metropolis m

Lili Huston-Herterich, stills van twee-kanaals videowerk The Treasury (2024)

Ze duiken overal op: in vitrines, theaterzalen en musea. Poppen met starende ogen, zachte stemmen en soms rebelse gedachten. Ooit kinderspeelgoed, nu filosofische wezens die spreken over macht, autonomie en verbeelding. De heropleving van poppen in de hedendaagse kunst lijkt meer te zeggen over ons dan over hen.

De laatste tijd zie ik veel poppen terugkomen in tentoonstellingen. In het De Pont Museum vond ik er eentje zittend in een hoek. Zijn ogen bewogen beducht van links naar rechts. De stem van Hamza Halloubi’s buikspreekpop galmde door de ruimte: ‘You don’t know me very well. I know you well. Your language. Your history. You only know my image, my cliché.’ Onder de schijnwerpers van het donkere RADIUS strekten de vleermuismarionetten van Gabi Dao hun armen aandoenlijk naar me uit. Op een ander moment zweefden Zilïa Qansurá’s vilten cupido’s boven mijn hoofd. Tussen de spitsbogen van de Vleeshal belichaamden ze de inheemse Bashkort soldaten die weerloos meevochten in het Russische leger. In Huis van het Boek kwamen historische denkers weer tot leven onder de magische handen van Emily Hunt. In de tentoonstelling Puppet Masters in Museum Jan Cunen bleken ze overal te zijn, de hoek om, de trap op; hun aanwezigheid verspreid over de zalen waar ooit Poppentheater Marag huisde. 

Mijn blik reikte verder, voorbij de Nederlandse grens. In Slovenië vormde een kleine, bekende marionet, Žogica Marogica, de inspiratie voor de 36ste Grafische Biënnale van Ljubljana. In haar dagboekfragmenten, geschreven in de aanloop naar de biënnale, stelt artistiek directeur Chus Martínez dat poppen ons kunnen helpen reflecteren op de scenario’s die zich vandaag de dag op het wereldtoneel ontvouwen. In de zoektocht naar een antwoord op de vraag hoe vrijheid, autonomie en verbeelding kunnen materialiseren in een steeds autoritairder wordende wereld, verscheen de pop onverwachts als een troostrijk antwoord. In plaats van kunst op te hangen aan grote, abstracte begrippen, stelt Martínez voor de tentoonstellingsruimte te beschouwen als een plek waar intieme verhalen verteld kunnen worden, waar we samen dromen over een empathische wereld. ‘Misschien idealiseer ik het, maar ik zie een nieuwe marionetten-avant-garde opkomen’, schrijft Martínez. 

De woorden van Martínez intrigeerden me, maar ik kon ze niet precies thuisbrengen. Poppen hebben nooit een grote rol in mijn leven gespeeld en daardoor ook niet in mijn blik op kunst. Toch kon ik me iets voorstellen bij het medium van de pop: iets wat beweegt tussen mensen en dingen. Het brengt me terug naar het kinderlijke gevoel van verbeelding, toen objecten en poppen mijn wereld bevolkten en mijn fantasieën vormgaven. Zo kon ik mijn eigen regels opstellen, een tastbare, intieme wereld creëren. In miniatuur weliswaar, maar het voelde echt.

Lili Huston-Herterich, Sack Hold You, Panter, 2023, stills uit digitale video

Objecten die terugpraten

Op het eerste gezicht lijken de marionetten in Museum Jan Cunen lieve wezentjes, die vrolijk praten en zingen over hun bestaan. Ze zijn door Lili Huston-Herterich ondergebracht op de plek waar ze ook thuishoren: Villa Constance in Oss, nu een museum, vroeger het onderkomen van het destijds nationaal bekende en zeer geliefde Poppentheater Marag. Voor de tentoonstelling Puppet Masters nam Huston-Herterich de poppen, gemaakt door Agnes Huygen en Margriet Pullens, uit hun doos en gaf ze een stem. De oorspronkelijke Marag karakters zijn door de kunstenaar van nieuwe audiofragmenten voorzien waarin ze spreken over de betekenis van tot leven gebrachte objecten. Vanuit de kantlijnen van het script dat Huston-Herterich voor deze poppen schreef, opgesteld naast de vitrine, ontvouwt zich niet alleen de geschiedenis van dit lokale poppentheater, maar een breed onderzoek naar de betekenis van poppenkunst.

Paultje (een jong, bezorgd stemmetje): Wat als we nooit meer “gelevendigd” worden? We zijn net de koffer uit, na jaren. Zal iemand ooit de mogelijkheden van denken en actie in ons zien?”

