metropolis m

Mode geldt niet direct als de meest diepzinnige van alle cultuuruitingen. Dat beeld is langzaam aan het veranderen, dankzij de opkomst van fashion studies.

‘In tegenstelling tot de gebruikelijke waardering van culturele objecten, lijkt het dat kunst de maatschappij optuigt met claims van absoluut begrip, terwijl mode in haar onvolledigheid en versnippering veel meer de onderliggende principes van de moderniteit verbeeldt.’

– Ulrich Lehmann, Tigersprung, 2002

Het is opvallend hoeveel studies over mode beginnen met een excuus of een verantwoording waarom men zich als wetenschapper met een discipline als mode uiteenzet. Eerst wordt opgemerkt hoe weinig er over mode geschreven is om vervolgens te beargumenteren waarom het als onderzoeksobject toch interessant is. Wie zich met mode bezighoudt moet zich er blijkbaar nog altijd voor verantwoorden.

Mode was tot voor kort theoretisch gezien inderdaad een vrijwel braakliggend terrein. De laatste drie decennia zijn er echter talloze serieuze studies verschenen en zijn er in Londen, New York en Zweden zelfs universitaire ‘fashion studies’ gestart. Ook wordt mode in musea niet langer als een reeks historische stijlen opgevat, maar als een vitaal cultuurfenomeen dat aan de hand van thema’s gepresenteerd en uitgelegd kan worden.

Toch hebben al deze initiatieven tot nu toe weinig veranderd aan de algemene opinie. Mode wordt in brede kring nog altijd gezien als een oppervlakkig medium waarbij uitsluitend de buitenkant telt. Velen kunnen zich niet voorstellen welke inzichten een modestudie oplevert. Want wat valt er eigenlijk meer over te vertellen dan de lengte van een rok of wie er in Parijs op de eerste rij zit?

Deze geringschattende benadering heeft te maken met het feit dat mode tot voor kort uitsluitend het onderwerp is geweest van het damesblad: ze is er zelfs voor uitgevonden. Dat schrijvers als Charles Baudelaire en Stephane Mallarmé in de negentiende eeuw hun serieuze verhandelingen juist in deze bladen hielden is nauwelijks nog bekend. Daardoor wordt mode nog altijd beschouwd als een hobby en bezigheid voor vrouwen die niets omhanden hebben en geen serieuze inhoud aan hun leven kunnen geven. Mode is er voor ijdele zielen en fashion victims die wanhopig achter de laatste mode aanlopen en hun identiteit ontlenen aan het feit dat ze modieus zijn en weten wat de laatste mode inhoudt.

En toch is dat laatste nu precies een wezenskenmerk van onze maatschappij. Het hebben van smaak –weten hoe je te kleden – is een vitaal element van onze moderne visuele cultuur waarin klasse en status niet meer per definitie aan afkomst gebonden zijn, maar steeds opnieuw gedefinieerd worden in het alsmaar wisselende en veranderende tekensysteem van de mode. Precies dat maakt mode zo interessant. Ze is bij uitstek de verbeelding van wat wij als onze ‘moderne’ cultuur en maatschappij zijn gaan beschouwen, aldus de filosoof Gilles Lipovetsky. De mode speelt een essentiële rol bij onze ontwikkeling tot moderne en flexibele burgers die snel kunnen aanpassen. De moderne mode heeft zelfs een nieuw individu voortgebracht, namelijk: de modemens die geen diepe banden heeft, maar een mobiel individu is met een fluctuerende persoonlijkheid en smaak die zich aan alles kan aanpassen. Daarmee is de modemens in feite de reïncarnatie van de moderniteit die de mens leert psychologisch soepel te zijn. Met kleren herschrijven we ons lichaam. We geven er vorm en expressie aan. Kleren en mode helpen ons dagelijks bij de performance van het ik, van onze zelfgeconstrueerde identiteit. In die zin fungeert mode als een levensideaal en hulp bij zelfverwezenlijking. In die zin ook zijn mode en onze kledingcultuur een spiegel van essentiële, sociale processen in de maatschappij.

