metropolis m

ŠTO TE NEMA, 2020, Srebrenica, photo Paul Lowe, copyright ŠTO TE NEMA Inc., Aida Šehović

Vandaag wordt de genocide van Srebrenica herdacht, de grootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog, waar Nederland direct bij betrokken was. Toch heeft de Srebrenica-herdenking nog geen vaste vorm gekregen vanuit de Nederlandse overheid. Na dertig jaar is er nog altijd geen monument.

Het is belangrijk dat dat monument er komt, voor de herinnering, maar herdenken is meer dan alleen een ritueel: het is ook een gesprek dat telkens opnieuw gevoerd moet worden, vanuit verschillende posities en tussen generaties. Lena van Tijen schrijft over de kunst van herdenken naar aanleiding van een bezoek aan Arna Mačkić & Aida Šehović’ tentoonstelling Cups of Memory, Building monuments through rituals die morgen opent in KM21.

Het jaar van de pas op de plaats

Het is 11 juli 2020, de dag waarop de genocide van Srebrenica wordt herdacht. Vijfentwintig jaar eerder, tijdens de Bosnische oorlog (1992–1995), werden rond deze datum meer dan achtduizend moslimmannen en -jongens vermoord door het Bosnisch-Servische Leger. Dit gebeurde onder het toeziend oog van zo’n vierhonderd Nederlandse blauwhelmen die de taak hadden gekregen hen te beschermen.

2020 is een belangrijk jaar: het jaar waarin (nogmaals) pijnlijk duidelijk wordt waar Nederland – de staat en de media – de nadruk op legt bij het herdenken van Srebrenica. De toenmalige minister-president Mark Rutte is aanwezig bij de herdenkingsdienst in het bloedhete Potočari*, maar grijpt dat moment niet aan om excuses aan te bieden voor het Nederlandse aandeel in de massamoord**. Ook de NPO laat steken vallen. De zender brengt weliswaar de driedelige documentaireserie Srebrenica – de machteloze missie van Dutchbat van Coen Verbraak, maar laat na ook de werkelijkheid van de Bosnische slachtoffers aan de kijker te tonen.

Het is het jaar waarin je je ontredderd kunt afvragen wie de kunst van het herdenken – de veelzijdigheid daarvan – wél beheerst.

Toch biedt 2020 ook een glimp van hoop en daadkracht, en wel in de vorm van de campagne Srebrenica is Nederlandse geschiedenis van het collectief Bosnian Girl, een groep jonge Bosnisch-Nederlandse vrouwen: Arna Mačkić, Jasminka Beganović, Daria Bukvić, Emina Ćerimović en Ena Sendijarević. Met hun campagne benadrukt het collectief de noodzaak van genocideherdenking en de verbondenheid van de Nederlandse en Bosnische geschiedenis.

Voor de campagne portretteert fotograaf Robin de Puy vijfentwintig Bosnisch-Nederlanders die in 2020 vijfentwintig jaar oud zijn. Uitvergrotingen van de foto’s worden tentoongesteld in de buurt van het Binnenhof in Den Haag, als een tijdelijk monument in afwachting van een permanente gedenkplek. De tentoonstelling reist daarna door naar Amsterdam, Rotterdam en Kunstfort Vijfhuizen. Op de uitvergotingen staan ook fragmenten uit de persoonlijke verhalen van de geportretteerden.

Met deze campagne wijst Bosnian Girl voorbijgangers in meerdere Nederlandse steden op het feit dat trauma niet alleen in het verleden leeft, maar zich ook langzaam en onuitwisbaar een weg baant naar volgende generaties.

Een van die voorbijgangers ben ik.

Het jaar van de hete grond

Twee jaar later, in juli 2022, bezoek ik voor het eerst de nationale Srebrenica-herdenking in Den Haag. Waar 2020 nog een onbestemd jaar leek, waarin veel stemmen klonken maar er te weinig geluisterd werd, ervaar ik nu de hete grond onder mijn voeten: de urgentie van gezamenlijk herdenken is voelbaar en groot.

Ik sta in de schaduw van een bomenrij naast het Malieveld. Op het verschroeide gras hebben mensen zich verzameld rond een klein podium. Onder de bomen staat ook Jan Pronk, in 1995 minister van Ontwikkelingssamenwerking in het eerste kabinet-Kok. Tijdens en na de val van Srebrenica sprak Pronk zich publiekelijk fel uit over het falen van de internationale gemeenschap – inclusief Nederland – om de Bosnische bevolking te beschermen. De oud-politicus wordt door velen hartelijk begroet en door sommigen omhelst.

