metropolis m

Béatrice Balcou, Rehearsal of ‘Untitled Ceremony #22’, Tlön Projects, Occasionals IV , 2025, at De Thomaskerk, Amsterdam (Photography by Gunnar Meier)

Haar werk doet denken aan Japanse theeceremonies, waarin elke handeling met even veel zorg, aandacht en precisie wordt uitgevoerd. Over Béatrice Balcous Untitled Ceremonies waarin ze tijd en ruimte vraagt voor nieuwe rituelen die de kunstwereld van binnenuit onderzoeken. Dit weekend verzorgt ze een serie performances in de Thomas Kerk in Amsterdam op uitnodiging van Tlön Projects.

Rituelen zijn vaste patronen van handelingen die worden herhaald en een culturele of spirituele betekenis dragen. Ze worden gedeeld door een groep en brengen waarden en tradities over op welbepaalde momenten. Het zijn zo ijkpunten in de tijd, maar vooral ook in zingeving. Op deze momenten wordt gefocust op een hoger belang en stappen we met één been uit dagelijkse rollen en in een parallelle, meer gefocuste realiteit.

De relevantie van rituelen is ook in de kunstwereld niet ver te zoeken. De aandachtseconomie wordt steeds intenser en bezoekers kijken soms amper nog naar een werk dat zich voor hen bevindt. In een cultureel veld dat gedomineerd wordt door online platformen en curatoriële statements nemen we zelden nog de tijd om een kunstwerk écht te ervaren, en al helemaal niet om één kunstwerk te contempleren.

De ceremonies die Béatrice Balcou sinds 2013 ontwikkelt maken plaats voor zulke concentratie en beschouwing. Ze voert deze performances op aan de hand van een kunstwerk van een andere kunstenaar, vaak uit de collectie van het instituut waar ze te gast is. De meeste ceremonies starten met een verpakt kunstwerk dat in de ruimte staat, met eromheen een groep stoeltjes of kussens voor een beperkt publiek. Zodra het publiek plaats heeft genomen, komt Balcou de ruimte binnen en begint met aankondigen van de duur van de ceremonie. Ze is gewoonlijk donker en neutraal gekleed en beweegt vloeiend en behoedzaam. Het publiek wordt gevraagd de mobiele telefoons uit te schakelen en geen foto’s te nemen.

Vervolgens begint ze met het uitpakken van het kunstwerk. Ze doet dat nauwgezet zoals een art handler zou doen, maar met nog meer concentratie en ingestudeerde precisie. Op haar knieën soms, schroeft ze een voor een de schroeven van de deksel en legt ze keurig naast de kist. Ze trekt de benodigde beschermende handschoenen aan en neemt het werk behendig en uiterst geconcentreerd uit de kist. Ze weet precies waar ze het mag vastpakken en waar het ondersteuning nodig heeft. Als een baby neemt ze het object teder in de hand en loopt ermee tussen de toeschouwers. Ze laat het werk vervolgens soms uiterst voorzichtig tegen een wand leunen, neemt afstand, kijkt er geconcentreerd naar, en neemt het terug weg. Even behoedzaam begint ze het werk terug op te bergen, wordt het opnieuw in zijn beschermingspapier gerold en in de kist gelegd. Even traag en behendig wordt de kist opnieuw dichtgeschroefd. vervolgens deelt Balcou kaartjes uit met de details van het kunstwerk en verlaat de zaal.

Centraal in de ceremonies staat dus de contemplatie van een kunstwerk dat niet van Balcou zelf is. Deze werken variëren van behandelbare sculpturen als Children’s Trolley (I Had Trouble in Getting to Solla Sollew) van Rodney Graham, tot videokunstwerken, die een bijzondere technologie toevoegen aan de ceremonie. In andere ceremonies gaat het om sculpturen die complexer of fragieler zijn van aard. Hier moet ze het werk eerst installeren en kan ze niet met het werk rondlopen. Eén van de langere ceremonies vond bijvoorbeeld in 2014 plaats met het werk Bain de Lumière van Ann Veronica Janssen. Dit werk bestaat uit een stapeling van vier gevulde glazen bokalen. Tijdens de performance kalibreerde en stapelde ze de vier bokalen, die ze telkens met water vulde. Nadat het werk geïnstalleerd was, opende ze de gordijnen om het werk samen met het publiek gedurende enige minuten op zich te laten inwerken. Daarna begon ze het werk geduldig op te breken, de bokalen leeg te maken en te drogen, en borg ze alle onderdelen terug netjes op in hun verpakking. Deze hele performance duurde vijftig minuten.

Het belang van requisieten: de Placebo’s

Hoewel de handelingen van Balcou de essentie uitmaken van de ceremonies, is het kunstwerk dat centraal staat uiterst belangrijk. Het is een vereiste voor het ritueel dat zich voltrekt en tegelijk veel belangrijker dan dat. Het geeft de performances een hoge graad van precisie en een bepaalde spanning mee. Het zijn échte werken met vaak hoge waarde en dus dreigt er enig gevaar wanneer er iets fout zou lopen.

