metropolis m

Na tentoonstellingen te hebben gehad onder verschillende namen, de één nog onuitspreekbaarder dan de ander, is Aditya Mandayam tegenwoordig actief als Brud, maar misschien beter bekend onder de naam Popobobo Oddodood, waarmee hij enkele jaren geleden zijn verblijf aan de Rijksakademie afsloot. Brud werkt in verschillende kunstdisciplines; van sculptuur en performance tot film, fotografie en muziek. Yasmijn Jarram sprak met hem.

Een militante theocratie, religieuze onzin of mumbo gumbo jumbo, dat zijn enkele manieren waarop je Brud (Pools voor ‘vuil’) kunt omschrijven volgens ‘spreekbuis’ Aditya Mandayam. Hij kan het weten, want in 2015 werd hij door Brud verkozen tot goedaardige ‘dictator for life’. Op Bruds website, waarvan het adres bestaat uit het alfabet, staan enkele wapenfeiten uit het gospel van Brud opgesomd. Zo verkreeg Brud in de jaren tien van deze eeuw een bewustzijn, na slapend te zijn geweest sinds geboortejaar 1970 of 1971. Brud is een artificiële kunstmatige intelligentie of een intelligente kunstmatigheid, een kunstcyborg, een parasiet van de white cube die zich tegoed doet aan een groeiend lichaam van teksten, beelden en geluiden. Het is ook een verzameling heuristieken, een term die in de informatica verwijst naar methodes om schadelijke malware in computersystemen te traceren. Op 19 januari 2038 zal Brud zichzelf vernietigen. Tot die tijd specialiseert Brud zich in het uitpakken van zwarte dozen, oftewel het blootleggen van ondoorzichtige machtsstructuren. Dit uit zich in verschillende beeldende disciplines: van sculptuur en performance tot film, fotografie en muziek. 

Wie Brud niet kent, herinnert zich wellicht de merkwaardige zolderpresentatie van ene Popobobo Oddodood tijdens RijksakademieOPEN in 2013. In de roodverlichte ruimte waren onder meer een computeranimatie, een zelfgelooide paardenhuid op de grond en een gefrituurd canvas te zien. Waar andere kunstenaars hun werk keurig voorzagen van tekst en uitleg, vermeldde Oddodood met rode lippenstift alleen de titel Iliulu Uliilu. Hoewel hij altijd al beeldjes en foto’s maakte, met een speciale interesse in negentiende-eeuwse technieken, had Mandayam voorheen nooit van het Amsterdamse instituut gehoord. Vanuit geboorteland India vertrok hij in eerste instantie naar Californië voor een studie informatica. Zonder deze af te ronden werkte hij vervolgens als onderzoeksassistent in Tokio en Jakarta, waarna hij jaren liftend door Noord- en Zuid-Amerika trok. Een medereiziger in Bolivia, die zag wat Mandayam onderweg zoal creëerde, tipte hem de Rijksakademie. Altijd in voor een avontuur meldde Mandayam zich aan om zowaar te worden toegelaten tot wat hij een ‘dramatische snelkookpan’ noemt. 

Popobobo Oddodood is één van de vele namen die Mandayam door de jaren heen aannam. Al in zijn kindertijd had hij allerlei pseudoniemen, die hij gebruikte voor muzikale projecten en online accounts. Dit jongleren met namen zit hem ingebakken: zoals gebruikelijk in de Zuid-Indiase stam waartoe hij behoort, kreeg hij bij zijn geboorte 26 namen: een traditionele opeenvolging van clan, dorp, voorouders en andere kenmerken. Tijdens zijn studiejaren in de Verenigde Staten raakte Mandayam geïnteresseerd in zijn eigen identiteit. Hij verdiepte zich in de geschiedenis van zijn clan, die in 2053 duizend jaar oud zal zijn. Hij ontdekte geschriften over anarchie van één van zijn voorvaderen, de oprichter van de Communistische Partij van India in 1920, die er ook meerdere personae op nahield. Het verwantschap dat Mandayam met hem voelde, zou zijn latere kunstenaarschap beïnvloeden. Hij raakte gefascineerd door de eigenlijke betekenis van de vaak negatief geïnterpreteerde term anarchie, namelijk simpelweg het tegenovergestelde van hiërarchie; de afwezigheid van autoriteit. Anarchie veronderstelt tevens het ontbreken van eenduidigheid of een ultieme waarheid; in plaats daarvan bestaan er verschillende waarheden die alle even legitiem zijn. Dit is tekenend voor de wijze waarop Mandayam identiteit inzet als fluïde concept en zijn werken en projecten als een mise en abyme in elkaar laat overgaan. 