Op het podium neemt Dutchbat-veteraan en wethouder in de gemeente Den Haag Anne Mulder plaats achter de katheder. Beheerst spreekt hij over zijn uitzending naar Bosnië, maar breekt wanneer hij over zijn leven na de val vertelt. Op weg naar huis passeert Mulder de gevangenis in Scheveningen, zich bewust van het feit dat de verantwoordelijke oorlogsmisdadigers nog altijd dichtbij zijn.

Na het horen van de speech van Mulder begrijp ik nog beter wat het collectief Bosnian Girl probeert uit te dragen. Door te erkennen dat Srebrenica Nederlandse geschiedenis is, wordt de verscheidenheid van verdriet die de genocide heeft veroorzaakt, ook erkend. Tijdens de herdenking ben ik getuige van verschillende uitwerkingen van die pijn: ik zie hoe een oud-politicus zich er nog altijd bij betrokken voelt, hoe een militair erdoor verscheurd wordt, hoe de Bosniërs rouwen. Maar wat me vooral bijblijft, is de weerslag die de genocide heeft op een groep Bosnisch-Nederlanders die tijdens de oorlog net of nog niet geboren was.

Deze groep is goed vertegenwoordigd op het Malieveld. Tegen het einde van de herdenking leidt een imam de gelovigen in gebed. In het gras zit een groep jonge vrouwen van eind twintig. Ze houden hun ogen gesloten en brengen hun handen tot vlak bij hun gezicht. Bij elke ‘Allahu Akbar’ maken ze een kleine draaibeweging met hun polsen. De vrouwen ogen verstild. Zodra het gebed eindigt wijkt de verstilling, maar de stilte blijft.

Wanneer ik bij de herdenking vertrek, vraag ik me af waarom het verdriet van de jongere generatie bijna groter lijkt dan dat van hun ouders en grootouders. Misschien komt het doordat zij geen directe herinneringen hebben aan het Joegoslavië van vóór de oorlog, en toch te kampen hebben met gemis. Ook zonder eerstehands ervaringen voelen zij de weerslag die de genocide op henzelf en hun omgeving heeft gehad. Ze kunnen hun verdriet niet zelf inkleuren. En juist daardoor tekent het zich overal af.

Het jaar van levende monumenten

Weer drie jaar later, in juli 2025, loop ik KM21 in Den Haag binnen, waar ik word opgewacht door Arna Mačkić, een van de oprichters van Bosnian Girl en partner bij architectenbureau Studio L A. In die laatste hoedanigheid draagt zij bij aan Cups of Memory – Building Monuments Through Rituals, een tentoonstelling die eveneens door het architectenbureau is ontworpen. Cups of Memory bestaat uit werk van Bosnian Girl — dat inmiddels geen actief collectief meer vormt — en ŠTO TE NEMA***, een project van kunstenaar Aida Šehović, waarop ze samen met Mačkić voortborduurt.

Šehović lanceerde ŠTO TE NEMA in 2006 met een publieke performance in Sarajevo. Met hulp van een lokale vrouwenorganisatie verzamelde ze 923 traditionele Bosnische koffiekopjes, fildžani, die ze zorgvuldig op een plein uitstalde. Vele voorbijgangers sloten zich aan — maar geen druppel koffie werd gedronken. Sindsdien reist het monument de wereld over en wordt in telkens nieuwe steden opgebouwd, van Genève en New York tot Istanboel en Toronto. Iedere uitvoering is een collectieve inspanning: samen worden de kopjes vervoerd, uitgepakt, neergezet, gevuld en na afloop weer leeggegoten, gewassen en opgeborgen. Een openbare plek verandert zo voor één dag in een plaats van ontmoeting en zorg, waar praten, delen en luisteren vanzelfsprekend onderdeel zijn van het ritueel. Elk kopje staat symbool voor een slachtoffer, en elk jaar komen er nieuwe bij.

In Bosnië is koffiedrinken heilig. Het is iets wat je volgens de lokale bevolking met merak – vrij vertaald als rust en aandacht – doet. Het project ontstond toen Šehović een van de Vrouwen van Srebrenica hoorde zeggen dat ze het moeilijk vond dat ze niemand meer had om koffie mee te drinken.

