Opruiming
Opruiming
Michael Landy’s (Mislukte) Gebaar
In het voorjaar van 2001 inventariseerde de kunstenaar Michael Landy al zijn bezittingen om ze daarna compleet te vernietigen in een leeg winkelpand in Londen. Afgezet tegen de achtergrond van een economie waarin het materiële langzaam maar zeker plaatsmaakt voor het intellectuele, blijkt deze radicale demonstratie tegen een ongebreideld consumentisme minder effectief dan gedacht.
‘Waarom doe je al je bezit weg?
Ik zie het als een onderzoek naar het consumentisme
Wat bracht je ertoe?
De val van het communisme. Kapitalisme en communisme waren tegenstanders, maar ze hielden elkaar wel in balans, terwijl het nu alleen maar lijkt te gaan om ongebreidelde consumptie. Mijn project gaat over het blootleggen daarvan en over het blootleggen van mezelf.’1
Verbrijzeling van Bezit als Gebaar
Voor zijn project Break Down (februari 2001) is Michael Landy een jaar lang bezig geweest met het opstellen van een uitputtende inventaris van alles wat hij bezat: 7.006 voorwerpen geclassificeerd in tien verschillende categorieën: kunstwerken, kleding, meubelstukken, elektrische apparatuur, bederfelijke waren, voertuigen en ga zo maar door. Alle 7.006 items werden ingepakt en voorzien van het registratienummer waaronder zij in een database waren opgenomen. De afrekening eindigde in een groot leegstaand warenhuis in het hartje van het Londense winkeldistrict. Landy installeerde er een lopende band waarop, gedurende de twee weken van de tentoonstelling, een team van operateurs in overalls de voorwerpen op methodische wijze uit elkaar haalde. Elke dag werd een nieuwe vracht voorwerpen op de transportband gelegd om te worden uitgesplitst in losse onderdelen en gesorteerd op grond van hun materiaal (papier, keramiek, metaal, et cetera). Deze onderdelen werden vervolgens versnipperd en verbrijzeld. Op de laatste dag was het de beurt aan Landy’s stereo-installatie en platencollectie – tot dan toe hadden deze voor de achtergrondmuziek gezorgd. Ook zij werden op de lopende band gelegd, ontmanteld en verpulverd. Alles wat overbleef van de 7.006 spullen die de kunstenaar bezat, was hun spoor in de database, de catalogus met gegevens over hun gewicht, kleur en basismateriaal.
De readymades van Duchamp stelden de vraag naar het kunstwerk in het Fordisme, het tijdperk van de lopende band: in hoeverre verandert intellectuele arbeid van aard door de massaproductie en de daaruit voortvloeiende, productgeoriënteerde samenleving? Laten we veronderstellen dat Michael Landy’s actie Break Down deze analyse omdraait, en het lot van het materiële eigendom in het huidige tijdperk van de postindustriële kenniseconomie ter discussie stelt. In dit artikel wil ik van wat ik – om redenen die later duidelijk zullen worden – Landy’s (Mislukte) Gebaar noem niet zozeer vanuit de kunst beschouwen. maar als een gebaar dat betekenis heeft in de context van de huidige, verschuivende orde van eigendomsverhoudingen beschouwen. Het lijkt me beter dat kunsttheoretici zich buigen over de kwesties die onder anderen Robert Klein in 1967 opwierp met betrekking tot wat hij noemde de niet-functionele wending in de kunst, en de gevallen waarin kunst het zonder werken kan stellen. Ik wil me, in een poging om Landy’s werk als gebaar te begrijpen, concentreren op verschuivingen in de eigendomsverhoudingen en zal refereren aan Marx en in het bijzonder aan zijn idee van algemeen intellect zoals hij dat in Grundrisse introduceert. Dit uitstapje, waarin de gespannen verhouding tussen immateriële arbeid en materieel eigendom wordt belicht, zal hopelijk zowel het werk van Landy als de sociale context waarin het ontstaat in een scherper daglicht stellen.
