
Dragen door de tijd – Een gesprek met Natasha Ginwala over de Sharjah Biënnale 16
Cureren is een daad van dragen, ruimte bieden aan ideeën, geschiedenissen en stemmen om tijd en plaats te doorkruisen. De 16e editie van de Sharjah Biënnale haakt daar op in onder de titel to carry, dat niet alleen als kader fungeert, maar als een vloeiend, voortdurend proces van ondersteuning. Sara Giannini praat met Natasha Ginwala, een van de vijf curatoren van de Sharjah Biënnale, over de methodologieën en poëtische resonanties die deze gevoelige editie van de biënnale wil vormgeven.
Wat als we samenkomen rond de bronnen van herkomst van de chaos waarin we nu leven? Welke toekomst zou er te vinden zijn? Dit zijn enkele van de vragen die Natasha Ginwala, curator van de 16e editie van de Sharjah Biënnale, stelt samen met Alia Swastika, Amal Khalaf, Megan Tamati-Quennell en Zeynep Öz. In haar project The Ancestral Well: Pulse to Terrain verbindt Ginwala de waterputten in de oude huizen van Sharjah aan verschillende Afro-Aziatische verhalen over de Indische Oceaan. De waterput fungeert hier als een fysieke en psychische plek, die vragen oproept over kennisoverdracht en voorouderlijke herinnering te midden van het geweld van imperiale uitwissingen en koloniale breuken. In gesprek met Ginwala bespreek ik het curatoriële kader van de Sharjah Biënnale, ‘to carry’, dat de nadruk legt op collectief vertellen, de kennis en helende praktijken van grootmoeders, het belang van culturele overdracht, en de manier waarop kunst ons daarbij kan helpen. Uitgaande van het poëtisch manifest to carry, dat gezamenlijk werd geschreven door de vijf curatoren, geldt deze editie als een experiment in polyfone samenwerking, waarbij de verschillende trajecten van elke curator resonanties, echo’s en verwantschappen genereren.
Sara Giannini: Wat meteen opvalt, is dat deze editie van de Sharjah Biënnale geen vast thema heeft, maar eerder een symbolisch gebaar is dat openstaat voor meerdere verhalen en trajecten. To carry, samen met de poëtische verwoording ervan in jullie manifest, suggereert dat identiteit geen vaste positie is, maar eerder een voortdurend en fragiel proces. Het is geen vorm, maar een formatie die zich ontwikkelt in tijden, ruimtes, plaatsen en generaties. Dit geldt vooral in contexten gekenmerkt door ontheemding, geweld en vernietiging; kwesties die maar al te actueel zijn. Is dit gevoel van kwetsbaarheid en overdracht iets dat doorklinkt in de Biënnale en in jouw project?
Natasha Ginwala: ‘Dat voel ik zeker, alleen al in de samenwerking tussen de curatoren, die elkaar nog niet goed kenden. We zijn geen collectief. Er zat veel intentie en kracht in het samenbrengen van vijf vrouwen uit verschillende delen van de wereld, vooral uit de Global South, op een plek als Sharjah – een plek van uitwisseling, wereldwijde arbeid, demografie, migratiestromen, moedertalen en dialecten. Deze samenstelling zette ons ertoe aan na te denken over hoe we onze eigen culturele achtergronden, curatoriële methodologieën en benaderingen konden overbrengen naar deze context.
Alle vijf zijn we niet alleen institutionele curatoren geweest, maar ook culturele actoren binnen verschillende kaders. We hebben onze eigen ruimtes en platforms gecreëerd en gemeenschappen samengebracht. De biënnale is slechts een kruispunt op een langere route. Ik heb biënnales gezien waar mensen samenkomen en opnieuw beginnen, maar voor ons draait het ook om continuïteit in onze praktijken. Dit sluit aan bij de manier waarop de Sharjah Art Foundation werkt. Het is geen eenmalig engagement, maar een doorlopend proces – iets wat zichtbaar is in de afgelopen 32 jaar van de biënnale. Dit verschilt sterk van veel neoliberale kunstmodellen. Ik doel hierbij niet op Sharjah als economisch knooppunt binnen de VAE, maar op wat de Sharjah Foundation heeft gerealiseerd: het opbouwen van een nieuwe culturele infrastructuur, die een ander soort ruimte creëert. Wij reageren daar op onze eigen manier op.’