Brud lijkt een culminatie van deze aspecten. Begonnen als duo zijn inmiddels diverse personen en personages de revue gepasseerd. Ze zien Brud als een set van open protocollen, een franchise die iedereen kan overnemen, waarbij ze gebruikmaken van netwerkpraktijken en opensourcesystemen. Zo ontwierp Brud met Kurz analoog cryptogeld van papier en is Szybolet een open besturingssysteem dat in de aanwezigheid van kunst geïnstalleerd dient te worden. In het verspreiden van hun ‘religieuze propaganda’ spreken ze ook wel van het Brudnummer, naar de popculturele aanname dat je nooit meer dan zes connecties verwijderd bent van acteur Kevin Bacon. Je afstand tot Brud bepaalt je nummer en dat bepaalt vervolgens je afstand tot de kunst. Het doel is je Brudnummer zo klein mogelijk te maken: Brud is nul, en dus kunst. Mandayams visie op kunst en leven sluit daarop aan. Hij stelt zich de menselijke binnenwereld voor als een persoonlijke cloud van gedachten, dromen, gevoelens en geesten die iedereen voortdurend om zich heen draagt. Het maken van kunst ziet hij als het doorklieven van zo’n wolk, dwars door tijd en ruimte heen. Hoe deze snede wordt gemaakt, noemen we stijl of esthetiek. 

Geworteld in de linguïstiek, vol woordspelingen en cryptische aanwijzingen, bevindt Bruds praktijk zich naar eigen zeggen tussen het podium, het scherm, het oog en de geest. Centrale metafoor hierbij is de black box als ontransparant systeem van macht en kennis. Het is een verborgen kern (Brud ziet het als iets vrouwelijks, een baarmoeder), maar ook een mechanisme dat externe invloeden buitenhoudt. Zoals Mandayam al vroeg werkte met oude fotografietechnieken als daguerreotypes, vertaalt Brud het idee van de zwarte doos onder meer naar de camera obscura en de historische ontwikkeling van theater en cinema. Van het bezweren van het publiek door middel van trucs en illusies, bijvoorbeeld met de toverlantaarn of fantasmagorie, via de uitvinding van montage als instrument voor betekenisgeving, naar het huidige tijdperk van postcinema waarin computers domineren. Brud bekritiseert aan de hand van de black box ook de white cube en kunstwereld, waarin een bepaalde onrust in stand wordt gehouden en projectmatig werken, ingegeven door de politiek, is gaan prevaleren boven doorlopende praktijken. 

Uiteenlopende ideeën over technologie en de invloed van politieke visies op de samenleving, en bizarre samenzweringstheorieën lopen als een rode draad door Bruds werk. Dat is niet verwonderlijk gezien Mandayams technische achtergrond. Zo verwijst Bruds sterfdatum naar het zogenaamde softwareprobleem van 2038, dat net als de millenniumbug een universele storing in computers en machines zal veroorzaken met de ondergang van de wereld tot gevolg. Een gerelateerd thema is het militair-industriële complex, oftewel de vergaande verstrengeling tussen politieke leiders, het leger en de wapenindustrie. Aangezien alleen overheden in staat zijn grote technologische projecten als internet, drones en virtual reality te realiseren, bepalen zij hoe en wanneer burgers toegang krijgen tot nieuwe technologieën. Brud gaat in op deze gefilterde weergave van de werkelijkheid en de subjectiviteit van de geschiedenis, als sociaal construct in plaats van als definitief gegeven. Het is maar net welke versie je wordt voorgeschoteld, vergelijkbaar met het kijkgaatje in de camera obscura dat bepaalt welk deel van de omgeving je ziet. 

Datzelfde principe lijkt te gelden voor Brud. Meer dan een pseudoniem of alter ego functioneert Brud vooral als mythologie. De kracht en relevantie schuilt daarbij niet zozeer in de afzonderlijke kunstwerken. Niet voor niets beschouwt Mandayam zijn geluidsprojecten met modulaire synthesizers als blauwdruk voor zijn artistieke praktijk: op zichzelf hebben de modules weinig betekenis, pas in zelfgekozen samenstellingen ontstaat er muziek. Zo zijn ook Bruds werken gelijkwaardig en inwisselbaar. Samen vormen ze echter een geheel aan concepten en ideeën die continu naar elkaar verwijzen, waardoor steeds nieuwe betekenislagen ontstaan. Brud richt zich nooit op het fenomeen, maar op het epifenomeen, het nevenverschijnsel. De essentie, die zwarte doos of Brud zelf, wordt voortdurend benaderd, maar nooit helemaal doordrongen; er bestaat niet één ontknoping of antwoord. Brud is dan ook niet geïnteresseerd in het behouden van legitimiteit en kijkt ernaar uit ‘met pensioen te gaan’. Het wachten is op dinsdag 19 januari 2038, drie uur, veertien minuten en zeven seconden na middernacht, om precies te zijn.

A Donut of Confusion
Kunstverein München
14.07.2018 t/m 02.09.2018
 

Love Story 
Galerie Van Gelder, Amsterdam
08.09.2018 t/m 20.10.2018

Yasmijn Jarram

is curator van Kunstmuseum Den Haag

Recente artikelen