metropolis m

Elmo Vermijs, parlement van de bomen, Amstelpark, courtesy Zone2Source, Amsterdam, foto Stan Heerkens.

Stella Kummer duikt in gesprek met Het Zoönomisch Instituut, Zone2Source, Kunstfort bij Vijfhuizen en het Cultuurberaad onder andere in de wereld van de Zoöp: een organisatievorm waaraan niet alleen mensen deelnemen, maar ook de levende wereld over het beleid meepraat. Hoe is het om als kunstinstituut te opereren met zo’n nieuw ecologisch vriendelijk samenwerkingsmodel, dat dit jaar een groeispurt heeft doorgemaakt? En hoe kan samenwerken in de cultuursector verschillende vormen aannemen

Kunstfort bij Vijfhuizen heeft al sinds 2013 een medewerker ecologie, en zowel in hun programmering als daarbuiten zijn ze al langere tijd bezig met de vraag hoe levende wezens in en rondom het fort vertegenwoordigd kunnen worden. Directeur Rabiaâ Benlahbib leidt me rond terwijl ze vertelt over projecten en samenwerkingen met de levende wereld. In de fortgracht staat het beeld De Hoorn des Overvloeds (1975) van Hans Koetsier. De ooit witte, omgekeerde hoorn is nu bedekt met een groenbruin laagje. ‘De hoorn is overgenomen door de eenden, en dat laten we voorlopig zo’, vertelt Benlahbib.

We lopen langs de huizen aan de overkant van het water, die zijn gebouwd om de renovatie van het fort te helpen financieren. De mensen die hier wonen maken ook deel uit van het ecosysteem. Sommigen van hen zijn ook vrijwilliger of werkzaam bij het Kunstfort. ‘Eigenlijk waren we al langer een soort Zoöp’, vertelt Benlahbib, ‘maar we wilden dit idee verder uitdragen en ook andere organisaties aanspreken. Nu hebben we ook een Spreker voor de Levenden, Bonnie Chopard, die ons helpt bij bepaalde beslissingen.’ Bijvoorbeeld toen de imker van het Kunstfort met pensioen ging. Hij vroeg of hij de bijenkasten op het fort kon laten staan of dat hij zelf een nieuwe plek voor ze zou zoeken. ‘Toen hebben we onze Spreker voor de Levenden en onze medewerker ecologie om advies gevraagd. Via een bijenexpert uit hun netwerk werd duidelijk dat honingbijen in deze omgeving concurrenten zijn van wilde bijen. Omdat het hele idee is om juist meer bij te dragen aan de biodiversiteit, hebben we besloten geen bijenvolken meer te houden.’

De eerste Zoöp

In 2022 werd het Nieuwe Instituut in Rotterdam de eerste Zoöp in Nederland, waarbij ook voor het Zoönomische Instituut een nieuwe leercyclus begon over hoe hun plan in de praktijk zou werken. Ze betrokken landschapsarchitect Maike van Stiphout als de eerste Spreker voor de Levenden. Deze spreker werkt als onafhankelijk adviseur voor een Zoöp en probeert ondervertegenwoordigde stemmen uit de levende wereld te representeren. Zo sprak Van Stiphout zich kritisch uit over de Rotterdamse Dakendagen die in mei zouden plaatsvinden. Mei is namelijk het broedseizoen voor veel vogels in de stad, die vaak op daken broeden. Initiatiefnemer van het Zoönomische Instituut, ontwerper en onderzoeker Klaas Kuitenbrouwer en zijn collega’s zijn voorafgaand aan het festival elke week het dak van het Nieuwe Instituut op gegaan om te kijken of er vogels aan het broeden waren. En jawel, op de dag dat de steiger werd gebouwd, ontdekten ze een nest van een mantelmeeuw. Ze besloten toen een stuk op te schuiven om de vogel en haar nest de ruimte te geven.

‘Toen ik het IPCC-rapport uit 2018 van het klimaatpanel van de Verenigde Naties las, voelde ik een sterke urgentie om iets te doen’, vertelt Kuitenbrouwer als ik met hem en coördinator Wietske Nutma aan tafel zit om te praten over de achtergronden van dit initiatief. ‘Ook voelde ik een lichte frustratie over de ambitie van ontwerp om aan systeemverandering te werken, gekoppeld aan het besef dat dit vaak niet gebeurt, omdat ontwerp meestal binnen de parameters van het systeem blijft fungeren.’ In het kader van de tentoonstelling Gardening Mars (4.3 t/m 23.9.2018) bij het Nieuwe Instituut organiseerde Kuitenbrouwer een workshopreeks, met als vertrekpunt de vraag hoe rechten voor natuur in Nederland zouden kunnen werken. Daaruit ontstond het idee om naar de wet als designobject te kijken. Hij was al langer gefascineerd door de beweging voor de rechten van de natuur, zoals bij de Whanganui-rivier, die was erkend als rechtspersoon onder de Nieuw-Zeelandse wet. ‘Wetsverandering is echter een proces van jaren, dus tijdens dat project kwamen we op het idee om een organisatiemodel op te zetten waarin de praktijk van de rechten voor natuur wordt geïmplementeerd, zonder dat daar wetsverandering voor nodig is. Het doel van dit ontwerp moest zijn dat organisaties de doelstelling van ecologische regeneratie omarmen, waarbij de stemmen en belangen van de levende wereld binnen de organisatie worden vertegenwoordigd.’

Om dit plan verder uit de werken, kregen ze hulp van pro bono juristen van De Brauw Blackstone Westboek. Daar kwam de Zoöp uit voort: een organisatiemodel waarbij organisaties zich ervoor inzetten symbiotischer te worden. Vervolgens werden er opnieuw workshops georganiseerd met verschillende experts. Nutma vertelt: ‘De bundeling van expertises heeft veel bijgedragen aan de vorming van het model. Het feit dat al die beroepspraktijken gescheiden van elkaar opereren, is ook een groot probleem binnen de klimaatcrisis.’ Zo ontstond de Zoönomische Jaarcyclus, die specifieker invulling geeft aan wat het betekent om een Zoöp te zijn. Elk jaar wordt opnieuw gekeken naar de ecosystemen waarvan de instelling deel uitmaakt. 

De cyclus begint met identificeren: welk leven bevindt zich rondom de Zoöp, welke organisaties zijn bij ons betrokken, en welke dieren bevinden zich in ons kantoor? Vanuit deze vragen volgt de tweede stap: waarnemen en luisteren. Hierbij ligt de focus op hoe je je kunt verplaatsen in deze ondervertegenwoordigde of niet-menselijke deelnemers, waarbij kunst en ontwerp een grote rol kunnen spelen. De volgende stap is het beoordelen of deze levensvormen degeneratieve, regeneratieve of neutrale relaties aangaan. De vierde stap draait om focus: welke degeneratieve relaties gaan we dit jaar aanpakken, en hoe gaan we dat doen? De laatste stap is interveniëren, waarbij praktisch gekeken wordt naar hoe er gewerkt kan worden aan het verbeteren van deze relaties. Deze cyclus herhaalt zich elk jaar en de focus verschuift steeds. 

De vraag of het spreken voor de levenden niet een vorm van antropocentrisme is, krijgen Kuitenbrouwer en Nutma regelmatig. ‘Die vraag gaat uit van een scheiding tussen de mens en de levende wereld’, vertelt Kuitenbrouwer, ‘als mens ben je onderdeel van een ecosysteem en bezit je dus al ecologische kennis.’ Nutma vult aan: ‘Kijk naar mensen met een huisdier. Zij weten heel goed waar de hond het liefst slaapt of wanneer de kat naar buiten wil. Door te doen alsof wij niet in contact staan met de levende wereld, maken we van onszelf een passieve, geïsoleerde actor.’

Volgens Kuitenbrouwer wordt de mens vaak gezien als kwaadaardig binnen de klimaatcrisis, maar die visie zorgt er juist voor dat we ons verder afzonderen van de levende wereld. ‘De plekken met de hoogste biodiversiteit zijn gebieden waar inheemse volken wonen. De enige manier om holistisch te werken, is door rechtstreeks bij te dragen aan ecologische regeneratie. De complexiteit moet niet worden weggeredeneerd, maar juist benut: al het leven laten meewerken in die complexiteit.’

Gesprekken in plaats van codes

‘We zijn momenteel bezig met een plan om van het Amstelpark een Zoöp te maken’, vertelt Alice Smits, directeur van Zone2Source, dat zich een proeftuin voor kunst en ecologie noemt. Recent werd het park een monument, maar dit werpt de vraag op: hoe ziet een ecologisch en dus veranderlijk monument eruit? Zone2Source werkt nu samen met de gemeente en het Zoönomisch Instituut om te onderzoeken of het Amstelpark als een Zoöp beheerd kan worden.

Smits vertelt: ‘Ik zou van Zone2Source nog meer een leerplek willen maken, een plek waar kennisuitwisseling centraal staat.’ Ze is nu bezig met onderzoeken wat er allemaal al gebeurt aan initiatieven op gebied van klimaatactie in de culturele sector. ‘Dit vraagstuk dwingt ons ook om meer samen te werken en kennis uit te wisselen in de cultuursector.’ 

Smits merkt op dat de klimaatcrisis nog te vaak los gezien wordt van andere crises. ‘Vroeger werkten mensen bijvoorbeeld hun hele leven lang in het Amstelpark. Dan bouw je een band op met je omgeving en wordt zorg daarvoor dragen belangrijker.’ Regeneratieve relaties vragen ons ook om naar arbeid en machtsstructuren te kijken, maar die samenhang wordt vaak over het hoofd gezien. En om duur: de cultuursector is niet ingesteld op de lange termijn, terwijl de klimaatcrisis ons juist daarom vraagt.