In 2020 diende het werk van de kunstenaar als inspiratie voor Bosnian Girl. Het is daarom bijzonder dat de twee projecten – de vijfentwintig portretten gemaakt door De Puy en de ontstaansgeschiedenis van ŠTO TE NEMA – in Den Haag in één ruimte worden samengebracht. Naast deze twee krachtige kunstwerken is bij binnenkomst in KM21 een wazige foto te zien van de werkruimte van de vrouwenorganisatie die de eerste fildžani doneerde. Aan de achterkant van deze foto staat een maquette van hun kantoor en hangt een uitvergrote foto van hun muren, behangen met portretten van vermiste mannen en jongens.

Verder wordt een groot deel van de tentoonstellingsruimte in beslag genomen door een gezamenlijk werk: een grid met 923 houten kolommen, die doen denken aan Bosnisch-islamitische grafstenen, elk bekroond met een iconisch kopje. Mačkić vertelt dat zij en Šehović met de tentoonstelling willen afrekenen met het stereotype van de ‘Bosnische vrouw als slachtoffer’, een beeld dat sinds de jaren negentig telkens terugkeert. Want vrouwen zijn niet alleen degenen die geleden hebben, maar ook zij die de lijsten van vermisten opstelden, die onvermoeibaar bleven strijden voor gerechtigheid en die de herinnering aan hun vermoorde familie levend houden. Het zijn juist deze vrouwen die de manier waarop herdacht wordt vormgeven — niet als slachtoffers, maar als dragers van het collectieve geheugen.

Tot slot

Op 11 juli 2025 onthult de gemeente Den Haag op het Churchillplein (tussen het World Forum en het voormalig Joegoslaviëtribunaal) een staande gedenksteen – gemaakt van restmateriaal van grafstenen uit Potočari – als plaatsmarkering voor een toekomstig gedenkteken. De Stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95 organiseert een internationale ontwerpwedstrijd, die wordt uitgeschreven zodra de financiering rond is en de exacte locatie is bepaald. Zolang een definitieve herinneringsplek ontbreekt, worden jaarlijks nieuwe stenen toegevoegd aan het voorlopige gedenkteken. Van het uiteindelijke ontwerp wordt verwacht dat het inclusief is voor alle betrokkenen en een educatieve functie vervult.

Maar ook als er eindelijk een monument is, blijft de vraag wat er nodig is om de kunst van het herdenken werkelijk te beheersen. Kijkend naar de gebeurtenissen van 2020 blijkt dat transparantie essentieel is, en dat een veelheid aan perspectieven noodzakelijk blijft: van Bosniërs en Nederlanders, van directe en indirecte betrokkenen. Tegelijkertijd tonen de mensen die jaarlijks de herdenking bezoeken hoe belangrijk het is dat rituelen van gemis uitgevoerd en herhaald blijven worden.

Maar herdenken is meer dan alleen een ritueel: het is ook een gesprek dat telkens opnieuw gevoerd moet worden, vanuit verschillende posities en tussen generaties – bij een kopje koffie en op overheidsniveau. Initiatieven zoals die van Bosnian Girl en Aida Šehović herinneren ons eraan dat de geschiedenis alleen levend blijft zolang mensen haar betekenis blijven geven — soms onbeholpen, soms ontroerend, maar altijd door het delen van verhalen.

Misschien is dat wel de ware kunst van het herdenken: het gedenkteken niet alleen zien als een plek van stilte, maar als een levend middel om elkaar steeds opnieuw te vinden in verdriet en in gesprek.

* Potočari is een dorp in de buurt van Srebrenica waar zich vandaag het herdenkingscentrum en de begraafplaats voor de slachtoffers van de genocide bevinden.
** Excuses die Rutte in juni 2022 wél aanbiedt aan de Dutchbat III-veteranen, waarna de toenmalige minister van Defensie Kajsa Ollongren ze in juli van datzelfde jaar namens de Nederlandse staat aan de nabestaanden betuigt.
*** ‘Waarom ben je er niet’, een verwijzing naar de titel van een bekende Joegoslavische ballade van Jadranka Stojaković.

Arna Mačkić & Aida Šehović
Cups of Memory, Building monuments through rituals
,
KM21 Den Haag, 12.7 t/m 16.11.2025

De 11 stemmen van Srebrenica door Robin de Puy, Fotodok Utrecht, Meer info HIER

De nationale herdenking is op Lange Voorhout, op 11 juli, om 15.30. Meer info HIER

Lena van Tijen

is schrijver

Recente artikelen