SG: Hoe heeft het concept ‘to carry’ zich ontwikkeld en de samenwerking helpen vormgeven?
NG: ‘We besloten gaandeweg om vast te houden aan bepaalde specifieke kennis en benaderingen die blijvende kenmerken waren van onze praktijken en relaties met kunstenaars. Maar we voelden ook meteen bepaalde synergieën ontstaan, en dan vooral rond de urgenties van deze tijd. We worstelen met de huidige tegenstellingen van vreugde en verdriet, tederheid en woede, honger en overvloed. Deze paradoxen zijn structureel aanwezig in onze curatoriële aanpak.
Dat heeft er waarschijnlijk toe geleid dat we “to carry” als titel hebben gekozen. We voelden ons gedwongen om dragen te zien als iets dat niet alleen een woord is, maar ook een praktijk – een manifestachtig poëtisch kader. Veel van de deelnemende kunstenaars werken op deze manier en gebruiken het maken van kunst als een middel om de manieren waarop kennis en geschiedenis worden geproduceerd te heroverwegen en om ruimtes van samenkomst opnieuw vorm te geven. Het gaat ook over samenwerking; soms losse, avontuurlijke, dringende nieuwe vormen van samenwerking. We hebben echt interessante vormen van gezamenlijke publicaties, bijvoorbeeld vinylplaten, maar ook residenties en workshops die hebben geleid tot coproducties en tentoonstellingen binnen de biënnale die door de kunstenaars zelf worden georganiseerd. Het is een heel andere oefening in het maken van tentoonstellingen, een die verfrissend aanvoelt vergeleken met andere biënnales waaraan ik in het verleden heb meegewerkt.’
SG: Ik ben al lang geïnteresseerd in het heroverwegen van cureren als een vorm van ‘opslag’ – een medium waardoor ideeën, objecten en talen als een transruimte kunnen reizen. Ik vind je voorstel van de curator als drager intrigerend, vooral in de zin van een ondersteunende structuur voor beweging en het faciliteren van ‘gezamenlijk zoeken’, zoals je in het curatorstatement schreef. Kun je dieper ingaan op deze manier van cureren?
NG: ‘Ik denk dat deze figuur voor ons goed werkte omdat we niet een kunstmatig vocabulaire of lexicon probeerden te creëren. We vertrokken vanuit het besef dat we deel uitmaken van een circuit en dat het lichaam levend erfgoed is. In een plaats als Sharjah, die historisch en tegenwoordig een plek van kruisingen is – zowel letterlijk als figuurlijk – heb je als curator een specifieke positie. Ik ben me in dit culturele landschap er zeer van bewust dat ik een Zuid-Aziatisch vrouwelijk lichaam heb, en het voorrecht dat ik heb om binnen de hier geldende hiërarchie van arbeid deze fantasierijke stromingen en vormen werkelijkheid te laten worden. Je bent als curator op een bepaalde manier de drager ervan – een rol met veel gewicht, vooral op dit moment.
Ik heb er bewust voor gekozen om de Indische Oceaan als rode draad te nemen. Dit is een langdurige interesse van mij; veel van mijn recente werk richt zich op Afro-Aziatische culturele geschiedenissen van de Indische Oceaan. Voor mij is de oceaan een prisma om na te denken over Afrika, de Golf en Zuid-Azië als een vloeiende ruimte van circulatie en hergroepering van identiteiten. Op een bepaalde manier is deze oceaan een soort vloeibaar vat en opslagplaats. In een van de teksten die ik heb geschreven, stel ik me ook in heel letterlijke termen de vraag: wat is een schip? En wat is een opslagplaats? Binnen The Ancestral Well: Pulse to Terrain ben ik ook veel bezig met waterinfrastructuren. Ik ben geïnspireerd door waterputten, watertanks, irrigatiesystemen en de werking van oases. Dit zijn geen abstracte ideeën maar heel tastbare elementen, zowel in de tentoonstelling als in de poëtische onderbouw van de biënnale zelf.
M’hammed Kilito doet in zijn werk Kafila onderzoek naar oasedorpen en waterdistributiesystemen in Noord-Afrika en de Golf en beschouwt deze als historische en culturele dragers. Rajni Perera maakte een locatiegebonden sculptuur bij een waterput op de historische locatie Bait al Serkal, waarin ideeën van wedergeboorte en zorg samenkomen. Cassi Namoda’s installatie van een beschilderd Dhow-zeil op een dak in het erfgoedgebied van Sharjah is een andere interpretatie. De Dhow, een vaartuig dat de wateren van de Indische Oceaan doorkruist, dient als symbool voor beweging, handel en identiteitsverandering. De doorlopende serie Sea Never Dry van Akinbode Akinbiyi betrekt het publiek bij het gesprek over water en de cruciale rol ervan in de vorming van de landschappen van het emiraat. Tot slot omvat M’barek Bouhchichi’s project Our Voices are Wounded vaten voor draagbaar water, gebaseerd op oude vormen en voorzien van poëzie in een bijna uitgestorven lingua franca.’
SG: Heeft de collectieve samenwerking geleid tot nieuwe manieren van werken?
NG: ‘Ik wil graag de curatoriële aanpak van Amal Khalaf noemen, die sterk geïnspireerd is door de figuur van de gemeenschapsdoula. Deze rol is geworteld in collectieve geboorte, rouw en herstel, en wordt des te crucialer in tijden van onrust en onzekerheid als we allemaal tegelijkertijd zoeken naar verandering. De gemeenschapsdoula belichaamt een soort vrouwelijke intelligentie en veerkracht, het vermogen om door zulke tijden te bewegen, maar niet op een geïsoleerde, kapitalistische manier. In plaats daarvan gaat het om een meer samenhangende, gemeenschappelijke benadering van deze overgangsmomenten. Deze benadering is iets waar we echt over hebben nagedacht. Voor Amal is het ook heel persoonlijk omdat haar grootmoeder een “lamenter” was, iemand die zich bezighield met collectief rouwen.
Grootmoeders zijn een heel belangrijke inspiratiebron voor ons geweest. De kennis van grootmoeders, manieren om ruimte te houden en verbindingen tussen generaties staan centraal in deze editie. Er is een zichtbare energie in de biënnale die spreekt van intergenerationele kruisbestuivingen, van kunstenaars die mentor zijn over generaties heen tot sociale organisatoren. Je ziet kunstenaars die ooit leraren waren, die nu samen met hun studenten deel uitmaken van de biënnale. Het is heel interessant hoe deelname ook door deze ideeën wordt gestuurd.’
SG: Je noemde het al kort, maar ik vroeg me af of je wat dieper zou kunnen ingaan op de manier waarop de lokale context – zowel cultureel als politiek – van Sharjah het curatoriële proces heeft beïnvloed. En hoe heeft deze context ook de manier gevormd waarop kunstenaars hun projecten hebben benaderd?