Het algemeen intellect en de valkuilen van intellectuele arbeid
Marx hanteert de term ‘algemeen intellect’ voor de sociale kennis of collectieve intelligentie in een maatschappij. Net zoals collectieve fysieke kracht nodig is om bepaalde productietaken uit te voeren, zo maakt de productie ook gebruik van collectieve intellectuele krachten. Wanneer technologieën en machines steeds belangrijker worden als productiemiddelen, zo zegt Marx, zal het scheppen van echte welvaart niet afhangen van de directe uitbreiding van de arbeidstijd, maar van technologische expertise en sociale organisatie.2 De cruciale factor in de productie zal de ‘ontwikkeling van de algemene vermogens van het hoofd’ zijn: het sociaal intellect en ‘de algemene productieve krachten van het sociale brein’.3 Met andere woorden, tijdens de overgang van productie naar productieve technologieën – fixed capital – wordt sociale kennis een directe kracht binnen het marktkapitalisme. 4
Marcel Duchamp werkte in het tijdperk van de lopende band. Maar de opstanden van de arbeidersmassa’s in de jaren zestig en zeventig, het decennium waarin Duchamp overleed, veroorzaakten een crisis van het Fordistisch kapitalisme en leiden tot de ontwikkeling van een nieuwe vorm van kapitalisme die zich onderscheidt van vroeger door hoog technologische automatisering en globale mobiliteit. In deze context vindt Landy’s (Mislukte) Gebaar (L(M)G) plaats.
Intellectuele arbeid is in zowel het industriële als het tegenwoordige postindustriële tijdperk een kritische aanjager van het kapitalistische systeem. Denk bijvoorbeeld aan de cruciale rol van ‘het creatieve’ in de verkoop van producten, aan kunstenaarsgemeenschappen bij het opwaarderen van stadsdelen of, meer in het algemeen, aan de centrale plek die het culturele discours inneemt bij het bepalen van wat we willen kopen. Men hoeft maar te kijken naar de huidige aandelenbeurs om te begrijpen dat de intellectuele arbeid die wordt gestopt in het representeren van een bedrijf – door CEO’s, door marketing bedrijven, pr-goeroes, en aandelendrijvers van over de hele wereld – voor de waarde van een bedrijf vele malen belangrijker is voor de waarde van een bedrijf dan een eerlijke schatting van de omzet, de winst- en verliesrekening, of de voorspelde inkomsten.
De formule is eenvoudig. Op het moment dat het vaste kapitaal zorgdraagt voor de massaproductie, wordt de kennis die handelt, ontwerpt, onderhoudt en stuurt, het belangrijkst. En deze massa-intelligentie die het kapitaal ondersteunt is het sociale lichaam. Het is een vat van kennis dat niet gescheiden kan worden van levende subjecten en hun talige samenwerking5, die bestaat uit een scala van kwalificaties, communicatiewijzen, lokale kennis en taalspelen. Voor Antoni Negri is massa-intellectualisme inderdaad het kenmerk van het hedendaagse proletariaat. Dit proletariaat is ‘…in toenemende mate direct betrokken bij computer gerelateerd communicatief en vormend werk; (…) ze is doortrokken van en wordt geconstitueerd door de continue verwevenheid van technowetenschappelijke activiteiten en het harde werk van de productie van handelswaar, door de netwerken waarin deze verwevenheid gedistribueerd wordt, en de toenemend intieme combinatie van de herschikking van werktijden en leefvormen.’7
In dezelfde mate waarin machines het productieproces overheersen, moet het kapitaal het algemene intellect ten behoeve van zichzelf zien te mobiliseren. Op die manier stimuleert het niet alleen de opname van ‘kennis, vakkundigheid en de algemene productieve krachten van het sociale brein’8, maar ook de mate waarin het onafhankelijk is van die kwaliteiten. De cruciale vragen – en in het huidige politieke discours zeer vitale vragen – zijn ten eerste: in hoeverre kan het kapitaal ‘deze plurale, meervormige, voortdurend muterende intelligentie’ van het massa-intellect binnen haar structuren vatten 9 en ten tweede: wat kan het algemeen intellect meer doen dan enkel de productie vergemakkelijken. Vanaf welk moment kan deze gedeelde kracht, die al gemobiliseerd is door het kapitaal, in verzet komen tegen het kapitaal?
Waarom Landy’s gebaar mislukt is.
