metropolis m

De felheid waarmee de kunstwereld de opkomst van alternatieve marktmodellen bestrijdt, blijft verbazen. Neem de manier waarop de laatste documenta is gekielhaald omdat er een alternatief en volledig collectief tentoonstellingsmodel geïntroduceerd werd. Het idee dat deze belangrijke tentoonstelling zich niet ging voegen naar de belangen van de westerse markt, veroorzaakte zoveel onrust dat al ruim voor de opening een campagne was ingezet om documenta fifteen in diskrediet te brengen; eerst het curatorencollectief, later ook veel deelnemers die te maken kregen met talloze persoonlijke aanvallen op de sociale media. De stok waarmee geslagen werd heette dan wel antisemitisme en had vooral een Duits georiënteerde politieke dimensie, maar dat kwam de kunstmarkt die haar belangen ernstig geschaad zag worden niet slecht uit. Uit die hoek kwam weinig steun voor de belaagde curatoren, de altijd sterk aanwezige galeries en verzamelaars bleven zelfs massaal weg tijdens de openingsdagen.

Wat hun motivatie ook verder was, de tegenstanders zijn in hun opzet geslaagd. Twee jaar na documenta fifteen heeft geen mens het nog over de collectieve insteek van deze tentoonstelling en heeft de oude vertrouwde internationale kunsteconomie het heft weer volledig in handen. In de jaarrapportage van Art Basel 2024 las ik dat de omzet van de globale kunstwereld weliswaar met 4% is gekrompen, maar nog altijd 65 miljard dollar bedraagt. Miljarden die toenemend worden verdeeld over enkele grote financiële conglomeraten, zoals Art Basel zelf, een handelsconglomeraat met vertakkingen naar alle werelddelen, waarnaast de documenta met zijn budget van 30 miljoen een gutmüdige gezelligheidsvereniging is. 

Je ziet het patroon ook terug op de kunstacademies, waar de marktwerking evenzo onverminderd doorzet, hoe hard het protest ertegen ook klinkt. Aanstaande kunstenaars wordt vooral geleerd hoe zich staande te houden binnen een competitieve netwerkeconomie die zich richt op individuele kwaliteiten, die ook als zodanig wordt gefaciliteerd, beoordeeld en gehonoreerd. Masters mogen hier en daar wat experimenteren met collectieve praktijken, maar dat heeft op de schaal van het kunstonderwijs meer iets van een schijnbeweging dan een revolutie. Het onderwijs blijft even competitief als het altijd al was, met aan het eind van de studietijd een stortvloed aan cum laudes en afstudeerprijzen – alsof dat het hoogste doel is wat je als student kan bereiken. 

In dit nummer zijn we niet vies van een partijtje armdrukken. Ook wij houden van goed, beter, best, maar we willen, pratend over de gevolgen van al die competitie in de kunst, toch het idealisme evenmin helemaal buiten boord houden. Niet iedereen is even goed geoccupeerd voor de harde concurrentieslag, en ook voor hen is er een plekje onder de kunstzon. Je hoeft echt geen ruangrupa te heten om te kunnen overleven op een andere manier dan de markt van ons wenst. Er is bijvoorbeeld ook zoiets als ‘compost’, oftewel het smeden van verbindingen die bij elkaar een razend voedzaam netwerk opleveren. Het mag dan geen wijdverbreide opvatting zijn, er wordt de laatste jaren in bepaalde kunstcircuits wel veelvuldig over gesproken, recentelijk ook weer na het verschijnen van een nieuw boek van kunstenaar/econoom Kathrin Bohm. Deze micro-economie zou op termijn wel eens levensvatbaarder kunnen zijn dan al die kunstcompetities en prijzen bij elkaar. Ze is in ieder geval stukken duurzamer. En je geniet er langer van dan van een vette kunstprijs.

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen