Donald Rodney – Een gedurfde herdefinitie van Zwarte mannelijkheid
De al jong overleden Donald Rodney (1961-1998) in Londen laat zien hoe hij door het tonen van zijn eigen gebreken en kwetsbaarheid, de negatieve beeldvorming rond Zwarte mannelijkheid genadeloos onderuit kon halen.
Als je de Whitechapel Gallery in Londen binnenstapt, word je meteen geconfronteerd met een grimmig en fascinerend schouwspel: vijf fotografische portretten van Zwarte mannen, elk gevat in een lichtbak, met hun ogen versluierd door een dikke zwarte streep. Deze foto’s, zorgvuldig en consciëntieus gerangschikt in een T-vorm, roepen een krachtig gevoel van plechtigheid op, dat doet denken aan de kruisiging van Jezus. Het voelt haast alsof je een rouwkamer binnenloopt, een eerbetoon aan deze mannen. De titel van het werk, Self-Portrait: Black Men Public Enemy (1990), versterkt die indruk alleen maar. De kunstenaar dwingt zijn publiek om zich af te vragen wat er gebeurt als je naar deze mannen kijkt: wat zie je? Of beter nog: wat zie je als je naar mij kijkt?
De indringende beelden zijn geselecteerd door de Zwarte Britse multimedia-kunstenaar Donald Rodney, bekend en gevierd om zijn radicale verkenning van identiteit, ras en Zwarte mannelijkheid in al haar complexiteit. De foto’s zijn afkomstig uit verschillende bronnen: The Sunday Times, Evening Standard en een boek over bloedziekten, waarbij de grenzen tussen publiek en privé vervagen, en tussen het beeld dat de media schetsen en de doorleefde ervaring van Zwartheid. Rodneys bedoeling is duidelijk: hij daagt maatschappelijke opvattingen over Zwarte mannelijkheid uit en dwingt het publiek om de vooroordelen en stereotypen te heroverwegen die deze mannen vaak definiëren als bedreiging, als ‘de ander’, of zelfs als publieke vijanden. Zoals Rodney het zelf omschreef in 1991: ‘Een Zwarte man voorgesteld als vijand binnen het politieke lichaam.’
Rodneys onderzoek naar Zwarte mannelijkheid is persoonlijk en scherp. Ook hij kreeg zelf vaak te horen dat hij een bedreiging vormde vanwege zijn huidskleur. Zijn werk weerspiegelt zijn eigen worsteling met dit maatschappelijke vooroordeel. Self-Portrait: Black Men Public Enemy is, net als veel van zijn werk, geïnspireerd op de boeken van cultureel theoreticus Stuart Hall, die al jaren daarvoor opmerkte dat Zwarte mannen in de media vaak worden afgeschilderd als ‘iconen van gevaar’, een metafoor voor alles wat er mis is met de maatschappij. Voor Rodney vormen de portretten een krachtig tegenverhaal voor dit stereotype; ze herinneren ons aan de menselijkheid en individualiteit die daarbij vaak wordt weggevaagd.
Ik zie het werk in de tentoonstelling Visceral Cancer, die eerder te zien was bij Spike Island in Bristol en Nottingham Contemporary, en nu is doorgereisd naar Londen. De tentoonstelling biedt een hernieuwde kennismaking met zijn werk dat op allerlei manieren inhaakt op de grote kwesties van vandaag. Rodney was een veelzijdig kunstenaar, die experimenteerde met verschillende media, zoals fotografie, tekenen en beeldhouwen. Zijn werk kenmerkt zich door een onderstroom van subversie en levert niet alleen kritiek op de mediarepresentatie van Zwarte mannen, maar ook het Britse kolonialisme, de complexiteit van de Zwarte geschiedenis en de aanhoudende effecten van systemisch racisme.