Het koor: (zingend): Ik wil steeds zo veel van wat ik niet kan…

Kleine Heks: Ons loutere bestaan, illegaal! Dit is echte macht. Wij zijn eerbiedwaardige mediums, die werelden van mogelijkheid verbinden met werelden van werkelijkheid. 

Sjarel van de krant (pragmatisch): Maar je zou kunnen argumenteren dat, in het proces van materialisatie en preservatie, het moment al vergeten is – de dood is al ingetreden. Het creëert een onmiddellijk verleden. Ik geniet liever van de regenbuien, totdat ik weer in pulp verander!

In het spreken van de poppen herken je de stemmen van figuren uit eerdere opvoeringen van Huygen en Pullens, deskundig reflecterende theaterwetenschappers, verboden protestpoppen, Peter Schumann, oprichter van het beruchte Bread & Puppet Theatre, kunstenaar Ada M. Patterson, poppenspeler Nadia Ihjeij en de de kunstenaars Pansee Atta en Aram Lee, die allebei meewerken aan Pressing Matter, een onderzoeksprogramma omtrent koloniaal erfgoed. Het zijn verhalen die Huston-Herterich verzamelde uit de literatuur en eerdere ontmoetingen; via de marionetten vonden ze hun weg naar een gezamenlijk toneel. Via een breed referentiekader vertellen de stemmen een verhaal over het westerse museale discours en hoe onze relatie met objecten vaak berust op een eenrichtingsverkeer: onze levende ogen tegenover het levenloos gemaakte artefact. 

Pas toen ik met het werk van Huston-Herterich in aanraking kwam, kon ik inzien waar Martínez me op had willen wijzen. Dat poppen geen archaïsch verschijnsel zijn, maar betekenisvolle bemiddelaars die kunst-als-idee vervangen door kunst-als-communicatie. In haar werk zijn marionetten niet zozeer een model om de menselijke stem op te projecteren, maar gesprekspartners, objecten die terugpraten. Ze bevragen de wisselwerking tussen subject en object en de grens tussen leven en dood, bezieling en conservering. In hun rol als performer én object dwingen poppen ons tot een nieuwe verhouding. Ze zetten ons in beweging en vragen iets terug van ons: onze empathie, onze aandacht, ons begrip, ons respect voor het object.

Poppen geen archaïsch verschijnsel zijn, maar betekenisvolle bemiddelaars die kunst-als-idee vervangen door kunst-als-communicatie

Lili Huston-Herterich, stills van twee-kanaals videowerk The Treasury (2024)
Lili Huston-Herterich, stills van twee-kanaals videowerk The Treasury (2024)

We laten ze regels buigen

Intuïtief voelde de Amerikaans-Canadese Huston-Herterich zich al langere tijd aangetrokken tot poppen. Ze groeide ermee op: haar moeder maakte zelf poppen geïnspireerd op folktradities uit de Midwest. Het theatrale aspect leerde ze van haar vader, die zich bezighield met performance en experimenteel theater. Tijdens haar residentie aan de Rijksakademie verdiepte Huston-Herterich zich verder in poppen en het maakproces ervan. Door met poppen te werken voelde ze dat ze uit het artistieke korset kon breken. ‘Als kunstenaar ben ik opgeleid in instituten die kritisch denken vooropstellen en word ik voortdurend geconfronteerd met mijn eigen zelfcensuur. Poppenspel maakt het mogelijk om die gewoontes open te breken; het verwelkomt tegenstrijdigheden, twijfels, of onvolledige gedachten en laat ze hardop bestaan’. Zoals de stemmen zeggen: ‘We laten ze regels buigen, die ze in hun eigen leven nooit zouden durven buigen.

Aan de Rijksakademie werkte ze aan The Treasury (2024), een installatie en film waarin poppen het levensverhaal van kunstenaar Peg Miller vertellen. Toen ze datzelfde jaar voor een tentoonstelling in Sammlung Philara in Düsseldorf werd gevraagd om de poppen uit de film als zelfstandige objecten te tonen, voelde ze weerstand. Na lang nadenken weigerde ze. Ze wilde bij dat gevoel van weerstand blijven en vroeg zich af waarom het niet goed voelde om de poppen tentoon te stellen als objecten. Vanuit deze vraag ontstond het idee van een speculatief werk, waarin de poppen zelf het discours zouden uitmaken. Meeting of A Linden Tree (2024) met poppen van het Düsseldorf Marionettentheater, en later, in aangepaste vorm, Het Koffer en het Kistje (2025) met de marionetten van Poppentheater Marag. 

Op aanraden van bevriende kunstenaar Gabi Dao volgde Huston-Herterich een cursus in object-based therapy van een poppentherapeut uit Barcelona. ‘Het was een spoedcursus in theatergeschiedenis en psychoanalytische theorie. Het voelde realistischer dan welk college ik ooit gevolgd had, omdat het de hiërarchie van de individuele maker ophief en keek naar objecten als een resultaat van communicatie – als dingen die gemaakt zijn om iets te zeggen wat anders niet gezegd had kunnen worden.’