Een leerzaam fragment uit een artikel over Landy in The Guardian: ‘Landy heeft weinig kunst gemaakt sinds Break Down. “Ik wilde geen werk meer maken”, zegt hij, “ik wilde helemaal niets doen. Ik voelde de behoefte er niet toe.” In plaats daarvan bracht hij zijn tijd door met het werken aan een documentaire over zichzelf en het voltooien van de gecomputeriseerde inventaris van Break Down die recentelijk in boekvorm is verschenen verschijnen. Behalve dat heeft Landy als kunstenaar weinig anders gedaan dan proberen vat te krijgen op wat hij had gedaan [sic] en wat de implicaties ervan zijn.’
Het is niet eenvoudig om verzet te bieden aan, of zich af te scheiden van, de intieme betrokkenheid van intellectuele arbeid bij het hedendaagse kapitalisme. En toch is het de vraag die op ieders lippen brandt. In hoeverre is Landy’s Gebaar geslaagd als een poging tot afscheiding, of zelfs – in zijn termen – als een onafgebroken analyse van het consumentisme?
Een eenvoudige observatie bij het overwegen van de betekenis van L(M)G. Is het niet belangrijk erbij stil te staan dat we ons allemaal (en met allemaal bedoel ik wij informatiewerkers, wij database-arbeiders) wel degelijk een bestaan kunnen voorstellen dat zo goed als volledig verstoken is van persoonlijk eigendom. Een bestaan waarin we in geen enkel opzicht ‘te kijk worden gezet’. Laat er wat dat betreft geen misverstand over bestaan: Michael Landy heeft veel meer gedaan sinds Break Down dan ‘proberen vat te krijgen op wat hij had gedaan’. In feite heeft hij onmiddellijk, en schaamteloos, zijn eigen Gebaar hersteld door zijn zogenaamde bezitsloosheid te verhandelen en zijn werk in verschillende mediavormen te reproduceren. Je zou hem ervan kunnen verdenken dat hij al wist dat, als de tentoonstelling voorbij zou zijn, een vriend of fan hem mee zou nemen om een pak en een paar schoenen voor hem te kopen. En het is niet al te moeilijk om je voor te stellen hoe hij zich wentelt in een aangenaam ontwortelde Ballardiaanse levensstijl, toert langs conferenties om over zijn kunst te praten, wonend in hotels en op luchthavens, met een creditcard op zak die zo nu en dan wordt aangevuld met honoraria, stipendia. prijzen, royalities, en drinkend en dinerend op kosten van zijn gastheren of, beter gezegd, op kosten van dat ene Gebaar.
In die zin maakt L(M)G twee zaken duidelijk. Allereerst is het een aanklacht tegen de privileges en waanvoorstellingen van de informatieklasse. Ten tweede toont L(M)G het absolute falen van figuren als Landy om in te zien dat het tegenwoordig zeer goed mogelijk om een bepaald soort informatiewerker al zijn bezit te ontnemen en hem desalniettemin welvarend achter te laten. Wat Landy zich absoluut niet heeft gerealiseerd (of, wie weet, misschien wel) was dat hij door ‘alles te vernietigen wat hij bezat’, niet alleen niets vernietigde, maar feitelijk een compleet nieuwe setting creëerde waarbinnen zijn werk kon voortbestaan. Zonder bezittingen, ging hij nog steeds rijk gekleed in het algemeen intellect en in zijn specialistische kunstenaarskennis die gebaren betekenisvol weet te laten zijn voor dat intellect. Als een actie om het kapitaal uit te dagen, is Landy’s Gebaar een absoluut mislukking.
Waarom Landy’s Mislukte Gebaar ook geslaagd is.
