
Over de grenzen van Europa – Dertig jaar Manifesta
Precies dertig jaar geleden werd Manifesta opgericht in reactie op de sociale, politieke en culturele verschuivingen in Europa na de val van de Muur. Inmiddels is de nomadische kunstbiënnale toe aan haar vijftiende editie. Oprichter Hedwig Fijen blikt terug op enkele hoogtepunten van de afgelopen drie decennia.
Op een koude vrijdagochtend in februari 1992 wordt in een Limburgs provinciehuis het Verdrag van Maastricht getekend. Twaalf landen verklaren zich bereid hun soevereiniteit deels over te dragen aan de Europese Unie. Rond diezelfde periode werkt Hedwig Fijen, een kunsthistoricus van begin dertig, bij het mede door haar opgerichte kunstbureau Arttra. De val van de Berlijnse Muur zit nog vers in het geheugen en culturele initiatieven die de kloof tussen West en Oost willen dichten, springen als paddenstoelen uit de grond. Arttra is erop gericht het Westerse publiek kennis te laten maken met hedendaagse kunst uit de voormalige Sovjet-Unie en Cuba, middels onderzoek, tentoonstellingen en kunstreizen, radio- en televisieprogramma’s. In een krant uit die tijd staat dat maar liefst tien Nederlandse musea in 1991 dankzij Arttra een tentoonstelling met hedendaagse Russische kunst in huis halen.1 Begin 1992 wordt ze door Gijs van Tuyl uitgenodigd om te komen werken bij de Rijksdienst Beeldende Kunst (de voorloper van de in 1994 opgerichte Mondriaan Stichting die in 2012 met Fonds BKVB zou fuseren tot het huidige Mondriaan Fonds). Daar ontstond het plan om een vervolg te ontwikkelen op de Parijse grafiekbiennale Biennale de la Jeunesse. Met dat idee is Fijen aan de slag gegaan.
In 1994 richt ze Manifesta op, een Europese, nomadische biënnale voor hedendaagse kunst. Als reactie op de nieuwe sociale, culturele en politieke realiteit die ontstond in de nasleep van de Koude Oorlog, en met als doel om culturele uitwisseling in Europa op gang te brengen, zal Manifesta elke twee jaar plaatsvinden in een andere Europese stad.
Inmiddels zijn we precies dertig jaar verder. Manifesta is uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende biënnales van Europa, na de in 1895 opgerichte Biënnale van Venetië en de Documenta die sinds 1955 elke vijf jaar wordt georganiseerd in Kassel. Qua formaat en bezoekersaantallen kan Manifesta zich meten aan de biënnales van Liverpool en Berlijn.2 Ik spreek af met Fijen op het hoofdkantoor van Manifesta, op de tweede verdieping van de Rijksakademie in Amsterdam, om terug te blikken op de hoogte- en dieptepunten van de afgelopen dertig jaar.
Rotterdam 1996
De naam ‘Manifesta’, vertelt Fijen, is bedacht door Fluxus-kunstenaar René Block. Manifestare of Manifesto komt uit het Latijn, waar het zoiets betekent als laten zien of zichtbaar maken. ‘De naam was eigenlijk een speldenprikje naar de Documenta, maar er zit ook een vraag in: wat kan dat nomadisme precies zijn voor een biënnale? Ons manifest, onze kernwaarde, is dat Manifesta in en door elke stad in Europa georganiseerd kan worden. Dat is de afgelopen dertig jaar wel echt gelukt.’
