metropolis m

Met het in september op te leveren nieuwe depot wil het momenteel gesloten Museum Boijmans Van Beuningen het publiek vanaf het komende jaar een kijkje in de keuken geven van het collectiebeheer. Biedt het gebouw de transparantie die beloofd wordt? Lindy Kuit vroeg het aan directeur Sjarel Ex.

Daar staat-ie dan, bijna af: het fonkelnieuwe depot van Museum Boijmans Van Beuningen aan de rand van het Museumpark in Rotterdam. In de tweede helft van 2021 moet het ‘eerste echt publiek toegankelijke kunstdepot ter wereld’ zijn deuren openen. Hoe kwam Boijmans erbij om een nieuw depot te laten bouwen? Waarom zou je een kunstdepot toegankelijk maken voor de bezoeker? En zou Boijmans met dit depot een nieuwe standaard willen zetten?

Eerst de looks en de cijfers. Net als het Guggenheim in New York is het depot komvormig. De basis van het gebouw is relatief klein: onderin heeft het een diameter van 40 meter die langzaam uitwaaiert naar 60 meter bovenin. Het depot heeft zeven lagen met op de hoogste een restaurant, terras en een ‘dakbos’ van 75 meerstammige berken: bomen die flink hoog kunnen worden. De gevel geeft het depot zijn naam en faam en is gemaakt van 6.609 vierkante meter glas met daarop 1.664 spiegels. De 39,5 meter hoge spiegelende kolos lijkt een paradox. Terwijl het schreeuwt om aandacht, kan het niets anders doen dan de directe omgeving op zijn buik herhalen.

Binnen heeft kaal beton nog de overhand. De kassa’s op de begane grond moeten nog een definitieve plek krijgen, maar het laad- en losdock lijkt al bijna in gebruik genomen te kunnen worden. De brede trap naar de eerste verdieping biedt een totaaloverzicht op het atrium. Diagonale trappen kruisen elkaar als roltrappen in een winkelcentrum. Geraamtes van gigantische hangende vitrines, als het goed is dertien in totaal, bungelen ertussen. In de depotruimtes op elke verdieping staan de lege rekken al klaar om gevuld te worden.

Uit nood geboren

Terug naar het begin. Het depot – dat voorheen door het leven ging onder de werktitel ‘het Collectiegebouw’ – heeft heel wat hordes moeten overwinnen voordat in maart 2017 de eerste paal geslagen kon worden. Terwijl de 151.000 kunstwerken tellende collectie van Boijmans naarstig op zoek was naar een nieuwe opslagplek. De oude depotruimtes, in de kelder van Boijmans, voldeden namelijk al jaren niet meer. Directeur Sjarel Ex heeft sinds zijn benoeming in 2004 niet minder dan vijf overstromingen meegemaakt.

‘In 2007 heb ik Winy Maas van architectenbureau MVRDV een ontwerp voor een nieuw depot laten maken in de vorm van een gigantische tafel die zich over het Museumpark heen strekte’, vertelt Ex, terwijl hij voor een ANP-fotograaf zijn schoenen uittrekt om de coating van de splinternieuwe trap niet te beschadigen. Dat ontwerp viel niet in de smaak bij de gemeente Rotterdam, eigenaar van het museumgebouw en de collectie. ‘Toen heb ik gezegd dat we twee dingen kunnen doen: een soort Fort Knox bouwen buiten de stad, wat de meeste musea doen, of een nieuw ontwerp maken voor een duurder en publiek toegankelijk gebouw naast het museum.’

Die duurdere variant was onhaalbaar, tot er in 2010 een mecenas bij Ex aanklopte: Martijn van der Vorm, pater familias van de op een na rijkste familie van Nederland. Hij beloofde een som van vijftien miljoen euro, op een voorwaarde: het depot moest in het centrum gebouwd, het liefst in het Museumpark. Uiteindelijk droeg Stichting De Verre Bergen – de filantropische organisatie die de familie Van der Vorm in 2011 oprichtte – 28 miljoen euro bij, bijna een derde van de totale kosten van de bouw van het depot.

Schaulager in Basel

Het idee van een publiek toegankelijk depot is niet nieuw. Aan de rand van Basel ligt in het Schaulager de kunstcollectie van de Emanuel Hoffmann Foundation opgeslagen. Het gebouw is ontworpen door het Zwitserse architectenbureau Herzog & de Meuron in de vorm van een grote gesloten doos, type Fort Knox. Als werken uit de collectie – zo’n 3.000 in totaal – niet worden getoond in het Kunstmuseum Basel kunnen kunstenaars, onderzoekers, docenten en andere kunstprofessionals ze wel op afspraak zien en bestuderen in het Schaulager. Let wel: de ‘gewone’ bezoeker heeft hier dus weinig te zoeken.

Ook Ex experimenteerde al eerder met het dichter bij elkaar brengen van publiek en depot. Zo introduceerde hij in de jaren negentig de ‘depotservice’ in het Centraal Museum in Utrecht, waar hij destijds directeur was. Als een bezoeker een specifiek werk wilde zien dat in het depot lag, stond er altijd een speciale bus klaar om hem of haar binnen twintig minuten naar het depot te brengen.