‘In de tussentijd zijn er aanbiedingen van galeries van over de hele wereld, inclusief een verzoek uit Brazilië om het allemaal nog eens over te doen op de Biënnale van Sao Paulo binnengestroomd. Na eerst te hebben uitgelegd dat Break Down niet iets is wat je zomaar kunt herhalen als een musical, heeft Landy ermee ingestemd enige tekeningen te tonen van zijn Michael Landy at Home Series die voorafgingen aan het evenement van afgelopen jaar…’ (The Guardian)
Van een andere (en wellicht perverse) kant bezien, biedt Break Down ons ook enkele heilzame lessen. In de eerste plaats toont het de beperkingen van de opvatting dat het domein van materieel eigendom een geschikte plek is voor kritiek en actie. Vergeten we dat, op het moment waarop zijn bezittingen in het niets verdwenen, Landy de voorwaarden schiep voor de consumptie ervan, erop rekenend, als elke goede cultureel ondernemer dat een beetje ontbering waarde zou toevoegen aan de Michael Landy Inc, zijn eigen merk ik. Maar als deze actie zuiver was geweest, en Landy als een stuiverloze, bezitloze kluizenaar was achtergebleven, zou de actie dan geslaagd zijn geweest? Zijn we tegenwoordig niet in staat om dankzij het algemeen intellect, in te zien dat zo’n actie altijd een relatief machteloze kritiek op consumentisme zal zijn. Een kritiek die, zoals we al een tijdje weten, niet langer plaatsvindt op het vlak van het object, noch op het vlak van het symbolische, maar in ‘de dialoog […] genesteld is in het hart van de kapitalistische productie’, in de ‘praatfabriek’ van onze levensstijlen’. 8 Zelfs als we het spektakel van de materiële destructie van Break Down accepteren, zelfs als we geloven dat de actie te goeder trouw is uitgevoerd, hoe zouden we dan de symbolische waarde ervan moeten beoordelen: als de opstand van iemand tegen dat wat het zelf al is? Als een poging tot een breuk die eindigt in triviaal gebrek aan bezit?
Nee, in feite zien we in L(M)G de resolute futiliteit van het ensceneren van verzet op het vlak van het materiël en het symbolische. Dit is geen triviale observatie, maar één die het hart van de hedendaagse politieke activiteit raakt. Het falen van Landy is exact het equivalent van het door velen ontwaarde falen van de anti-globaliserings- en antikapitalistische bewegingen om werkelijk oppositie te voeren tegen de ontwikkelingen van globaal kapitaal. Neem bijvoorbeeld het Critical Arts Ensemble, een collectief van radicale kunstenaars en activisten: zij stellen dat het spektakel – in Landy’s geval het spektakel van materiële afscheiding, in het geval van de anti-globalisten de ‘massale ongehoorzaamheid’ – waarschijnlijk goed functioneerde in de jaren zestig, maar dat het tegenwoordig niet langer geschikt is om afwijkende politieke opvattingen aan te moedigen. 10 Als de mainstream media worden gefinancierd en gesteund door het kapitaal en de verzadiging van onze visuele cultuur het punt heeft bereikt waarop het alles en niets registreert, dan ligt de enige mogelijkheid voor een andere culturele politiek in het oprichten van ‘gedecentraliseerde golven van micro-organisaties’, zoals het Critical Arts Ensemble het noemt, die de netwerkmaatschappij ter discussie stellen binnen haar eigen ruimte. Vertaald: omdat kapitaal zichzelf vormt rondom immateriële arbeid en het algemeen intellect (en dus opgevat kan worden als volstrekt virtueel) moeten oppositie- of verzetoperaties rekening houden met de aard van die virtualiteit, met de gevolgen van de immaterialiteit van het kapitaal, en zichzelf dienovereenkomstig ensceneren. Landy’s (Mislukte) Gebaar doet dat niet. Evenmin, zo zou men kunnen beweren, deden de gevechten in Seattle en Genua dat. Ze slaagden er misschien in om de vergaderingen van WTO en de Wereldbank tijdelijk stop te zetten, maar de vectoren van de globale macht wisten ze niet wezenlijk te veranderen.