De eerste editie van Manifesta vond plaats in 1996 in Rotterdam, hoewel Fijen eigenlijk Maastricht op het oog had vanwege het Verdrag van Maastricht. ‘We waren ook in contact met steden als Krakow, Warsaw, Ljubljana – maar de overgang van communisme naar kapitalisme was nog in volle gang.’ Voor een grote kunstbiënnale was het nog te vroeg. ‘In veel Oost-Europese landen waren de mensen die bij de ministeries werkten nog communistisch, net als veel burgemeesters.’ Toch werden in die eerste editie al verbindingen gelegd tussen de verschillende uithoeken van Europa. Manifesta wilde alles anders doen dan de andere grote biënnales: jonger, frisser, lokaler, collectiever. Al vanaf de eerste editie wordt voor Manifesta elke keer een curatorenteam samengesteld, om te beginnen met de Spaanse Rosa Martinez, Zwitserse Hans Ulrich Obrist, Britse Andrew Renton en de Russische Viktor Misiano en Hongaarse Katalin Neray. Zij selecteerden kunst uit gebieden die nog niet op de radar stonden van de andere grote tentoonstellingen. ‘Grote biënnales, zoals Documenta of de Biënnale van Venetië, hadden nog nooit een curator uit Oost-Europa uitgenodigd’, vertelt Fijen. ‘Bij ons kwam meteen de helft van alle kunstenaars ervandaan!’
Uit de reacties in de media blijkt dat veel mensen niet echt raad wisten met de nieuwe manifestatie. Het kunstpubliek was gewend te komen opdraven voor gevestigde namen, beroemde curatoren en celebrity kunstenaars. ‘Wij hadden voor die eerste editie juist veel kunstenaars uitgenodigd die aan het begin van hun carrière stonden, of die in het Westen nog compleet onbekend waren’, vertelt Fijen. ‘In Rusland werd bijvoorbeeld op een hele andere manier gewerkt met digitale kunst dan dat we hier in het Westen gewend waren. Plots was er in Nederland allemaal kunst die we nog nooit hadden gezien!’
Ljubljana 2000
Na Rotterdam en Luxemburg (1998) wordt Manifesta in 2000 voor het eerst georganiseerd aan de oostelijke kant van het voormalige IJzeren Gordijn, in de voormalig Joegoslavische stad Ljubljana. Fijen merkt op dat deze stad vanuit het Westen werd gezien als Oost-Europees, terwijl ze in Oost-Europa juist werd gezien als verwesterd. Deze derde editie is tevens de eerste die een expliciet thema meekrijgt: The borderline syndrome and defence energies, gericht op de sociale en politieke veranderingen veroorzaakt door de territoriale verschuivingen in Europa. ‘In Ljubljana werd al snel duidelijk dat de situatie er extreem complex was. De eerste twee edities van Manifesta volgden een meer traditioneel biënnalemodel: curatoren worden benoemd, kunstenaars worden uitgenodigd en er zijn tentoonstellingen op verschillende locaties. That’s it. Maar hier vroegen we: wat is er bij jullie aan de hand? Wat gebeurt er? Wat hebben jullie nodig?’
In Ljubljana wordt ook voor het eerst een uitgesproken interdisciplinaire aanpak genomen. Het curatorenteam gaat in gesprek met filosofen, historici en sociologen uit heel Slovenië om de biënnale vorm te geven op een manier die aansluit op lokale behoeftes. Ook wordt er voor het eerst een stedenbouwkundige opgenomen in het curatorencollectief, Ole Bouman. ‘Hij zette toen meteen een grootschalig onderzoek op naar hoe een stad als Ljubljana zich heeft ontwikkeld onder het communisme en naar wat voor behoeftes er waren.’ De andere curatoren vonden dat lastig. ‘Die wilden natuurlijk artistieke statements maken, een verhaal vertellen! Maar de uitdaging van Manifesta is juist om een model te ontwikkelen waarmee je als reizende biënnale een langdurige legacy kan achterlaten. Wat kan Manifesta betekenen voor de lokale community van de stad, wat voor soort impact kan het hebben?’