Het werk van Rodney, kind van Jamaicaanse ouders en opgegroeid in Smethwick, West Midlands, spreekt sterk tot de verbeelding van de Zwarte Britse gemeenschap. Het plaatst hem midden in de levendige kunstbewegingen van de jaren tachtig, naast sleutelfiguren als John Akomfrah, Sonia Barrett en andere leden van de BLK Group, die in hun werk vergelijkbare onderwerpen als ras, identiteit en koloniale geschiedenis onderzoeken. Het zijn ook dit soort thema’s die worden verkend in een van zijn bekendste werken, Cowboy and Indian (1989), een hommage aan David Hockneys We Two Boys Together Cling (1961) in de vorm van een grootschalige potloodtekening van twee mannelijke figuren die elkaar omhelzen. De tederheid van de figuren en de onderhuidse seksuele spanning contrasteert met hun bijna griezelige gezichtsuitdrukkingen en de bijna spookachtige vorm van de tekeningen. Dit creëert een verontrustende dynamiek die de kijker uitnodigt om na te denken over queerness, intimiteit en maatschappelijke verwachtingen. Het werk voelt onheilspellend aan en lijkt een voorafschaduwing van de intensiteit en urgentie van de thema’s en werken die volgen.
Rodneys leven werd getekend door zijn strijd tegen sikkelcelanemie, een bloedziekte die zowel zijn artistieke productie als zijn perspectief op overleven en verzet heeft gevormd. De tentoonstelling in Londen, en de verwijzing naar zijn ziekte in de titel, vestigt de aandacht op deze opmerkelijke veerkracht. Zijn dagboeken, gevuld met schetsen, notities en reflecties, bieden een intieme kijk in de geest van de kunstenaar. Ze onthullen Rodney als een scherpe observator van zijn eigen leven, zijn omgeving, gedachten en ervaringen. Voortdurend observeerde hij de wereld om hem heen en stelde deze ter discussie.
In zijn voorbereidende tekeningen voor Soweto / Guernica combineert Rodney historische verwijzingen met rauwe, viscerale beelden. Geïnspireerd door het werk van Picasso en de brute foto’s van het bloedbad in Soweto in 1976, gebruikt hij groteske, bijna mythische figuren – zoals beesten met ezelskoppen – om de agressieve kracht van staatsgeweld te verkennen. Het werk dwingt tot nadenken over de koloniale geschiedenis en de ontmenselijkende werking van geïnstitutionaliseerde wreedheid.
Een van de krachtigste werken in Visceral Cancer is een installatie die het koloniale verleden van Groot-Brittannië koppelt aan de huidige ervaringen van Zwarte Britten. Rodney baseert zich op de historische figuur John Hawkins, de eerste Engelsman die deelnam aan de trans-Atlantische slavenhandel nadat koningin Elizabeth I zijn verzoek inwilligde om met een groot schip uit haar vloot tot slaafgemaakten in de Spaanse koloniën te verkopen. Ze stond Hawkins ook toe om zijn wapenschild aan te passen en er vastgeketende slaafgemaakten in op te nemen. Rodney plaatst dit symbool naast dat van Elizabeth I en voegt een bloedcirculatie systeem toe, waarbij het bloed door siliconen medische buisjes stroomt als een visceraal symbool om zichzelf te verbinden met de slaafgemaakten. Het lijkt te leven en voelt diep aanwezig. Het werk maakt de koloniale geschiedenis tastbaar en dwingt de kijker de doorwerking ervan in het heden onder ogen te zien.
Rodneys werk Doublethink (1990) biedt een vernietigend commentaar op de tegenstrijdigheden in de perceptie van de Britse samenleving van Zwarte mensen. In de jaren negentig verzamelde hij een collectie sport- en academische trofeeën, die hij graveerde met racistische zinnen, stereotype boodschappen en grotendeels denigrerende inscripties die allemaal afkomstig zijn uit boeken, tijdschriften en afgeluisterde gesprekken, zoals ‘Black prostitutes are diseased’ en ‘Black men live in fear’. Ze leggen de schrijnende tegenstelling tussen de viering van Zwarte excellentie en de alomtegenwoordige negatieve beeldvorming vast. Deze bijtende kritiek onderstreept Rodneys scherpe intellect en zijn toewijding aan het uitdagen van de status quo.
Rodneys oeuvre weigert zich in een hokje te laten stoppen, en dwingt ons om moeilijke waarheden over ras, identiteit en de voortdurende erfenis van het kolonialisme onder ogen te zien. Het vormt als zodanig een krachtig tegengeluid tegen de dominante beeldvorming van Zwartheid en blijft een vorm van verzet die vandaag de dag nog steeds urgent en relevant is.
Deze tekst is uit het Engels vertaald door de redactie
Donald Rodney, Visceral Cancer
Whitechapel Gallery, Londen
12.2 t/m 4.5.2025
Francesca Rechere
is schrijver, filmmaker en cultureel producent