Natuurlijk heeft mode raakvlakken met andere toegepaste disciplines als architectuur en design. Net als design is mode een onderdeel van een consumptiecultuur en van een industrie, maar anders dan bijvoorbeeld design en architectuur is mode altijd direct met het lichaam verbonden. We dragen kleren op onze huid en zonder die kleren hebben we niet eens een zichtbare identiteit. Veel van wat ons tot een oorspronkelijk individu maakt zit namelijk in onze kleren. Wat we dragen ligt gevoelig, is intiem. Met het benoemen en analyseren van je kleedgedrag leg je jezelf bloot. En precies dat maakt dat het belang van kleren en mode graag ontkend wordt.

Ook met het irrationele aspect van de mode – door Ulrich Lehmann het onvolledige en versnipperde genoemd – kunnen we slecht uit de voeten. Want waar het in de moderniteit gaat over rationalisme en functionaliteit van het product, lijkt het bij mode uitsluitend om ‘het veranderen zelf’ te gaan. Ze lijkt uitsluitend te focussen op het nieuwe en alleen een interne logica te kennen: na lange rokken komen korte en vice versa. Pogingen de mode onderdeel te maken van de modernistische functionaliteit of van een totaalconcept, zoals een aantal architecten dat in het begin van de twintigste eeuw trachtten te doen door jurken te ontwerpen die afgestemd waren op de interieurs, zijn tot nu toe altijd mislukt. En ook de rationele en functionele logica die Russische avant-garde ontwerpers als Liubov Popova en Varvara Stepanova begin jaren twintig in kleding trachtten te verwerken zijn nooit van de grond gekomen.

Toch is sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw met ontwerpers als Comme des Garçons en Martin Margiela duidelijk geworden dat mode wel met ideeën en concepten uit de voeten kan. Ook hebben wetenschappers aangetoond dat mode fungeert als een culturele spiegel van de maatschappij. Zo heeft Anne Hollander in Sex and Suits overtuigend beschreven hoe het mannenpak naadloos de nieuwe sociale en culturele veranderingen in de negentiende eeuw weerspiegelt. Gilles Lipovetsky illustreert in The Empire of Fashion (2002) hoe mode fundamenteel samenhangt met democratie en verschillende democratiseringsprocessen ook zichtbaar maakt. In Tigersprung maakt Lehmann duidelijk hoe mode de onderliggende principes van de moderniteit verbeeldt. Meer recent toont de sociologe Sophie Woodward in Why women wear what they wear (2007) aan hoe de hedendaagse straatmode onlosmakelijk onderdeel is geworden van de mode-industrie en in niets te vergelijken is met de antimode van de jeugd in de jaren zestig. Otto van Busch, ten slotte, beschrijft in zijn thesis Abstract Hactivism (2006) duidelijk dat de avant-garde cultuur in de mode er vandaag de dag een is geworden van do-it-yourself recycling en hacking de grote brands.

Kortom, in plaats van oppervlakkig is mode misschien wel een van de meest complexe onderwerpen om te bestuderen. Het is een discipline die door zijn vluchtigheid aan alle betekenisgeving lijkt te ontsnappen, maar intussen wel degelijk heel direct alle maatschappelijke en culturele veranderingen reflecteert. Precies daarom verdient ze een interdisciplinaire benadering, bij voorkeur met meer dan één methodologie. Pas zo, in haar volle complexiteit, kunnen we mode als cultuurfenomeen leren begrijpen.

José Teunissen is lector vormgeving bij ArtEZ en visiting Professor aan de `University of the Arts in Londen. Deze tekst is een bewerking van de lezing die op 14 januari 2010 werd gehouden op de nieuwjaarsbijeenkomst van

VU/Stichting Premsela.

José Teunissen

Recente artikelen