Nicosia 2006
Het nomadische karakter van Manifesta is de kracht van de biënnale, maar het vormt ook de grootste uitdaging omdat er op elke nieuwe locatie rekening gehouden moet worden met een nieuwe lokale context en de specifieke spanningen die daarbij komen kijken. Met name in de zesde editie van Manifesta bereiken deze spanningen een hoogtepunt – wat uiteindelijk zelfs leidt tot het afgelasten van de hele biënnale. De zesde editie zou plaatsvinden in Nicosia, de hoofdstad van het eiland Cyprus dat in 2004 lid werd van de EU. Het eiland kent een zuidelijke Griekse en een noordelijke Turkse kant, en wordt dwars doormidden gesneden door een horizontale bufferzone. Precies in het midden van deze grens ligt de hoofdstad Nicosia. Fijen herinnert zich dat het lastig was om de intenties van Manifesta over te brengen: ‘De politieke leiders van Cyprus dachten dat Manifesta het Grieks-Cypriotische deel zou komen promoten, maar wij wilden juist verbindingen leggen met de mensen aan de noordkant van de grens.’ Omdat een tentoonstelling daar niet het juiste medium voor leek, zou deze editie de vorm aannemen van een experimentele kunstschool. ‘De vraag die wij aan de curatoren voorlegden was: how to turn a biennial into an art school?’ De school werd voorgesteld als een platform voor samenwerking, coproductie en discussie. Het zou uit drie verschillende departementen bestaan, die elk een ander experimenteel model voor interdisciplinair kunstonderwijs zouden volgen. Het instituut zou voor de duur van de biënnale, honderd dagen lang, onderwijs bieden aan negentig deelnemers uit de hele wereld.
Fijen vertelt dat de biënnale uiteindelijk helemaal werd afgelast omdat de verwachtingen van de nationale politiek niet te rijmen waren met de ambities op stadsniveau: ‘We hebben uitgebreid gesproken met de burgemeester van Nicosia over hoe we het zouden vormgeven. Toen is besloten om het aan beide kanten van de green line te doen, zowel aan de noordkant als aan de zuidkant. Maar toen de president daarachter kwam heeft hij alles direct afgelast.’ Toch kijkt Fijen niet uitsluitend negatief terug op deze editie. ‘In zekere zin was het the best Manifesta ever. Eigenlijk probeer je met een cultuurinitiatief politiek zeggenschap te hebben. Wij lieten zien dat de EU zojuist een land had toegelaten waarbinnen je niet vrij kan reizen en waar geen vrije toegang is tot educatie – the first amendment! Het punt was al gemaakt, je had die hele biënnale niet meer nodig!’ Desalniettemin was het een enorme klap. ‘Het werd een enorme clash, ook financieel. Maar het idee om naar Cyprus te gaan en daar iets te doen om de onmogelijkheid van die politieke realiteit aan te tonen en zelfs te veranderen, is nog altijd erg vruchtbaar en urgent.’
Sindsdien is de manier waarop elke editie van Manifesta tot stand komt, veranderd. Zo ligt het initiatief bij de stad zelf en worden steden bij het formuleren van hun bid aangemoedigd om zelf met een onderzoeksvraag of kwestie te komen. Dat wordt vervolgens het uitgangspunt van het stedenbouwkundig onderzoek, en daarmee van de vorm en programmering van die hele editie. ‘Maar steden geven Manifesta wel echt de autonomie om de biënnale vorm te geven en uit te voeren’, benadrukt Fijen, ‘ook als dat gebeurt op een manier die niet overeenkomt met de wensen van het stadsbestuur.’ Een editie waarbij zulke botsingen aan het oppervlak kwamen te liggen, was bij de tiende in St. Petersburg.
St. Petersburg 2014
In 2014 opende Manifesta 10 in en rondom de Hermitage, ter ere van het 250-jarig bestaan van het museum. Het museum, zo vertelt Fijen, werd gezien als perfecte locatie om te reflecteren op de verschuivende verhoudingen tussen Oost en West Europa sinds de val van de Muur precies 25 jaar daarvoor. Vanaf eind 2013 namen de geopolitieke spanningen rondom Rusland echter in rap tempo toe. In november 2013 werd een strenge anti LHBTQ+ wet ingevoerd, waarmee het op vrijwel elke manier steunen of promoten van de LHBTQ+-gemeenschap plots werd gecriminaliseerd. Niet veel later, in maart 2014, vond het omstreden referendum plaats in Oekraïne, waarmee Rusland de annexatie van de Krim rechtvaardigde. In juli van datzelfde jaar schoten troepen onder Russisch bevel de MH17 vlucht, onderweg van Amsterdam naar Kuala Lumpur, neer boven Oekraïne.