‘Doorgaans zie je als bezoeker maar 6 tot 7% van wat een museum in totaal aan werken heeft’, gaat Ex verder. ‘Boijmans heeft daarnaast een lange en hechte relatie met particulieren: zo’n 30.000 van onze 151.000 werken zijn geschonken. Terwijl deze aantallen alleen maar groeien, kun je bijna niet meer aan de verschillende verwachtingen voldoen.’ De werken publiek toegankelijk maken was bijna net zo’n noodzaak als ze beschermen tegen het water.

Met de financiële steun van Van der Vorm/Stichting de Verre Bergen kon in 2013 het Programma van Eisen worden opgesteld en de ontwerpwedstrijd worden uitgeschreven. Dit resulteerde in vijf inzendingen: drie meer klassieke, kubusvormige ontwerpen van Koen van Velsen, Neutelings Riedijk Architecten en Harry Gugger Studio + Barcode Architects, en twee iconische, meer organisch gevormde eyecatchers van NIO architecten + MAD architects + OKRA landschapsarchitecten en MVRDV.

In eerste instantie won MVRDV. Dezelfde dag nog sloot de gemeente Rotterdam de winnaar uit ‘wegens voorkennis’. MVRDV stapte met succes naar de rechter.1 Ook de psychiatrische afdeling van het Erasmus MC, omwonenden van het park, de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur en de architect van Het Nieuwe Instituut Jo Coenen verzetten zich, omdat ze hun zicht op het park verloren en er een grote spiegelende pot voor in de plaats kregen.2 Tevergeefs, weten we inmiddels. Boijmans, de gemeente, Stichting De Verre Bergen en MVRDV wilden een opvallend gebouw en kregen het.

Kijkje achter de coulissen

Flashforward naar het najaar van 2021. Wat het Boijmansdepot radicaal anders maakt dan bijvoorbeeld het Schaulager is dat het de bezoeker niet alleen dichter bij de opgeslagen werken brengt, maar vooral ook inzicht geeft in hoe een museum achter de schermen functioneert op het gebied van conservatie, restauratie, transport en onderzoek. Een soort Boijmans backstage. ‘We wilden al die taken die normaal gesproken in het donker worden beleden transparant maken’, vertelt Ex.

En die transparantie uit zich eigenlijk vrij banaal. Bij binnenkomst in het depot kun je op een groot bord het programma van die dag bekijken. Om 10:00 uur komt er een transport binnen: een aantal prenten zijn terug van weggeweest. Op de tweede verdieping is een restaurator bezig met De verheerlijking van Maria (1490-1495). Om 14:00 vertelt de designconservator over keukenapparatuur door de jaren heen. Geen idee waar je kijken moet? Elke twintig minuten vertrekt een gids vanaf de begane grond om je het hele depot te laten zien. Kunstwerken bekijk je onder toezicht, op een veilige afstand of vanachter glas. Transparantie heeft ook grenzen.

Meerdere programmeurs geven vorm aan wat er in het depot gebeurt. Stichting De Verre Bergen heeft haar eigen ‘galerie’ en een depotruimte op de vijfde verdieping. Het depot heeft vier restauratieateliers: een voor hout, metaal, glas en keramiek, een voor schilderijen, een voor papier en een voor textiel en fotografie. Deze nieuwe ateliers wil Boijmans ook ter beschikking stellen aan het onderzoek over hedendaagse kunst, bijvoorbeeld in samenwerking met Stichting Behoud Moderne Kunst (SBMK). En aan particulieren en bedrijven die op de derde en vierde verdieping ruimte kunnen huren voor hun privécollectie. KPN heeft zich al aangemeld om er hun bedrijfscollectie te bergen.

Ex vertelt trots dat de werken worden opgeslagen op basis van klimatologische vereisten en niet volgens de stokoude kunsthistorische indeling op stijl, stroming of periode. In totaal zijn er vijf verschillende klimaten die zijn afgestemd op werken van verschillende materialen: metaal, kunststof, organisch/anorganisch, zwart-witfotografie en kleurenfotografie. Het depot heeft een upgrade gemaakt van een vochtige kelder naar een openbare geoliede opslag- en verzorgingsmachine.

Boijmans hoopt per jaar zo’n 100.000 bezoekers te mogen ontvangen in het depot. Dat zal de eerste jaren vast wel lukken, maar hoe blijf je bezoekers trekken als het nieuwe eraf is? Of het nieuwe depot van Boijmans zal leiden tot een nieuwe, nagevolgde typologie in de architectuur of tot lichtend voorbeeld in de museumwereld zal de tijd moeten uitwijzen. Recent werd het depot al nagebouwd in Zuid-Korea. ‘Ze belden nog wel even na om te vragen hoe ze het gebouw nu precies moesten gebruiken’, vertelt Ex grinnikend.

Lees ook: Domeniek Ruyters, ‘Hoe Depot Boijmans Van Beuningen het 21e-eeuwse museum een nieuwe toekomst wil geven’ op metropolism.com

1 redactie Parool, ‘Winnaar ontwerp museumdepot Boijmans blijft winnaar’, Parool, 4.2.2014, www.parool.nl/kunst-media/winnaar-ontwerp-museumdepot-boijmans-blijft-winnaar~bb27a53a/

2 Bart Bekooy, ‘Het Collectiegebouw: een blob of een icoon?’, Vers Beton, 12.1.2017, www.versbeton.nl/2017/01/het-collectiegebouw-een-blob-of-een-icoon/

Lindy Kuit

is kunst- en architectuurhistoricus

Recente artikelen