. Toch blijft Polanski één van de meest gevierde filmmakers van zijn generatie. De Amerikaanse dichter en schrijver Charles Bukowski was op zijn zachtst gezegd een vrouwenhater en eigenlijk gewoon een vrouwenmishandelaar. William Golding, auteur van Lord of the Flies, schreef in zijn memoires hoe hij een vijftienjarig meisje probeerde te verkrachten: ‘al worstelend als vijanden’, probeerde hij haar ‘onhandig te verkrachten’. Geen van deze feiten heeft afbreuk gedaan aan het succes van de makers, de lofbetuigingen die ze hebben ontvangen of de waarde die aan hun werk wordt toegedicht.

De gedragingen werden ongetwijfeld gelegitimeerd door de door mannen gedomineerde machtsstructuren, zoals Elvia Wilk schrijft in haar artikel. Het genie heeft gewerkt als een toverstaf die de morele schuld heeft weggetoverd. Ze suggereert dat het tijd is voor een radicale herbeoordeling, waarbij onze kennis van het persoonlijk gedrag van een kunstenaar een directe invloed uitoefent op de waardering van het werk. De huidige identity politics laten zien dat dat kan en dat die praktijk zelfs wijdverspreid is. Wat wordt getoond en waarom is een vraag die zelden enkel esthetisch van aard is. Neem bijvoorbeeld het toegenomen aantal tentoonstellingen van queerkunst in het afgelopen decennium of de discussie over diversiteit. Er is geen tentoonstelling zonder politiek-ethische inbreng.

Verandering van normen

Ethiek wordt geformuleerd door een steeds veranderende set van sociale (niet noodzakelijkerwijs juridische) regels, die wordt gevormd in de tijd en verschilt per locatie en cultuur. Wat in deze tijd onacceptabel wordt gevonden, werd op een ander moment als de norm beschouwd. Kunstenaars opereren in dat veld, spelen veelvuldig met sociale conventies, door de toeschouwer met de geldende normen te confronteren. Kunst kan ook het slachtoffer worden van die veranderde normen en uit de gratie raken.

Het oeuvre van de Frans-Poolse kunstenaar Balthus mag als voorbeeld dienen. Zijn werk is doordrenkt met erotische beelden van net geslachtsrijpe meisjes en om die reden omstreden. Het Metropolitan Museum of Art in New York weigerde onlangs om zijn schilderij Thérèse Dreaming uit 1983 weg te halen, na protest. Op het werk is een jong meisje te zien met opgeheven knie en blootgelegde onderbroek, terwijl een kat melk van een schoteltje likt. Woordvoerder van het museum Ken Weine stelt dat kunst de discussie stimuleert ‘door middel van geïnformeerde discussies en respect voor creatieve expressie’.

Het geval Balthus laat zien hoe kunst ons kan confronteren met onze eigen (meestal onzichtbare) ethische grenzen en fungeert als een spiegel die onze kijk op wat op een gegeven moment in de samenleving wel of niet ethisch aanvaardbaar wordt gevonden reflecteert. Soms worden deze grenzen verlegd in reactie op de sociale normen, in andere gevallen worden ze juist steviger gedefinieerd. In 2008 werden de naaktfoto’s van een dertienjarig meisje geschoten door de Australische fotograaf Bill Henson in beslag genomen tijdens een tentoonstelling bij Roslyn Oxley9 Gallery in Sydney. Hoewel Henson niet werd vervolgd, leidde de inbeslagname tot een landelijk debat over censuur.

Dat lag anders bij de Engelse schilder Graham Ovenden. Hij werd in 2009 in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten onderzocht op verdenking van het bezit van kinderpornografie, maar niet aangeklaagd. In 2013 werd hij uiteindelijk schuldig bevonden aan zes strafbare feiten van grensoverschrijdend gedrag met een kind en één delict van misbruik van een kind. Een aantal instellingen haalde zijn schilderijen weg, waaronder Tate Britain, dat zei dat de veroordelingen ‘een nieuw licht wierpen’ op Ovendens oeuvre, waartoe talloze naaktschilderijen van jonge meisjes behoren.

Doorgaans is censuur geen optie en is bewustwording het doel van de kunstenaar. Dat kan mede doordat kunstinstellingen vaak een beschermde status genieten, als een vrijplaats voor het normatieve debat, waar de grenzen zonder directe consequenties iets verder kunnen worden opgerekt en er ruimte is voor dat wat ergens anders in de maatschappij moreel onaanvaardbaar wordt geacht. In de filosofie is er lang nagedacht over het effect dat kunstwerken op ons hebben, over de manier waarop kunst een toeschouwer emotioneel kan beïnvloeden en het overkoepelende morele kompas van de samenleving als geheel weerspiegelt. In de negentiende eeuw stelde filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel dat kunst een middel is waarmee we tot zelfbewustzijn kunnen komen. Dat houdt in dat kunst een bewustzijn kan uitdrukken dat buiten iedere ideologie opereert.

De vraag is of dat nu gaat veranderen of zelfs moet veranderen, zoals Wilks betoogt. Zorgt het #MeToo-debat ervoor dat er anders naar de moreelvrije ruimte van de kunst gekeken gaat worden? We leven in moreel verontrustende tijden. Aan de ene kant van het spectrum staat een president die openlijk opschept over dat je ‘alles kunt doen’ bij vrouwen wanneer je beroemd bent, inclusief ‘ze bij de poes grijpen’, en aan de andere kant is er de succesvolle campagne om seksuele intimidatie van vrouwen een halt toe te brengen. De discussie past bij een tijd die bol staat van de identiteitspolitiek, waarin personen en hun handelen voortdurend op ethische gronden de maat worden genomen. Er is een maatschappelijke correctie gewenst, een discussie, een verandering van gedrag. Voor nu is het belangrijk dat daders voor hun daden veroordeeld worden en dat er een nieuw ijkpunt wordt opgesteld op het gebied van gelijkheid en eerlijkheid.

Het is echter ook belangrijk om te accepteren dat kunstwerken een eigen leven leiden, los van de maatschappij en dat iedereen vrij moet zijn het kunstwerk naar eigen inzicht te duiden. Met die logica zijn we allemaal gerechtigd om een kunstwerk te beoordelen op basis van haar eigen autonomie, ondanks het waakzame oog van het morele kompas van de maatschappij. Dat neemt niet weg dat het esthetische oordeel en het ethische oordeel samen een complex spinnenweb van gevoelens en impressies vormen, die niet goed te scheiden zijn. Ik kan niet zeggen dat mijn kennis van iemands machtsmisbruik mijn lezing van diens werk niet kleurt, dat ik me anders voel over hun artistieke stem en de waarde van het werk voor de samenleving. Het geeft maar aan hoe complex en bijzonder dat samenspel is en tegelijkertijd ook hoe gevaarlijk.

Uit het Engels vertaald door Loes van Beuningen

Louisa Elderton

is schrijver en curator

Gerelateerd

Recente artikelen