Bovenstaande ontwikkelingen leidden ertoe dat veel kunstenaars en curatoren opriepen tot een boycot van St. Petersburg als gaststad voor Manifesta. Toch besloot het team van Manifesta om de editie door te laten gaan in de Hermitage. Onder de deelnemende kunstenaars was er bijna geen enkele die deelnam aan de boycot, benadrukt Fijen: ‘Vrijwel iedereen was het erover eens hoe belangrijk het is dat je juist dingen organiseert waar boycots en censuur dreigen.’ Ze legt uit dat de sfeer in Rusland toentertijd nog heel anders was dan nu. ‘Toen wij naar Rusland gingen waren er 200.000 mensen tegen Poetin aan het protesteren op het Rode Plein. Er was nog heel veel mogelijk, vergelijkbaar met de actuele situatie in Polen, Hongarije of de Tsjechische Republiek. Of zelfs zoals nu vanuit het buitenland naar Nederland wordt gekeken. Ik word regelmatig gebeld door internationale collega’s die vragen: bestaat er daar nog vrije pers, zijn de publieke omroepen al afgeschaft? Is er nog wel freedom of speech?’
Uiteindelijk heeft Manifesta afgedwongen dat de editie in St. Petersburg enkel doorgang zou vinden met complete autonomie wat betreft de vorm en invulling van het programma. Er was een grote kunsthistorische tentoonstelling in de Hermitage waarbij hedendaagse kunstenaars reageerden op de collectie, en een publiek programma gericht op de actuele sociaal-politieke omstandigheden en de rol die de kunsten daarin kunnen spelen. ‘Maar waar het echt over ging was het educatiemodel dat we daar ontwikkelden’, vertelt Fijen. ‘We wilden aanmoedigen dat mensen zelfstandig blijven nadenken en kritische vragen blijven stellen, maar ook dat ze kritisch blijven kijken naar wat kunst kan zijn en doen.’ Fijen erkent dat de situatie in Rusland er niet veel beter op is geworden. ‘Manifesta is geboren naar aanleiding van de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog, in de nieuwe ideologische ruimte die daarna ontstond. Maar eigenlijk zijn we nu, dertig jaar later, weer terug bij af. Er worden bufferzones gebouwd in Polen, Finland bouwt een muur op de grens met Rusland. Zijn we opnieuw in een Koude Oorlog terecht gekomen? Waar zijn we eigenlijk nu met Europa, nu het IJzeren Gordijn weer opgetrokken wordt?’
Prishtina 2022
Toch is de potentie van kunst om politieke verandering af te dwingen onverminderd, zo bleek uit de afgelopen veertiende editie in Prishtina. Wat weinig mensen in West Europa weten, is dat Kosovaren, anders dan de bewoners van andere Balkanlanden zoals Servië, Montenegro en Albanië, tot voor kort niet zonder visum naar andere landen in de EU mochten reizen. Een visum aanvragen was niet alleen een eindeloos bureaucratisch, maar ook een kostbaar proces. Voor een weekendje familiebezoek leverde je een half maandsalaris in, alleen al om de grens over te mogen steken.