Om mogelijke schade voor te zijn, bereidt de Balcou zich uitermate goed voor. Ze vindt dat ze het object dat centraal staat in de ceremonie door en door kennen. Oefenen met deze waardevolle kunstwerken is echter meestal niet zo eenvoudig, omdat ze onderdeel zijn van private of museale collecties, met een torenhoge verzekeringswaarde, op zaal worden getoond of zijn eenvoudigweg uitgeleend. Om al deze hindernissen uit de weg te gaan, maakt Balcou Placebo’s.

Deze Placebo’s zijn replica’s van de kunstwerken in de ceremonies, maar dan volledig vervaardigd uit hout. Het proces van het maken op zichzelf is al een intense voorbereiding. Balcou onderzoekt hoe kunstwerken constructief in elkaar zitten, waar de onregelmatigheden of beschadigingen zich bevinden. Uiteindelijk weet ze precies waar elke nagel zich bevindt.

In 2014 startte ze met het tentoonstellen van de Placebo’s. Ze werden een reeks op zichzelf, die de kunstwerken als schimmen laat opduiken in tentoonstellingen. Daarin verandert hun statuut opnieuw van kopie naar autonoom werk. In zekere zin stelt Balcou zich in lijn met de conceptuele traditie die startte met Duchamp door zich bestaande kunstwerken als objets trouvés toe te eigenen — zij het dat Balcou zich de werken nooit echt toe-eigent en hun autonomie intact laat. Die lijn trekt ze verder in twee andere series. In de Containers, een serie die ze in 2020 startte, toont ze opgezette museofage insecten. Dit zijn insecten die specifieke kunstwerken hebben aangevreten. Ze zijn verzameld door een gespecialiseerd entomoloog en vervolgens opgezet. Ze worden getoond in industriële glazen waar de steel van werd afgesneden. Als het insect erin is geplaatst, is de opening van de kelk dichtgemaakt met een glasplaatje. De titels geven telkens de naam van het insect en de naam van de kunstenaar weer, aan wiens kunstwerk werd gepeuzeld: Container #13 (Trogoderma Versicolour & Rogier Van der Weyden).

De Porteurs, eveneens uit 2020, zijn dan weer glazen capsules waarin residu van een kunstwerk wordt opgeslagen. Het gaat om poeder, kruimels, of splinters die werken verliezen door veroudering of bij restauratieprocessen. De capsules hebben een vergrootglas-effect aan het ene uiteinde, waardoor men het residu van nabij kan onderzoeken. Deze glazen batons worden regelmatig door Balcou geactiveerd in haar tentoonstellingen, waarbij ze hen vastpakt en doorgeeft. Zowel de Containers als de Porteurs zijn als sarcofagen die een fysiek stukje van een kunstwerk opsluiten en bewaren, dat anderen gebruikelijk vergeten of weggooien.

Recent Paintings en Poor Paintings

In haar meer recente werk richt Balcou zich op de zorg voor kunstwerken die zijn afgetakeld. In de Recent Paintings restaureerde ze in samenwerking met professionele restaurateurs een serie pagina’s uit kunstboeken die waterschade opliepen in haar atelier. Deze reproducties worden minutieus hersteld en de restauratiehandelingen blijven duidelijk zichtbaar.

De Poor Paintings, die Balcou afgelopen lente toonde in La Loge, re-enacten dan weer restauratieverslagen. Deze rapporten, waarin restaurateurs heel precies bijhouden welke handelingen ze hebben uitgevoerd en met welke producten dit gebeurde, leest Balcou als een herinterpretatie van de eigenlijke kunstwerken. Ze isoleert deze handelingen door ze uit te voeren op blanco canvassen. Daardoor krijgen we alle retouches, behandelingen en herstellingen te zien, zónder dat we het werk zelf zien. Het zijn opnieuw een soort fantoomwerken, waarin de geest van de originele werken doorleeft maar bewust op enige afstand wordt gehouden.

De meeste rituelen zijn gebaseerd op een (oorsprongs)mythe die steeds herhaald wordt en geactualiseerd wordt. Rituelen zijn bovendien van essentieel belang voor die mythes. ‘Zonder ritueel verliest de mythe zijn kracht; het is pas door de herhaling dat de mythe actueel blijft’, schreef godsdiensthistoricus Mircea Eliade.

Balcou lijkt op het eerste zicht in de ceremonies het ongenaakbare van kunstwerken telkens opnieuw te bevestigen, en zo de mythische status van een kunstwerk te bekrachtigen. Toch zet ze die status ook voortdurend onder spanning. Hoe waardevol is het fragment dat een museofage vlieg heeft opgegeten? Wat moeten we met de splinters van een zestiende-eeuwse piëta? Welk auteurschap dichten we toe aan restaurateurs of art handlers? Balcou benoemt steevast alle samenwerkingen, assistenten of stagiairs bij naam, en geeft hen een rol in het leven van een kunstwerk—zelfs de niet-menselijke actoren zoals de museofage insecten. Ze ontwricht daarmee het statuut van de kunstenaar als singuliere Auteur, en ontbloot stukjes van het grotendeels onzichtbare apparaat waaraan dat begrip vasthangt. Ze doet dat gestaag en op indringende wijze, met ongeziene zachtheid en finesse.

Béatrice Balcou, Untitled Ceremony #22 (performance), 26-28.9.2025, Tlön Projects in de Thomaskerk, Amsterdam

Louis De Mey

is research assistent bij de Universiteit Gent

Recente artikelen