metropolis m

Zaaloverzicht Zeep: een tentoonstelling die lekker ruikt, 2026. Museum Jan Cunen, Oss. Foto Loek Blonk.

In de tentoonstelling Zeep bij Museum Jan Cunen in Oss onderzoeken verschillende kunstenaars de culturele waardes van hygiëne en schoonheid, maar is er ook veel ruimte voor nuchtere en grappige alledaagsheid. Mattea Duursma bezoekt de tentoonstelling.

De ondertitel van Zeep luidt: een tentoonstelling die lekker ruikt. Het is mede die titel, maar ook het onderwerp, die de tentoonstelling iets grappigs geven. Ook de subtitels als ‘badderen’, ‘was je handen’ en ‘bubbels’, te lezen op pastelkleurige en bubbelvormige borden, dragen bij aan deze wat banale connotatie: Toch blijkt zeep een rijker thema dan ik aanvankelijk had gedacht.

Ik ging de tentoonstelling in zonder veel achtergrondkennis over zowel zeep als over Oss, maar kom er in tentoonstelling achter dat de keuze van een zeeptentoonstelling minder willekeurig blijkt dan gedacht. Oss kent een lange geschiedenis van zeepproductie. De stad had vooral een grote vleesverwerkingsindustrie, maar eind negentiende eeuw ontdekten een aantal vleesproducenten dat dierlijke vetten goed gebruikt konden worden voor zeep. Oss groeide daardoor uit tot een grote zeepproductiestad.

Martens & Visser, Reflecting Holons, 2015. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.

In de tentoonstelling wordt ook ruimte gegeven aan de historische rol van zeep in andere culturen. Zo onderzoekt Buhlebezwe Siwani de symbolische betekenis van groene zeep en de koloniale en patriarchale monopolies op het schone en reine. Siwani gebruikt de groene zeep als verf op grote canvassen. Ze verbeelden haar jeugd in Zuid-Afrika, waar huishoudens met lage inkomens groene zeep voor alles gebruiken. Die geur werd zo een indicator voor iemands sociale positie.

In het videowerk Ziseright iBabiez (2016) zien we Siwani die zichzelf wast in een tobbe. Siwani werd vroeger stevig gewassen met groene zeep door haar grootmoeder in Zuid-Afrika, omdat haar vrouwelijk lichaam als onrein werd gezien. Maar van welke viezigheid probeert Siwani zich nu in dit werk te ontdoen? Het werk heeft een belangrijke plaats in de tentoonstelling, omdat het de vraag stelt wie bepaalt wat schoon is. Zeep en viezigheid zijn niet enkel alledaagse materialen, maar zijn uitingen van macht en ongelijkheid.

Zaaloverzicht Zeep: een tentoonstelling die lekker ruikt, 2026. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.
Buhlebezwe Siwani, Ziseright iBabiez, 2016 (links) en Inkanyamba, 2020 (rechts). Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.
Buhlubewze Siwani, Izintaba, 2023. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.

In het videowerk Moeder en kind (2021) wast Roos van Geffen haar handen met een zeepmodel van de hand van haar moeder. De zeephand vaagt steeds meer weg, tot uiteindelijk een vinger afbreekt. Het is een ontroerende en intieme video die poogt pijn uit het verleden weg te wassen. Door het verdwijnen van de hand heeft de actie zowel iets liefdevols als wanhopigs. Waar reiniging elders in de tentoonstelling speels of kritisch wordt onderzoekt, laat dit werk zien dat die drang tot schoonmaken ook een persoonlijk en kwetsbaar verlangen kan zijn.

Roos van Geffen, Moeder en kind, 2021. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.
Koos Buster, Schoonmaakerswaagen, 2018. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.
Koos Buster, Shakira, 2026. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.

Ondanks deze beladen en intieme geschiedenissen, bevat de tentoonstelling ook veel grappige werken. In Applausdouche (2004) van Actic (Jelle de Bruijn en Leo van der Veen) kan de bezoeker in een douchekuipje onder een douchekop gaan staan en aan de knoppen draaien. Ik, en vele andere bezoekers zo vertelt de host, testen eerst even de knoppen uit zonder eronder te staan om er zeker van te zijn niet nat te worden. Na te hebben uitgetest dat ik inderdaad niet nat kan worden, durf ik de knoppen open te draaien. Er klinkt applaus en gejuich uit de douchekop. Wat normaliter een kwetsbare en persoonlijke plek is, transformeert hier naar een soort openbaar podium.

Op zowel de eerste als de bovenste verdieping zijn keramieken werken van Koos Buster te vinden. Schoonmaakerswaagen (2018) is, zoals de titel doet vermoeden, een grote schoonmaakwagen in vele kleuren geglazuurd keramiek. Verder zijn er in de tentoonstelling ook nog een keramieken dweil met bak te vinden en een medicijnkastje met allerlei zeepflessen erop. Alledaagse schoonmaakproducten worden hier bevroren in glanzende vorm. De massaproducten worden omgetoverd tot hobbelige en bobbelige voorwerpen. Buster viert hun banaliteit.

Aan badkuipen is er bij deze tentoonstelling geen gebrek. Narges Mohammadi’s Badkamer van stro (2021) toont een badkuip inclusief handdoekhouder gecreëerd uit stro. De vorm van het luxueuze bad contrasteert met het armoedige materiaal van stro. Het bad nodigt uit om te gaan liggen, maar het prikkende stro neemt de mogelijkheid tot rust weg. . Wie heeft er tijd en ruimte om te ontspannen? Een andere badkuip in de tentoonstelling is die van Raquel Maulwerf, gevuld met steenkool. Het werk bevat eenzelfde soort contrasterende materiële spanning als Mohammadi’s werk, waar het ‘schone’ en het ‘vieze’ elkaar treffen. Met The Carbon Cleansing (2020) kaart Maulwerf schoonmaken en vervuiling aan op het globale niveau. Het werk benadrukt de complexiteit van menselijke vervuiling en ons onvermogen om af te stappen van fossiele brandstoffen. Zelfs onze pogingen tot reiniging zijn verstrikt in vervuiling.

Narges Mohammadi, Badkamer van stro, 2021. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.
Raquel Maulwerf, The Carbon Cleansing, 2020. Museum Jan Cunen, Oss. Foto: Loek Blonk.

Op zolder is achter een douchegordijn nog een bad te vinden, deze keer gevuld met pastelkleurige ballenbakballen. Bezoekers kunnen samen in bad en aan de hand van kaartjes vragen stellen als ‘hoe leuk vind jij schoonmaken op een schaal van 1 tot 10?’ Dit speelse karakter is naast de kritische kunstwerken terug te vinden in de gehele tentoonstelling.

Het is mede door de ruime en diverse selectie van kunstenaars dat de tentoonstelling erin slaagt om deze verschillende narratieven naast elkaar te laten bestaan, zonder dat zij elkaar ondermijnen. Er zijn bubbels, geuren en kleuren die de aandacht trekken, maar ook werken die een kritische blik vragen. Wie meer diepgang zoekt, kan dat vinden in de teksten, die zeker de moeite waard zijn. Maar die ervaring is niet dwingend; je bent ook vrij om je te laten leiden door je kinderlijke nieuwsgierigheid.

Zeep: een tentoonstelling die lekker ruikt is tot 1 november te zien in Museum Jan Cunen in Oss.

Mattea Duursma

volgt een Master aan de Universiteit Utrecht

Recente artikelen