Inmiddels is dat veranderd. Per 1 januari 2023 heeft het Europees Parlement besloten dat de Kosovoaarse bevolking geen visum meer nodig heeft om naar het Schengengebied te reizen. Volgens Fijen is het goed mogelijk dat Manifesta een rol heeft gespeeld in het versnellen van dit proces. ‘De editie in Prishtina ging heel erg over bewustzijn creëren. We wilden met Manifesta een specifiek verhaal over Kosovo vertellen, dat ze daar in een soort openlucht gevangenis leven. Journalisten uit heel Europa hebben daar toen massaal over geschreven.’ Maar de editie sprak op meerdere manieren tot de Europese politieke actualiteit, vertelt Fijen. ‘Kosovo is een van de weinige landen waar Manifesta is geweest, dat zo recentelijk oorlog heeft gekend. Toen de oorlog begin 2022 uitbrak in Oekraïne, kreeg deze editie opeens een symboolfunctie om vragen te stellen als: wat gebeurt er tijdens zo’n oorlog? Wat voor invloed heeft zo’n oorlog binnen de grenzen van Europa? Wat betekent het voor een land als een groot deel van de bevolking in de diaspora leeft?’
Fijen benadrukt dat Manifesta het grootste evenement was in Kosovo sinds de oorlog. ‘Het was niet just another art project, het ging er echt om wat Manifesta voor het land kon betekenen. Ik vraag altijd kan kunst doen om het maatschappelijk perspectief te veranderen. In hoeverre kan kunst en cultuur een ander soort urgentie, een noodzaak, een narrative overbrengen?’ Economisch gezien gaf de biënnale een enorme boost aan de stad en veel Kosovaarse kunstenaars – 43% van de deelnemers kwamen uit Kosovo – kregen een internationaal podium. In Prishtina is het nalatenschap van Manifesta nog altijd zichtbaar. Verschillende gebouwen die werden opgeknapt voor de biënnale worden nog steeds gebruikt als kunst- en cultuurruimtes. Ook opende Manifesta in 2022 het Centre for Narrative Practice geopend, waar nog steeds regelmatig workshops en cultuurcursussen worden georganiseerd voor en door de inwoners van Prishtina.
Barcelona 2024
De aankomende editie zal weer een compleet andere insteek krijgen. Manifesta 15 zal in september openen in Barcelona. Niet in het centrum, waar de toeristen samendrommen en de stranden afgeladen zijn, maar in elf omliggende steden in de metropolitane regio van de stad. Manifesta wil onderzoek doen naar hoe deze gemeenschappen met elkaar verbonden kunnen worden en hoe om te gaan met de groei van een stad in toeristisch, maar ook in ecologisch opzicht. Volgens Fijen zou de ideale uitkomst van de biënnale zijn dat mensen meer geëngageerd raken met hun eigen leefomgeving, dat ze actiever nadenken over hoe ze willen dat hun stad eruitziet. ‘Het is belangrijk om zoveel mogelijk mensen te betrekken, om die reden experimenteren we ook met allerlei alternatieve vormen en modellen voor het educatieprogramma. Er zijn nu al honderd collectieven en organisaties die meedoen!’
Zo slaat elke editie van Manifesta weer op geheel eigen manier een brug tussen de lokale context en een groter Europees narratief. Hoe dat vorm krijgt, zal ook blijken uit de komende edities die op de planning staan in Ruhr (2026) en, als de geopolitieke actualiteit het toestaat, in Oekraïne (2028). Fijen vindt het belangrijk om stil te staan bij wat er tot op heden allemaal bereikt is. ‘Het blijft bijzonder hoe we het elke keer weer met honderden mensen voor elkaar krijgen: vijftien edities, vijftig medewerkers, honderd kunstenaars.’ Maar het brengt ook een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. ‘Manifesta mag eigenlijk nooit mislukken, want elke stad heeft het maar één keer. We hebben elke keer maar één kans om het goed te doen.’ Met oog op de toekomst voegt ze eraan toe: ‘Ik hoop natuurlijk dat Manifesta nog minstens dertig jaar blijft bestaan. Er zijn nog zoveel landen in Oost Europa om aan te doen. Oekraïne, bijvoorbeeld, of Turkije. IJsland lijkt me ook interessant, of Groenland! Of de Noordpool!’
Laura van den Bergh
is schrijver, redacteur en en onderzoeker