Ook filosoof en activist Chris Julien en hoofd Communicatie & Marketing bij het Amsterdam Museum Maurice Seleky voelden diezelfde frustratie. Zij werken sinds eind 2022 aan het Cultuurberaad Klimaat: een burgerberaad specifiek voor de cultuursector, waarin mensen uit de sector samenkomen om een gezamenlijke strategie te ontwikkelen om met de klimaatcrisis om te gaan. Zowel Julien, Seleky als Smits van Zone2Source merken dat klimaataanpak lager op de prioriteitenlijst staat door alle bezuinigingen in de cultuursector. Daar ligt volgens hen dan ook het probleem bij het opstellen van een collectieve klimaatstrategie. Smits: ‘Vaak is het antwoord: er is al zoveel druk op de cultuursector, we gaan daar geen klimaatcode aan toevoegen.’ Klimaataanpak als een leerproces, waar dialoog centraal staat in plaats van regels, neemt die druk weg en is daarnaast een vorm die veel andere voordelen biedt.

‘Bij dit Cultuurberaad Klimaat worden 75 zetels gevuld door mensen vanuit verschillende visies, die allemaal vanuit hun eigen perspectief deelnemen. Zij werken aan een opdracht die door de instellende commissie bepaald wordt. In die commissie zitten nu ongeveer vijftien instellingen zoals De Zaak Nu, de Creatieve Coalitie en het Nieuwe Instituut. Aan het einde komt er een concrete aanbeveling, waarover gestemd wordt, zodat duidelijk is waar het meeste draagvlak voor verandering is’, legt Seleky uit. Dit model is al vaker uitgevoerd; zo heeft er net een burgerberaad plaatsgevonden in Rotterdam. Julien: ‘De stappen ‘informeren, delibereren en aanbevelen’ staan centraal in zo’n burgerberaad.’

Het Cultuurberaad zal waarschijnlijk in 2025 plaatsvinden, maar eerst moeten Julien en Seleky hun plan financieel rond zien te krijgen. Julien: ‘Vaak krijgen we van fondsen te horen dat we niet onder hun categorie klimaat of cultuur vallen, en daarom niet binnen hun kaders passen. Een gedeeld kader voor cultuur en klimaat is er vaak niet.’ Terwijl de cultuursector juist een grote rol zou moeten en kunnen spelen in de klimaataanpak, stelt Seleky: ‘Het is een holistisch vraagstuk, en cultuur kan zowel een drager als een aanjager van verandering zijn.’ 

De paradox waar Julien en Seleky helaas vaak tegenaan lopen, is dat er iets gecreëerd moet worden wat er nog niet is, maar dat er juist daardoor niet de middelen zijn om die ideeën te realiseren. Deze paradox is ook terug te vinden in de klimaatcrisis zelf: hoe creëren we een toekomst, terwijl die toekomst op het spel staat? Kunst kan ons helpen die verschillende scenario’s uit te denken en vorm te geven aan datgene wat er nog niet is. Het kan zich zo tussen deze paradoxen wringen en de plek zijn waar de dialoog met andere disciplines kan plaatsvinden. ‘Verhalenvertellers kunnen ons laten zien dat de klimaatcrisis niet alleen in termen van wetenschap en management te vatten is. Cultuur is een cruciale schakel in een grotere keten van verandering, maar die is nu in de context van de klimaatcrisis nog niet ingekleurd. Dat kunnen we alleen collectief doen’, vult Julien aan.

‘Er is altijd ruimte om een veld heen. Dat is ook wat een artistieke houding betekent; er is altijd excess, spillover in betekenis en ruimte’, aldus Kuitenbrouwer. Dit betekent ook op zoek gaan naar de grens van instituten. Het is duidelijk dat de huidige manieren van besluit- en bedrijfsvoering tekortschieten. De Zoöp en het Cultuurberaad bevinden zich beide op de marges van het systeem, om zo van binnen en buiten kritiek te kunnen leveren. Daarnaast zorgen ze ervoor dat de aanpak van de klimaatcrisis buiten de grenzen van het individu en de instelling treedt. Benlahbib: ‘Als kunstplek willen we bijdragen aan die bewustwording en het ontleren dat daarbij hoort. De Zoöp is een bevestiging van waar wij als instelling al langer mee bezig zijn en de intentie die daarachter zit.’ Die toenadering naar de ander is de eerste stap. 

Zeven nieuwe Zoöps

Op 1 november 2024 werden zeven nieuwe instellingen een Zoöp tijdens een samenkomst bij Kunstfort Vijfhuizen: Kunstruimte Tetem uit Enschede, Waag Futurelab uit Amsterdam, Design Innovation Group uit Amsterdam, de Arnica Kwekerij uit Dwingeloo, het filmproject De Zaak van de Dieren tegen de Mensen, Landgoed de Kleverbergh uit de Ooijpolder en ook de Gemeente Amsterdam gaat binnen een project het Zoöp-model toepassen. Een bericht naar zowel de kunstwereld, maar ook de bedrijfswereld. Want de Zoöp beperkt zich niet enkel tot de kunstwereld. De klimaatcrisis dwingt ons vooral om anders te kijken en ons perspectief te verbreden. Een eenduidige oplossing is er niet, want de levende wereld is altijd in beweging, en wij moeten ons niet verzetten, maar meebewegen. Juist door hieraan toe te geven, brengen we het gesprek meer naar voren. Leren in plaats van eisen is dan ook de leidraad. 

Stella Kummer

is schrijver en webredacteur bij Metropolis M

Recente artikelen