Wie is Stephanie Rosenthal, de nieuwe artistiek directeur van Museum Boijmans Van Beuningen?
Buiten de museale wereld zullen slechts weinigen in Nederland de nieuwe artistiek directeur van het Boijmans kennen, maar Stephanie Rosenthal heeft grote internationale ervaring en maakte tentoonstellingen over de hele wereld, waarvoor ze regelmatig met Nederlandse kunstenaars samenwerkte. Ze is momenteel verantwoordelijk voor het openingsprogramma van Guggenheim Abu Dhabi. Een eerste kennismaking.
Stephanie Rosenthal is geboren in München in 1971 en studeerde kunstgeschiedenis aan de Ludwig-Maximilians-Universiteit in München. Na haar promotie in 2003 aan de Universiteit van Keulen met het weinig avontuurlijk klinkende proefschrift Die Farben Schwarz in der New York School: Robert Rauschenberg, Ad Reinhardt, Frank Stella en Mark Rothko begon ze haar carrière als assistent-conservator bij het Haus der Kunst in München. Ze werkte er mede onder Chris Dercon, die daar in 2003 directeur werd, en was als conservator voor hedendaagse kunst verantwoordelijk voor o.a. de tentoonstellingen Stories – Erzählstrukturen in der zeitgenössischen Kunst (2002) en Paul McCarthy – LaLa Land Parodie Paradies (2005).
Londen
In 2007 werd ze hoofdconservator bij de Hayward Gallery in Londen. In Londen was de eerste tentoonstelling die onder haar verantwoordelijk werd gemaakt gewijd aan de ook in Rotterdam bekende Pipilotti Rist. Ze maakte er ook tentoonstellingen met Dayanitha Singh en over Ana Mendieta.
In 2016 werd ze artistiek directeur van de Biënnale van Sydney (co-curator was Hicham Khalidi), en koos voor de biënnale het thema The future is already here – it’s just not evenly distributed (citaat van sciencefictionschrijver William Gibson). Het was een biënnale die ze zelf omschrijft als ‘shaped by migration, translation, resistance, and dialogue with First Nations practices’. Ook daar waren er veel performances te zien (Nederlandse deelnemers Germaine Kruip en Melle Jaarsma) waarbij de toeschouwers als actieve deelnemers werden betrokken.
In februari 2018 nam ze de leiding over van het Martin-Gropius-Bau in Berlijn. De eerste tentoonstelling die onder haar verantwoordelijkheid werd gemaakt, was gewijd aan de Koreaanse kunstenaar Lee Bul, in een tentoonstelling gewijd aan ‘grenzen, de pijn van verdeeldheid en dictatuur’, mede vanwege de ligging van het museumgebouw precies op de plek waar ooit de Berlijnse Muur stond.
Otobong Nkanga & Hella Jongerius
Tijdens haar periode bij het Gropius Bau investeerde Rosenthal in diverse institutionele formats en bevestigde ze naam van de kunsthal als een dynamische plek voor hedendaagse kunst en discours. Voortbouwend op de geschiedenis van het gebouw als museum en school voor decoratieve kunsten, waar talrijke kunstenaarsateliers en werkplaatsen waren gevestigd, maakte ze van het Gropius Bau opnieuw een levendige plek voor artistieke creatie en productie. Om de curatoriële praktijk steviger in de instelling te verankeren, richtte ze het programma ‘In House: Artist in Residence’ op. Ze organiseerde er tentoonstellingen van internationaal geprezen kunstenaars zoals Lee Bul, Lee Mingwei, Yayoi Kusama en Dayanita Singh.
Noemenswaardig zijn de tentoonstellingen met Wu Tsang, Otobong Nkanga en Hella Jongerius. Ze werkte er ook aan een tentoonstelling met Yayoi Kusama, die binnenkort naar Tel Aviv reist – wat intussen op internet tot negatieve reacties leidt (overigens heeft Boijmans de culturele boycot van Israël niet gesteund).
In 2022 vertrok Rosenthal uit Berlijn en kreeg de leiding over de opening van Guggenheim Abu Dhabi waar ze verantwoordelijk is voor het openingsprogramma van Guggenheim Abu Dhabi. In dat verband heeft ze de leiding over de ontwikkeling van de Artistieke visie & Programma en bepaalde de artistieke en transculturele koers van het museum. Ze overziet de samenstelling van het openingsprogramma en stuurt een internationaal curatorenteam aan. Onder haar leiding is de nadruk gelegd op een diverse, mondiale collectie (met name uit West-Azië, Noord-Afrika en Zuid-Azië).
Ze zorgde specifiek voor aanzienlijk meer representation van vrouwelijke kunstenaars, makers uit inheemse gemeenschappen en historisch ondervertegenwoordigde regio’s. Tevens koos het museum op haar initiatief voor een ‘somatische’ en thematische opzet van de tentoonstellingen (in plaats van een traditionele, chronologische tijdlijn), passend bij de niet-lineaire architectuur van het door Frank Gehry ontworpen gebouw. Samen met co-directeur Maisa Al Qassimi leidde zij verder de organisatie door de laatste bouwfases en strategische voorbereidingen. Het museum staat gepland om te openen op 11 december 2026. Juist gisteren werden de eerste namen van kunstenaars bekend gemaakt die er te zien zullen zijn, onder wie Ghada Amer (lees hier).
CIMAM
Ook bij CIMAM, het Internationaal Comité voor Musea en Collecties van Moderne Kunst (aangesloten bij de ICOM, en opererend als een uitwisselingsplatform voor curatoren en directeuren), waar ze sinds enkele jaren in de leiding zit, profileert ze zich als een curator met bijzondere interesse in performance en diverse culturen. In een interview op de CIMAM-website gaf ze aan hoe vanuit het CIMAM te willen werken aan:
1. Financiering en partnerschappen: Door gebruik te maken van mijn netwerken bij overheden, cultuurraden en filantropische stichtingen in Europa, de VS en West-Azië, zou ik CIMAM ondersteunen bij het diversifiëren van financieringsbronnen en het waarborgen van veerkracht op de lange termijn.
2. Betrokkenheid van leden: Ik zou regiospecifieke werkgroepen en thematische bijeenkomsten voorstellen die de uitwisseling tussen leden bevorderen, met aandacht voor kleinere instellingen die vaak over het hoofd worden gezien. Ook zou ik pleiten voor mentorprogramma’s die ervaren professionals in contact brengen met opkomende talenten, met name uit ondervertegenwoordigde maatschappelijke groepen en regio’s.
3. Strategische initiatieven: Ik zou ervoor pleiten om performancepraktijken te verankeren in de agenda van CIMAM – niet alleen in de programmering, maar ook bij het verwerven en beheren van collecties. Ik zou me ook inzetten om het werk van CIMAM op het gebied van digitale geletterdheid en AI te ondersteunen, zodat musea kritisch en ethisch kunnen omgaan met instrumenten die de hedendaagse praktijk nu al vormgeven.
Het zijn ambities die ze ook direct bij het Boijmans in praktijk kan gaan brengen.