Lili Huston-Herterich, De koffer en het kistje (De reünie van Marag), 2025, multimedia-installatie met Marag-poppen in het jan Cunen Museum, Oss, foto Loek Blonk

De autonomie van het object

‘Does anyone watch these outdated forms?’, schrijft John Bell in het boek Puppet, Masks, and Performing Objects at the End of this Century waarin hij samen met andere auteurs het belang van poppenkunst in het digitale tijdperk uiteenzet. Jawel, zegt Bell. En als ze kijken, zien ze de grote mogelijkheden van denken en handelen. In de Verenigde Staten leeft het poppentheater nog altijd voort als ludiek protest: het rondreizende Bread & Puppet Theatre, bekend van hun acties tegen de Vietnamoorlog en Occupy Wall Street, trekt nog steeds een cultachtige schare volgelingen, en in Minneapolis vult een poppenparade jaarlijks de straten op de Dag van de Arbeid. Het poppenspel is een praktijk die te allen tijde speels is en tegelijkertijd uiterst serieus. 

Objects have been performing under the whip of subjects for too long…’ Het script van Huston-Herterich opent met een wijs stukje Bread & Puppet filosofie, die de poppenstemmen later opnieuw herhalen: ‘Ik verwerp de definitie van een object als iets zonder autonomie! De aanduiding “object” bestaat alleen omdat iemand anders zo misleid is dat hij zichzelf als subject beschouwt.’ Het poppenspel compliceerde haar relatie met het kunstobject, vertelt de kunstenaar. ‘Die object-subject relatie is heel relevant voor het koloniale en kapitalistische discours waarin wij, kunstenaars werkend in een westerse institutionele context, ons begeven, en waardoor onze relatie rondom objecten vormgegeven wordt.’ Waar in het werk van kunstenaars zoals Wael Shawky en Peter Friedl poppen tentoongesteld worden in absentie van performance, alsof ze gevangen lijken te zijn in een historisch tafereel, introduceert Huston-Herterich de pop juist als een verbeelding van levendigheid en communicatie. Op het moment dat ze bespeeld worden vergeten we even dat ze objecten zijn, of een allegorie voor iets groters. De opstandige en speelse poppen van Huston-Herterich laten zien dat objecten autonomie kunnen opeisen, met ons willen communiceren en weigeren gereduceerd te worden tot gebruikswaarde. 

In haar script verwijst ze ook naar een citaat dat Ada M. Patterson aan haar introduceerde: ‘Het masker moet gedanst hebben’ (‘Il faut que le masque ait dansé’) is een koloniale uitdrukking die Europese verzamelaars van Afrikaanse maskers gebruikten als maatstaf voor authenticiteit. Deze appropriatie toonde een fetisjisme van gebruik: het masker mocht pas gestileerd tentoongesteld en ongebruikt weggestopt worden in de Europese verzamelingen, als het had ‘gedanst’. Die nadruk op authenticiteit, en niet op de dans zelf, is sprekend voor het Europese waardesysteem van kunst. ‘Dit bracht me aan het denken over wat er op het spel staat wanneer je een object buiten zijn context plaatst’, zegt Huston-Herterich. ‘Het bevestigde waarom ik de poppen uit de film van The Treasury niet wilde tonen als losse objecten onder de noemer van “authenticiteit”. Ze waren bedoeld om bespeeld te worden.’ 

Hoe zou de nieuwe marionetten-avant-garde eruitzien? Waar ik het me eerst nog niet kon voorstellen, zie ik nu hoe poppen de musea aan het dansen brengen. Om ons te laten zien dat we ons altijd en voortdurend tot objecten verhouden, en dat die objecten met ons communiceren. Om te laten zien dat marionetten tegelijk performers en objecten zijn. Om ons te laten verwonderen waar onze aandacht en liefde naartoe gaan, nu we geen kinderen meer zijn. Opdat we onze aandacht niet stilleggen, maar ermee leren spelen.

METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN

Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.

BIJ VOORBAAT DANK!

DEZE TEKST IS EERDER GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 6-2025/2026 KINDERSPEL

Lili Huston-Herterich is momenteel resident bij A Tale of A Tub, waar ze een versie van haar doorlopende onderzoek System of Radical Dependency zal presenteren. Ze werkt met kunstenaar Winnie Herbstein aan een filmproject dat rond 2028 zal verschijnen. Op 28 februari begint ze aan een serie workshops bij Hartwig Proxy in Amsterdam

 

Caitlyn van der Kaap

studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en The New School in New York en is redacteur bij Simulacrum

Recente artikelen