NG: ‘In het algemeen is het belangrijk om te vermelden dat de biënnale zich uitstrekt over zes steden en op een locatie-responsieve manier is vormgegeven. Sommige van de locaties zijn erfgoedlocaties – een dorp begraven tussen zandduinen, huizen met koraalmuren die nu zijn gerestaureerd, geologische parken en werken die langs de kustlijn zijn geplaatst – zodat thema’s als zorg, de cycli van het leven, maar ook maritieme relaties en kustgeschiedenissen zich diep verankerd tonen. De waterput, zoals ik al eerder noemde, kwam naar voren als een belangrijke referentie: de waterput in de woestijn, die van oudsher een ontmoetingsplek is en een bron van verhalen, maar ook de overdekte waterputten in de oude huizen in Sharjah. Ik heb kunstenaars uitgenodigd om hierop te reageren, omdat ze nauw verbonden zijn met de lokale geschiedenis van samenkomst en gemeenschapsvorming. We worden verwelkomd in deze ruimtes en leren van de manieren waarop ze voor ons zijn gebruikt. Dit is een fundamenteel andere aanpak dan die van veel grootschalige biënnales, zoals Venetië, waar alles vaak gecentraliseerd is in nationale paviljoens.
We hebben veel tijd doorgebracht met uitwisselen en het opbouwen van constellaties rond deze verschillende architecturen, waarbij we ons zo multisensorisch mogelijk ertoe proberen te verhouden. Samen met curator Amal Khalaf creëerde het in Griekenland gevestigde collectief Serapis Maritime een modecollectie, Mother Trade, waarbij delen van gerecycled maritiem afval zijn gebruikt, en we hebben met verschillende kunstenaars samengewerkt aan het uitgeven van vinylalbums. Het project van de in Lahore gevestigde kunstenaar en educator Risham Syed omvat een groeiend tarweveld en kinetische sculptuur rondom een waterput, evenals een ruimte die lijkt op een graanschuur met verzen uit de Sikh-filosofie over waarheid, gemeenschappelijke voeding en oogst. Het film- en fotografische project van Mónica de Miranda, As If the World Had No West, kijkt met een ecofeministische blik en vanuit Bantu-cosmologie naar de Namibwoestijn in Angola, inclusief de resten van horloges die zijn achtergelaten door Portugese kolonisten.’
SG: Ik wil graag teruggaan naar je statement voor een performatieve oefening. Ik heb de neiging om jullie tekst bijna als een partituur te zien, als een vorm van poëtische cartografie om mee te bewegen in de tentoonstelling. Zou je enkele sleutelwoorden of zinnen hieruit kunnen delen?
NG: ‘Het statement dat we hebben gepubliceerd biedt een combinatie van al onze stemmen, een meerstemmige lijst, bijna als een koorlied, waaraan we elk onze eigen bijdragen hebben toegevoegd. We hebben veel nagedacht over poëzie, zang en klaagzang, dus de tekst heeft de textuur van deze mondelinge vocabulaires. Sommigen bleven echt open met hun zinnen, zoals “een wond dragen” of “een huis dragen”. Persoonlijk dacht ik tijdens het schrijven aan bepaalde projecten. Wil je mijn volledige deel horen?’
SG: Ja, absoluut!
NG:
“to carry the rolling laughter of grandmothers;
to carry shrapnel in the right limb;
to carry a ripened wheat field;
to carry forefathers’ lament under your tongue;
to carry the embrace of a river current;
to carry a collection of broken timepieces;
to carry equatorial heat in one’s belly;
to carry the scent of coastal aquifers;
to carry a library of redacted documents;
to carry song lines over the checkpoint;
to carry water from a poisoned well; to carry the rays of a morning without fear”
‘Dit was een zeer nuttige oefening voor mij, omdat deze zinnen in feite wegwijzers waren voor specifieke projecten waaraan ik werkte. Je zult het zien als je de Sharjah Biënnale bezoekt, waar je deze elementen zult tegenkomen. De zinnen zijn ook opgenomen in het grafisch ontwerp en de bewegwijzering van de biënnale.’
Sharjah Biënnale 16: to carry
6.2 t/m 15.6.2025
Sara Giannini
is a curator, writer and teacher based in Amsterdam, currently part of the curatorial team of If I Can't Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution.