Desalniettemin onthult L(M)G ook het flauwe vermoeden van een opening – al verschijnt er met die opening, natuurlijk, ook weer een nieuwe hoeveelheid problemen. Alleen al de simpele observatie hoe makkelijk het voor Landy was om zijn leven op te pikken na de vernietiging van zijn persoonlijke bezittingen, is een heldere aanduiding van de relatieve waardeloosheid van bezit voor de informatieklasse. Een waardeloosheid die volledig overeenkomt met Marx’ voorspellingen over de waarde van intellectuele arbeid in de context van het massale gebruik van productieve technologieën. Vandaag de dag zijn we in staat om een lid van de informatieklasse alle voorwerpen die het heeft verzameld, te ontnemen, zonder het te beroven van de mogelijkheid om opnieuw te beginnen. Zou dat vermeende afscheid van eigendom, bezit en bezitterigheid het predikaat kunnen zijn van een nuttig soort nomadisme? Een zekere oneerbiedigheid en vrijheid die het algemeen intellect de mogelijkheid verschaft om, in de toekomst of nu al, voor zichzelf op te komen, voor mensen in plaats van kapitaal? Die vraag lijkt niet eens van belang te zijn voor flagrante opportunisten als Landy, die deze vrijheid van materialisme enkel in dienst stellen van hun eigen cultureel ondernemerschap en voortdurend bouwen aan het eigen merk ik. Ze heeft veel meer belang voor personen in sociale verzetsorganisaties als People’s Global Action (www.agp.org), een wereldwijd netwerk dat werkt aan een duurzame, vredige, sociale, grenzeloze en direct democratisch alternatief voor het kapitalisme. 11 Net als andere activistische organisaties, en inderdaad de anti-globaliseringsbeweging als geheel, zijn veel van de personen van de People’s Global Action in staat om tijd te reserveren voor het organiseren en deelnemen aan pogingen om zich te bezinnen op reacties op het kapitalisme. Zij zijn hiertoe in staat precies omdat zij de immateriële arbeider par excellence zijn: grotendeels bevrijd van een gebondenheid aan een bepaalde stad, in staat overal te leven dankzij hun kennis en kunde om achter de dataface te werken, waar ze ook zijn. Paradoxaal genoeg – of misschien gewoon dialectisch – worden deze personen hiertoe in staat gesteld door de structuren van het kapitaal. Structuren – internet, goedkope luchtvaart, mobiele telefonie, creditcards, et cetera – die ontworpen zijn om het algemeen intellect tot actie aan te sporen, in dienst van de productie, wel te verstaan. De mobiliteit die het kapitaal haar lievelings informatiewerkers biedt wordt ook geëxploiteerd door netwerken van sociale actie. En zonder ooit Landy’s (Mislukte) Gebaar te hebben gezien, weten zij, net als het kapitaal, dat ze niet langer geketend hoeven te zitten aan een constellatie van eigendommen gevat in de besmeurde huls van een huis met hypotheek. In plaats daarvan kunnen ze de vlucht van het kapitaal volgen en haar tegemoet te treden met niets dan een ‘leger van ideeën’12. Hopelijk komen ze, anders dan Landy, niet meer terug.
Noten
1 Landy, interview, Newsweek, 5 maart 2002.
2 Marx, Grundrisse, (Penguin Hammondsworth, 1973) p. 705.
3 Marx, Grundrisse, pp. 694, 705, 706, 709,
4 Marx, Grundrisse, p . 706.
5 Paolo Virno, ‘Notes on the General Intellect’, in Marxism Beyond Marxism, red. Saree
Makdisi, Cesare Casarino, & Rebecca E. Karl (London: Routledge, 1996), p. 270
6 Marx, Grundrisse, p. 694.
7 Antoni Negri, ‘Constituent Power’, in Common Sense, jrg 16, nr 89, 1994; zie ook Virno en Hardt, Radical Thought in Italy: A Potential Politics, University of Minnesota 1996, p 213-224
8 Jean-Marie Vincent, ‘Les automatismes sociaux et le general intellect’, in Futur Antérieur 16 (1993), p. 121 (vertaling. Nick Dwyer Witherford in Cyber-Marx: Cycles and Circuits of Struggle in High Technology Capitalism (University of Illinois: 1999), zie http://www.fims.uwo.ca/people/faculty/dyerwitheford/index.htm
9 Paolo Virno , Labour and language in Lessico Postfordista vertaald door Arianna Bove for the Generation_Online discussielijst.
10 Tiziana Terranova, ‘The degree zero of politics: virtual cultures and virtual social movements’, in Network culture: the cultural politics of cybernetic communications, Londen, Pluto Press
11 flyer van het People’s Global Action voor de tweede Europese conferentie van het People’s Global Action (PGA) network, 31 augustus – 4 september, Leiden 2002
12 See J.J. King, ‘Towards an “Army of Ideas”: Oppositional Intellect & The Bad Frontier’, for Kingdom of Piracy at Ars Electronica 2002, forthcoming.
Jamie King





